De Volkskrant, 08-11-2008, door Malou van Hintum

Giftig mengsel

Volgens de Britse psycholoog Adrian Raine bestaat er wel degelijk een verband tussen (neuro)biologische factoren en afwijkend en crimineel gedrag. Zijn visie is nog steeds omstreden. ‘Soms moet je, om de ouders te helpen, de leiding overnemen.’


‘Mijn brein lijkt op dat van een seriemoordenaar’, zegt Adrian Raine (54) lachend. ‘Echt! Ik liet bij een lezing vier hersenscans zien. Van een seriemoordenaar die 64 mensen had gedood, van iemand die één persoon had vermoord, van een normaal iemand en van mezelf. Ik vroeg de zaal op welk brein dat vierde het meeste leek. En dat was op dat van de seriemoordenaar.’
Neurocriminoloog Raine, hoofd van de vakgroep Criminologie van de Universiteit van Pennsylviana, haalt een dikke chocoladereep uit zijn papieren lunchzakje. Hij is een van de keynotespeakers op het efcap-congres aan de VU in Amsterdam, dat eind oktober plaatsvond. Het Europese gezelschap van onder anderen psychiaters en psychologen heeft zich dit jaar gebogen over de forensische jeugdpsychiatrie.

Raine – grijze krulletjes, slank postuur, beweeglijk en gedreven – is een dag te gast om te vertellen over zijn onderzoek naar neurobiologische achtergronden van agressief en delinquent gedrag. Onderzoek waarvoor hij tegenwoordig, als een van de belangrijkste wetenschappers op dit terrein, een geïnteresseerd publiek vindt.

Dat heeft u wel anders meegemaakt.

‘Toen ik in 1977 mijn proefschrift over de biologie van antisociaal gedrag klaar had en een academische baan zocht, ben ik 67 keer afgewezen in vier jaar tijd. Ik heb echt overal gesolliciteerd: Engeland, Amerika, Canada, Nieuw-Zeeland. Zelfs in Papoea Nieuw Guinea wilden ze me niet hebben. De enige baan die ik kon krijgen was als gevangenispsycholoog. En weet je waarom? Omdat het mensen totaal niet interesseert wie er met gevangenen werkt. Ik was er niet eens voor opgeleid.’

In diezelfde periode is in Nederland geprobeerd dergelijk onderzoek op te zetten. De onderzoeker is weggepest.

‘Ja! Dat weet ik. Dat was Wouter Buikhuisen.’

Waarom bleef u zo koppig?

(Grinnikt) ‘Waarschijnlijk heb ik een stoornis aan mijn frontale lob. Ik heb trouwens wél bijna opgegeven. Ik werkte aan mijn proefschrift en ging naar een conferentie, waar mijn verhaal niet goed werd ontvangen. Daarna heb ik er acht maanden niets aan gedaan. Toen zag ik een documentaire over Winston Churchill. In de periode dat hij werd verguisd, bleef hij aan zijn eigen, sterke overtuiging vasthouden. Twintig jaar later kreeg hij gelijk. Dat gaf me de kracht om mijn proefschrift af te schrijven.’

Onderzoek naar de (neuro)biologische factoren die samenhangen met afwijkend en crimineel gedrag is het afgelopen decennium uit het verdomhoekje geraakt. Sterker nog: tegenwoordig wordt ‘de biologie’ maar al te gretig aangegrepen om ‘softies’ die behandeling en therapie bepleiten, buiten spel te zetten. Biologische waarden lijken vast en onveranderlijk, en zijn daarmee een meetlat om snel onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad. Je hebt ‘slechte’ genen of een ‘crimineel’ brein; daar is verder niet veel aan te doen. Maar is dat wel zo?

Door te ontkennen dat de omgeving een cruciale invloed heeft op het ontwikkelen van afwijkend en gewelddadig gedrag, krijgen misdadigers te zware straffen en wordt hun behandeling onthouden, stelt Raine. Hij illustreert deze stelling tijdens zijn lezing in Amsterdam met een gruwelijk filmpje van de zeer gewelddadige verkrachting van en moord op de mooie, blonde, idealistische 24-jarige Amerikaanse Peyton Tuthill.

Raine doet tamelijk gedetailleerd verslag van de manier waarop de, ook 24-jarige, Afro-Amerikaanse crimineel Donta Page de vrouw anaal en vaginaal verkracht en met vele messteken om het leven brengt. ‘Sleezy’ zal een verontwaardigde bezoekster hem tot zijn schrik na afloop verwijten. Enkele toehoorsters vegen tijdens de presentatie hun tranen weg. ‘Dankzij mijn getuigenis heeft deze man de doodstraf niet gekregen’, zegt Raine monter, terwijl de bloedplassen nog op ieders netvlies staan.

