Bronnen bij Compartimentalisatie: autisme
|
28 mrt.2005 |
Het is bij iedereen bekend dat de meeste, zo niet alle, menselijke eigenschappen
in variërende mate voorkomen. De mate van die variatie is bij de meeste mensen
ook wel tot op redelijke hoogte bekend: de meeste mensen zitten rond het
gemiddelde, en naarmate je verder van het gemiddelde afzit, zijn er minder mensen
met die eigenschap: mensen van 1,75 meter zijn heel gewoon, en die van 1,20 of
2,20 meter zijn zeldzaam.
Er is geen enkele reden te denken dat dit niet geldt voor psychologische
eigenschappen. Voor elke kleine denkfout, weeffout in de werking van de geest,
is er dus een overeenkomstige ernstige afwijking. Nieuw onderzoek laat zien dat
een kandidaat voor de afwijking geassocieerd met (emotionele) compartimentalisatie het
verschijnsel van autisme is, zie onderstaande bronnen:
Leids universiteitsblad Mare, 11-11-2004, door Frank Provoost (volledig
artikel hier
)
De wereld als een chaos
Mensen met autisme zouden zich niet in gevoelens van anderen kunnen
verplaatsen, werd altijd aangenomen. Maar voor zeer jonge of laagfunctionerende
mensen met autisme is die verklaring niet afdoende, aldus pedagoog Ilse Noens.
Ze hebben moeite om van alle losse informatie een samenhangend beeld te maken.
Nee, het is geen flauwe mop. Toen Ilse Noens een Engels jongetje onderzocht en
hem waarom hij bij het tennissen voor iedere rally altijd eerst de bal tegen
zijn oog duwde, antwoordde hij: 'My mommy told me to keep een eye on the
ball.' Moraal van het verhaal: mensen met autisme nemen alles letterlijk.
En dat leidt tot grote problemen bij de communicatie. De
pedagoge legt uit hoe dat komt: 'Alle gegevens die via zien, horen, voelen,
proeven en ruiken binnenkomen, staan op zichzelf. Er is nauwelijks context.
Mensen met autisme zien hun omgeving in losse stukjes zonder samenhang.'
Pieces of the puzzle heet dan ook het proefschrift waarop Noens (30) vorige
week is gepromoveerd.
Wij begrijpen alles in één oogopslag; denken bij "miauw" aan
een poes, poten en een staart. Die vanzelfsprekendheid missen zij. ' Zo kan het
gebeuren dat een kind met autisme doodsbenauwd is voor blaffen, maar niet bang
is voor honden. Kortom: 'Hun wereld is één grote chaos.'
Deze versnipperde werkelijkheid wordt beschreven in de
'centrale coherentietheorie'. Voorheen werden de communicatieproblemen van
mensen met autisme vooral benaderd vanuit de zogeheten 'theory of mind': ze
zouden niet in staat zijn zich in te leven in andermans gedachten en gevoelens.
'Maar die theorie kan niet verklarend zijn voor zeer jonge mensen met autisme,
en zeker niet voor de 'tot nu toe onderbelichte groep' kinderen en volwassenen
met autisme en een ernstige verstandelijke beperking. Immers: 'Inlevingsvermogen
ontwikkel je pas later.' ...
Red.: De standaard interpretatie van autisme als gebrek aan
emotioneel inlevingsvermogen wordt goed verwoord door het volgende bron:
Uit:
De Volkskrant, 02-04-2005, column van Bas Haring (volledig artikel hier
)
'Verdriet, Verdriet?', zegt de autist. 'Dat zijn poppen, die
kennen geen verdriet.'
In Eindhoven stikt het van ... mensen uit 'het autistisch spectrum' zoals ze
verleden week netjes op televisie zeiden. Autisten heb je in alle soorten en
maten: van niet-onder-de-tafel-vandaan-komende, schreeuwende jongetjes tot
verlegen mensen die wat moeite hebben zich in de gevoelens van anderen te
verplaatsen.
... Philips hè. Contactgestoorde bèta's. Net als ik. ... Gelukkig ben ik geen
echte autist maar een bèta. ... dus sturen ze autistische kinderen naar een
probleemklas of therapie. En zo'n therapie was te zien op televisie.
Een klein meisje bij een grote, langharige therapeut. Hij
geeft haar opdrachten: 'Kom maar dichterbij.' Waarop het meisje terugdeinst.
'Nee dichterbij, dichterbij dat jongetje en hou je ook van knuffelen? De grimas
op het gezicht van het meisje voorspelt niet veel goeds. Ze moet nog veel leren.
