De Volkskrant, 08-10-2005, door Barbara Oomen, jurist en politicoloog.

Kijk uit met culturele rechten

Tussentitels: Van Canada tot Nigeria woedt de controverse over sharia binnen de
                    democratie
                   Oude mannen profiteren in Zuid-Afrika het meest van erkenning
                    tradioneel recht

De multiculturele samenleving is niet gebaat bij nieuwe apartheid in de rechtszaal, waarschuwt Barbara Oomen

De discussie over de 'sluipsgewijze' invoering van de sharia in Canada doet sterk denken aan de zaak Amina Lawal. Net zoals bij de met steniging bedreigde Nigeriaanse ging het om ťťn element van de zaak, losgezongen van de context. Ook hier doken de media- en actiewereld plotseling collectief op iets dat allang speelde. De vermeende knauw die arbitrage door een moslimrechter aan de rechtsstaat toe zou brengen, leidde tot verhitte discussies op de radio en rondom het koffieapparaat. Vervolgens de officiŽle reactie: het haastig intrekken van de voorgenomen wetgeving door de provinciale overheid.
    En toen: stilte. Waarschijnlijk horen wij weinig meer over de Canadese moslima's, net zo min als over de Nigeriaanse vrouwen die krachtens de sharia worden veroordeeld. Zo gaat dat in een dramademocratie, zeker waar het vermeende vonken van moslimfundamentalisme betreft: een emmer water erover en snel door naar de volgende brandhaard.
    Toch verdient de discussie over de herinvoering van de sharia meer aandacht, zeker de context van het Canadese voorstel. In tegenstelling tot de berichtgeving gaat het hier helemaal niet om een incident, maar eerder om een zorgelijke trend: de druk om binnen een democratisch bestel culturele of religieuze rechten in te voeren.
    Canada is hierin duidelijk een voorloper. Het land is officieel tweetalig, kent speciale rechten voor inheemse volkeren als de InuÔt en allerlei juridische multiculturele experimenten. Nationale filosofen als Will Kymlicka pleiten expliciet voor minderheidsrechten, en een juridisch stelsel dat een veelkleurige lappendeken van regels en rechten is. Canada gaat misschien verder dan andere landen, maar is geen uitzondering. Op internationaal niveau hield de VN-ontwikkelings-organisatie UNDP vorig jaar ook een enthousiast pleidooi voor meer culturele en religieuze rechten. Daarbij ging het niet alleen om de erkenning van traditioneel gewoonterecht, maar ook van meertaligheid, politieke rechten voor specifieke religieuze groepen of van religieuze praktijken. En de recente VN-top besloot weliswaar niet bijster veel, maar wel om maar eens haast te maken met de wereldwijde rechten van inheemse volkeren, van de Maori in Nieuw-Zeeland tot de San in Botswana.
    In veel Zuid-Amerikaanse landen is dit al gebeurd, en hebben de pueblos indŪgenas - zoals de bolhoeden in Bolivia - op grond van hun anderszijn speciale rechten op land en op zelfbestuur. De Ethiopische grondwet gaat nog verder en bepaalt dat ontevreden culturele, etnische en religieuze groepen zich gewoon af 'mogen scheiden van de natiestaat. India, IndonesiŽ, Irak: veel van de politieke hervormingen van het moment betreffen speciale rechten op basis van religieuze of culturele achtergrond.
