WERELD & DENKEN
 
 

Neurologische krachten en begrippen

Deze verzameling van begrippen-met-korte-uitleg is gemaakt naar analogie van de verzamelingen van factoren die horen bij Menswetenschappen, regels uitleg of detail  -  onderstaande verzameling kan gezien worden als een voorfase. Voor nadere uitwerkingen verwijzen de items naar artikelen en bronverzamelingen elders op de site. De nummering slaat op de aanbevolen volgorde van lezen uitgaande van geen-voorkennis - het eerste cijfer is de hoofdindeling en kan gebruikt worden als afkorting.

Amygdala
De amygdala (rood in de illustratie rechts), onderdeel van de emotionele hersenen  , is het knooppunt voor de verwerking van de waarschuwingssignalen binnen de hersenen. In de standaardliteratuur wordt dit meestal geformuleerd als dat de angsten de amygdala aansturen, maar op zijn minst deels is het precies andersom: de reflexen vanuit de hersenstam horende bij "vechten, vluchten of bevriezen" sturen de amygdala en de bijbehorende emoties aan - de voornaamste zijnde die van de angst. Als de waarnemingsorganen iets onverwachts waarnemen, treedt het reflexensysteem meteen in werking, komt zonodig in actie, en waarschuwt de rest van de hersenen via de amygdala.
    De emotionele hersenen hebben ook een nieuw en meer flexibel geheugen dan het reflexensysteem, en zijn op die manier in staat in het eigen leven opgedane ervaringen te gebruiken voor de evaluatie van huidige. Als die ervaringen een negatief oordeel inhouden, kan de amygdala andersom werken en de hersenstam aanturen. Het bewustzijn constateert en rapporteert het proces als "angst" voor de potentieel komende gebeurtenis.
    Bij beide vormen van waarschuwing gaat er ook een boodschap naar de rest van het lichaam. Dit is onder andere de neurotransmitter  adrenaline die dan door de hypofyse in het bloed wordt gepompt, en dan een hormoon wordt genoemd  .
    Op een nog hoger niveau hergebruiken ook de rationele hersenen,m de cortex, dit systeem. Maar daar waar sommige uitspraken lijken te veronderstellen dat er directe verbindingen zijn tussen amygdala en cortex, lijken de met name anatomische gegevens, zie de illustratie rechtsboven en die van de emotionele hersenen  , dat tegen te spreken: de amygdala is een duidelijk afgescheiden orgaan, dat alleen verbonden is met haar omgeving via de uitloper van de caudate nucleus, groen in de illustratie rechts, deel van de basale ganglia  , de staart ervan - die staart natuurlijk bestaande uit verbindingen oftewel bundels van axonen van neuronen  . Dus niet direct met de ernaast liggende kop van de hippocampus  , zoals vele illustraties veronderstellen.
    Naar het negatieve oordeel over scenario's is er natuurlijk ook een positief oordeel - dat verloopt via andere organen, zie de nucleus accumbens  en septal nuclei.

Basale ganglia
Ganglia Een van de standaard hoofdindelingen van hersenonderdelen. Net als bij het limbische systeem  is de indeling gebaseerd op fysiologische kenmerken en niet op functionele, en daardoor aan keuzevariatie onderhevig. De globale positionering is te zien in de illustratie van het limbische systeem, zijnde het witte gebied in het midden. De deelstructuren zelf zijn dusdanig door elkaar verweven dat een enkele afbeelding dit niet kan weergegeven - een schetsmatige staat rechts (van hier uitleg of detail ), en meer afbeeldingen hier  . Functioneel gezien is het uitgangspunt de thalamus  , soms ertoe gerekend maar ook gezien als laatste element van of tussenelement naar de hersenstam - de thalamus vormt een soort halve bol bovenop de hersenstam (dit dan nu en voortdurend in twee stuks in de linker en rechter hersenhelft). Om die bol ligt eerst de schil van de binnenste globus pallidus, dan een tweede schil daarvan, en vervolgens een derde halve bolschil genaamd putamen ("pruimenpit") en daaraan verbonden een kern met staart genaamd caudate nucleus (hetgeen betekent: kern met staart). Putamen en caudate nucleus worden ook wel tezamen genomen vanwege hun gestreepte uiterlijk als "striatum" ("streepachtig"). Dat gestreepte uiterlijk is vermoedelijk een weerslag van interne laagstructuren, een laagstructuur zijnde het kenmerk van een neuraal netwerk  .
    Onder de functies van de basale ganglia worden vele zaken geschaard, met als meeste frequent genoemd zaken gerelateerd aan beweging. Op deze website wordt gepostuleerd dat de basale ganglia complete handelingspatronen (scenario's) samenstellen uit de door de hersenstam voorverwerkte waarnemingen, die verzameld worden door de thalamus  , en die lang genoeg vasthouden om ze te kunnen evalueren en eventueel verder vast te leggen. Dat evalueren gebeurt vermoedelijk in de hippocampus  . De basale ganglia worden hier daarom ingedeeld samen met de hippocampus en de met de hippocampus samenwerkende structuren tot de emotie-organen  .
    Meer over de basale ganglia hier  .