Raar meisje. Houdt niet eens van knuffelen. Maar hoe gek is
dat nou? Hebben autisten er echt zo weinig van begrepen?
Zet een autist en een niet-autist achter twee poppen. Aai de
linkerpop over zijn wang en geef hem een koekje in zijn handen. De rechterpop
sla je een deuk in zijn hoofd. 'Welke van heide poppen heeft het meest
verdriet?' vraag je beiden. 'Verdriet, verdriet?' antwoordt de autist. 'Dat zijn
poppen. Die kennen geen verdriet. En wat moet zo'n pop met een koekje in zijn
handen?' Terwijl de meevoelende niet-autist in huilen uitbarst bij het zien van
zoveel leed.
Wie heeft er nu gelijk?
De autist natuurlijk. Niet-autisten zijn gek omdat ze
gevoelens herkennen die er niet zijn, en autisten zijn gek omdat ze gevoelens
niet herkennen die er wel zijn. We zijn allemaal gek. Alleen zijn autisten
gekker omdat de rest van de wereld niet uit autisten bestaat. Jammer voor hen.
Maar ik begin mee te voelen met de gek die zegt dat hij niet gek is, maar de
rest van de wereld wel. Zou-ie toch gelijk hebben?
Red.: Dit lijkt twee verschillende zaken te beschrijven: angst
voor andere mensen, en scheiding tussen emoties en verstand. Het eerste is deel
van het natuurlijk spectrum van "aantrekking tot andere mensen" die in
verschillende omstandigheden verschillende nuttigheidswaarde hebben. In vredige
omstandigheden is een hoge waarde een voordeel, in vijandige omstandigheden is
een lage waarde een voordeel. Precies hetzelfde is waar te nemen bij andere
diersoorten. Het gedrag van het meisje is onder de gegeven omstandigheden een
wat extreme vorm van een lage waarde.
Het geval met de poppen lijkt daar los van te staan. De
analyse van Haring lijkt juist dat de autist een betere waarneming van de
werkelijkheid heeft. Natuurlijk is het wel zo dat die zuiverheid van
waarneming makkelijker is naarmate de verstorende invloeden kleiner zijn, en
emoties is een van die verstorende invloeden. In deze zin is er wel een verband
tussen zuiverheid van waarnemen en heftigheid van emoties. Maar het geval van de
bèta's lijkt sterk beïnvloed door een derde factor: de capaciteit tot het
ontdekken van innerlijke samenhang en tegenspraak. Die capaciteit is bij bèta's
aanzienlijk sterker dan bij de rest van de mensheid, zoals op vele manieren
blijkt. Het door Haring beschreven geval van de poppen lijkt veel meer
veroorzaakt door deze factor dan door de sterkte van de bijbehorende emoties.
Al met al lijkt het normale gebruik van de term autisme
vervuild door het bestaan uit uiteenlopende verschijnselen, zoals ook
aangegeven door onderstaande ervaringsdeskundige:
Uit:
De Volkskrant, 02-04-2005, ingezonden brief van E.C.L. Pool (Alphen aan
den Rijn)
Autisme
De laatste tijd is veel gepubliceerd over het verschijnsel autisme.
.....
Al deze aandacht, die op zichzelf goed en nuttig is, heeft
evenwel ook een keerzijde. Steeds vaker wordt van politici en bestuurders gezegd
dat zij zich autistisch gedragen. Een recent voorbeeld is natuurlijk de wijze
waarop Thom de Graaf in de diverse media door zijn critici wordt neergezet als
een autist, vanwege de inflexibele manier waarop hij volgens hen is omgegaan met
de kwestie van de gekozen burgemeester.
Ik wil niet ingaan op deze kwestie, maar het is niet juist om
op basis van een vooroordeel het etiket autisme op hem te plakken. Het is voor
mensen nut autisme onnodig kwetsend dat hun handicap wordt gebruikt om
incompetente personen te benoemen.
Autisme kent veel uiteenlopende verschijningsvormen. Men kan
niet praten over de autist, want zelfs de gespecialiseerde hulpverlening op dit
gebied komt er niet altijd uit. Om autisme te diagnosticeren is een vrij
ingewikkelde procedure ontwikkeld, waar ook nog uitzonderingen op zijn. Zelf ben
ik zo'n uitzondering. .....
Naar Compartimentalisatie
, Psychologie lijst
, Psychologie
overzicht
, of site home
.
|