    In Europa gaat het langzamer, maar de trend is ook daar onmiskenbaar. Het UNDP-rapport roemt de federale Belgische staatsstructuur, en de vormen van autonoom bestuur in Baskenland, om van Zwitserland maar niet te spreken. In Nederland ligt het accent eerder op het gelijkheidsdenken, getuige de recente uitspraak om de SGP subsidie te onthouden. Hoewel het bijzonder onderwijs blijft een intrigerende uitzondering, een regeringsnota bejubelde vorig jaar de Nederlandse waardenpluriformiteit, en in het strafrecht duikt de discussie over de erkenning van het culturele gewicht van bijvoorbeeld eerwraak regelmatig op.
    Cultuur, zo lijkt het, is steeds meer een centrale bouwsteen in een modem staatsbestel.
De voorstanders van deze ontwikkeling komen uit twee kampen. Ten eerste de pragmatici, die Yeats' dichtregel als adagium zouden kunnen hebben: things fall apart, the center cannot hold. Natiestaten brokkelen als een te hoog opgestookte kaasfondue uiteen, en culturele rechten zijn de scheut wijn die nog redding kan brengen. Het standpunt kan nog pragmatischer, zoals ook in Canada te horen viel: deze postmoderne soevereiniteit in eigen kring is gewoon veel goedkoper, en ontlast het rechterlijk apparaat. .
    Dan zijn er natuurlijk de idealisten, die vinden dat door de normen, gebruiken en instituties van culturele en religieuze groeperingen te erkennťn de democratie beter, dieper en veelkleuriger wordt. De regenboognatie boven de eenheidsworst, zogezegd.
    Beide kampen maken dezelfde denkfout: zij zien recht alleen als een reflectie van wat er in een samenleving speelt, en gaan voorbij aan de vormende rol van (rechts-) instituties. Toch is recht niet alleen een spiegel van, maar ook een mal voor sociale verhoudingen. Daarom is het goed dat de Canadese overheid zich heeft bedacht.
    Een schijnbaar vergezocht, maar treffend voorbeeld: het oude Zuid-Afrika. Apartheid was natuurlijk in extreme mate gebaseerd op het idee dat 'iedere culturele groep rechten in een eigen sfeer moest kunnen genieten, en het eigen ontwikkelingspad volgen'. Om deze visie te verwezenlijken deporteerden Verwoerd en de zijnen in de jaren na de Tweede Wereldoorlog ruim drie miljoen mensen en stampten zij thuislanden als Boputhatswana en Lebowa (alleen geliefd om de postzegels) uit de grond. Zij benoemden stamhoofden waar deze nooit bestonden, en gaven hun wetboeken vol 'traditioneel recht' mee om toe te passen.
    En - surprise! - een paar decennia later was deze met wetten en bulldozers opgelegde droom werkelijkheid geworden. Vochten Zulu, Sjangaan en Venda om het behoud van hun 'thuisland' en 'traditionele' chief, ook al was deze ooit gewoon uit de bosjes geplukt.
De Zuid-Afrikanen hadden de door het recht geschapen nieuwe categorieŽn en identiteiten geadopteerd. Niet klakkeloos, en ook niet altijd, maar toch onmiskenbaar.
    Maar, sputtert u, wat heeft dit met Canada te maken? Apartheid was toch opgelegd, en sloot mensen op in hun cultuur. Terwijl een Canadese moslima een keuze heeft. Zij hoeft toch niet naar de islamitische arbiter, maar kan met haar huwelijksperikelen ook naar de gewone rechter stappen?
    Hier is het raadzaam om de Zuid-Afrikaanse videoband een stukje vooruit te spoelen, tot na de democratisering. Juist in Zuid-Afrika, waar zo hard was gevochten voor het wegvagen van verschil, had je verwacht dat culturele rechten bij de eerste onderhandelingsronde zouden sneuvelen. Had Nelson Mandela immers niet gezegd, vlak voordat hij voor 26 jaar de gevangenis inging, dat een land met gelijke mogelijkheden voor iedereen het ideaal was waarvoor hij 'wilde leven, maar zo nodig ook wilde sterven'. En zei aartsbisschop Tutu in de jaren tachtig niet dat 'wij zwarten het begrip etniciteit verfoeien'?

