De Volkskrant, 12-06-2010, boekrecensie door Gert J. Peelen 16 jun.2010

Bijbeldriftige taferelen op Texel

Non-fictie | Nergens in Nederland trok een kerkscheiding diepere voren door een geloofsgemeente dan in Oosterend.

Tussentitel: Om haar puriteinse vroomheid heette Oosterend ook 'Klein Jeruzalem'

De aanleiding tot het conflict lijkt futiel: een gereformeerd predikant die predikt dat de slang in het paradijs niet werkelijk tot Eva heeft gesproken om haar te verleiden tot het plukken van een appel van de verboden boom der kennis van goed en kwaad. Maar de gevolgen zullen ingrijpend blijken. Want wie zulks beweert tast het Schriftgezag aan; de overtuiging dat de Bijbel van kaft tot kaft Gods onfeilbaar woord bevat. De dominee in kwestie, dr. J.G. Geelkerken, werd dus door de gerefomeerde synode geschorst als predikant in Amsterdam-Zuid.

Dat gebeurde in Assen, in 1926, waarbij niet onvermeld mag blijven, dat de ondervoorzitter der synode zich tijdens een der vergaderingen zo opwond dat hij ter plekke aan een hartstilstand overleed; een voorval dat de wereldpers haalde en door de Spaanse krant El Pais werd uitgelegd als het bewijs dat die calvinistische Hollanders sinds de Tachtigjarige Oorlog geen spat wijzer waren geworden.

De afzetting van Geelkerken leidde tot een reeks lokale kerkscheuringen. De met de geschorste dominee sympathiserende gereformeerden stichtten op 25 plaatsen in het land hun eigen kerk onder de naam Hersteld Verband (HV). Die afkorting werd door spotlustige ‘blijvers’ ook wel ingevuld als ‘Hellend Vlak’. Zo ook in Oosterend op Texel, waar de kerkscheuring een wel zeer bizar verloop zou krijgen. Nico Dros doet er meeslepend verslag van in De sprekende slang, een voorbeeldig stukje lokale geschiedschrijving dat dienst kan doen als pars pro toto voor de kerkhistorie van Nederland en daarom terecht Een kleine geschiedenis van laaglands fundamentalisme als ondertitel meekreeg.

Dat Oosterend werd meegesleept in wat naderhand ‘de kwestie Geelkerken’ genoemd zou worden, had veel, zo niet alles te maken, met de predikant die er op dat moment op de gereformeerde kansel stond. De dan pas 26-jarige Jan Buskes, die in later jaren via radio en tv als ‘rooie dominee’ buitengewoon populair zou worden, was een geestverwant van Geelkerken. In deze kwestie ging het Buskes niet zozeer om het al dan niet symbolisch opvatten van het paradijsverhaal – hijzelf hield bij hoog en bij laag vol vast te willen houden aan de schriftuurlijke correctheid – maar om het absolutisme van een synode die voorbij ging aan de autonomie van de lokale gemeente en zichzelf als onfeilbaar beschouwde.

Buskes’ gemeente, waartoe ook eilandbewoners uit andere plaatsen behoorden doordat Oosterend de enige gereformeerde kerk op het eiland bezat, dweepte met haar predikant, die een bevlogen spreker en een invoelend zielenherder was. Het merkwaardige was alleen dat het Oosterendse kerkvolk weinig moest hebben van de vrijzinnige inzichten die dominee door zijn verdediging van Geelkerken indirect bevorderde. Gereformeerd Oosterend stond als het ware als één man achter Buskes, hoewel de gemeente het synodebesluit tegen Geelkerken goeddeels kon billijken. Een lastig parket.

