Dagblad De Pers, 11-01-2008, door Marcel Hulpas.

 

Filosofie | Geloof versus wetenschap

Kiezen tussen God en chaos

Vertoont de kosmos een goddelijke orde of is ze het resultaat van toeval? De discussie over Intelligent Design laat zien dat deze vraag nog steeds actueel is. Historicus en filosoof Marinus de Baar zocht de eeuwenoude wortels van dit debat.


‘De overtuiging dat de natuur een goddelijke orde is, gaat terug tot in de Oudheid. Maar in de 17e en 18e eeuw werd dit bijna een obsessie, vooral uit angst voor het opkomend atheïsme. Er was sprake van een revival van de opvattingen van de filosoof Lucretius, die had gezegd dat de orde van de natuur is voortgekomen uit toevallig samenklonterende atomen. Met vallen en opstaan zouden volgens Lucretius organismen zijn ontstaan die voldoende orde en organisatiegraad hadden om te kunnen overleven. Daarbij hoort een wereldbeeld waarin de natuur nooit ‘af’ is, niet statisch is maar dynamisch, veranderlijk. De verdedigers van het christendom hebben alles uit de kast gehaald om dit te bestrijden.’
    ‘Volgens Jonathan Israel speelde de filosofie van Spinoza, die God en natuur aan elkaar gelijkstelde, in die tijd een doorslaggevende rol. Spinoza heeft de denkkaders helpen verruimen en leerde kritisch te staan tegenover geopenbaarde waarheden. Maar hij alleen had de overgang naar een dynamisch natuurbeeld niet kunnen bewerkstelligen; daarvoor moest men toch ‘met de laarzen in de modder’: afdalen in mijnschachten, fossielen onderzoeken en feiten vaststellen. Fossielen hebben een erg belangrijke rol gespeeld. Ze leken zo sterk op organismen dat ze om een verklaring schreeuwden: of dat nu binnen of buiten de religieuze verklaringskaders was of niet. Zo werden in 1773 in Chatham de gefossiliseerde restanten van een nijlpaard gevonden. Zoiets gaf wel te denken! Was het klimaat in Engeland veranderd? Andere fossielen gaven aan dat er soorten uitgestorven waren. Konden er wellicht ook nieuwe soorten ontstaan?’
    ‘Tijdens mijn promotieonderzoek ontdekte ik een bijna vergeten maar zeer originele denker op dit terrein: Le Guay de Prémontval. Tegenstanders van het toeval hanteerden graag de metafoor dat uit toevallig bij elkaar geworpen letters nooit spontaan alle versregels van Vergilius’ heldendicht Aeneïs zouden kunnen ontstaan. Bedoeld werd natuurlijk dat uit het toeval van samenklonterende atomen nooit deze geordende natuur zou kunnen ontstaan. Prémontval kwam echter met wat we tegenwoordig een gedachte-experiment zouden noemen: probeer het maar eens met vier letters, zei hij, de “a”, de “r’, de “m” en nogmaals de “a”. In vierentwintig keer proberen (we stoppen ze in een fles en laten ze er willekeurig uitkomen) moet daar de combinatie ‘arma’ uitkomen, het eerste woord van de Aeneïs. Als je maar lang genoeg probeert, komt alles (de hele Aeneïs) op zijn pootjes terecht. Een heel interessant argument als je bedenkt dat een van de grondleggers van de theorie van Intelligent Design, William Dembski, argumenteert dat een sonnet van Shakespeare (dat staat bij hem voor de complexiteit van genetische structuren) zodanig ‘gespecificeerd complex’ is dat het volgens hem nooit uit het toeval zou kunnen voortkomen. Le Guay de Prémontval wist al beter.’
    ‘Intelligent Design stelt dat de levende natuur dermate complex is dat deze nooit verklaard kan worden zonder de hulp in te roepen van een bovennatuurlijke, intelligente ontwerper. Inhoudelijk komt men met nieuwe argumenten: de zogenoemde ‘onherleidbare complexiteit’ van delen van organismen, zoals het oog of de zweepstaart van bepaalde bacteriën, maar als je kijkt naar de vorm van redeneren is er weinig veranderd: vanuit de complexiteit (geordendheid) van een natuurlijk organisme redeneert men naar een bovennatuurlijke oorzaak. Ik kan daar heel wat voorbeelden en voorgangers uit de 17e en 18e eeuw van geven. Maar toen al werd een dergelijke stap verworpen. En er is geen enkele rechtvaardiging om van een geconstateerde orde in de natuur terug te redeneren naar een bovennatuurlijke oorsprong daarvan. Dan geldt nog steeds het argument van de Schotse filosoof David Hume: ‘Why not stop at the natural world?’ Waarom verklaren we de natuur niet uit de natuur zelf, zonder er iets bij te halen dat aan de natuur vreemd is, de bovennatuur?’
    ‘Aanhangers van een goddelijke orde en van Intelligent Design kunnen al bij Hume, maar bijvoorbeeld ook bij Immanuel Kant lezen waarom hun streven God te ‘bewijzen’ gedoemd is te falen. Beiden hebben samen tien argumenten gegeven tegen het streven om vanuit de orde van de natuur terug te willen redeneren naar een bovennatuurlijke oorsprong daarvan. En toch zijn Hume en Kant, toch niet de geringsten, vrijwel afwezig in de discussie rondom ID. Men wil er niet aan. Omdat de mens een homo metaphysicus is, een homo fabulator; en ‘fabula’ betekent verhaal, in deze context zingevend verhaal, maar ook: fabel. Kleine mensen kunnen pas naar bed als hun een verhaaltje is verteld; grote mensen hebben behoefte aan een verhaal voor ‘het grote slapen gaan’.'


Naar Religie en ratio, evolutiedebat 2005 , Religie en ratio , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]