Toch speelt cultureel verschil een centrale rol in het nieuwe Zuid-Afrikaanse staatsbestel. De grondwet wemelt van de taalrechten, andere minderheidsrechten, de culturele en religieuze raden, de ruimte voor gewoonterechtspraak en de erkenning van traditionele leiders. De redenen hiervoor lopen uiteen. Het adopteren van de tijdens de apartheid opgelegde identiteiten speelt een rol. Maar ook pragmatische overwegingen, zoals de manier waarop traditionele rechtbanken - onder de boom, zonder ingewikkelde procedureregels - de staatsrechters kunnen ontlasten.
    En natuurlijk zweeft Zuid-Afrika hiermee mee op de bredere tijdsgeest, waarin cultuur zo'n belangrijke rol heeft gekregen. Globalisering, zo blijkt steeds vaker, versterkt verschil eerder dan dat zij dit wegvaagt. Toeristen willen authentieke Indiaanse dansen zien, Amerikanen willen graag Franse kazen eten die nog ruiken naar de stal, en al die contacten wereldwijd - live of virtueel - maken mensen extra bewust van hun culturele wortels. .
    Wat misschien interessanter is dan de redenen voor het opnemen van al die culturele rechten in de Zuid-Afrikaanse grondwet, zijn de gevolgen. Juist in Zuid-Afrika lijkt zich eerder een versterking dan een afname van cultureel verschillen te voltrekken. Het parlement bestaat niet meer uit grijze pakken maar vooral uit Zulu-gewaden, hoofddeksels van kralen en een enkel kakipak in 'boerestijl'. Prominente leden van het regerende Afrikaans Nationaal Congres (ANC) halen hun banden met 'hun' traditionele leiders aan, en raadplegen sangoma's, traditionele genezers.
    Ook heeft het stempel van goedkeuring dat de staat met deze grondwet afgaf aan allerlei culturele en religieuze instituties geleid tot een versterking van die clubs. In de groene bergen in het noorden van Zuid-Afrika vertellen dorpelingen dat zij de ooit wegens wanbeleid verjaagde chief maar terug hebben genomen, want 'de overheid vindt de traditionele leiders belangrijk'. Onder de vergaderboom krijgen mishandelde vrouwen die naar de staatsrechter wilden op hun kop onder het motto: 'dit is het nieuwe Zuid-Afrika, alles gaat eerst via de chief.'
    Ook identificeren plotseling allerlei mensen die in het oude Zuid-Afrika als kleurling te boek stonden zich als San, of als Griqua. Vaak omdat zo'n 'inheemse' identiteit de weg opent naar grond- of diamantrechten, naar conferenties voor inheemse volkeren en naar ontwikkelings-projecten. Hoewel zij ook deuren sluit. Zoals een Griqua klaagde: 'Als je dan plotseling tot zo'n inheems volk behoort, moet je eigenlijk ook alleen nog maar jagen, je kunt niet meer vragen om een fabriek in de buurt voor de werkgelegenheid.' Want de crux in de discussie over culturele rechten is natuurlijk wie vaststelt wat deze zijn. Wie, in een glibberige en steeds onderhandelde brij als cultuur, heeft de macht van de definitie? Wie gaat bijvoorbeeld in het Irak van nŠ het referendum over de - ook al zo cultureel en religieus geladen - grondwet uitm~ken wat de soennitische, shi'itische en Koerdische rechtstraditie is?
    Er bestaan vergeelde foto's uit vrijwel alle voormalig koloniŽn (Brits, Frans, Nederlands) met ambtenaren die uit monde van de verzamelde stamhoofden het 'inheemse recht' optekenen. Dit was een vrij geÔdealiseerde versie, waarin juist een centrale rol weggelegd was voor oude mannen, zeker stamhoofden. Ook al erfden vrouwen in de praktijk grond, of mochten zij best iets zeggen in een rechtszaak, de ambtenaren kregen dit niet te horen. Of deden het af als ontraditioneel. De hedendaagse Zuid-Afrikaanse praktijk is niet veel anders: in het vastleggen van gewoonterecht zijn het nog steeds de chiefs die het hoogste woord mogen voeren en hun versie van de gewoonte in het graniet van het recht bikken.
    Zo ook op de conferenties over inheemse volkeren, en in veel nationale discussies over culturele rechten. Wie op zoek is naar een cultuurdrager komt al snel uit bij de oude mannen, de patriarchen. En gaat daarmee voorbij aan de bittere gevechten die vaak binnen een cultuur spelen over de juiste interpretatie van de geschiedenis, de islam, of de katholieke canon. De Canadese overheid wilde niet een alternatieve lezing van de sharia erkennen, maar juist de door de imam gesanctioneerde versie.
    Juist daarom is het extra belangrijk om te beseffen hoe het recht niet alleen spiegelt, maar ook vormt. In het oude Zuid-Afrika, maar ook in de hedendaagse westerse wereld met haar schijnbare keuzevrijheid. Een overheid die in het juridisch bouwwerk kamers inruimt voor moslims en joden, of voor Roma en Hindoestanen, trekt daarmee ook muren op tussen deze groepen. Daaraan doet de verzekering dat je zo'n kamer vrij in en uit mag lopen niets aan af. Want ja, een Canadese moslima had de vrijheid gehad om ook naar de staatsrechter te gaan. Maar als er ook een islamitische rechtbank is, met een stempel van goedkeuring van de overheid, is zo'n stap toch net iets lastiger.
    Wij leven in multiculturele samenlevingen, en het is van belang om dit in het recht door te laten klinken. Maar dit kan op hele andere, en veel betere manieren dan via culturele rechten. Door wetten te enten op de rechtstradities van alle burgers. Door alle groepen ook echt mee te laten spreken in discussies over nieuwe wetgeving. Door de rechterlijke macht een afspiegeling te laten zijn in de maatschappij, ook in de manier waarop zij burgers die met justitie in aanraking komen tegemoet treedt. Door kinderen, en hun ouders, te leren over de historische ťn de multiculturele wortels van klassieke grondrechten als het gelijkheidsbeginsel, de godsdienstvrijheid of de vrijheid van meningsuiting. .
    Het diepgewortelde besef dat er regels zijn die voor alle bevolkingsgroepen gelden, en rechten waarop iedereen een beroep kan doen, emancipeert niet alleen, maar bindt ook.
De Canadese moslima met de InuÔt-landgenoot, de francofoon en de Engelstalige, mannelijke en vrouwelijke Canadezen. En het is juist die juridische bindingskracht die de hedendaagse multiculturele democratieŽn vaak veel harder nodig hebben dan culturele rechten. In Zuid-Afrika, in Canada en natuurlijk ook in Nederland.


Terug naar Religie en ratio , Psychologie lijst , HiŽrarchie psychologie , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]