De Volkskrant, 23-08-2005 door Pieter Hilhorst

Trieste troost

Overmorgen is het vijfentwintig jaar geleden dat mijn zus overleed. Ze was op fietsvakantie en werd in BelgiŽ aangereden. Ik was toen veertien jaar en viel genadeloos van mijn geloof. De dood van mijn zus sloeg een gat in mijn ziel waarin geen God paste. Ik heb het wel geprobeerd. Ik heb het driftig geprobeerd. Ik wilde maar al te graag dat ze op een een of andere manier niet dood was. Maar het idee van een hemel kon ik niet serieus nemen. Ik heb gepeinsd en gepiekerd over reÔncarnatie. Zou ze in een andere verschijning kunnen terugkeren?
Hebben mensen misschien in elk leven een opdracht en had zij de hare vervuld? Het was even een troostrijke gedachte. Al mocht het nauwelijks een gedachte heten, want een kritische beschouwing doorstond het niet. En veel troost bood het evenmin.
    Zo ben ik terechtgekomen bij de atheÔstische oplossing voor het leven na de dood. Mijn zus leeft voort in mijn gedachten. Het is een wrede oplossing, want als ik haar nu vergeet, is dat moord met achteloze rade. En ik ben haar in de loop van die vijfentwintig jaar natuurlijk vergeten. De levende herinnering is verdwenen. Als ik aan haar denk, zie ik beelden voor me uit ons familiefotoboek. Mijn herinneringen zijn gecanoniseerde verhalen geworden.
    Van je geloof vallen is geen verdienste. Het is geen rijk inzicht dat je gewaar wordt. Eerder het tegendeel. Je weet dat je minder weet. Een tijd lang hield ik van zwarte humor en verkondigde iedereen die het niet horen wilde de zinloosheid van het bestaan. Maar eigenlijk is van je geloof vallen radicaler. Je beseft dat je de vraag naar de zin van het bestaan onmogelijk kunt beantwoorden. Zo verlies je ook de illusieloze waarheid van de nihilist.
    Als je eenmaal van je geloof bent gevallen, worden gelovigen vreemden. Je gaat ze al snel bekijken met een antropologische blik. Hoe komt het toch dat deze stam er deze merkwaardige gewoonte op na houdt? Het geloof krijgt een functie toegeschreven. Het geloof moet iets profijtelijks hebben. De alcoholist verlangt naar een kracht die hem van de fles af helpt. Hij noemt die kracht God en wordt president van de Verenigde Staten. De moslimjongere voelt zich vernederd en knutselt met vrienden op internet een pure islam inelkaar om zijn bestaan zinvol te maken. Gelovigen worden zo patiŽnten die geen raad wisten met hun eigen tekortkomingen. Geloof is een onbenullig antwoord op een traumatische ervaring.
    Ik ontken niet dat het geloof mensen kan inspireren tot goede daden. Ik heb aan mijn roomse jeugd ook waarden overgehouden die ik koester. Al klinkt dat te streng. Te protestants. Het mooie aan de katholieke morele opvoeding is de blijmoedigheid. Katholieken hebben geen principes. Er zijn alleen dingen die ze in principe liever niet doen. Maar geloof kan net zo goed inspireren tot terreur of homohaat. Theologisch gezien is er geen reden waarom een vriendelijke interpretatie van de overlevering de voorkeur verdient. Wie de waarde van het geloof afmeet aan de wereldse effecten van de geloofsbelevenis heeft sowieso de essentie gemist.
    Als antropoloog kan je zien dat geloof geen individuele kwestie is. De verwantschap met andere gelovigen is minstens zo belangrijk als de relatie met God. De regendans van de Hopi-Hopi indianen heeft niet bijster veel neerslag opgeleverd maar wel bijgedragen aan de hechte banden tussen de leden van de stam. Ongelovigen missen de verwantschap van de gelovigen. Zij delen namelijk wel een wereldbeeld, maar hebben geen gezamenlijke rituelen. En het zijn de rituelen die gelovigen met elkaar verbindt en tot gelovigen maakt. De gelovige knielt niet omdat hij gelooft. Hij gelooft omdat hij knielt. Ik begrijp dan ook niets van mensen die zeggen wel iets te geloven, maar niets willen weten van rituelen en kerken.
    Toch is de blik van de buitenstaander onbevredigend. Het maakt van het geloof een trieste troost omdat je je verstand ervoor moet opofferen. Het verdoezelt zo de prijs van het ongeloof. Want ik wil ook best het gat in mijn ziel vullen. Ik wil graag meedoen aan rituelen om mijn zus te herdenken.
    Rituelen hebben een zeker magie. Dit hebben miljoenen mensen in vergelijkbare situaties voor jou ook gedaan. Rituelen hebben ook een wonderlijke overzichtelijkheid. Ze zijn zo het spiegelbeeld van het absurde bestaan. Ook dat kan troost bieden. Maar een ritueel krijgt iets onwaarachtigs als je de oorsprong kolder vindt. Het brengt een ongelovige als ik al snel in verlegenheid. Daarom vind ik het niet erg dat ik er niet bij ben als mijn moeder, met mijn broer en zussen zondag naar de kerk en het familiegraf gaan om mijn zus te herdenken. Ik zit in het buitenland. Met een gat in mijn ziel. Gedoemd om onvervuld te blijven.


Terug naar Religie, nut , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site
home .

 

[an error occurred while processing this directive]