De Volkskrant, 20-01-2005, artikel in de kunstkatern van Merlijn Schoonenboom

Kwaaier en kwaaier

Religieus protest tegen kunst is zo oud als de kunst zelf, maar wordt nu grimmiger, met onlangs de moord op Van Gogh en Brits protest tegen theaterstukken. 'De verschillende religies in Europa vinden elkaar in het protest tegen de moderniteit.'

Tussentitel: 'Nederland heeft relatief weinig problemen met kunst gehad. Dat is nu veranderd.'

Direct na de moord op Theo van Gogh begonnen in het repetitielokaal van Theater Cosmic, multicultureel theater voor de 'Nieuwe Samenleving', de gesprekken. Twee groepen acteurs stonden tegenover elkaar. De ene zei: 'Ik heb het gehad met die moslims.' De ander: 'Nu krijgt kunst pas betekenis.'
    Nieuw in het repetitielokaal was echter de angst voor geweld, zegt artistiek leider Khaldoun Alexander Elmecky. Een geplande voorstelling, Het zijn allemaal flikkers op tv, een komedie over Marokkanen, geschreven door Ahmed Aynan, 'een soort Marokkaanse Wim T. Schippers', werd teruggetrokken: de acteurs durfden het niet te spelen.
    Inmiddels, drie maanden later, heeft Cosmic besloten Aynans stuk wel op te voeren. Met nieuwe acteurs. 'Want kunst moet communiceren.' Maar, zegt Elmecky: 'Er is wel een nieuwe tijd aangebroken. In het theater zouden we eigenlijk lijfelijke bescherming moeten krijgen. Van wie? De gemeente, de overheid.'
    Want ondertussen is de woede buiten Nederland gewoon verder gegaan. Anderhalve maand na de moord dook in Groot-Brittannië Gurpreet Bhazti onder. Haar toneelstuk Behtzi (Oneer) werd van de planken gehaald nadat ongeveer, vierhonderd sikhs het Birmingham Repertory Theatre binnen waren gedrongen, en delen van het interieur hadden vernield. De sikhs noemden het stuk een belediging van hun godsdienst. In Behzti komt een verkrachting voor in een sikh-tempel, volgens de schrijfster bedoeld om seksuele manipulatie in gebedsruimtes aan de orde te stellen.
    Twee weken erna werden in een aantal grote Engelse steden demonstraties georganiseerd tegen de BBC-uitzending van de Jerry Springer Opera. Niet door een niet-westerse religieuze groepering, maar door de Christian Voice. De tot dan toe onbekende beweging vond de scheldwoorden en de scènes in de opera een belediging van het christelijk geloof. 'Als het een moslim was geweest die klaagde, was het stuk al lang verboden', schreef één van hen in The Guardian. 'Wij moeten voor onszelf opkomen.'
    En dat deden ze: 1500 christenen gingen de straat op, 45 duizend belden of schreven, de BBC. Nadat een bisschop in Birmingham het voor de sikhs had opgenomen, kregen de chris
tenen nu morele steun van sikhs. Ondertussen werd een aantal BBC-medewerkers onder bewaking gesteld. Net als het Cambridge theater in Londen, waar het stuk sinds 2003 zonder problemen speelde.

