De Volkskrant, 18-11-2011, column door Sylvia Witteman 18 nov.2011

Geloof

Tussentitel: Zodra je jongste niet meer in Sinterklaas gelooft, ben je weer een stapje dichter bij het graf

Dat sinterklaasgedoe is weer in volle gang. Jarenlang kon ik maar weinig geduld voor die hele toestand opbrengen, vooral omdat ik in Amerika woonde, waar het leven van oktober tot januari tóch al krioelde van de pompoenen, heksen, kalkoenen, vliegende rendieren, moddervette Coca-Cola-santaclausen met plastic arrensleeën in shopping malls vol kunstsneeuw, Frosty the Snowman en zenuwachtig knipperende lampjes, plus door dat hele continent, van de permafrost in Alaska tot de palmen in Miami, die alomtegenwoordige Notenkrakersuite; daar kon ik die goedheiligman eigenlijk niet meer bij hebben, laat stáán dat paard op het dak, en dan nog elke keer die zwarte Pieten moeten uitleggen aan die verontwaardigde Amerikanen, nee.

Maar je ontkomt er niet aan, als Hollander overzee met drie kinderen. Bevriende en verwante landgenoten, bevreesd dat wij in dat verre buitenland van winterse feestvreugde verstoken waren (quod non, zie boven) stuurden jaarlijks kisten vol sinterklazigheden, met zóveel inzet dat ik nog steeds wit uitgeslagen chocoladeletters en verpulverde taaitaai terugvind in verhuisdozen. Muizen bovendien, niet alleen in groen en rood zilverpapier gevuld met suikersnot, maar ook échte, dikke, grijze gevuld met achterstallig snoepgoed, die bij ontdekking een goed heenkomen zoeken achter de plinten.

Mijn dochter en oudste zoon zijn inmiddels al geruime tijd geleden van hun geloof gevallen, maar het kleintje van 7 houdt stug vol, ondanks de lage laster waarmee hij door vroegwijze schoolmakkertjes wordt bestookt. 'Ze zeggen allemaal dat júllie de cadeautjes kopen...', zegt hij schamper. 'Maar dan zeg ik gewoon terug dat jullie daar veels te gierig voor zijn.'

Dat is inderdaad een mythe die ik al jaren volhoud, om premature ontmaskering van de Sint in de kiem te smoren. Zal ik hem dan nu eindelijk maar de waarheid vertellen? Nog maar even niet, want zodra je jongste kind niet meer in Sinterklaas gelooft, ben je weer een stapje dichter bij het graf.

Hoewel, er zijn natuurlijk grenzen. Het 8-jarig dochtertje van mijn zus belandde onlangs in een wel zéér schrijnende geloofscrisis, dat wil zeggen, schrijnend voor haar ouders. 'Ik weet wel dat jullie de kléine cadeautjes voor ons kopen', zei ze tegen haar moeder. 'Maar die gróte cadeaus, die kunnen jullie helemaal niet betalen. Die komen van...' Mijn zus bereidde zich voor op een schattig restje Sint-sentiment, maar niks hoor: 'Die komen van de óverheid', sprak het kind. Dat deed de deur dicht. Diep beledigd maakte mijn zus korte metten met deze blasfemie. De overheid is tenslotte het tegenovergestelde van Sinterklaas, laten we nou wel wezen.

Diep ontroerd ben ik intussen door mijn dochter. Zij wordt spoedig 14. Haar schoen zet ze natuurlijk nog steeds, naast die van haar broertjes, om het sprookje voor het kleintje niet te verstoren. Zo ook gisteren. Tegen tienen dacht ik: 'Kom, even de schoentjes vullen, voor ik het vergeet.' Die lange lijs hing nog met haar laptop op de bank. Ik nam wat lukrake happen van de worteltjes, en morste wat met het waterbakje voor het paard. Mijn dochter keek verstoord op. Toen liep ik naar de kast, om het lekkers te pakken. 'Niet doen!', riep het kind. 'Wacht, ik ga al naar bed. Ik wéét het wel, maar ik wil het niet zien...'.

Ze rende de kamer uit, naar haar veilige bed, waar Sinterklaas nog steeds bestaat.
 

IRP: 

 

Terug naar Termen, geloof  ,  Algemeen, overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]