Brein
"Brein" of "brain" (van veel termen wordt de Engelse benaming gegeven ten einde het zoeken op het internet te vergemakkelijken) is naast "hersenen" de meest gebruikte naam voor het geheel van het zenuwstelsel boven het ruggemerg (spinal cord) - het ruggemerg gaande voornamelijk over beweging. Er bestaan talloze vormen van onderverdeling, maar degene aangehouden op deze website is: hersenstam  (brain stem), de eerste grote kernen en andere structuren boven het ruggemerg, de emotie-organen   die alle dierlijke gedrag verzorgen, en de cortex  , die het menselijke in zich draagt. De illustratie rechts is een composiet van die van de deelstructuren, met rechtsonder in ietwat donkerder groen het cerebellum  , links daarvan en wit gebleven de hersenstam, boven de hersenstam en in wat lichtergroen de emotie-organen, links van de emotie-organen en wit gebleven de orbifrontale cortex (boven de oogkas - daar zetelt het meest abstracte denken), boven de emotie-organen wit gebleven de doorsnede van de hersenbalk die loodrecht op de doorsnede loopt en linker- en rechter hersenhelft van de neocortex  verbindt, en dan tenslotte boven de grote neocortex zelf. Meer over deze structuren in de bijgegeven links.

Cerebellum
Het cerebellum of de kleine hersenen zijn veruit de grootste structuur na de grote hersenen of cortex  , en bevat ongeveer de helft van alle neuronen  . Dat het cerebellum belangrijk is, is dus evident. Ook hebben kleine en grote hersenen ruwweg dezelfde structuur: één groot vel bevattende een laag neuronen van over het hele oppervlak ongeveer homogene samenstelling, dat vanwege de omvang in een groot aantal kronkels is gevouwen om het in een klein volume te proppen.
    Maar binnen dat vel dient zich een zeer significant verschil aan: het vel van het cerebellum heeft een structuur bestaande uit drie lagen van neuronen, en de cortex respectievelijk vijf (cingulate-) en zes voor de neocortex.
    Ook hoort het cerebellum tot de hersenstam  , dat wil zeggen: tot de onderdelen die de meer primitieve functies vervullen - de neocortex vervult juist de meest geëvolueerde.
    Toch doet de overeenkomstige structuur een overeenkomstige functionaliteit vermoeden. De functionaliteit van de neocortex, naast een gedeeltelijke herhaling van diverse lichaamsfuncties, is die van het leren en nadenken - op alle mogelijke niveaus. De hier aangenomen en enigszins voor de hand liggende veronderstelling is dat ook het cerebellum een leer-functie heeft, en wel het leren van de fijne coördinatie van bewegingen en de combinatie van bewegingen en waarnemingen. Dat blijkt onder andere uit de grote bundels verbindingen naar en van het cerebellum van diverse kernen betrokken bij beweging en waarneming in de hersenstam.
    Dat er sprake is van een leerproces aangaande de fijne coördinatie van beweging is evident, als je kijkt naar hoe jonge dieren en kinderen bewegen. Ook is evident dat dit leerproces vrij lang duurt, en dat het een essentieel deel uitmaakt van de ontwikkeling tot een volwassen dier. En dat de mate van ontwikkeling hierin een groot deel van het overlevingssucces van het specifieke individu bepaalt. Allemaal overeenkomend met de fysiologische positie van het cerebellum.
    Meer over het cerebellum en met name de structuur van haar neurale netwerk hier  .

Cortex
De cortex (bij dieren ook cerebrum geheten) is het hoogste van de drie hoofdonderdelen van het brein, de andere zijnde ruggemerg plus hersenstam en de emotie-organen. Het is tevens veruit het grootste, en datgene dat de mens doet onderscheiden van de overige diersoorten en hem vergeleken met de mensapen zijn hoge voorhoofd geeft.
    Binnen de cortex bestaan er twee tweedelingen die het verdelen in vieren: een beneden-boven verdeling tussen de cingulate cortex  en de neocortex  , geel respectievelijk groen in de illustratie rechts, en een links-rechts tussen twee hersenhelften - merk op dat in de afbeeldingen op internet de cingulate cortex nogal variërend onderscheiden is, de keuze alhier is niet zeker, met name in het achterste gedeelte. Tussen cingulate cortex en neocortex bestaat een structureel en een functionele verschil: de cingulate cortex is kleiner en ligt direct boven de emotie-organen en onder de neocortex, en bestaat grotendeels uit vijf-lagige neurale netwerken. De neocortex ligt bovenop de cingulate cortex, is veruit het grootst en het mens-onderscheidende deel, en bestaat uit zes-lagige netwerken. Kortom: alles wijst erop dat de cingulate cortex een lager ontwikkelde en "oudere" versie is. De meest bekende functionaliteit van de cingulate cortex is het maken van afwegingen tussen de impulsen komende de emotie-organen en die van de cortex. De neocortex is de zetel van het menselijke rationele denken, en zijn abstracte vaardigheden.
    Meer over de cingulate cortex hier  , en de neocortex  hier  .

