Bronnen bij Egoïsme en altruïsme: altruïsme
| 24 mrt.2008 |
Er zijn inmiddels vele onderzoeken gedaan naar het relatieve belang van
egoïsme en altruïsme, en onderstaande boekbespreking vat een flink deel daarvan
samen:
Uit: De Volkskrant, 19-07-2007, door Ranne Hovius (volledig artikel
hier
)
Psycholoog Daniel Goleman verklaart empathie uit nabootsing in de
hersenen.
Zien huilen doet huilen
Tussentitel: Je voelt wat een ander voelt nog voordat je er een gedachte aan
hebt
besteed
Hoe onbaatzuchtig is altruïsme? Geeft iemand een bedelaar geld uit de
goedheid van zijn hart of omdat hem dat een plezierig gevoel geeft over
zichzelf? Het is een vraag die al eeuwenlang tot wisselende standpunten leidt.
Sinds de opkomst van het evolutieperspectief maakt vooral de theorie van het
‘zelfzuchtige gen’ opgang: altruïsme zou niets anders zijn dan een poging de
eigen reproductiekansen te vergroten door anderen aan je te verplichten of door
naaste verwanten te bevoordelen, omdat die immers dezelfde genen dragen.
Deze theorie van het eigenbelang wordt weersproken door de
huidige ontwikkelingen in de neurowetenschap, meent de Amerikaanse psycholoog en
schrijver Daniel Goleman in Sociale intelligentie. Kennis over wat zich
in de hersenen afspeelt, is de laatste decennia enorm toegenomen dankzij moderne
technieken als functionele MRI (Magnetic Resonance Imaging). Wat onderzoekers is
opgevallen bij hun experimenten, is dat de hersenen van iemand die een ander
bijvoorbeeld een ijsje ziet eten of boos ziet worden, dezelfde activiteit
vertonen als de hersenen van die ander. Alsof hij zelf een ijsje eet of boos
wordt.
Dat deze reactie van de hersenen instinctmatig is, blijkt
onder meer uit experimenten met aapjes. Zo hebben zes resusaapjes geleerd aan
een ketting te trekken om aan eten te komen. Vervolgens worden ze geconfronteerd
met een zevende aapje. Wanneer de aapjes nu aan de ketting trekken, krijgen ze
weliswaar te eten, maar zien ze ook dat het nieuwe aapje een pijnlijke schok
krijgt. Vier aapjes gaan er dan toe over aan een andere ketting te trekken,
eentje die veel minder eten oplevert maar die het zevende aapje een schok
bespaart. Het vijfde en zesde aapje raken zelfs dagenlang geen enkele ketting
meer aan en zijn bereid zich dood te hongeren om te voorkomen dat het zevende
aapje een schok krijgt.
Uit onderzoek blijkt dat hersengebieden actief worden die
erop duiden dat de aapjes dezelfde emotie voelen als het gepijnigde aapje en dat
deze emotie de hersenen voorbereidt op de actie die daarbij past.
De neuronen die verantwoordelijk zijn voor deze nabootsing in
de hersenen van wat een ander voelt, worden spiegelneuronen genoemd. Ze werken
razendsnel en onbewust: je voelt wat een ander voelt nog voordat je er een
gedachte aan hebt besteed. Spiegelneuronen vormen de basis voor empathie, maar
ook voor bijvoorbeeld de besmettelijkheid van emoties. Zien huilen doet huilen.
Tijdens deze besmetting, aldus Goleman, vervagen als het ware de grenzen tussen
twee breinen en ontstaat er, even, een gemeenschappelijk hersencircuit. Dat is
mooi als het tot compassie leidt, maar het kan eng worden zodra een emotionele
besmetting zich als een golf door een menigte verspreidt. ...
Spiegelneuronen zijn natuurlijk maar een deel van het verhaal
als het om sociale intelligentie gaat. Ze liggen ten grondslag aan het onbewuste
aspect van empathie, maar moeten zich verbinden met bewuste processen om tot
effectief sociaal gedrag te leiden. Tot die bewuste processen behoren
bijvoorbeeld aandacht, de afstemming op een ander, het begrijpen van de
gedachten en gevoelens van een ander, weten hoe de sociale wereld werkt en de
vaardigheden om deze kennis in praktijk te brengen. ...
Red.: Voor meer detail over het onderzoek naar
spiegelneuronen, zie hier
.
Uit: De Volkskrant, 22-03-2008, column door Ad Bergsma
Eigenbelang
Een egoïst is een 'ordinair iemand, die meer belangstelling heeft voor zichzelf
dan voor mij'. Met deze definitie uit zijn Woordenboek van de duivel
vatte de Amerikaanse schrijver Ambrose Bierce het heersende denken over de mens
aardig samen. Ieder streeft zijn eigenbelang na en neemt het anderen kwalijk,
wanneer zij hetzelfde doen.
Dit mensbeeld verklaart bijvoorbeeld waarom de meeste
Nederlanders de volgende vragen bevestigend beantwoorden: vindt u het een
ernstig probleem dat we in Nederland met zijn allen te veel aan onszelf denken?