Natuurlijk, religieus protest tegen kunst is zo oud als de kunst zelf. Sinds 1800, het begin van de moderne tijd, is kunst in West-Europa echter steeds meer los komen te staan van religie, zoals Dario Gamboni dat heeft beschreven op het gebied van de beeldende kunst in The Destruction of Art: het museum wordt een tempel, kunst een vrijplaats. Men went in de loop van de twintigste eeuw aan die vrijplaats, hoewel de vernielzucht en woede in West-Europa gewoon doorgaan: nu voornamelijk gericht tegen de kunst zélf, zoals recent tegen Barnett Newman in het Stedelijk, niet als afgeleide van iets anders.
    'Maar het oude probleem is in Europa een nieuwe fase binnen gegaan', zegt Christopher Balme, hoogleraar Theaterwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam: 'Religieus protest tegen kunst is intenser geworden. Bij de verschillende kunsten, maar opvallend genoeg ook bij het theater. Censuur of tomaten gooien is iets anders dan bestormen en neerschieten. Dat is zeer ongebruikelijk in de geschiedenis. Protesten kent het theater uiteraard genoeg om morele, politieke en zedelijke kwesties. Godsdienstige problemen nauwelijks.'
    Hoge kunstvormen, zoals beeldende kunst en theater, kregen de laatste helft van de 20ste eeuw dan ook weinig te maken met juridische beperkingen, zegt Inge van der Vlies, hoogleraar Bestuursrecht in Amsterdam, en bezig met een boek over 'kunst en recht'. Zeker in vergelijking met massamedia als film en video, die veel vaker onderwerp van zowel protest als juridische beperking zijn geweest; zie vorig jaar de woede tegen Mel Gibsons The Passion of the Christ, maar ook Submission van van Gogh.
    Dit verschil in behandeling blijkt goed uit het voorbeeld van Das Liebeskonzil, een toneelstuk uit 1894 van Oskar Panizza. Hierin is Jezus een gestoorde figuur, wordt God flirtend met de duivel voorgesteld en Maria ijdel en seksbelust. Panizza wilde hiermee kritiek'leveren op de hypocrisie van religieuze instanties. Het werk werd al verboden toen het uitkwam, en kon pas, in 1969 voor het eerst worden uitgevoerd. Daarna kwam het naar Nederland en in 1981 kon het zelfs zonder protesten in Rome worden gespeeld.
    Problemen begonnen weer toen de Oostenrijker Werner Schroeter er in 1985 een film van maakte. In Oostenrijk werd de film drie dagen voor de première in beslag genomen, na klachten van een bisschop. Nog weer later, in 1994, heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens er een uitspraak over gedaan: het keurde de inbeslagname goed. Respect voor de godsdienst moest hier boven de vrijheid van kunstexpressie gaan. Theaterstuk werd film, en dus moet er meer rekening gehouden worden met gevoeligheden. De schrik van de gelovigen dat ánderen de film zouden gaan zien, werd door de rechter voorop gesteld.
    Nu krijgen ook 'hoge kunst-bastions volgens Van der Vlies vaker te maken met de gevolgen' van beledigde gelovigen. Zo werd in 2001 in Rotterdam de opera Aïsja door het Onafhankelijk Toneel niet opgevoerd na bedreigingen aan het adres van de Marokkaanse, acteurs; de profeet Mohammed zou er in beledigd worden. Artistiek leider van Theater Cosmic, Elmecky: 'Kunst wordt bij een aantal niet-westerse groeperingen niet als minder gevaarlijk gezien dan een column. Misschien nog wel meer: een theater is een onbekend bastion, het effect is groter als je hoort dat er een verkrachting in een tempel wordt opgevoerd, dan als het alleen maar opgeschreven is.'
    Toch is de kwestie complexer: want de protesten worden niet alleen grimmiger - in Groot-Brittannië wordt de bestorming van het theater in Birmingham direct gekoppeld aan filmmaker Van Gogh; vermoord om de film Submission - ze klinken ook uit verschillende religieuze hoeken.
    'Er is sprake van een kettingreactie sinds de Rushdie-affaire in 1989', zegt theaterwetenschapper Balme. Om maar een greep te doen: Michel Houellebecq werd in 2002 aangeklaagd door vier islamitische organisaties, omdat hij in zijn roman Platforme beledigend zou zijn voor moslims.
    De bestorming in Birmingham kwam nadat in Groot-Brittannië al een satirische serie over de paus was teruggetrokken na protest van katholieke geestelijken. Madame Tussauds vrije interpretatie van de kerststal - met David Beckam als Jezus - werd in december verwijderd, nadat er vernielingen en protesten waren geweest.
    In 2000 werd de BritArt-tentoonstelling Sensation in het Brooklyn Museum in New York gesloten, omdat burgemeester Giuliani Chris Ofili's Madonna niet vond kunnen: die was met olifantenpoep versierd. In Polen werd Maurizio Cattalans kunstwerk waarin de paus door een meteoriet was getroffen door twee politici van een rechtsreligieuze partij beschadigd.
    Het christelijke protest tegen kunst leeft op, en dat is geen toeval, zegt Marcel Barnard, theoloog en voorzitter van de Gerardus van der Leeuw Stichting, ontmoetingscentrum van kunst en kerk: 'De verschillende religies in Europa lijken elkaar te vinden in het protest tegen de moderniteit. En daarmee tegen kunst. In de huidige tijd zie je een nieuwe conservatieve tegenbeweging, ook binnen het christendom. Dat is iets anders dan eerdere religieuze protesten tegen kunst, onderdeel van het proces dat kerk en kunst van elkaar losraakten in de 19de eeuw. Het heeft onder andere te maken met, de amerikanisering van het christendom in Europa. Dat wordt versterkt door iemand als Bush, maar ook door de protesten van andere religies. Die blijken effectief. Het is een gezamenlijk offensief tegen de moderne samenleving.'