Emotie-organen
De "emotie-organen" is een concept dat niet gebruikt wordt in de standaard neurologie, waar men "limbische systeem"  en "basale ganglia"  hanteert. In "emotie-organen" is alles van de basale ganglia inbesloten, en van het limbisch systeem alles behalve de cingulate cortex  en de onderdelen van de hersenstam. Dat laat in "emotie-organen" alle structuren tussen thalamus  en cingulate cortex.
    Deze keuze is gemaakt op basis van functionaliteiten, en wel die van het maken van beslissingen omtrent gedrag. De hersenstam regeert het reflexmatige gedrag, met de basale opties van "vechten, vluchten of bevriezen". In de cortex zetelen de hogere beslissingsprocessen met een ruimere blik op de omgeving en de toekomst. De emotie-organen vullen het tussenliggende terrein in: de instantane reflexmatige beslissing van "bevriezen" of inactie kan gebruikt worden voor een ruimere blik op de omgeving naast het eerste vallen van een schaduw over het oog. of in tijden waarin de beslissing wordt genomen: in de hersenstam in tienden van seconden tot enkele seconden, in de emotie-organen in de meerdere seconden tot uren, en in de cortex in principe onbegrensd.
    De term "emoties" slaat op de door het bewustzijn waargenomen gevolgen van de reacties volgende op de evaluatie van scenario's door hersenstam en "emotie-organen": de vermijdings- en "niet-(meer)-doen" signalen worden vertaald als "angst", het "doe-zo-veel-mogelijk" als "vreugde". Enzovoort. Die signalen van de hersenstam worden overgebracht door de daar genoemde neurotransmitters  (dopamine enzovoort), en de emotie-organen voegt er voor haar meer gedetailleerde oordelen nog een aantal aan toe, zoals oxytocine, vasopressine, enzovoort.
    Meer over de emotie-organen hier  .

Epilepsie
Epilepsie, in zijn gebruik van verzamelnaam voor alle verschijnselen van tijdelijke spasmatisch-achtige verschijnselen al dan niet van lichamelijke aard ("aanvallen"), is de meest voorkomende neurologische aandoening - in zijn ernstigste vorm bij 1 procent van de bevolking. Dat betekent automatisch dat het verband houdt met een fundamenteel proces in het brein, en gezien de verschijnselen, onder andere ook betrekking hebben op willekeurige lichaamsfuncties als speekselafscheiding, op een neurologisch basaal niveau. dat wil zeggen: minimaal de emotie-organen maar ook de hersenstam zijn er bij betrokken.
    De tweede aanwijzing voor de aard van het proces is dat het opgewekt kan worden door periodieke lichtsignalen - dit is dusdanig veelvoorkomend dat in Engelse nieuwsuitzendingen wordt gewaarschuwd als in een reportage beelden verschijnen met "flash photography" - kort achter elkaar de lichtflitsen van de camera's van persfotografen. Hierbij geldt de denkmethode van "adaequatio"  : voor het ene proces om het andere te beïnvloeden, moeten de twee redelijk op elkaar lijken. Oftewel: als een flitserig en periodiek signaal iets doet in de hersenen, dan beïnvloedt dat iets dat vermoedelijk van zichzelf ook al flitserig en/of periodiek is - in vaktaal: het ene proces induceert het andere.
    Ervaringen met patiënten met ernstige vormen van epilepsie uitleg of detail wijzen op de essentiële rol die de hippocampus  speelt in dit proces. Op deze website wordt aangenomen dat binnen de hippocampus een filterfunctie van begrippen plaatsvindt uitleg of detail , dat aangestuurd wordt door zichzelf versterkend golfproces - een zichzelf versterkend doorgeven van excitaties van neuronen. Dat proces werkt op bijna maximale kracht omdat snel begrip van de omgeving noodzakelijk is voortbestaan. Dit proces, omdat het op bijna maximale kracht staat, kan dus relatiefmakkelijk uit evenwicht worden gebracht. Waarna de overvloed aan neuronale excitaties opgewekt in de hippocampus een flink deel van de rest van het brein tijdelijk platlegt. De automatische neuronale hersteloperaties met neurotransmitters  als serotonine en cortisolen herstellen daarna de toestand weer naar evenwicht.
 
