WERELD & DENKEN
 
 

Religie en psyche

8 dec.2008

Naast de religieuzen zelf, heeft een ook groot deel van de rest van de mensheid het idee dat het onderhouden van een religie een goede zaak is voor de mens, en dus ook voor zijn geest.

Aan de andere kant zijn er onder de atheÔsten, waarvan de meesten religie zien als iets dat vooral in de praktijk slecht uitpakt, een kleine groep radicaleren die denken dat er nog wel meer mis is met religie. Bekend is de uitspraak van Karl Marx: "Religie is opium van het volk". Minder bekend maar in dezelfde hoek zit een uitspraak van de Indiase schrijver V.S. Naipaul, die, gevraagd naar de betekenis van de stip op het voorhoofd van Indiase religieuze vrouwen, antwoordde: "My head is empty" ("Mijn hoofd is leeg"). De vraag is of er enige reŽle aanleiding is voor dit soort oordelen.

In Wetenschap en religie  hebben we gezien dat er een essentieel verschil is tussen deze twee zaken zodra je iets ziet gebeuren, en de vraag gaat stellen "Waarom?". De twee soorten aanpak zijn: de oorzaak ligt in een of ander waarneembaar gebeuren, of de oorzaak ligt in een onwaarneembaar gebeuren. Het eerste pad volgende begint er een zoektocht: welke andere dingen veroorzaken het waargenomene - het tweede pad volgend is de zoektocht meteen afgelopen - er valt niets meer te zoeken. Het eerste pad kan tot resultaten leiden, of niet, maar het is vrij zeker dat je er voor een enkel geval wat van leert, en als je het vele malen doet, is het absoluut zeker dat je er wat van leert  . Van het tweede pad is zeker dat je er niets van leert als je het ťťn keer volgt. En het is even zeker dat je er niets van leert als je het talloze malen volgt.

De reden dat religie deze werking heeft is simpel: het is de reden dat religie ontstaan is. Zoals gesuggereerd in IRP home basis  , is de menselijke geest qua bevattingscapaciteiten groter dan voor zijn dierlijke overleven noodzakelijk. Die extra geestelijke ruimte schept mogelijkheid tot keuzen, en onzekerheden. Zaken die het emotionele deel van de hersenen een automatische reactie oproepen: onbekend potentieel gevaar voorzichtigheid angst. De evolutionaire standaard reacties op angstimpulsen zijn vluchten of vechten. Dat is bij dit soort door geestelijke processen veroorzaakte angsten niet mogelijk. Eťn van de mogelijke andere mogelijke reacties is dan om het terrein van onzekerheden te verkleinen. Dat verkleinen van onzekerheden kan door zelf antwoorden te verzinnen. Als je niet weet waarom het gaat regenen, dan verzin je iets of iemand die voor die regen zorgt. Dat is dus de oorspronkelijke, zeg maar "primitieve", rol die religie vervult  . Of eigenlijk andersom: religie is de term voor het invullen van onzekerheden met zelfverzonnen antwoorden - de onbekende oorzaak ligt in de hand van een god. Religie is het natuurlijke gevolg van de menselijke angst voor onzekerheden  . En omdat de open ruimte van de geest is ingevuld met zekerheden, kan hij niet langer goed reageren op de veranderen omstandigheden met aangepaste reacties. Het leren is moeilijk tot onmogelijk geworden

Dit is geformuleerd in statische termen, maar het heeft ook verdere gevolgen door de dynamiek ervan. De religieuze aanpak van problemen opgeworpen door de leefomgeving is natuurlijk veruit het makkelijkst - in feite hoef je nauwelijks of niet na te denken, want op heel veel vragen zijn de antwoorden hetzelfde. En bovendien heb je die antwoorden, als gelovige, meestal al grondig tot zeer grondig geleerd in je jeugd - het zijn bijna denkreflexen.

