De Volkskrant, 11-10-2006, door H.J. Schoo

De terugkeer van de religie in de geschiedenis

Gods grote broer

Dankzij de strijdbare aanhangers van de islam durft het christendom zich weer nadrukkelijk te vertonen. Een nieuw geestelijk klimaat doet zijn intrede in West-Europa. Dit religieus triomfalisme heeft aanmatigende kanten.


Tussentitels: De islam heeft alles wat het Europese christendom tegenwoordig ontbeert
                   Als het geloof zo geweldig is, waarom dan die pathetische claims?

Als het over geloof gaat, raken we langzamerhand weer aan heel wat gewend. De jijbak die aanhangers van het Verlichtingsdenken voor gelovigen uitmaakt. De minister van Justitie die doodleuk beweert dat we allemaal fundamentalisten zijn – en dat de sharia ook kan, mits constitutioneel correct doorgevoerd. De minister van Onderwijs colporterend met Intelligent Design – als tegenwicht voor de ‘eenzijdige’ evolutieleer én als middel om islamitische leerlingen bij de Nederlandse les te houden. De minister van Ontwikkelingssamenwerking, zo barstensvol respect voor religie dat ze er nog meer van in het Nederlandse hulppakket wil stoppen. De burgemeester van de hoofdstad, zelf goed seculier, die al jarenlang als zijn overtuiging uitvent dat religie helpt om de boel bij elkaar te houden. En dan hebben we het alleen nog maar over onze eigen binnenlanden en laten we – ’s lands wijs is nu eenmaal ’s lands eer – de Amerikaanse president buiten beschouwing, evenals andere buitenlandse dignitarissen die God te pas en te onpas bij de staatszaken betrekken.
    Dichtbij of veraf: de teneur in het publieke debat is tegenwoordig dat geloof er weer helemaal bij hoort, ertoe doet, belangrijk en respectabel is. Afgeschreven, een intellectuele woestenij, irrelevant, een illusie (Freud), opium van het volk (Marx)? Die tijd is voorbij. Uit dode zijarmen keert het geloof terug naar de hoofdstroom van de geschiedenis. Het is niet achterlijk, sterft niet uit, zoals waanwijze seculieren lange tijd hebben gedacht. Geloof is van alle mensen en alle tijden. Het is een vanzelfsprekende norm, onze ‘natuur’ zogezegd: de mens is ongeneeslijk religieus, niet-geloven het tragische lot van een minieme, dolende minderheid. Geloof is ook nog eens goed voor ons; het verschaft gewone stervelingen een vaste burcht, biedt gemoedsrust, identiteit, individueel en collectief, verzet bergen, bindt mensen aaneen tot sterke gemeenschappen. Het geloof, heet het, fundeert en onderhoudt onze – publieke – moraal en houdt de zielenknijper buiten de deur. Het is deze utilitaire kant die zelfs seculieren heden ten dage mild over religie stemt.
    Al die hoeraatjes voor het geloof hebben iets triomfantelijks – en daarmee ook een schrille bijklank. Er klinkt geen oprechte blijdschap in door, eerder bitterheid over het jarenlange verlies aan macht en intellectueel aanzien van religie, althans het christendom. De hoeraatjes hebben ook iets overbodigs: als het geloof al die wonderen verricht, waar zijn die luide aanprijzingen dan voor nodig? Het onderstreept nog eens dat het Europese christendom na jaren van secularisatie de ziel heeft van een verdrukte minderheid. Men weet zich verliezers, gekoeioneerd en geridiculiseerd door een arrogant secularisme en een samenleving die geen oog heeft voor het sacrale.