Hij laat een sheet zien met de argumenten die hij daarvoor bij de rechtbank in stelling heeft gebracht. Daaruit blijkt onder meer dat Page de eerste twee jaar van zijn leven vijf keer is opgenomen in het ziekenhuis, als 5-jarige de diagnose ‘ernstig depressief’ heeft gekregen, en als 10-jarige ernstig fysiek en seksueel werd misbruikt.

Raine licht toe: ‘Deze man is geboren uit de ongewenste zwangerschap van een 16-jarige tienermoeder, hij is als jong kind ernstig verwaarloosd en misbruikt, hij had trauma’s, hij heeft een lage arousal (dat betekent dat hij ongevoelig is voor straf), hij scoort slecht op de WCST (een test die cognitieve flexibiliteit meet). Kortom: This man was a walking recipe for violence. Dat hij crimineel zou worden, was bijna zijn lotsbestemming.’

Criminelen worden niet geboren, ze worden gemaakt, zegt u.

‘Het is mogelijk dat de genencombinatie van twee volstrekt normale, gezonde ouders leidt tot een gedragsgestoord kind. Je kunt pech hebben. Sommigen zullen biologische risicofactoren hebben, anderen sociale, en weer anderen hebben ze allebei: dan heb je een giftig mengsel. Vergelijk het met twee chemische stoffen die los van elkaar niets doen, maar als je ze samenbrengt een explosie veroorzaken.

‘Page was als baby heel heftig door elkaar geschud, omdat hij huilde. Wanneer je zoiets doet, heeft dat hetzelfde effect als een frontale lobectomie: je snijdt de frontale lob af van de rest van het brein en beschadigt de witte stof, de ‘telefoonkabels’ die zorgen voor de communicatie tussen verschillende hersendelen. Dat heeft niks met aangeboren afwijkingen of genen te maken; dat zijn puur invloeden vanuit de omgeving.’

Is dat onderscheid altijd goed te maken?

‘Wij hebben onderzoek gedaan waaruit blijkt dat moordenaars die afkomstig zijn uit goede milieus vooral last hebben van slecht functionerende frontale hersengebieden, dat deel van het brein dat het gedrag reguleert en controleert. Ze hadden fantastische ouders, maar wat die ook probeerden, ze kregen hun kind niet onder controle. Dan is het iets biologisch.

‘Ben je gewelddadig en kom je uit een slecht milieu, dan is de relatieve bijdrage van die biologische factor veel kleiner en geeft vooral het slechte milieu de doorslag. Meestal spelen zowel biologische als sociale factoren een rol. Om die te tackelen, moeten we ze allebei aanpakken.’

Wanneer zou daarmee begonnen moeten worden? En hoe?

‘De beste leeftijd is minus negen maanden. Een tienermoeder die ongewenst zwanger is, krijgt een kind dat risico’s loopt. Dat weten we uit ervaring. Zo hebben we ontdekt dat een verstoorde hechting tussen ouders en kinderen in de eerste drie jaar van hun leven, een voorbode kan zijn voor een psychopathische persoonlijkheid op 28-jarige leeftijd.

‘Die slechte of afwezige hechting verandert de hersenen en leidt tot het soort breinrisicofactoren die we op de hersenscans van misdadigers zien.

‘Kijk je naar tien klassieke sociale risicofactoren voor criminaliteit, zoals kindermisbruik en ouderlijke criminaliteit, dan voorspellen die 74 procent van het gewelddadige gedrag. Kijken we naar disfunctionele hersengebieden en andere biologische risicofactoren, dan voorspellen die 76 procent van dat gedrag. Combineer je sociale en biologische factoren, dan voorspellen ze samen 88 procent van dat gedrag.

‘Een perfecte voorspelling zullen we nooit krijgen. Daarvoor spelen er te veel factoren een rol, die bovendien voor verschillende mensen een verschillend gewicht hebben. In de praktijk betekent dit, dat we tegen ouders kunnen zeggen: we hebben sociale, biologische en genetische tests gedaan op je kind en we kunnen met 90 procent zekerheid zeggen dat als er niet wordt ingegrepen, hij opgroeit tot een gewelddadige crimineel.’

Ouders kunnen zulke testen niet willen. Of denken: mijn kind zit bij die 10 procent.
‘Het dilemma is of je je kind in een gespecialiseerd behandelprogramma wilt stoppen met het risico dat hij gestigmatiseerd wordt. Hij is 10, hij is wat lastig maar niet crimineel. Dan kun je ook zeggen: boys will be boys, hij groeit er wel overheen.