Dit in tegenstelling tot degenen die deze oplossing niet tot zijn beschikking hebben. Daaronder bevinden zich ook veel mensen die er niet al te veel moeite in zullen stoppen, maar toch ook een grote groep die dat in verschillende mate wel doet. Hun hersenen worden dus aanzienlijk zwaarder op de proef gesteld dan die van religieuzen, want zij moeten regelmatig nadenken over allerlei gebeurtenissen en problemen die zich nu eenmaal in het leven voordoen. Het leven als atheÔst is geestelijk gezien dus beslist een stuk inspannender dan dat van de gelovige.

Nu is er een sterke evolutionaire wet die zegt dat datgene dat je niet gebruikt, als biologisch mechanisme, ook meestal door de natuur wordt afgeschaft - in het Engels: use it or lose it  . De mens, of beter: zijn voorloper(s), had geen staart meer nodig, dus die verdween. En er is geen enkele reden om te veronderstellen dat die wet niet zou gelden voor de geest. Het is eerder andersom, want de menselijke hersenen gebruiken, ten opzichte van de rest van het lichaam, ongelofelijke hoeveelheden hulpbronnen, zoals rond 15 procent van de energie, en een proportioneel groot deel van de zuurstof.

Dus als een persoon een bepaald deel van zijn hersenen consequent weinig of niet gebruikt, kan je verwachten dat dat negatieve gevolgen heeft voor zijn hersencapaciteiten op dat vlak op de langere termijn, en mogelijkerwijs ook die van de hersenen in het algemeen.

Dat lijkt een boude en verreikende uitspraak, maar daarvoor zijn concrete aanwijzingen gevonden is bij onderzoek - hieronder de relevante stukken uit een artikel dat de methodiek en resultaten beschrijft (uit: Leids universiteitsblad Mare, 20-11-2008, door Bart Braun  ):
 
  Ongelovige ziet het grotere geheel

AtheÔstische en bevindelijk gereformeerde studenten hebben niet alleen een ander wereldbeeld; ze nemen de wereld ook daadwerkelijk anders waar. De onderzoekster maakt zich zorgen over de interpretatie van haar gegevens. ‘Dit is misschien wel de belangrijkste ontdekking die ik ooit heb gedaan’

 Dr Lorenza Colzato heeft een papiertje met letters bij zich. De vinger van de psychologe volgt de letter S, die is opgebouwd uit allemaal losse letters O. ‘De atheÔst ziet eerst de S, de calvinist ziet eerst de O’s’, legt ze uit. In haar recente publicatie in het vooraanstaande vakblad Plos One gebruikte ze vierkanten die waren opgebouwd uit driehoekjes, maar het effect is hetzelfde: bevindelijk gereformeerde studenten zien de details beter, atheÔstische studenten hebben meer oog voor het grotere geheel.   ...
    In vergelijkbaar onderzoek stelden wetenschappers al eens vast dat Aziaten een holistischer kijk op hun stimuli hebben dan Amerikanen. Colzato: ‘Daar ligt de focus op cultuur. Ik wilde juist weten wat het effect van religie was. In Nederland kan dat, omdat religie en cultuur goed te scheiden zijn: mensen hebben dezelfde cultuur, maar verschillende godsdiensten. In mijn moederland ItaliŽ is iedereen katholiek, of in elk geval gedoopt.’
    Is die cultuur wel zo hetzelfde? Bevindelijk gereformeerden staan bekend als een hechte en relatief gesloten groep. Ze hebben hun scholen, hun eigen krant (het Reformatorisch Dagblad) en een eigen partij (SGP). Televisie is uit den boze, en Internet mag alleen als er strenge filters zijn geÔnstalleerd.
    Colzato: ‘Dat klopt, elk geloof brengt ook een stuk cultuur met zich mee. Maar deze mensen zijn wel in Nederland opgegroeid. Ze eten stamppot, ze studeren in dezelfde stad.’
    Bovendien, benadrukt ze, is ze niet specifiek geÔnteresseerd in de effecten van calvinisme, maar in die van religie in het algemeen. ...
    De onderzoekers hebben hard hun best gedaan om ervoor te zorgen dat de twee groepen afgezien van hun geloof zo min mogelijk verschillen. Wat betreft intelligentie, geslacht, etniciteit en leeftijd zijn ze vergelijkbaar. Een ander probleem laat zich moeilijker uitsluiten in een onderzoeksopzet: dat niet het geloof het verschil in perceptie bepaalt, maar dat de manier waarop iemand naar de wereld kijkt, mede bepaalt welk wereldbeeld voor hem of haar aantrekkelijk is. Wel wijzen de wetenschappers erop dat veel mensen in een religieuze gemeenschap worden opgenomen voordat zo’n perceptie-verschil duidelijk wordt.
    AtheÔsten en bevindelijk gereformeerden hebben niet alleen een verschillend wereldbeeld, zo blijkt, maar ze nemen ook daadwerkelijk anders waar. ‘Calvinisten hebben wellicht van kinds af aan geleerd om te focussen op lokale in plaats van globale dimensies’, staat in het Plos-artikel. ‘Tenminste, vergeleken met mensen die hun geloof niet delen.’ ...