Heeft u het idee dat de neiging om elkaar te helpen aan het afbrokkelen is?
De Amerikaanse psycholoog Dale Miller noemt dat
allesoverheersende eigenbelang echter een mythe. We hebben met zijn allen meer
voor elkaar over dan we in de gaten hebben. Neem de situatie waarbij in
gezondheidszorg een tekort aan bloed dreigt. Hoeveel procent van de bevolking
zal bloed doneren en in hoeverre zal dit getal oplopen wanneer het Rode Kruis
een vergoeding verstrekt van 15 euro? De gemiddelde schatting is dat eenderde
deel van de bevolking spontaan bloed geeft en dat tweederde in actie komt voor
het geld. In werkelijkheid laat niet meer dan 10 procent zich door geld over de
streep trekken en is 63 procent bereid dit zonder tegenprestatie te doen.
Het nadeel van de mythe van het eigenbelang is dat we ons er
toch gedeeltelijk naar gaan gedragen. Zomaar iemand een helpende hand toesteken,
is verdacht. Volgens de Canadese psycholoog Elizabeth Dunn doen we onszelf
daarmee tekort. In het nieuwe nummer van het vakblad Science, dat
gisteren verscheen, beschrijft Dunn dat mensen die een bonus krijgen op hun
werk, een maand later gelukkiger zijn als zij de bonus voor een deel hebben
weggegeven aan anderen of aan een goed doel, dan wanneer zij het geld voor
zichzelf hebben gehouden.
Hetzelfde gebeurt bij proefpersonen die een envelop krijgen
met 5 of 20 dollar en de opdracht iets leuks voor zichzelf te kopen of voor
iemand anders. Aan het einde van de dag voelen de personen die een cadeau hebben
gekocht voor anderen zich het lekkerst. Goed doen, doet je goed.
Iedereen weet dat geluk niet te koop is. Toch blijven we dat
proberen door meer luxe goederen aan te schaffen als ons inkomen stijgt. Het
gevolg hiervan is dat het effect van extra rijkdom op het welbevinden uiterst
beperkt blijft, wanneer we eenmaal de grens van bestaanszekerheid hebben
overschreden. Door economische theorieën over calculerende burgers en ons
overdreven cynische mensbeeld vergeten we dat geluk naar je toekomt als je het
weg, geeft.
Red.: Een klein berichtje erover, gevolgd door een artikel in
het psychologie katern:
De Volkskrant, 22-03-2008.
Voor geluk lijkt geven beter dan ontvangen
Altruïsme Geld maakt wel degelijk gelukkig, mits het wordt besteed aan
presentjes voor anderen of goede doelen. Dat blijkt uit proeven van de
University of British Columbia en Harvard Business School. Ongeacht hun inkomen
worden Amerikanen gelukkiger als ze hun geld uitgeven aan anderen dan als ze het
zelf houden. Een cadeautje van vijf dollar is al genoeg voor geluksgevoel.
Uit: De Volkskrant, 05-04-2008, door Jorien de Lege (volledig artikel
hier
)
De kick van goed doen
Soms komen mensen tot onzelfzuchtige daden die wij altruïsme noemen. Maar geen
daad zo onbaatzuchtig of er zit een egoïstisch voordeel aan: van helpen word je
vrolijk
... Ontroerd? U zou niet de enige zijn. Het waarnemen van leed
wekt een automatische emotionele reactie bij ons op, ondervond psycholoog
Lidewij Niezink, die vorige week aan de Rijksuniversiteit Groningen op haar
onderzoek promoveerde. Zij noemt dit empathie. De reactie kan daar stoppen, maar
empathie kan ook uitgroeien tot een behoefte om te helpen. En dan komen mensen
tot de onzelfzuchtige daden die wij altruïsme noemen. De actie van het Ouders
Online Legioen is een schoolvoorbeeld : een groep onbekenden helpt uit eigen
beweging een gezin dat ze in veel gevallen nog nooit in levenden lijve hebben
ontmoet, met als enige beloning een bedankje.
Hoe simpel altruïsme kan zijn, blijkt wel uit het feit dat
binnen enkele dagen na het initiatief op het forum de dozen met levensmiddelen
binnenstroomden.
Toch stranden veel altruïstische initiatieven ergens tussen
het opkomen van de gedachte en het uitspreken ervan. Er moet nog eten gekookt
worden, er belt iemand of je wilt even die film afkijken, en voor je het weet
ben je weken verder en kun je je niet meer herinneren wie je waarmee wilde
bijstaan.
