Bron bij Het nut van de godsdienst 11 mrt.2007

Middels wordt er ook door anderen expliciet gevraagd en gewerkt om/aan een niet-religieuze moraliteit. Veel overbodige arbeid, want onze moraliteit is niet van religie afkomstig, maar andersom, religie is het gevolg van ons gevoel voor moraliteit, de evolutionaire moraliteit. Maar wel een foute uitwas ervan. Onderstaand een bron over die andere pogingen:
 

De Volkskrant, 02-03-2007, door Luuk van Middelaar

Paul Cliteur pleit voor een universele moraal zonder religieus fundament

Van God los

Het nieuwste boek van Paul Cliteur heet Moreel Esperanto – Naar een autonome ethiek. Hierin stelt de Leidse jurist en ethicus, kort samengevat, dat het aanbevelenswaardig zou zijn als mensen hun handelen niet zouden baseren op goddelijke voorschriften maar op een filosofische ethiek. We moeten de religie ontkoppelen van de moraal, en onszelf als mensen onder elkaar de wet geven. Ja inderdaad, dat zou goed zijn. (Hangt het er nog wel van af wélke wet we onszelf geven.)
    Moreel Esperanto: de titel vat de benadering uitstekend samen. Cliteur constateert dat we in een multireligieuze samenleving leven waarin mensen elkaar niet (meer) verstaan. Met name gelovigen hebben de neiging te spreken in een ‘religieuze stamtaal’, en dat vindt Cliteur ‘niet zo beleefd’. Daarom wil hij een universele morele taal ontwikkelen, à la het Esperanto, die ontdaan is van religieuze verwijzingen.
    De auteur vertelt omstandig over het verschil tussen religieuze en filosofische ethiek. Tal van auteurs passeren de revue, van Socrates tot Kant en Kierkegaard. Filosofisch gezien is dit oude kost, opgediend sinds de Verlichting. Cliteur meent echter dat er een nieuwe urgentie is.
    Hier komen we op het spoor van wat de auteur werkelijk aan het hart gaat: de religieus gefundeerde moord. De moord van Mohammed B. op Theo van Gogh met een beroep op Allah, dat is de schrikdaad die Cliteur tot schrijven bracht.
    Het sterkst in Moreel Esperanto zijn de pagina’s over dit onderwerp; een boeiend boekje in het boek. Cliteur opent met de scène uit het Oude Testament waarin Abraham op bevel van God zijn zoon Isaäk op het offerblok legt. In de traditie wordt dit geprezen als voorbeeld van Abrahams onwankelbare vertrouwen in God. Bij Cliteur verschijnt het offer echter als de grondvorm van de religieus gesanctioneerde moord. De moraal erachter noemt de auteur de ‘goddelijke-bevelstheorie’ (in navolging van het Engelse divine-command-theory).
    Retorisch is dit beeld slim, omdat met aartsvader Abraham/Ibrahim de drie monotheïstische religies – jodendom, christendom en islam – in één keer zijn aangesproken. Cliteur, die zich in maart 2004 als Buitenhof-columnist terugtrok vanwege de kritiek dat hij zich schuldig maakte aan ‘stigmatiseren’, deed voor zijn voorbeelden keurig aan interreligieuze spreiding.
    Uitgebreid bespreekt hij de moord op Willem van Oranje door de katholieke huurmoordenaar Balthasar Gerards alsmede die op de Israëlische premier Rabin door de joodse student Jigal Amir. Terecht stelt Cliteur dat deze daden niet werden begaan door ‘malloten’ of ‘eenzame zielen’, maar in een religieus – ik zou zeggen: politiek-religieus – programma passen. Naar de vorm onderscheidt Cliteur een ‘mystieke’, ‘katholieke’ en ‘protestants-islamitische’ bevelstheorie. Die vinden hun respectieve bases in een innere stem (God in je hoofd), een autoriteit (Filips II of Khomeini) en een heilige tekst (bijbel of koran).
    Tegen de goddelijke-bevelstheorie voert Cliteur zowel principiële als praktische bezwaren aan. Zijn voornaamste praktische bezwaar is dat samenleven moeilijk wordt als mensen zich op goddelijke willekeur beroepen. Dat is volkomen juist. Dit geldt dan overigens meer voor de ‘mystieke’ en ‘protestants-islamitische’ varianten, waarbij iedereen zijn eigen bevelende God meedraagt, dan voor de ‘katholieke’, die een politiek-religieuze orde veronderstelt.
    Welbeschouwd komt de katholieke variant ook in islamitische landen voor. Zie hoe de streng islamitische Saudische regering strijdt tegen terroristen van eigen bodem: Riad in de rol van Vaticaanstad en Bin Laden als Calvijn. Dit duidt erop dat het probleem wellicht eerder zit in de subjectiviteit van de morele norm dan in de goddelijke fundering ervan.