Hersenstam
De hersenstam ligt in het directe verlengde van het ruggemerg, en wordt soms daarmee tezamen genomen. Het ruggemerg werd door de natuur van dusdanig belang "geacht", dat het al in een vroeg stadium van de evolutie van het zenuwstelsel in de wervelkolom wordt verstopt ten eind het te beschermen; schade aan het ruggemerg betekent schade aan het bewegingsapparaat en een makkelijke prooi voor de andere bewegers. De hersenstam is minstens net zo belangrijk, maar op dat punt werden de neuronknopen zo groot dat er geen plaats was in de wervelkolom. De onderste knopen of anderszins groeperingen coördineren de bewegingen met het waarnemingsstelsel (dit deel heet de medulla), en de meer naar boven gelegen de ingewikkeldere functies voor het instandhouden van het lichaam, ademen, temperatuurregeling en dat soort dingen (dit deel heet de pons).
     Hier samengenomen met de hersenstam is het cerebellum  of kleine hersenen. Dit is een groot ineengevouwen vel met een drie-tot vierlagige neuronstructuur of neuraal netwerk  , waarvan de vermoedelijke functie de fijncoördinatie is. Kennelijk kan die niet aangeboren worden, of is het efficiënter die pas later aan te leren.
    De bovenkant van de hersenstam bevat ook de eerste laag van beoordeling van handelingen en de omgeving waarin die gebeuren. In de hersenstam is dit grotendeels beperkt tot de keuze "vechten, vluchten of bevriezen" - die derde wordt vaak vergeten maar is essentieel voor latere ontwikkelingen.   
    De beoordeling van handelingen en de omgeving gebeurt, net als de rest van de werking van neuronen  , met elektrochemische signalen. De signaalstoffen of neurotransmitters  betrokken bij dit eerste niveau van evaluatie zijn dopamine, acetylcholine, serotonine en noradrenaline of norepinefrine. Deze namen klinken bekend omdat ze hergebruikt worden in het emotionele systeem. Door dat gebruik in het emotionele systeem associeert men de stoffen met "emoties", maar het is natuurlijk andersom: de emoties zijn geassocieerd met die stoffen. En die stoffen zijn niets anders dan de opwekkers van vermijding van gedrag of de stimulans van gedrag.
    Deze vier neurotransmitters komen in een viertal als opvolgers van het tweetal dat de neuronen direct onderling gebruiken  : het exciterende glutamaat en het blokkerende GABA. Het stimuleren wordt geregeld met een tweetal, en het vermijden wordt gereguleerd door een andere tweetal. Dit weerspiegelt een algemene eigenschap van bijna alle natuurlijke processen: ze bestaan uit een evenwicht  van twee tegengestelde "krachten". Dit omdat zo'n evenwicht zich het makkelijkst en best aanpast aan veranderende omstandigheden.
    Op deze aansturing van gedrag door de vier neurotransmitters uit de hersenstam hebben de emotie-organen  weer hun eigen aanvulling, maar als ze eenmaal hun uitkomst hebben bepaald, gaat die naar de hersenstam-neurotransmitters en de bijbehorende circuits om het resultaat uit te voeren.
    Meer over de hersenstam hier  - meer over het cerebellum hier  .

Hippocampus
De stap in functionaliteit van de emotionele hersenen  boven die van de hersenstam  is, volgens alle achtergrondkennis van evolutionaire verschijnselen, die van het gebruik van bij geboorte vastgelegde kennis naar tijdens het leven verworven kennis. Met als vermoedelijke tussenstap een leerfunctie aangaande complexe bewegingshandelingen in het cerebellum  .
    De eerste en basisvoorwaarde voor het leren van gedragspatronen is het kunnen opslaan van die patronen - oftewel: het bestaan van een geheugen. De hippocampus is bekend als hebbende een sleutelrol in de geheugenfuncties. Kennis als eerste ontleend van een "toevallig" proefpersoon bij wie in verband het hevige epileptische aanvallen de hippocampi (links en rechts) werden verwijderd uitleg of detail - de sterkste aanvallen verdwenen, maar ook het opslaan van ervaringen in het langetermijn-geheugen: alles voorbij circa 30 seconden werd niet meer opgeslagen. Maar alle eerdere ervaringen bleven bestaan.
    Uit dat laatste valt direct af te leiden dat de hippocampus niet het geheugen zelf is, en hoogstens een zeer-korte-termijn-geheugenfunctie heeft. Het uit ervaringen en experimenten bekende korte-termijn-geheugen van circa 20 minuten tot een halfuur en het lange-termijn van in principe het gehele leven liggen dus elders. Meer over de tijdafloop van de werking van het geheugen hier uitleg of detail .
    Voor wat betreft het eerste, ligt het voor de hand om te veronderstellen dat dit kortetermijn-geheugen ligt in structuren voor het niveau van de hippocampus. De hier gepostuleerde en redelijk voor de hand liggende optie is die van de basale ganglia  . De basale ganglia slaan de waarnemingen verzameld en voorverwerkt door de hersenstam op en stellen die samen tot gedragspatronen, scenario's uitleg of detail , en houden die lang genoeg vast om ze te kunnen evalueren en eventueel verder vast te leggen.
   Voor een ervaring met een bepaalde gedraging om van toepassing te zijn op andere en met name toekomstige gedragingen, moeten er overeenkomsten zijn en gevonden worden tussen die gedragingen. Dat is vermoedelijk de eerste functie van de hippocampus. Dat doet de hippocampus door de gedragingen te analyseren in concepten - de meest daarvan ongeveer hetzelfde als mensen in het bewustzijn gebruiken om zaken in te delen: "man" en "vrouw", en dergelijke. In plaats van de heel scenario moet worden vergeleken, worden dan eerst een klein aantal algemenere en dan steeds meer specifiekere kenmerken afgewerkt tot een (vrijwel) zekere match is gevonden - wat veel sneller gaat dat een complete "stukje voor stukje" vergelijking. Zo kunnen de meeste mensen de tekst rechts lezen, zonder dat de volledige letters er staan, doordat het interpretatieproces eerst de ruwe kenmerken van de diverse letters nagaat, en voor alles gescand is al weet welke volledige letter gaat komen. De hippocampus heeft vermoedelijk als hoofdfunctie het ontleden van scenario's in concepten, en mogelijkerwijs niets meer dan dat uitleg of detail .
    Na het ontleden van het scenario en het vergelijken, is er nog een derde functionaliteit noodzakelijk voor dit alles om nuttig te worden: het evalueren. De evaluatie en daarna keuze voor doorgeven naar het middelkorte en langere-termijn geheugen gaat in samenwerking met de andere elementen van de emotie-organen, met name de amygdala  voor de "af te keuren" en te vermijden gedragingen, en de nucleus accumbens  en septal nuclei voor "goedgekeurde" en de te herhalen en te zoeken gedragingen  De verbindingen naar die andere organen loopt via de fornix, getekend in geel in de illustratie - de fornix eindigt in de mammilary bodies, waarna het pad verder gaat richting andere emotie-organen en de thalamus  , het verbindingsorgaan naar de cortex.   