‘Ik heb twee zonen van 6,5 jaar oud. Ik wil ontzettend graag van een nationaal screeningprogramma weten of ze, wanneer ze 9 jaar zijn – de leeftijd waarop zulke onderzoeken kunnen worden gedaan – een risico lopen. Stel je voor dat iemand zegt: hee Adrian, your kids have double trouble! Ik ben een verantwoordelijke ouder, en als mijn kinderen het nodig hebben, wil ik dat ze de beste behandelprogramma’s krijgen die er zijn. Maar er zullen ook ouders zijn die hun kinderen niet willen laten behandelen.’

Mag je ouders dwingen, vindt u?

‘Het probleem is dat kinderen die lijden aan antisociale gedragsstoornissen, soms ook antisociale ouders hebben. Mogen we zulke ouders overrulen? Zij nemen geen verantwoordelijkheid voor hun kinderen. Maar juist door die houding hebben hun kinderen later geen kans in het leven.

‘Laat ik het anders zeggen. Wat was de standaardbehandeling voor iedere man die nu in de Verenigde Staten op death row zit? Voor iedere man die hier in Nederland levenslange gevangenisstraf uitzit? Wat is er voor hen gedaan toen ze jong waren? Dat was voor 95 procent van hen helemaal niets. En waarom? Omdat ze ouders hadden die niet geïnformeerd waren, die dat niets kon schelen. Dat is het probleem. Dan kun je wel zeggen: wij respecteren burgerlijke vrijheden, maar...’

Dan laat je verwaarlozing en kindermishandeling toe, zegt u?

‘Juist. Soms moet je, om de ouders te helpen, de leiding overnemen. Zolang scholen niet verplicht worden om ouderschapslessen te geven, hou je dit probleem. We leren nutteloze dingen als Latijn, maar we worden niet voorbereid op het allerbelangrijkste dat we in ons leven zullen doen: kinderen opvoeden.

‘Daarom hebben we geen keus: we moeten the rot stoppen, en we moeten het vroeg stoppen. Dat is mijn persoonlijke mening; wetenschappers zoals ik beslissen daar niet over. Wij verschaffen informatie. Wij vertellen mensen dat er manieren zijn om hun kinderen te diagnosticeren als een toekomstig probleem, en dat er sociale, psychologische en biologische behandelprogramma’s zijn die dat binnen de perken kunnen houden.’

Hoe zien die programma’s eruit?

‘Er zijn allerlei effectieve behandel-en interventieprogramma’s. Honderd procent succesvol zijn die natuurlijk niet, maar wel 75 procent. Er wordt veel gewerkt met cognitieve gedragstherapie, met oudertrainingsprogramma’s, maar ook met medicatie. Zo’n 45 studies laten zien dat middelen als antipsychotica en antidepressiva agressie bij kinderen reduceren. Dat is het wetenschappelijke pad.

‘De vraag is of de samenleving onze tieners wil medicaliseren. Maar als psychologische programma’s voor antisociale kinderen niet helpen, als oudertrainingsprogramma’s niet helpen om van mensen betere ouders te maken, wat dan? Ik zou als ouder medicatie proberen. De farmaceutische industrie creëert steeds meer mogelijkheden voor de psychofarmacologie door medicijnen te ontwikkelen voor stoornissen die we twintig jaar geleden niet konden behandelen.’

De vraag is dan wel wat ‘normaal’ is. Die definitie wordt almaar aangescherpt. Straks leven we in een grote psychiatrische inrichting in plaats van in een maatschappij.

‘Er is nog een derde keus, daar beginnen we ook onderzoek naar: voeding. Gedurende vier jaar geven we omega-3, visolie, aan kinderen met een antisociale stoornis. Omega-3 reguleert genexpressie en neurotransmitters; het kan betrokken zijn bij breinstructuur en breinfunctie, en daarom zou het een natuurlijk middel kunnen zijn om het brein te repareren.

‘Engels onderzoek bij gevangenen laat zien dat na een dieet met visolie gedurende vijf maanden, het aantal zware vergrijpen in de gevangenis met ruim eenderde is gedaald. Andere studies naar het effect van omega-3 laten binnen twee, drie maanden een significante afname van agressie zien.

‘Het gaat hier vanzelfsprekend over groepseffecten. De een zal er heel goed op reageren, de ander gemiddeld en een volgende niet. Wij veronderstellen nu dat een combinatie van cognitieve gedragstherapie en visolie een dubbel effect heeft. Maar dat moeten we eerst onderzoeken voordat we dat ook echt weten.’

Intussen moet de samenleving beschermd worden tegen mensen als Donta Page, zegt Raine. ‘Deze man is niet meer te behandelen, daarmee zijn we te laat.’

