De Volkskrant, 12-11-2016, door Arjan Peters .2007

Boudewijn Büch was niet louter een fantast

Fabuleren kon schrijver en tv-maker Boudewijn Büch als de beste. Zelfs zijn dagboeken zijn onbetrouwbaar, zag zijn biografe Eva Rovers. En toch, vindt ze, is er te hard met hem afgerekend.

Boudewijn Büch ontmoet Mick Jagger. Op 7 november 1987 was het zo ver dat de schrijver, verzamelaar, tv-maker en Rolling Stones-fan Boudewijn Maria Ignatius Büch zijn grote idool voor de Nederlandse televisie mocht spreken. Een kwartier duurde het onderhoud in het Amstel Hotel. De bloednerveuze Büch vroeg de zanger waarom hij nooit had geantwoord op de acht smachtende brieven die puber Boudewijn hem in de jaren zestig had geschreven. Is dat zo, vroeg Jagger. Luchtig en charmant maakte hij zich ervan af.

'Als interview stelde het item weinig voor', zegt kunsthistorica en auteur Eva Rovers (1978), van wie na vijf jaar onderzoek morgen de biografie Boud - Het verzameld leven van Boudewijn Büch (1948-2002) ten doop wordt gehouden. 'Maar toch was het een memorabele tv-uitzending geworden, die velen zich nog altijd herinneren. Dat kwam doordat er veel omheen was gefilmd, dat we voorafgaand aan de ontmoeting met Jagger te zien krijgen. Büch die met hoorbaar kloppend hart naar het Amstel Hotel fietst. Daarvoor Büch in zijn bibliotheek thuis aan de Keizersgracht, zwijmelend tussen een grote stapel Stones-boeken. En Büch in het Kurhaus in Den Haag, waar hij zelfs kan aanwijzen op welke tegel hij Mick Jagger had zien staan, toen de Rolling Stones daar op 8 augustus 1964 optraden. Het roemruchte concert, hun eerste in Nederland, dat na vier nummers moest worden afgebroken door gevechten in de zaal.'

Met grote opwinding herinnert Büch zich dat concert, dat hij als 15-jarige heeft bijgewoond. 'Alleen is het vermoedelijk niet waar. Hij noemt één nummer van de Stones, maar dat is toen niet uitgevoerd. Ook zou hij vast en zeker zijn toegangskaartje hebben bewaard, als hij er echt bij was geweest. Om het verhaal van zijn bewondering mooier te maken, denk ik, heeft hij verzonnen dat hij er in het Kurhaus bij was.'


Een amusant gegeven. Het zegt ook veel over het aanstekelijke enthousiasme van Büch, die in zijn boeken en reisprogramma's veler interesse kon wekken voor uiteenlopende fascinaties - naast Jagger bijvoorbeeld Buddy Holly, de uitgestorven dodo, afgelegen eilanden, bibliotheken, Goethe, antiquarische boeken, James Cook, Elvis en Napoleon.

Men zou Büchs vrijmoedige omgang met de waarheid een romantisch-decadente trek kunnen noemen. Rovers knikt. 'Veel van wat hij heeft verzonnen, ook over zijn eigen biografie, wortelt altijd ergens in de werkelijkheid. Hij plukte het nooit helemaal uit de lucht. Maar hij heeft de feiten zo uitvergroot, al vanaf zijn tienerjaren, dat hij een doorsnee leven omtoverde in een tragisch kunstenaarschap: de dichter-schrijver wiens vader zelfmoord had gepleegd, die joods was, die een kind had gehad dat in 1976 op zijn vijfde was gestorven aan een hersentumor, die pedofiel was, in zijn jeugd in een inrichting zou hebben gezeten, en later in een linkse commune, die twee universitaire titels had en na de aanstaande voltooiing van zijn proefschrift - over drugsgebruik onder schrijvers - in Utrecht tot hoogleraar zou worden benoemd, en die op latere leeftijd een geheimzinnige keelkanker kreeg.

'Alles niet waar. Al was de dood van zijn vader traumatisch voor hem, overtrof zijn belezenheid die van menig academicus en kende hij een jongetje dat gevoelsmatig een zoon voor hem was. Toen ik van de familie vijf jaar geleden toestemming kreeg om de nalatenschap te raadplegen, die eigenlijk tot 2030 verzegeld zou blijven, viel me al snel op dat Büchs eigen dagboeken ook onbetrouwbaar zijn en vol mystificaties staan. Heel raar was dat om te ontdekken, in die 67 boekjes, variërend van dikke schriften tot kleine aantekenboekjes.


'Persoonlijke aantekeningen liepen al snel over in prozaschetsen. Ik zag iemand die aan het kijken was hoe een verhaal pakt; hij was aan het oefenen. Die dagboeken heb ik als literair proza beschouwd, meer dan als autobiografische bekentenisliteratuur. De aantekeningen zijn duidelijk gemaakt met het oog op toekomstige lezers, voor een publiek, voor een biograaf.