Hormonen
Hormonen zijn signaalstoffen van het zenuwstelsel, neurotransmitters    , die niet via zenuwcellen, neuronen  , die direct aan elkaar vastzitten worden verstuurd, maar die direct in de bloedbaan worden gepompt als meer algemene signalen voor het hele lichaam. Dit geldt voor een aantal van de bij neurotransmitters genoemde exemplaren bijvoorbeeld oxytocine en serotine, maar hier komen er een aantal nieuwe bij, met als bekendste adrenaline, dat een staat van alertheid oproept, en de cortisolen, die ontstekingsremmend zijn. De hormonen worden in de bloedbaan gepompt door de endocriene klieren ("glands"), met als voornaamste de hypofyse ("pituitary gland").

Limbische systeem
Het limbische systeem (limbic system) is een van de hoofdindelingen van de onderdelen van de hersenen, bestaande uit een aantal fysiologisch opvallende elementen in het gebied tussen de vaak meer bolvormige van het emotionele systeem in het midden zoals de thalamus  , amygdala  en nucleus accumbens  , en de grote massa van de cortex aan de buitenkant - letterlijk betekent het "systeem aan de rand", zoals de illustratie rechts aangeeft. Omdat dit een fysiologische en geen functionele indeling is, is er verwarring gegroeid rond haar samenstelling, die dusdanig groot is dat ook wel voorgesteld is het als begrip af te schaffen. Op deze website wordt in ieder geval de cingulate cortex  die er gewoonlijk, en ook in de illustratie, wel bij zit, er niet toe gerekend. Hetzelfde geldt voor een aantal onderdelen van de hersenstam bij, namelijk die delen die een aantal basale neurotransmitters  als dopamine produceren.
    Het idee van een aantal samenhangende "randsystemen" is misschien wel nuttig, en de hier gepostuleerde functie ervan is die van een informatiestroom aangaande het evaluatiesysteem, en eveneens gepostuleerd, een rol bij het omschakelen van bewustzijn naar slaap.