Dit onderzoek bevestigt in ieder geval dat er een invloed is van het al dan niet religieus zijn. Hoe die invloed werkt is ook een suggestie voor, in de vorm van onderzoek gedaan aan het proces van visuele perceptie (uit: Scientific American,  Special on Perception, 2008, door Vilayanur S. Ramachandran en Diane Rogers-Ramachandran  ):
 
  Right Side Up

Studies of perception show the importance of being upright


Tussentitel: The brain takes into account head rotation when it interprets an
                  item's orientation.

The lens in your eye casts an upside-down image on your retina, but you see the world upright. Although people often believe that an upside-down image in the eyeball gets rotated somewhere in the brain to make it look right side up, that idea is a fallacy. No such rotation occurs, because there is no replica of the retinal image in the brain-only a pattern of firing of nerve impulses that encodes the image in such a way that it is perceived correctly; the brain does not rotate the nerve impulses.
   Even leaving aside this common pitfall, the matter of seeing things upright is vastly more complex than you might imagine, a fact that was first pointed out clearly in the 1970s by perception researcher Irvin Rock, then at Rutgers University.

Tilted View
Let us probe those complexities with a few simple experiments. First, tilt your head 90 degrees while looking at the objects cluttering the room you are in now. Obviously, the objects (tables, chairs, people) continue to look upright - they do not suddenly appear to be at an angle.
    Now imagine tipping over a table by 90 degrees, so that it lies on its side. You will see that it does indeed look rotated, as it should. We know that correct perception of the upright table is not because of some "memory" of the habitual upright position of things such as a table; the effect works equally well for abstract sculptures in an art gallery. The surrounding context is not the answer either: if a luminous table were placed in a completely dark room and you rotated your head while looking at it, the table would still appear upright.
    Instead your brain figures out which way is up by relying on feedback signals sent from the vestibular system in your ear (which signals the degree of head rotation) to visual areas; in other words, the brain takes into account head rotation when it interprets the table's orientation. The phrase "takes into account" is much more accurate than saying that your brain "rotates" the tilted image of the table. There is no image in the brain to "rotate" - and even if there were, who would be the little person in the brain looking at the rotated image? In the rest of the essay, we will use "reinterpret" or "correct" instead of "rotate." These terms are not entirely accurate, but they will serve as shorthand.   ...

Waar het hier om gaat is dat voor het menselijke bewustzijn het beeld waarneemt, de hersenen de optische informatie van het oog verwerkt met andere informatie, hier van het evenwichtsorgaan. Je ziet niet zuivere en ongefilterde beelden als van een camera, maar beelden die al een bewerking hebben ondergaan  .
    De natuur heeft als een van zijn vaste gewoontes om werkende zaken her te gebruiken. Het is goed voorstelbaar de uitkomst van het onderzoek over letterherkenning op dezelfde manier tot stand komt: de optische informatie, het plaatje met de letters, gaat eerst door een vorm van verwerking met andere processen. Een van die processen werkt voor gelovige mensen kennelijk anders dan voor niet-gelovigen. Voor wie het laatste bronartikel heeft gelezen of iets weet van Fourier analyse  : de snelle herhaling van kleine letters geeft meer hoge frequenties in het spectrum dan de grote letter die ze tezamen vormen - om lage frequentie waar te nemen zijn grotere structuren nodig dan hoge. Die laatste zaken weet iedere musicoloog ook: een "krassende" viool maakt meer hoge tonen dan een piano-aanslag van dezelfde toon, en een contrabas is groter dan een viool.

