Bron bij Religie en ratio: lekenlastering

Hoewel religieuzen bijzonder gevoelig zijn voor belastering van hun godsdienst, hebben ze dusdanig weinig van echte moraliteit dat de niet-godsdienstigen op allerlei manieren ernstig beledigen, kennelijk zonder er erg in te hebben. Een van de veelvoorkomende voorbeelden is het monopoliseren van moreel gedrag, moreel besef, en moraliteit in het algemeen. Onderstaand een paar voorbeelden geciteerd dor Ronald Plasterk, een niet-religieus en zeer moreel mens.
 

De Volkskrant, 16-09-2005, column door Ronald Plasterk

Monopolie op moraal

Vorige week hield CDA-minister Agnes van Ardenne een lezing over religie en moraal.. Die staat niet op zichzelf. Ik citeerde hier eerder de katholieke onderwijsbisschop mgr. Everard de Jong die op de website van RKK.nl schreef: 'Lopen we niet het gevaar dat we jonge mensen opvoeden tot cynische en nihilistische burgers? Immers, als alles vanuit toeval is ontstaan, waar is dan nog een zinnig doel voor ons bestaan te vinden? (. . .) Het zou goed zijn als evolutionair biologen, die puur toeval als 'verklaring' aannemen voor het ontstaan van soorten, worden genoodzaakt dit nihilistische wereldbeeld dat voortkomt uit hun aannames, te bereflecteren.'   
    Zijn collega bisschop Punt van Haarlem schrijft over Intelligent Design, de gedachte dat alle levensvormen door een hogere intelligentie ontworpen zijn: 'Het gaat hier niet primair om een twist over schoolboekjes of wetenschappelijke theorieŽn, maar ten diepste over de Godsvraag. Als de schepping een intelligent plan weerspiegelt, dan bestaat God.' (Juni-nummer van het bisdomblad Samen Kerk).
    De bisschoppen samen leggen hiermee een een-op-een-verband tussen schepping, god en moraal. Als er ontwerp is, bestaat God, zonder ontwerp geen God, en geen moraal, slechts cynisme, en nihilisme. Dit wereldbeeld is in essentie fundamentalistisch. Fundamentalisme (Van Dale): orthodoxe, anti-liberale godsdienstige richting. De Nederlandse bisschoppen hanteren een orthodoxe en anti-liberale opvatting van moraal: alle goeds komt van hun God, en geen goed kan ergens anders van komen. Mocht een vakgenoot van mij morgen bisschop De Jong ervan overtuigen dat Darwin gelijk had, dan zal de monseigneur van de brug springen, want in zijn optiek  is het leven dan niet langer waardevol.
    Vanzelfsprekend is dit, zoals alle fundamentalisme, een belediging van andersdenkenden, omdat het impliceert dat die moreel lager staan. Hier kun je als verzachting hooguit bij zeggen dat gelovigen er ook niets aan kunnen doen, want dit is nu eenmaal hun geloof. (Oude grap van Herman Finkers: Mijn broer zegt: 'Ik geloof dat Jezus is gestorven aan het kruis en toen is omhoog gedaald naar de hemel.' Ik zeg: 'Maar dat klopt niet.' Hij zegt: 'Ja, maar dat geloof ik nu eenmaal!').
    Moet je je druk maken om dergelijke geestelijke leiders? Ja, want kijk eens wat de regering van ons land zegt. Minister Agnes van Ardenne (NRC, 10 september): 'Zonder oog voor religie is goede ontwikkelingssamenwerking onmogelijk.' (en bij een foto van een sterk ondervoed kind:) 'Wie kan er naar deze foto kijken zonder de heiligheid van het leven te willen beschermen? En is dat uiteindelijk, diep van binnen, geen religieuze emotie?' Dat is hetzelfde verband. Als voelend mens wil je een hongerend kind beschermen, en dat is uiteindelijk een religieus gevoel!
    Dus als je niet religieus bent, zijn er twee mogelijkheden. De gunstige interpretatie is dat je denkt dat je niet religieus bent, maar de minister weet beter: je bent het eigenlijk wel! De andere is dat het ongelovigen geen bal kan schelen wat er met die kindertjes gebeurt.
    De minister claimt voor haar geloof het monopolie op de moraal. Dit terwijl er toch ten overvloede bewijzen zijn van het tegendeel. In Noord-Ierland is haar kerk slaags met een vierhonderd jaar oude afsplitsing, rond IsraŽl betwisten gelovigen elkaar een vierkante kilometer heilige woestijn, in de hele wereld dreigt terreur door gelovigen.
    Ik wil niet het omgekeerde beweren. Er zijn ongelovigen die slecht zijn, en gelovigen die zich door hun religie laten aanzetten tot het goede.
    Vijfendertig jaar geleden, toen ik als jongen de Haagse St.-Janskapel bezocht, heb ik dit begrepen. Ik leerde het van mensen die gelovig waren, en hoewel ik dat zelf niet meer ben, heb ik de wijze lessen van pater Van den Bosch, pater Niekus, pater Duyndam, en pater VanWoerkum onthouden en gekoesterd. Ik vat ze in eigen woorden samen. Mijn liberale credo:
    Eenieder mag geloven wat hij wil. De ene gelooft in God, de ander niet, dat is een zaak van interne overtuiging, en het is infantiel om Gods bestaan of niet-bestaan te willen bewijzen. Wie gelooft kan een eigen vorm daarvoor kiezen, in Nederland ligt het voor velen voor de hand een christelijk geloof te kiezen, omdat dat bij onze cultuur past (niet omdat het dichter bij de waarheid zit dan boeddhisme of hindoeÔsme). Gij zult het geloof van anderen even hoog aanslaan als dat van uzelf. Het geloof maakt je geen beter mens, het kan je hooguit als inspiratie dienen het goede te doen. Erken dat anderen vanuit andere inspiraties evenzeer goed kunnen zijn. Geloof kan leiden tot moraal; die wordt voor eenieder mede bepaald door de context (opvoeding, cultuur, aanleg). Geloof en wetenschap kunnen niet met elkaar in tegenspraak zijn, omdat werkelijk geloof zich beperkt tot de metafysiek, tot persoonlijk ervaren zingeving, en wetenschap tot feiten.
    Amen.


Terug naar Religie en ratio , Psychologie lijst , HiŽrarchie psychologie , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]