Neocortex
De neocortex is het meest moderne en in zijn omvang ten opzichte van de rest van het dierenrijk meest menselijke hersendeel. Het bestaat uit een groot vel dat in vele diepe windingen gevouwen is, bijna allemaal van links naar rechts, aanleiding gevende tot de naam hersenlobben. De achterste lobben vervullen functies voor het waarnemen en beweging, de meer naar voren liggende de steeds abstractere functies. De hoogste functies als strategisch denken en vooruitdenken plaatst men in de windingen achter het voorhoofd: de prefrontale cortex  , en direct boven het oog: de orbifrontale cortex.
    Qua innerlijke structuur bestaat de neocortex uit een vrijwel homogeen zeslagig neuraal netwerk  , hoewel qua functionele structuur onderverdeeld in talloze voornamelijk onderling samenhangende gebieden - op deze website "modules" genoemd. De communicatie tussen die onderdelen en die tussen wat verder uiteengelegen delen van de grotere structureren loopt via de lange enkelvoudige uitgangen van de neuronen: de axonen. Binnen de modules verloopt de communicatie tussen de korte-afstands vertakkingen genaamd dendrieten. Neuronen met alleen dendrieten worden ook wel interneuronen genoemd - deze verzorgen het meeste van het "logische schakelen". Het menselijke leren, dat wil zeggen: "door ervaring of instructie anders gaan denken", komt tot stand door bepaalde verbindingen te activeren dan wel te blokkeren
    In anatomische preparaten zijn de verbindingen lichter getint dan de neuronenlaag zelf - de laatste wordt daarom wel donkere stof en de eerste witte stof genoemd. Zeer significant is dat de witte stof, de verbindingen, tweederde van het volume van de neocortex, het gedeelte tussen het vel aan de buitenkant en de onderliggende cingulate cortex, in beslag neemt. Oftewel: het denken zit meer in de verbindingen dan in de schakelelementen. Dat laatste blijkt er ook uit dat bij schade aan die schakelelementen, sommige functies soms door andere hersendelen kunnen worden overgenomen. Bij schade aan het verbindingenstelsel is dat veel zeldzamer.

Neuraal netwerk
De term "neuraal netwerk" wordt tegenwoordig meer gebruikt in de betekenis "een kunstmatig netwerk van schakelelementen dat een neuraal netwerk nabootst" dan de oorspronkelijke biologische betekenis. Hier gaat het natuurlijk toch om het laatste.
    Een biologisch neuraal netwerk is een groepering van neuronen  die gezamenlijk een specifieke functie vervullen. Maar daaronder zouden ook de ganglia in het ruggemerg vallen, en die worden normaliter niet geschaard onder "neuraal netwerk". Dat omdat men een globaal onderscheid kan maken tussen twee soorten neurale structuren: de min-of-meer bolvormige en de min-of-meer platlagige. De ganglia in het ruggemerg zijn min-of-meer bolvormig (hoe groter, hoe bolvormiger), net als de meeste structuren in de hersenstam en de emotionele hersenen. Platlagig zijn een paar structuren in de hersenstam, de kleine hersenen (ze zien er van buiten wel uit als een rondig iets maar dat verbergt het feit dat het structureel een groot platlagig vel is opgevouwen in vele windingen), een aantal structuren tussen de emotie-organen, en, meest prominent, de grote hersenen, met dezelfde structuur als de kleine, maar dan met meer neuronlagen.
    Onder neuraal netwerk wordt impliciet vrijwel altijd een platlagige structuur bedoeld - zie de afbeelding rechts die een stukje is van de lagenstructuur van de cortex (afbeelding van Ramon y Cajal uitleg of detail via hier uitleg of detail ). en associatie die versterkt wordt door de structuur van de kunstmatige neurale netwerken: deze zijn ook vrijwel allemaal van de platlagige soort uitleg of detail (Google).
    De verschillen in bolvormige en platlagige structuren gaan vermoedelijk ook samen met een andere ontstaansgeschiedenis. De ontwikkeling van  bolvormige structuren is al min-of-meer geschetst in het ontstaan ervan in de behoefte van coördinatie van beweging van ledematen - van bewegingselementen. De vermoedelijk eerste platlagige structuur was gewenst bij de coördinatie van verschillende waarnemingselementen, met name de optische elementen. Lichtgevoeligheid zit al in een enkele cel, de specialisatie ervan ligt voor de hand, en de uitbreiding van een enkele cel die licht en donker kan aangeven naar veel cellen die gevoeliger zijn en uiteindelijk ook de richting van lichtinval kunnen bepalen, is net zo voor de hand liggend uitleg of detail . De verwerking van de signalen van al die lichtgevoelige cellen tezamen gaat efficiënter als die signalen vooraf gecoördineerd worden, dat wil zeggen: met elkaar verbonden, en zo ontstaat van nature een platlagige neuronenstructuur, in de huidige mens zijnde het netvlies. Het netvlies is een drielagig neuraal netwerk. De structuur daarvan is vermoedelijk als voorbeeld gebruikt voor de verdere verwerking van die signalen in coördinatie met de besturing van de bewegingselementen - in eerste instantie in het tectum  , deel van het optische verwerkingcentrum in de hersenstam  . Enzovoort.
    Van neurale netwerken bestaan er vermoedelijk twee hoofdsoorten: de aanpasbare en de niet-aanpasbare. Het neurale netwerk van het oog is vermoedelijk grotendeels van de laatste soort: de functie ervan is ingebouwd in de structuur, en bijvoorbeeld al aanwezig bij de geboorte. De tweede soort kan zijn functie in mindere of meerdere mate aanpassen aan de hand van de input die het krijgt. Dit is het "lerende" neurale netwerk. Bij kunstmatige neurale netwerken is altijd die tweede soort bedoeld - de eerste soort heet in de kunstmatige wereld anders: een "logische schakeling" of "logisch circuit". Computers bestaan volledig uit logische schakelingen. De kunstmatige neurale netwerken bestaan alleen in de software die draait op computers, maar qua structuur los staat van de computer. De cortex bestaat vermoedelijk volledig uit lerende neurale netwerken. De lagere hersendelen hebben in variabele mate ook vastgelegde functies, en wel meer naarmate het hersendeel basaler is en dichter bij de waarnemingsorganen staat.
    De meest algemene omschrijving van de functies van neurale netwerken is vermoedelijk "het vinden van patronen en regelmaat". Patronen en regelmaat zijn belangrijk omdat als eenmaal bekend is dat een bepaalde zaak of gebeurtenis binnen een patroon valt, er een aantal andere bij het patroon horende zaken automatisch ook bekend zijn en niet verder gezocht of onderzocht hoeven worden. Voor bijen is het interessant om te weten dat er een patroon is bestaande uit "de zon gaat op - de bloemetjes gaan open", omdat ze dan alleen maar op de zon hoeven af te gaan om open bloemetjes te kunnen treffen.
    Het leren van regelmaat en patronen gaat hoogstwaarschijnlijk niet samen met het gebruiken van die patronen in het dagelijkse leven, omdat de twee activiteiten gebruik maken van hetzelfde circuit. Het leren van de regelmaat en patronen gebeurt hoogstwaarschijnlijk tijdens de slaap (het gebruik ervan natuurlijk overdag). Vermoedelijk bestaat een deel van het leren door een neuraal netwerk voor een deel uit het voeren aan dat neurale netwerk van kunstmatige regelmatige patronen - dat is zichtbaar als de regelmatige hersengolven tijdens de slaap  . De effecten van de aanpassingen van het netwerk moeten liefst natuurlijk vooraf getest worden aan meer realistische scenario's - dat zouden dan wel eens de dromen kunnen zijn. Het vaak absurde karakter van dromen is dan het gevolg van de diverse pogingen met andere filter- en combinatie-functies van het netwerk.
    Voor de werking van een basaal kunstmatig neuraal netwerk lijkende op dat het het oog, zie hier  .