Het is heel normaal dat je niet altijd klaarstaat om een
ander te helpen, verzekeren wetenschappers. Volgens socioloog René Bekkers van
de Universiteit Utrecht wordt vaak ten onrechte het ‘positieve’ altruïsme
tegenover het ‘negatieve’ egoïsme geplaatst. ‘Het één functioneert niet zonder
het ander. Als twee altruïsten op een terras zitten, wie mag dan de rekening
betalen?’ Economen hanteren het welzijnsmodel: de beste uitkomst is als het
totale welzijn het hoogst is. Dat betekent volgens Bekkers dat egoïsme duidelijk
zijn functie heeft. ‘Als een egoïst en een altruïst een drankje drinken, kan de
altruïst betalen en de egoïst ontvangen. Zo zijn ze allebei gelukkig.’
Het verrichten van een goede daad is vanuit deze redenering
niet voorbehouden aan de opofferingsgezinden onder ons. Geen daad zo
onbaatzuchtig of er zit wel iets egoïstisch in. Dat is maar goed ook, want zelfs
als je ervan uitgaat dat eigenbelang de belangrijkste drijfveer van de mens is,
is het helpen van anderen nog opportuun. Ten eerste wordt een daad niet minder
goed als er een egoïstisch motief achter zit. Ten tweede levert helpen een groot
voordeel voor de hulpverlener op: je wordt er vrolijk van. De kick van het geven
wordt de helper’s high genoemd. Het lijkt op het effect dat fanatieke sporters
voelen na een geslaagde work-out: een gevoel van euforie, gevolgd door een
periode met minder stress en meer energie.
Goed doen is dus gezond. Maar wat definieert goed? Als het om
helpen gaat, wordt al snel gedacht in termen van grote gebaren.
Vrijwilligerswerk in Afrika, met daklozen werken of een flink bedrag storten
voor slachtofferhulp. Het probleem met dit soort plannen is dat er in de
praktijk vaak weinig van terechtkomt, het voordeel is dat dit voor de
altruïstische dromer weinig verschil maakt. De Amerikaanse psycholoog Daniel
Batson ontdekte dat alleen al praten over helpen zorgt voor een bevrediging van
ons morele gevoel, waardoor het uitvoeren van de voornemens minder prangend
wordt. Bovendien is een altruïstisch initiatief vaak gebaseerd op een impuls: je
ziet het leed van een ander en je wilt onmiddellijk iets doen om het te
verzachten. Het uitvoeren van een groot project kost veel voorbereiding,
waardoor er te veel tijd komt te zitten tussen het zien van de hongerende
kinderen op televisie en je plannen om ze ter plekke te gaan helpen. Het
dagelijks leven gooit geregeld roet in het eten: ‘Als ik ooit de loterij win,
gaat een flink deel ervan naar het goede doel, maar nu moet ik de
telefoonrekening betalen.’ Of: ‘Ik zou graag vrijwilligerswerk doen, maar eerst
even de kinderen door de puberteit loodsen.’
Hapklaar altruïsme voor elke dag is een stuk haalbaarder, en
voor het creëren van een filantropische roes doet de grootte van het gebaar er
niet toe, ontdekten wetenschappers. Een keer kinderpostzegels kopen, je oma
verrassen met haar lievelingsbloemen of wat extra aandacht besteden aan die
verlegen nieuwe collega is al bijzonder effectief om je gelukkiger te voelen.
Een recente studie van de Amerikaanse psycholoog Elizabeth
Dunn toonde aan dat het doneren van een bedrag van 5 dollar (3 euro) al een
significant positieve invloed kan hebben op je humeur. Uit haar studie kwam
bovendien naar voren dat werknemers die een deel van hun jaarlijkse bonus
spendeerden aan het goede doel gelukkiger waren dan hun collega’s die alles aan
zichzelf uitgaven. Opvallend genoeg is dat niet wat de deelnemers aan het
experiment dachten: zij voorspelden dat ze vooral gelukkig zou worden als ze het
geld aan zichzelf zouden besteden. We zijn onbaatzuchtiger dan we zelf
doorhebben, blijkt uit het experiment van Dunn.
Tussenstuk:
Wat is altruïsme
Niet al het hulpgedrag komt voort uit altruïsme, stelt psycholoog Lidewij
Niezink. Sociaal gedrag kan volgens haar ook uit egoïsme voortkomen, zoals het
wegnemen van schuldgevoelens of de emotionele stress die het leed van een ander
bij je oproept, of omdat je denkt dat die ander jou dan ook zal helpen.
Niets mis mee, zegt Niezink, maar geen altruïsme. Voor een
waarlijk onbaatzuchtige daad is het belangrijk dat je je eigen emoties opzij zet
en je inleeft in die van de ander. Waar komt het probleem vandaan en hoe kun jij
het beste helpen?
Soms kan de uitkomst van zo’n analyse ook zijn dat je beter
niets kunt doen. Dat kan egoïstisch overkomen. De ware altruïst is echter niet
bezorgd om zijn imago, maar om het resultaat.
Overigens is het volgens Niezink belangrijk om zo veel
mogelijk na te genieten van je hulpactie. Dat is goed voor je humeur, en dat
vergroot de kans dat je nog eens iemand helpt.
Naar Egoïsme en altruïsme
, Psychologie lijst
, Psychologie overzicht
, of site home
.
|