'Büch kon op zijn achttiende, zonder nog één publicatie op zijn naam, al bij een bepaalde dagboekpassage opmerken: 'Mijn toekomstige tekstediteur moet dit maar weglaten.' Dat schreef hij in de hoop ooit een zo belangrijk auteur te worden dat mensen zijn dagboeken zouden willen raadplegen. Toen al was hij bezig zijn imago vorm te geven.'

Ze heeft geen behoefte om hem te ontmaskeren, maar wil laten zien hoe hij in elkaar zat, en een vollediger beeld geven van het fenomeen. Rovers heeft Büch nooit in levenden lijve ontmoet, ze kende hem alleen van een paar romans die ze las in de middelbareschooltijd: De kleine blonde dood (1985), over Boudewijn die zijn vijf jaar oude zoontje Micky verliest, en Het dolhuis (1987), waarin ze het gevoel van als kind opgesloten zijn mooi verwoord vond. En ze kende hem uiteraard van tv-optredens.

Al kort na zijn plotselinge dood op 23 november 2002, aan de gevolgen van een hartstilstand, werd er her en der hardhandig afgerekend met de ijverig fabulerende Büch, zo staat Rovers nog goed bij. Een stortvloed aan krantenartikelen en boekpublicaties als Boudewijn Büch - Verslag van een mystificatie (2004) van Vrij Nederland-journalist Rudie Kagie, maar ook het overigens bepaald genuanceerder Een andere Boudewijn Büch (2005) van Harry G.M. Prick (1925-2006), zijn voormalige mecenas en oud-conservator van het Letterkundig Museum, droegen aan dat vertekende beeld bij. 'Weinig zou er van hem deugen. We konden deze pseudologicus fantasticus en zelfverklaarde psychofarmacohistoricus maar beter meteen vergeten, met zijn 250 tv-programma's, 3.500 artikelen en zo'n 50 boeken erbij. Een leugenaar. Mysterie opgelost.'


'Die eenzijdige, razendsnel gevormde karikatuur heeft mij verwonderd. Niemand had het bijvoorbeeld nog over zijn rol als eigenzinnige boekpromotor die een groot publiek aan het lezen kreeg. Mede daarom heb ik het de moeite waard gevonden om Büchs leven te beschrijven, aan de hand van het werk, de nalatenschap en 150 gesprekken met mensen die hem van nabij hebben gekend. Die blikten vaak met warmte terug op Büchs onmiskenbare belezenheid, en de vele mooie uren of dagen die ze met hem hebben doorgebracht.

'Geen van de vrouwen met wie hij een liefdesrelatie heeft gehad, kijkt met woede of in wrok achterom. Juist de mensen die hem goed kenden, bleken niet verbolgen te zijn. Dat effect van zijn persoonlijkheid is volgens mij te weinig bekend.

'Waarom gebeurt dit, heb ik me afgevraagd, toen het beeld van Büch postuum zo snel kantelde. Vanwaar de verontwaardiging? Misschien is die gretigheid verklaarbaar doordat het slachtoffer, bij leven zo dominant aanwezig in de media, niet meer kon terugslaan. Maar het ging hier om een schrijver. Die verzint de waarheid, lijkt me.


'Toegegeven, bij hem ging het zo ver dat die verzinsels over de rand van zijn boeken heen klotsten. Ook zijn partners en een boezemvriend als de Leidse neerlandicus Peter van Zonneveld, met wie Büch op zijn achttiende vol bravoure correspondeerde alsof ze Goethe en Schiller waren, vertelde hij van de dood van zijn kindje. Wanneer vrienden zijn verhalen in twijfel trokken, verbrak hij de omgang direct.

'Zijn vriend Harry G.M. Prick had Büchs vroege gedichten bij een uitgever ondergebracht, en het ordeloze manuscript van Büchs roman De blauwe salon uit 1981 voorafgaand aan de publicatie compleet voor hem herschreven. In 1976 doneerde Prick 300 gulden voor de urn voor Boudewijns gestorven zoontje. Hij kon ook later lange tijd niet geloven dat Büch helemaal geen dood kind had.

'Dat is kras. Maar ik bedoel: je kunt je ook voorstellen dat er over Büch zou zijn geschreven als een fantasierijk auteur, die ingenieus met Wahrheit en Dichtung speelde. Met gebruikmaking van dezelfde biografische gegevens krijg je dan een heel ander beeld van deze intrigerende figuur.'

De tragiek van Büch, schrijft Rovers, was dat hij verstrikt raakte in de zelfopgelegde rol van verschoppeling, waardoor hij van zijn omgeving en uiteindelijk van zichzelf vervreemdde. Die eenzaamheid bestreed hij door het aanleggen van buitengewone verzamelingen (in een bepaalde periode gaf hij 400 gulden per dag uit aan boeken), door zich een slag in de rondte te schrijven (soms produceerde hij vijf columns op een dag), en door de vele reizen naar afgelegen oorden waar hij sinds 1988 van de VARA met een royaal budget naartoe mocht. Alle 176 afleveringen van Büchs programma heeft Rovers bekeken.