Neuronen
Neuronen zijn lichaamcellen die zich gespecialiseerd hebben in het versturen van elektrochemische signalen, waartoe ze ook lange uiteinden of dendrieten ("vertakkingen") hebben ontwikkeld om verbindingen te maken met andere cellen, zie de twee neuronen in de illustratie rechts. Vermoedelijk als eerste met de primitieve waarnemingselementen van de eerste wezens met min-of-meer een lichaam, en later ook gebruikt voor de aansturing van de bewegingselementen van de eerste ledematen. Neuronen kunnen naast de dendrieten die zowel als ingang en uitgang kunnen dienen, ook een "lange afstands"-uitgang hebben genaamd "axon" (met de rode pijltjes), die speciaal elektrisch geïsoleerd moet zijn omdat anders de elektriciteit van het neuron weglekt.
    De elektrochemische activiteit van een neuron is die van de "ontlading" of ook wel aangeduid als "afvuren": bij voldoende hoog of veel ingangssignalen komende van de dendrieten verandert de interne chemische toestand plotseling, waardoor er een elektrochemisch signaal gaat door de andere dendrieten en met name het axon, dat daardoor andere neuronen of cellen kan activeren - zie de illustratie rechts (van/via Cary Rhode uitleg of detail ), waarin de rode pijltjes staan voor de elektrochemische impuls door het axon - het rode cirkeltje bevat een "synaps" waar het ene neuron aan het andere vastzit.
    De stoffen die neuronen gebruiken voor de signaaloverdracht heten neurotransmitters  . Daarvan zijn er twee hoofdsoorten: de exciterende ("excitory") en de remmende (inhiberende, "inhibiting"). Niet-exciteren is niet hetzelfde als "remmen", net zoals in een auto het "geen gas geven" niet hetzelfde is als "remmen"- "remmen" is "geen gas geven met ontzettende haast". De voornaamste exciterende neurotransmitter is glutamaat, de belangrijkste remmer heet met een afkorting GABA.
    Merk op da een ander neuron inhibeert, overeenkomt met een omkering: exciteren van de een veroorzaakt niet-exciteren de volgende. In wiskundige termen is dit equivalent aan een negatieve waarde, en net als in de wiskunde veroorzaken twee negatieve waardes weer een positie: als het geïnhibeerde tweede neuron op zich weer een derde inhibeert, staat het inhiberen van de tweede gelijk aan het exciteren van de derde. Dit is geen ingewikkeld-doenerij, maar de manier waarop vele neuronale circuit werken - de basale ganglia  bevatten grotendeels met elkaar verbonden inhiberende neuronen.
    De werking van deze basale neurotransmitters kan weer beïnvloed worden met andere neurotransmivtters, zie ook hersenstam  .
    Meer over neuronen en hun werking hier  .