De classis Alkmaar, waaronder Oosterend kerkbestuurlijk ressorteerde, had van Buskes’ dissidente sympathieën vernomen en riep de jonge predikant op het matje. Eind van het liedje was dat hem een verkapte schorsing werd opgelegd – een verplichte vakantie van enkele maanden – en een verbod om nog langer in het door Geelkerken geredigeerde theologische tijdschrift te publiceren. Buskes, die aan de laatste eis niet kon en wilde voldoen, besloot met pijn in het hart Oosterend te verlaten en een beroep aan te nemen naar Amsterdam-Zuid. Belangrijkste motief: voorkomen dat de Oosterendse gemeente omwille van zijn persoon zou scheuren.

Maar het kwaad was al geschied. En het verdriet om Buskes’ vertrek sloeg om in woede en frustratie. Het dorp van amper twaalf straten groot werd verscheurd door wat Dros bestempelt als ‘bijbeldriftige taferelen’. In navolging van het Hersteld Verband, begonnen trouwe volgelingen van Buskes, de zogeheten antisynodalen, voor zichzelf en vroegen hun voormalige dominee te komen preken.

Als Buskes overkwam en sprak stroomde het volk andermaal in groten getale toe, hele gezinnen splitsend in fanatieke voor- en tegenstanders. Bij die gelegenheid riep een kind, bevreesd voor ruzie thuis, op straat haar moeder na: ‘Moeke, ga toch niet naar die Buskes!’ En Buskes bleef komen en liet zich zelfs vermurwen terug te keren als pastor van een nu wel zeer klein kuddeke, in een dorp van amper 800 zielen dat nu vijf kerken telde. Er volgden jaren van haat en nijd in de al in vroeger tijden om haar puriteinse vroomheid ‘Klein Jeruzalem’ gedoopte dorpsgemeenschap, waar de Farizeďsche zweetlucht in de straten hing en men elkaar met geen mogelijkheid ontlopen kon.

Dat gold ook voor de koster van de kerk der synodale gereformeerden, die pro-Buskes was, maar zich om den brode gedwongen zag synodaal te blijven. Nadat hij op zondagochtend de kerkdeuren had geopend en binnen de dominee votum en groet uitsprak, stond hijzelf mokkend buiten. Pas in de tweede helft van de vorige eeuw kwam een aarzelende toenadering tussen de strijdende partijen op gang en verdween de onderlinge aversie, ook al bleef op verjaardagen religie als gespreksonderwerp taboe.

Nico Dros is zelf afkomstig uit Oosterend, maar groeide op in een gezin waarvan de moeder uit een rood nest stamt en vader slechts ‘in bouwland en drachtig vee’ gelooft. Desondanks beschrijft hij de geschiedenis van het vissersdorp met veel humor en inlevingsvermogen, en aan de hand van de kerkgeschiedenis, van de Reformatie tot heden. Hij laat daarbij zien hoe, als eb en vloed en mede afhankelijk van het economisch getij, periodes met een zwaarmoedig geloofsleven worden afgewisseld door tijdvakken met een luchthartiger en vrijzinniger levensbeschouwing. In tijden van neergang gedijt het zaaigoed der piëtistische vroomheid beter dan bij voorspoed en geluk.

Zo kan het gebeuren dat, na een periode van interreligieuze verzoening en een steeds lichtzinniger wordende jeugd, Oosterend gedurende de zomermaanden een toevloed beleeft van zo’n 300 ŕ 400 strenggelovigen uit de vaderlandse Biblebelt, die de vakantie doorbrengen op het refo-vakantiepark even buiten het pittoreske plaatsje, en des zondags ‘met nederige hoogmoed’ naar de speciaal daarvoor afgehuurde Middeleeuwse Maartenskerk wandelen, waar ze op uitsluitend hele noten hun psalmen zingen. Dros sluit niet uit dat Oosterend weer zal uitgroeien tot een Nieuw Jeruzalem, ‘met alle bijbeldrift, geloofstwist en verdriet die daar nu eenmaal bijhoren’.



Naar Religie, nut , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home . 
 

[an error occurred while processing this directive]