Bij zijn 68ste sollicitatie, in 1984, werd Raine dan toch aangenomen. Degene die het gesprek met hem voerde, had net zoals hij op 18-jarige leeftijd school verlaten om accountant te worden, en had net zoals hij biologie gestudeerd om zijn proefschrift te kunnen schrijven. ‘Stom toeval, dat goed uitpakte.’ Hij vertelt het terwijl hij in een straf tempo op weg is naar zijn masterclass, waar promovendi hun onderzoeksvoorstellen en problemen aan hem zullen voorleggen.

Hoewel hij inmiddels als prominent neurocriminologisch onderzoeker de wereld afreist, is ‘de biologische factor’ nog steeds niet vanzelfsprekend, zegt hij. ‘De liberals willen er niet aan, omdat ze bang zijn voor een simpele checklist die voorbij gaat aan sociale factoren en sociale ongelijkheid negeert. De conservatives zijn bang dat biologie wordt gebruikt als een excuus om geweld te plegen, en daarom tot een softe benadering van misdaad leidt.

‘Bovendien wil iedere politicus onder druk van ons, ongeduldige burgers, resultaten zien. En dat kan niet. Er moet nou eenmaal heel vroeg geïntervenieerd worden om ervoor te zorgen dat er over tien jaar geen vette koppen meer in de krant staan over geweld en verkrachting.’
 

Tussenstukken:
Onderzoek op Mauritius

Adrian Raine (1954) is van oorsprong een Britse psycholoog. In zijn boek The Psychopathology of Crime. Criminal behavior as a clinical disorder (1993) betoogt hij dat onze kindskinderen met net zoveel verbazing en ongeloof zullen terugkijken naar de manier waarop wij nu criminelen bejegenen, zoals wij nu doen naar de manier waarop geestelijk gehandicapten vroeger werden behandeld: opgesloten en geboeid. Raine’s opvallendste wetenschappelijke project is zijn longitudinale onderzoek op Mauritius, waar hij 1.800 mannen en vrouwen al dertig jaar volgt. Daardoor kan hij de intergenerationele effecten bestuderen, om nog preciezer de sociale en biologische risicofactoren voor én beschermende factoren tegen antisociaal en gewelddadig gedrag in kaart te brengen.


‘Negentig procent is echt heel erg veel’

Robert Vermeiren, hoogleraar Forensische kinder- en jeugdpsychiatrie (VUmc), vindt neurobiologisch onderzoek ‘beloftevol’, maar nog niet praktisch bruikbaar: ‘We weten niet in welke mate biologische factoren voorspellende en diagnostische waarde hebben.’

Hij verwijst naar recent promotie-onderzoek van psychiater in opleiding Arne Popma (ook VUmc) naar stresshormoonspiegels bij delinquente jongens, waaruit blijkt dat een laag cortisolgehalte samengaat met openlijke agressie.

Vermeiren: ‘Daaruit leren we over bepaalde verbanden in grotere groepen, maar dat betekent niet dat we kunnen zeggen dat individuele jongens met laag cortisol delinquent worden, laat staan dat de agressie van zulke jongens te wijten is aan een lage cortisolspiegel. Gewelddadig gedrag wordt veroorzaakt door een complex geheel van factoren – biologische, maar ook sociale en psychologische – die bovendien voor verschillende individuen een verschillend gewicht hebben.’

Vermeiren zou de uitspraak die Raine doet: ‘Wij hebben allerlei tests op uw kind gedaan en kunnen met 90 procent zekerheid zeggen dat hij opgroeit tot een gewelddadige crimineel’, niet voor zijn rekening willen nemen. ‘Negentig procent is echt heel erg veel. Als je dat zegt, zet je het publiek op een verkeerd spoor, want zo ver zijn we nog lang niet. Je kunt hoogstens zeggen dat als een bepaalde risicofactor in meer of mindere mate aanwezig is, er een verhoogde kans is op een bepaalde gedragsstoornis. Maar dan nog heb je het over populatiegemiddelden, en is het zeer de vraag wat we er op individueel niveau mee kunnen.’

Dat is voor Vermeiren overigens geen reden om neurobiologisch onderzoek te ontmoedigen, integendeel. ‘Ik denk dat zulk fundamenteel onderzoek bij delinquente jongeren heel belangrijk is. Je zou, gezien de ontwikkelingen in het veld en de maatschappelijke urgentie, verwachten dat organen als Zonmw en NWO daar een apart onderzoekspotje voor hebben. Dat is helaas nog niet het geval.’


Terug naar Misdadiger, behandeling zware , Menswetenschappen, bronnen , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]