De Volkskrant, 21-02-2005, artikel van Joost Eerdmans, lid van de Tweede Kamer voor de lijst Pim Fortuyn (LPF).

De neutrale staat is een grondrecht

Een ambtenaar met een hoofddoek achter het loket, geeft de staat het aanzien van een moslima. Dat is conform de godsdienstvrijheid, maar in strijd met de neutraliteit van de staat, zegt Joost Eerdmans.

De deelgemeente Charlois wil baliemedewerksters kunnen verbieden om in functie een hoofddoekje te dragen (de Volkskrant, 19 februari, zie ook ). De deelgemeente begrijpt er niets van dat je wel van ambtenaren mag eisen dat ze zich representatief en neutraal kleden, maar dat die eis niet mag gelden voor religieuze kledingstukken. De verwarring is begrijpelijk en heeft zijn oorzaak voor een groot deel in het ontbreken van een gedegen bescherming van de neutrale staat.
    Zo haalde de Hogeschool van Amsterdam in 2003 de kranten, koen bleek dat in het gebouw van de openbare school islamitische gebedsruimtes waren ingericht. Deze ruimtes voorzagen in een specifieke behoefte van de moslimstudenten, die hun religie ook binnen de schoolmuren wilden belijden. Geconfronteerd met kritiek, zei een lid van het College van Bestuur van de school geen kwaad te zien in het bestaan van de gebedsruimte. Minister Verhoeven stelde in antwoord op Kamervragen over de kwestie dat zij de neutrale identiteit van een openbare school niet kon beschermen tegen religieuze invloeden: voor een landelijk verbod op gebedsruimtes in openbare scholen bestond geen basis in de wet.
    Nog fundamenteler was het geval van de moslima die in 2001 bij de rechtbank in Zwolle solliciteerde naar de functie van hulpgriffier. Zij werd geweigerd op grond van het feit dat zij haar hoofddoek ook in de rechtszaal wilde omhouden. Daarop greep de Commissie Gelijke Behandeling in. Deze Commissie, waarin overigens geen onafhankelijke rechters zitting hebben, kwam vervolgens tot het oordeel dat de beslissing van de rechtbank neerkwam op discriminatie op basis van geloofsovertuiging. Het belang van een onpartijdige rechtspraak werd aan de vrijheid van religie ondergeschikt geacht.
    En zo kan ik nog wel even doorgaan: minister Peper die in 2000 een politie-uniform met hoofddoekje wilde laten ontwerpen; minister Donner die vorig jaar hoofddoekjes voor cipiers liet fabriceren. De waarde van de neutrale staat in Nederland wordt in Nederland niet in ere gehouden. In confrontaties met de vrijheid van religie van burgers delft zij dan ook steevast het onderspit.
    De oorzaak hiervoor is gelegen in het feit dat grondrechten in Nederland vooral de burger beschermen tegen de staat en niet andersom. Voor de staat gelden de grondrechten als geboden, voor de burger beschrijven zij vooral rechten, zoals het recht op vereniging en het recht op vrije meningsuiting. Niets beschermt de staat tegen de burger die zijn grondrechten ook in dienst van de staat wil uitoefenen. Maar als dat gebeurt, komt juist de vrijheid van religie en de vrijheid van meningsuiting van andere burgers in gevaar.
    Immers, laat de staat religieuze uitingen binnen haar domein toe, en spreekt hij - net als in bijvoorbeeld Saoedi-ArabiŽ - actief een voorkeur uit voor een bepaalde religie, dan worden burgers die een ander geloof hebben, of die niet geloven, achtergesteld. De staat is dan niet meer voor en van alle burgers.
    Niet minder fundamenteel is daarom het geval van de Nederlandse ambtenaar die, gezeten aan het gemeenteloket, een zichtbaar religieus symbool als de hoofddoek draagt. Voor de burger die zijn paspoort afhaalt, heeft de staat op dat moment het gezicht van een moslima. Als gezagsdrager die namens de staat handelingen verricht en vergunningen verleent, spreekt zij door het dragen van de hoofddoek in functie ook namens de staat een religieuze voorkeur uit. Haar feitelijk handelen zal er niet minder integer om zijn, maar impliciet worden anders- en niet-gelovigen op achterstand gezet.
    Hetzelfde geldt voor de leraar die met een keppeltje op of de lerares die met een hoofddoek om lesgeeft op een openbare school. Het onderwijs op openbare scholen wordt van overheidswege gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging.
Logischerwijs dient een openbare school zich te onthouden van elke uiting waarmee een voorkeur voor een bepaalde religie wordt uitgesproken. Een gebedsruimte specifiek voor moslims, of een lerares met een hoofddoek of leraar met een keppeltje is met deze essentiŽle logica van de openbare school direct in strijd. De leraar op een openbare school moet, als morele gezagsdrager, voor zijn of haar jonge leerlingen een symbool zijn van wijsheid, en niet van religiositeit. Artikel 23 van onze grondwet geeft daarvoor ook volop de ruimte. Waar dit artikel leerlingen op een bijzondere school namelijk het recht geeft op een school met een eenduidig religieus karakter, laat het voor leerlingen op een openbare school ruimte voor een gelijksoortig recht op een school met een niet-religieuze identiteit. Een dergelijke moderne interpretatie van dit artikel uit 1917 is echter not done.
    Ondanks het waardevolle karakter moet de waarde van de neutrale staat het nu afleggen tegen de andere geschreven grondrechten. De enige manier om de neutrale staat de status van ondergeschoven kindje van onze rechtsstaat te laten ontgroeien, is codificatie. Codificatie naar Frans voorbeeld, dus in de Grondwet. Door opname in de Grondwet kan worden verzekerd dat de neutrale staat in de toekomst een botsing met andere grondrechten als de vrijheid van religie kan overleven. Iedereen die meteen beroep op de Nederlandse geschiedenis navolging van Frankrijk onzinnig acht, moet zich realiseren dat wij misschien niet dezelfde historie hebben als de Fransen, maar wel dezelfde toekomst.


Terug naar Religie en ratio, verbod , Hoofddoeken , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]