Lorenza Colzato van het gelovigen-onderzoek is bijzonder voorzichtig en zelfs weigerachtig om andere conclusies uit de resultaten te trekken, maar die remmingen hoeven wij niet te hebben. Want die conclusies zijn volkomen in overeenstemming met de verwachting die we al hadden uitgesproken op grond van gezond-verstand beschouwingen gebaseerd op andere wetenschappen: de religieuze houding veroorzaakt beperkingen op de hogere niveaus van denken - die niveaus die minder aangesproken worden als je je minder vragen stelt  . In termen van de uitleg met de analyse met frequenties en de bijbehorende muziekinstrumenten: om de grote letter waar te nemen is een groter denkraam nodig.

Het is zelfs mogelijk deze scheiding te lokaliseren. Want rechts is weergegeven een onderzoek naar de beperkingen die mensen met hersenschade ten toon spreiden bij het reproduceren van een soortgelijke tekening als boven (van hier  ). Degenen met de schade in de rechter hersenhelft raken duidelijk een flink deel van het globale beeld kwijt, de getroffenen in de linker hersenhelft nog veel duidelijker het zicht op de details.

Die (mogelijke) beperkingen in het denken van de gelovigen zijn terug te zien in hun houding ten opzichte van de meeste cognitieve zaken, want waar je niet goed in bent of tegen je standaardpatronen ingaat, trekt je ook meestal niet aan. Die beperkte aantrekkingskracht van religieuzen voor cognitieve zaken is ook duidelijk terug te vinden in de houding ten opzichte van onderwijs, die in Nederland redelijk goed te bepalen is door te kijken naar de meest religieuze groep in Nederland: de moslims. Dit geeft resultaten die volledig in overeenstemming zijn met de conclusies uit de onderzoeken   - daarmee de hoofdconclusie: religie is slecht voor de cognitieve capaciteiten, verder verstevigend.

Er is wat dat betreft nog een parallel te trekken. Er is ook een natuurlijke vorm van hersenbeperking, genaamd autisme. De autist verhelpt zijn tekortkomingen in het omgaan met de voor hem te hoge wispelturigheid van de gewone wereld door het aannemen van strakke gewoontes en routines - rituelen. Rituelen lijken ook een integraal deel uit te maken van vrijwel alle religies. Ze hebben voor een belangrijk deel natuurlijk dezelfde functie: het voorkomt de noodzaak voor het maken van keuzes.

Het neuro-psychologisch onderzoek boekt ook vooruitgang in de zoektocht naar de oorsprong van het godverschijnsel (uit: DePers.nl, 03-12-2009, door Marcel Hulspas):

  Gelovige weet wat zijn God goed vindt

Gelovigen weten niet altijd wat God van actuele kwesties vindt, maar als ze er even over nadenken, blijkt dat God het opvallend vaak met hen eens is. Dat is de uitkomst van een serie onderzoeken uitgevoerd onder leiding van de Amerikaanse economisch psycholoog Nicholas Epley van de Universiteit van Chicago, deze week verschenen in de Proceedings of the National Academy of Sciences.
    ...Daarbij vroegen ze de deelnemers naar hun mening omtrent bepaalde actuele kwesties, zoals de doodstraf, en wat ze dachten dat de mening was van bekende personen zoals de president, bepaalde sporters en Bill Gates, maar ook van de gemiddelde Amerikaan – en ook van God. Steevast bleek dat gelovige proefpersonen ervan overtuigd waren dat andere mensen er wellicht andere opvattingen op na hielden, maar dat God het met hen eens was. Proefpersonen die een lezing moesten voorbereiden en geven over een bepaald onderwerp, en daarna van mening waren veranderd, meenden dat ook God zijn mening had herzien.
    Om te onderzoeken of het hier wellicht alleen maar om sociaal wenselijke antwoorden ging, voerden de onderzoekers ook een experiment uit waarbij proefpersonen in een scanner werden gestopt, en hetzelfde type vragen moesten beantwoorden. De scans lieten zien dat als proefpersonen nadachten over wat God zou vinden dezelfde hersengebieden actief werden als wanneer ze nadachten over wat zijzelf vonden. God en ‘mezelf’ zijn voor veel gelovigen grotendeels dezelfde.