Respect
Onder die omstandigheden verschijnt Allah niet als bedreiging ten tonele, maar als potentiële bondgenoot. De islam heeft alles wat het Europese christendom, vooral het protestantisme, tegenwoordig ontbeert. Het manifesteert zich zelfbewust, is strijdbaar, laat niet met zich spotten, eist z’n rechten op, inspireert gelovigen. De seculieren blijken ook nog eens bang voor de islam. Voor de halfzachte God van de christenen haalden ze hun schouders op, de almachtige Allah boezemt ontzag in. Het ligt eigenlijk ook wel voor de hand om daar als christenen van mee te profiteren en op de bandwagon van de islam te springen. Als Allah bescherming verdient tegen godslastering, dan God ook. Als moslims respect eisen voor hun geloof en gevoeligheden, dan christenen ook. God staat er niet meer alleen voor, grote broer Allah is met hem. Dat dwingt pas respect af. Voor het eerst in lange tijd zijn de seculieren zelfs in het defensief. Gelovigen – christenen en moslims – praten eindelijk weer terug. Misschien breekt de tijd nog aan dat christenen in eigen land niet langer worden gediscrimineerd – dankzij de islam.
    Evenzogoed blijft het een triomfalisme dat in het donker fluit. Ogenschijnlijk zeker van zijn zaak, maar tegelijk een klein, angstig hartje. Waarom, als het geloof zo geweldig is, die pathetische claims? Waarom de agressieve toon? ‘Er zijn twee dingen’, beweerde de PvdA’er Thijs Wöltgens deze zomer op een conferentie over geloof en politiek van de Wiardi Beckman Stichting, ‘die voor mensen die zich seculier achten, heel moeilijk te accepteren zijn. Ten eerste de stelling dat iedereen religieus is – een stelling waar ik echt van overtuigd ben. Geloof is iets heel natuurlijks.’
    Alles zit hierin. Triomfalisme, annexatiedrang, verongelijktheid, afkeer van tegenspraak: niet-geloven bestaat niet, geloof is natuurlijk, iedereen is religieus, ook wie zich seculier acht. Hier is geen argumenteren tegen. Normaal gesproken is de stelling dat iedereen religieus is weerlegd zodra je een niet-gelovige hebt gevonden. Maar Wöltgens maakt zijn stelling onweerlegbaar door van alles en nog wat tot geloofsdaad te rekenen. En mijn idee dat ik niet geloof als een waan te beschouwen. Zo heb je natuurlijk altijd gelijk.
    Om ieder misverstand te voorkomen: Wöltgens zei op die conferentie ook verstandige dingen. Toch is zijn bijdrage – en het feit alleen al van die conferentie – tekenend voor een nieuw geestelijk klimaat dat met de islam zijn intrede in West-Europa heeft gedaan. Het verheugt zich niet in de vanzelfsprekende godsdienstvrijheid die op het oude continent heerst, bemoeit zich niet met de eigen geloofsinhoud, richt zich niet op de eigen gemeenschap van gelovigen of verkettert als vanouds elkaars geloof niet. Nee, gelovigen lijken geobsedeerd door de ongelovigen.
    Geloof is van alle mensen en alle tijden, claimen ze, een universalium, zouden cultureel antropologen zeggen. Ongeacht tijd en plaats ‘doet’ iedereen eraan, de mens heeft er een instinct voor, of, in een nieuwer idioom, is in het bezit van een religie-gen. Wie niet gelooft, is zo bezien tegennatuurlijk en plaatst zich regelrecht buiten de mensengemeenschap. Het maakt de aanspraak op de universaliteit van het geloof tot een totalitaire. Alleen al daarom zou het nuttig zijn als we met z’n allen onderkenden dat geloof níét van alle mensen en alle tijden is, maar een historisch verschijnsel. Ooit kenden de mensen geen religie; de behoefte eraan ontstond pas door de onzekerheden van de landbouwsamenleving. Ook tegenwoordig kennen heel veel mensen geen religie. Sterker nog: ook het allerlaatste SCP-rapport laat weer zien dat het geloofsverval in Nederland gestaag voortschrijdt.
    Het toont aan hoe misplaatst het nieuwe religieuze triomfalisme eigenlijk is. Geloven is niet de norm, ook al zijn er anderhalf miljard moslims en om en nabij evenveel rooms-katholieken. Zij zijn met velen, hun macht van het getal is aanzienlijk, maar ze hebben daarmee nog niet de waarheid in pacht. Of voegt die zich uiteindelijk naar de macht van het getal?


Terug naar Religie en ratio , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]