    Cliteurs principiële bezwaar tegen de goddelijke-bevelstheorie is dat iets niet goed is omdat God het vindt. Hij meent dat dingen goed zijn in zichzelf (God kan zich er daarna eventueel bij aansluiten). Als vanzelfsprekend kiest Cliteur hier impliciet voor het natuurrecht als alternatief voor het goddelijke recht. Hij vindt ‘autonome’ universele waarden bij Kant en de Britse utilitaristen.
    In de rechtsfilosofie heb je echter ook het zogenoemde ‘rechtspositivisme’. Dat houdt in: we houden ons aan de morele wet, niet omdat die ‘goed’ is, maar omdat het de morele wet is. Net zoals we in het verkeer – jenseits von Gut und Böse – rechts rijden omdat we het zo hebben afgesproken. Het recht fundeert zichzelf. Voor Cliteur schijnt dat ondenkbaar. Hij vervangt God door de natuur en heeft alsnog een fundament. Anders gezegd: Cliteur vraagt om objectiviteit (natuurrecht) en kan niet leven met intersubjectiviteit (positief recht).
    Wie stelt die objectiviteit vast? Dat is een heikel punt. Niet toevallig ontwikkelt de auteur in zijn boek niet daadwerkelijk een ‘moreel Esperanto’ – met een inhoud, met minimumregels. Het blijft bij een bescheiden intentieverklaring. Maar hoe brengen we God/Allah in het hoofd van de Mohammed B.’s tot zwijgen? Tussen gelijk hebben en gelijk krijgen staat de vraag van de macht.
    Die blinde vlek ligt in Cliteurs titel besloten. Hij weet dat het taalkundige Esperanto geen succes is geworden, maar redeneert toch onbekommerd voort. Zo stuit hij niet op de cruciale vraag van de macht. Waarom werd het Esperanto niets? Een taal is een dialect met een leger, zegt men weleens. In de kern is dit juist. Het Amerikaans-Engels, gedragen door militaire en economische macht, heeft wereldwijd meer succes dan het studeerkamerproduct Esperanto.
    Zou iets vergelijkbaars gelden voor ‘morele talen’? En wat is dan die band tussen politieke macht en ethiek? Met een onderzoek naar zulke vragen zou de Leidse rechtsfilosoof wellicht iets hebben ontdekt dat zijn publiek en hijzelf niet al van tevoren wisten.
    Cliteur gaat aan de machtsvraag voorbij en praat zichzelf moed in met het voorbeeld van Voltaire en andere 18de-eeuwse Verlichtingsfilosofen. Die opponeerden tegen het christendom zoals hij nu tegen de islam. En dat heeft toch ook geholpen? De Leidse hoogleraar vergeet het verschil in publiek.
    Voltaire sprak zijn eigen samenleving aan, correspondeerde met prinsen en vorsten, leefde kort voor een omwenteling in de politiek-religieuze orde (1789). Cliteur daarentegen richt zich niet tot , zeg, de Iraanse president Ahmadinejad, maar tot burgers die de theocratie al eeuwen geleden buiten de deur hebben gezet. De Nederlandse intellectuele elite kent geen aanhangers van de goddelijke-bevelstheorie. De bevolking zit ook niet op Esperanto te wachten; wij willen dat de staat eventuele terroristen in bedwang houdt.
    Politiek relevant is daarom alleen Cliteurs slotpleidooi voor een religieus neutrale staat. Daar spreekt de auteur wel het juiste publiek aan: Nederlandse politici, ambtenaren, kiezers. De argumenten tegen de laïcité – als niet-passend bij onze traditie, aanmatigend atheïtisch en dergelijke – worden efficiënt weerlegd. Hier is hij niet preaching to the converted, maar heeft hij een boodschap voor een weerspannig publiek. Alleen dan wordt het betoog dwingend.
    De machtsvraag is niet de enige blinde vlek in Moreel Esperanto. Eén andere trof mij zeer. Nergens maakt de auteur duidelijk wat speciaal is aan de religieus gesanctioneerde moord. Wat is het verschil tussen de moord op Oranje door een Franse katholiek en de aanslag op aartshertog Franz-Ferdinand door een Servische nationalist? Of om bij recente Hollandse trauma’s te blijven: wat is ethisch gezien het verschil tussen de moord op Van Gogh door een Amsterdamse islamist en die op Fortuyn door een Wageningse dierenactivist? De plek van God als moreel commandant wordt schijnbaar moeiteloos overgenomen door natie of natuur.
    Wellicht kan Cliteur, tevens lijstduwer van de Partij voor de Dieren, daar in een volgend boek over nadenken.Luuk van Middelaar

Paul Cliteur: Moreel Esperanto – Naar een autonomie ethiek.De Arbeiderspers, 428 pagina’s, € 22,50, ISBN 90 295 6321 5
 

Terug naar Religie, nut , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site
home .

 

[an error occurred while processing this directive]