Het is dan het meest simpel om te veronderstellen dat deze dingen die hetzelfde doen ook hetzelfde zijn: dat het denkbeeld van "God", op het moment van bevragen een neurologisch proces in de hersenen, samenvalt met het neurologische proces dat aan het werk is als men het heeft over zichzelf, oftewel het niet eens nieuwe idee dat mensen hun eigen bewustzijn op het idee "God" projecteren. Wat met de resultaten van ander onderzoek zelfs nog wat nauwer te preciseren is: het gaat hier om dat deel van het bewustzijn dat ook de morele afwegingen maakt  . En dan is het ook weer geen wonder dat het idee van een "God" zo universeel voorkomt - bij mensen met een bewustzijn. 

Hier is tot nu toe de generiek term "geloof" of het synoniem "religie" gebruikt. De conclusies gelden echter niet voor alle versies en varianten in geloof in gelijke mate. Logisch is dat naarmate een individu sterker gelooft, de effecten sterker zullen zijn. En ook dus naarmate een geloof sterker is, de effecten sterker zijn. Hier slaat "sterkte" voornamelijk op hoe de geloofsartikelen staan in betrekking tot de reŽle wereld. Hoe meer een geloof zegt over de reŽle, materiŽle, wereld en hoe daarover te denken, hoe meer het de perceptie veranderingen van de werkelijkheid blokkeert. In het algemeen kan je zeggen dat de joods-christelijke-mohammeddaanse godsdiensten met een almachtige god die de hele wereld bestiert daarin het ergst zijn, en daarbinnen is de islam-versie het ergst gevolgd door de joodse - uiterlijke overeenkomsten tussen die laatste twee zijn voedsel- en kledingsvoorschriften. Het minst erg zijn de christelijke "ietsisten" ("Er bestaat wel ik iets bovennatuurlijks maar ik weet niet zo goed wat") en diverse Aziatische godsdiensten. Sommige van de laatste zijn misschien zelfs positief in dit opzicht - men denke aan zenboeddhisme. Lorenza Colzato wil nader onderzoek doen in die richting.

Maar het argument over de zelf-opgelegde beperking aan het denken geldt natuurlijk niet alleen voor geloof. Ook de niet-gelovige mens kan ideeŽn koesteren die hem het waarnemen van de werkelijkheid hinderen. Dat zijn vrijwel altijd idealen of ideologieŽn. Een ideaal of ideologie is een vooropgezet idee over hoe de werkelijkheid zou moeten zijn, dat niet door diezelfde werkelijkheid bijgesteld kan of mag worden. Puur en alleen de daardoor normaliter groeiende discrepantie tussen ideologie en werkelijkheid, en de noodzaak om deze neurologische processen in de hersenen gescheiden te houden, ontstaan er in de hersenen andere processen die een kenmerkende uitingsvorm hebben (uit De Volkskrant, 18-12-2009, column door Nausicaa Marbe):
 