Alles in zijn leven was een vlucht, concludeert ze. 'Die eilanden en atollen, de verzamelingen, de verhalen. Als kwetsbaar jongetje wilde hij al in het middelpunt van de belangstelling komen, en merkte hij dat een groter verhaal betekent dat je meer aandacht krijgt. Als tiener las Büch al Goethe en studies over decadente schrijvers, en dacht toen: als ik schrijver wil zijn, dan moet ik er een tragisch leven omheen hebben. Daar heeft hij niet alleen zijn brieven en dagboeken naar gekneed, maar ook zijn eigen leven en intieme gesprekken.'

Met een bestaan als gevolg dat zowel eenzaam was als druk. Büch maakte tv-programma's en sinds 1998 ook lucratieve reclames voor Lassie-rijst. Zijn boeken leverde hij zo snel en slordig af dat het oeuvre - ondanks mooie passages en begeesterde stukken die er óók tussen zitten - inmiddels uit de boekhandel is verdwenen. En hij hield geen vriend of levenspartner over.

'Van zijn bekendste roman De kleine blonde dood zijn honderdduizenden exemplaren verkocht, en dat blijft doorgaan. Een everseller, in commercieel opzicht een succes. Het werd verfilmd. Maar Büch besefte dat het boek, hoewel niet slecht, nou ook weer geen Leiden des jungen Werthers was, geen Goetheaans eeuwig literair meesterwerk. Vanaf dat moment, halverwege de jaren tachtig, wist hij niet de grote schrijver te zijn die hij gehoopt had te zullen worden.

'Hij bezat de capaciteiten, maar het ontbrak hem aan zitvlees. Een paar maanden aan een boek werken kon hij niet. Zijn romans zijn bijna allemaal opgetrokken uit eerder gepubliceerde columns. Via de televisie kon hij sneller roem verwerven. Maar te laat drong tot hem door dat dat niets bracht, het was leeg.'

In een gepubliceerd dagboek uit 1998, Een boekenkast op reis, schrijft Büch: 'Ik heb mezelf ergens verborgen, maar ik weet langzamerhand zelf niet meer waar precies.' Hoe meer boeken hij had, des te minder vrienden. Uiteindelijk zat hij in zijn eentje in zijn museale bibliotheek, tussen die honderdduizend boeken. In dat stille huis is hij gestorven, 53 jaar oud, als de tragische persoon die hij alleen op papier had willen zijn.


Rovers' vorige biografie, De eeuwigheid verzameld (2010), zojuist in de Duitse vertaling verschenen, ging over kunstverzamelaarster Helene Kröller-Müller (1869-1939). Die leidde geen gemakkelijk leven, maar slaagde er wel in om in Otterlo op de Veluwe een museum in te richten en dat voor publiek open te stellen, een jaar voordat ze stierf. Is verzameldrift een overeenkomst tussen Büch en haar?

'Je omringen door spullen, een kunstwereld om je heen bouwen die je wél aan kunt, en daarmee tegelijk een muur tussen jezelf en de wereld plaatsen. Dat zie je inderdaad bij beiden. Maar Kröller-Müllers ideaal was dat museum, de hele wereld moest er kennis van kunnen nemen. Büch wilde zich van de wereld afkeren en zijn verzameling voor zichzelf houden. Aan een Büchmuseum of openstelling van zijn huis zou hij niet moeten denken.'

Nee, antwoordt Eva Rovers stellig op de voor de hand liggende vervolgvraag. Enige drang tot verzamelen is haar vreemd. Het klinkt bijna als haar redding.


Eva Rovers, Boud - Het verzameld leven van Boudewijn Büch (1948 - 2002). Non-fictie. Prometheus; 570 pagina's; 29,90 euro. Verschijnt 13 november.



Tussenstuk:
CV

1978 geboren in Eindhoven
1997-2002 taal- en cultuurstudies, Universiteit Utrecht
2003-2006 docent kunstbeleid en management Universiteit Utrecht
2010 promotie Rijksuniversiteit Groningen op biografie Helene Kröller-Müller
2010 De eeuwigheid verzameld - Helene Kröller-Müller 1869-1939 (Jan van Gelderprijs 2011, Erik Hazelhoff Roelfzema Prijs 2012)
2014 samenstelling Rond de wereld in 160 eilanden - De mooiste eilandverhalen van Boudewijn Büch
2016 Boud - Het verzameld leven van Boudewijn Büch (1948-2002)


Web:
TT:
Op zijn achttiende was hij al bezig zijn imago vorm te geven
— Eva Rovers
Toegegeven, bij hem ging het zo ver dat die verzinsels over de rand van zijn boeken heen klotsten
— Eva Rovers
Als tiener las Büch al Goethe en studies over decadente schrijvers, en dacht toen: als ik schrijver wil zijn, dan moet ik er een tragisch leven omheen hebben
— Eva Rovers
Hij bezat de capaciteiten, maar het ontbrak hem aan zitvlees. Een paar maanden aan een boek werken kon hij niet
— Eva Rovers



 

Naar Valkuilen, ledigheid , Valkuilen , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , Algemeen overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]