    Een gevolg: de bekende leuze 'kunst als vrijplaats' is meer in het nieuws dan ooit tevoren. De afgelopen weken sprak in Engeland Rowan Atkinson over het 'grondrecht' grappen over religie te mogen maken. Salman Rushdie viel de Britse regering aan dat ze niet de acteurs in Birmingham in bescherming had genomen.
    Maar over wat nu daadwerkelijk het 'recht op kunstvrijheid' inhoudt, is weinig helder. Het verbod op Schroeters filmversie van Das Liebeskonzil is een voorbeeld van een wel erg krappe marge, maar Houellebecq wéf in het gelijk gesteld, met hetzelfde argument als eind jaren zestig Gerard Reve, die werd aangeklaagd omdat hij een gedicht schreef waarin hij zich God voorstelde als muisgrijze ezel die hij van achter wilde bezitten: de rechter oordeelde dat het een individuele expressie is, geen aanval op het geloof.
    Het is daarom tijd, zegt kunst-en-recht-kenner Inge van der Vlies, voor een apart artikel voor de vrijheid van kunstexpressie in het Nederlands recht, zoals de grondwetten van Duitsland, Portugal, Italië en Griekenland die al wel kennen.
    Op dit moment valt kunst in Nederland nog onder de 'vrijheid van meningsuiting': 'Nederland heeft relatief weinig -problemen met kunst gehad. Er werd nooit over nagedacht, omdat het niet hoefde. Dat is nu veranderd. Zoals men in Duitsland de wet aanscherpte na de nazitijd en de entartete kunst.' .
    Kunst is volgens Van der Vlies iets anders dan een mening. 'Ik vind dat de overheid een taak heeft dat duidelijk te maken. Die moet uitleggen wat het verschil tussen kunstexpressie en een mening is. Bij een mening moeten de feiten gevolgd worden, en netjes verwoord. Kunst hoeft dat niet. Dat is abstracter.'
    Het zou een wonderlijke omkering zijn: de staat was vroeger degene die censuur toepaste, maar ze moet nu degene zijn die de kunstvrijheid beschermt? 'Toen Aïsja als gevolg van bedreigingen werd teruggetrokken, heeft de overheid niet ingegrepen, geen bescherming geboden; net zo min als bij Van Gogh. Daarmee komt de vrijheid van de kunst in het geding. Niet doordat de.overheid rechtstreeks censuur toepast, maar omdat de overheid sociale krachten niet meer kan reguleren. Ik denk dat we nu in hetzelfde proces zitten als dat wat Gamboni heeft beschreven voor de periode na 1800: nieuwe groepen in de samenleving moeten leren met kunst om te gaan als vrijplaats. Maar dat is geen logisch gevolg. Het kan ook de andere kant op gaan.'
    Dus, hoe sterk voelen kunstenaars in Nederland dat hun vrijplaats verdedigd moet worden?    
     Erik van Lieshout, beeldend kunstenaar, beroepsprovocateur, voelde zich direct na de moord een tijdlang 'totaal gepolariseerd'. Maar bang? Nee. 'Ik werd juist kwaaier en kwaaier. Over de hypocrisie van Nederland. Over moslims die nergens tegen kunnen.'
    Later sprak hij voor een film die hij maakte met oudere Marokkanen, Turken en Neder-landers. Via hen ontdekte hij 'andere, luchtiger oplossingen'. Zijn visie op het veranderende Nederland is inmiddels ook in zijn nieuwe film Stoppen met blowen terecht gekomen.
    Van Lieshout denkt zelfs dat de moord en zijn eigen woede zijn kunst 'duidelijker, sterker heeft gemaakt': 'Voor mij geen wet die kunst beschermt. Ik heb die muren nodig. Hoe erger men protesteert, hoe hoger de muren, hoe harder ik ze omver ga werpen. Daar ben ik kunstenaar voor.'
    Hoewel verschillend, ook Elmecky spreekt over 'inspiratie'. Hij vindt bescherming van de vrijplaats kunst wel nodig, maar vindt ook at nu de tijd is aangebroken eens goed te overdenken wat het begrip inhoudt: 'De kunst weet niet wat voor wapens ze in handen heeft. Het is naïef en onnozel om te zeggen dat je alles moet kunnen doen, Ik zeg niet dat het goed of slecht is om een verkrachting in een tempel op het toneel te zetten. Maar je moet geen kunst maken om mensen te laten knokken, maar om te communiceren.'
    De vrijplaats was een leeg begrip geworden. Elmecky: 'Men ging er altijd prat op dat theater een vrijplaats is. Maar het stelde in feite weinig voor. Het was voor de eigen parochie, het was onschuldig. je moet nu veel bewuster bedenken: voor wie maak ik mijn voorstellingen, en waarom.
    'Dat is, hoe vreemd het ook klinkt, de inspiratie: het gaat er nu om dat je als kunstenaar die vrijplaats echt kan verdedigen.'

De heropvoering van de Cosmic Theater productie Het zijn allemaal flikkers op tv vindt plaats zaterdag 12 februari, in Scala, Den Haag; De film Stoppen met blowen van Erik van Lieshout en Cor van den Hoeven is in Nederland te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam tijdens de tentoonstelling Populism, vanaf 29 april; het boek over kunst en recht van Inge van der Vlies verschijnt in maart bij uitgeverij Boom.


Terug naar Religie en ratio , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]