  Een jeugdvriendin is voortvarend aan het radicaliseren. Deze voormalige wetenschapper vindt nu haar heil in aura’s, chakra’s en gebedsgenezing. Ze is streng in de leer. Zitten we ergens, komt eerst de pendel tevoorschijn die de ‘energie’ van de plek moet meten. Genante taferelen, zelfvoldane preken, dedain. Ik zwijg en hoop maar dat het overwaait.
    Maar dat is buiten de woekerdrift van de orthodoxie gerekend. Bekering is het doel. Ik begreep dat toen zij in een esoterische winkel ging samenzweren met de eigenaresse. Ze wilde een boek voor de ‘verdwaalde’. Dat was ik. Makkelijke lectuur graag, want ik was – ze zei het met medelijden en afkeer – ‘totally ignorant’.
    Toen brak mijn klomp. Sinds de eerste dag van de basisschool zijn we onafscheidelijk. Dictatuur, emigratie, alles overleefd. En ineens word je te kakken gezet tegenover de eerste de beste wierookboerin van de juiste leer. Al het persoonlijke, intieme, gezamenlijk meegemaakte en opgebouwde is naar de ratsmodee.
    Zo werkt fundamentalisme: ontmenselijking van relaties, afkeer van eigenheid, weg empathie en ontspanning in de omgang. De rede duikt onder en houdt zich koest. Zo verzieken niet alleen persoonlijke, maar ook maatschappelijke verhoudingen. Met naargeestigheid als toegift.

Wat hier beschreven staat voor een alternatieve vorm van geloof, is alle vele malen eerder beschreven voor alle andere geloven en ideologieŽn.

En al even bekend zijn de verhalen over het omgekeerde proces, voor mensen die van hun geloof of ideologie willen afkomen. Omdat het zo'n verweven en verknoopte zaak is, vergt dat normaliter een proces van vele jaren om daar weer vanaf te komen  . Een methode om van al dit problematiek (sneller) af te komen is beschreven hier  .

Ook voor de niet-religieuze versies van ideologie bestaat er een variatie in ernst, met het verschil dat die variatie hier veel groter is - sommige idealen lijken noodzakelijk voor vooruitgang, en sommige ideologieŽn zijn beslist even schadelijk als godsdienst. Een belangrijke factor hierin lijkt de inspiratiebron ervan: ligt die bij hoop en verwachting, of bij angst en cynisme -  dit komt in belangrijke mate overeen met de houding achter het linkse en het rechtse denken. Omdat het rechtse denken net als religie voor een flink deel gebaseerd is op angst, zie je daar ook overeenkomstige processen als boven beschreven  . En omdat het linkse denken sterk beÔnvloed is door ideologie, zie je ook daar dezelfde praktische fouten als de gelovigen en de rechtsen maken  . De gevolgen van de discrepantie tussen het ideologische denken en de werkelijkheid zijn te zien in diverse psychologische problemen, zoals cynisme  en depressie  . En voor gelovigen weer specifieke eigen zaken  .

Tenslotte is er nog een belangrijk aspect aan het religie en denken verhaal, en dat is dat van de generaties. We hebben hier gebruik gemaakt van de wetten en regels van de evolutie, maar die slaan ook op het doorgeven van dit soort eigenschappen naar volgende generaties. In hoeverre is het zo dat als een groep religieuzen een huwelijkspatroon heeft dat ze grotendeels tot de eigen groep beperkt, de eigenschappen van de beperkte hersencapaciteiten reeds bij geboorte doorgegeven worden? Een vraag waarmee je als onderzoeker op nog meer problemen kan stuiten. Want religieuzen vormen nog steeds een grote meerderheid in de hele wereld, en sommige van die geloven zijn erg trots op hun eigen "prestaties" - joden achten zich het uitverkoren volk, en bij de moslims is dat nauwelijks minder - die zien in iedere kritische beschouwing van hun geloof aanleiding voor reacties lopende van diepe afkeer tot geweld.

Maar ook zonder dat hier expliciet wetenschappelijk onderzoek naar gedaan wordt, zullen we als mensheid over een paar decennia het antwoord op die vraag wel kennen. Want door maatschappelijke ontwikkelingen over de laatste drie tot vier decennia is hierin al een grootschalig experiment begonnen, met de import van honderdduizenden en miljoenen moslims in diverse West-Europese landen. De eerste deelresultaten geven vooralsnog geen aanleiding om de doorgeef-variant uit te sluiten.

Meer over de hersenstructuren achter dit algemene proces hier  .


Naar In het kort  , Religie, nut  , Wetenschap en religie  , Psychologie lijst  , Psychologie overzicht  , of site home  .