Neurotransmitters
Neurotransmitters zijn de stoffen die betrokken zijn bij de overdracht van signalen tussen neuronen  en de verdere vormen van beïnvloeding van die overdracht. Neurotransmitters komen er in ruwweg drie niveaus van beïnvloeding: ten eerste zijn er twee soorten die de signalen tussen twee verbonden neuronen direct aansturen: eentje die het afvuren van het neuron veroorzaakt of dat doet samen met anderen ("excitory"), en eentje die het afvuren voorkomt of dat doet samen met anderen ("inhibitory") - de meestvoorkomende excitory is glutamaat, en de meestvoorkomende inhibitory is GABA (afkorting).
    De tweede laag van neurotransmitters wordt aangemaakt in de hersenstam  , en beïnvloedt groepen van neuronen. Er is een tweetal dat het exciteren beïnvloedt, en een tweetal voor het inhiberen. Het bekendst is dopamine dat de exciteerbaarheid versterkt (de neuronen gaan eerder vuren) en serotonine dat de inhibeerbaarheid bevordert. Het eerste is bekend van de aanverwante stoffen als heroïne die de aanmaak van dopmanie stimuleren, het tweede, serotonine, staat voor het tot rust brengen van de neurale interactie dus het zenuwstelsel en de aanmaak daarvan wordt gestimuleerd door rustgevende medicijnen. Merk op dat deze vier neurotransmitters algemeen werkende stoffen zijn, dus niet bepaalde kwalen behandelen - de genoemde drugs en medicijnen hebben daarom altijd minder of meer ernstige bijwerkingen omdat ze ook voor de kwaal niet-relevante processen beïnvloeden.
    De neurotransmitters van de hersenstam worden ook gebruikt en beïnvloed door de emotie-organen  , die zelf weer nieuwe neurotransmitters introduceren. Twee van de bekendste daarvan zijn oxytocine en vasopressine. De rol en het belang van oxytocine is pas bekend geworden in de jaren rond 2000, en dat van het verwante vasopressine en andere neurotransmitters van de emotie-organen is, schrijvende 2014, courant onderzoek.
    Oxytocine werd bekend als het "liefdeshormoon", nadat de rol ervan bij romantische interacties was gebleken. In feite is het het "bindings"-hormoon: het is betrokken bij alle vormen van sociale binding, en groepsvorming. En oxytocine speelt dus ook een rol bij de contrastvorming tussen de eigen groep en niet-groepsleden, oftewel: het vermindert de binding met niet-groepsleden (dit natuurlijk tot schok van de politieke-correctheid  die denkt dat de natuur één groot liefdesnest is - wat dan ook zou gelden voor mensen).
    Vasopressine speelt een dergelijke rol, maar dan voornamelijk bij mannelijke dieren en de binding tot de seksuele partner. Onderzoek naar diverse soorten marmotten uitleg of detail in Amerika heeft aangetoond dat hoe meer vasopressine, des te monogamer de partnerrelatie.
    Dit betreft dus gedrag van dieren boven het niveau van reptielen - dat wil zeggen: subtieler gedrag dan dat van reptielen. Bij volgende evolutionaire stappen spelen dus weer andere neurotransmitters een rol, tot en met die van de zoogdieren. Of er speciale menselijke neurotransmitters zijn is nog niet bekend maar niet waarschijnlijk - het menselijke denken lijkt meer een kwestie van software dan van hardware.
    Het voorgaande gaat over signaaloverdracht direct tussen neuronen die aan elkaar vastzitten. Neurotransmitters worden ook gebruikt voor meer algemeen signalen, die dan via de bloedbaan verstuurd worden - dat zijn de hormonen. Dit geldt voor een aantal van de al genoemde: bijvoorbeeld oxytocine en serotine, maar hier komen er weer een aantal nieuwe bij, met als bekendste adrenaline, dat een staat van alertheid oproept, en de cortisolen, die ontstekingsremmend zijn. De hormonen worden in de bloedbaan gepompt door de endocriene klieren ("glands"), met als voornaamste de hypofyse ("pituitary gland").

Nucleus accumbens
"Nucleus accumbens" betekent "aanliggende kern", wat staat voor de positie van die kern, buiten het hoofdgebied van de emotie-organen, aan de voorkant. De nucleus accumbens verwierf faam met de ontdekking dat bij ratten die een elektrode ingebracht kregen in de kern met de trap op een pedaaltje elektrisch konden stimuleren, dusdanig verslaafd raakten dat ze niets anders meer deden dan op het pedaaltje trappen, zonder nog oog te hebben voor voedsel. Later bleek dat de elektrode eerder bij de septal nuclei zat dan bij de nucleus accumbens, vandaar dat we ze hier maar even tezamen nemen - de septal nuclei zijn kernen aan de voorkant het gebied van de emotie-organen.
    Het is bekend welke neurotransmitter  de nucleus accumbens gebruikt om dit gedrag teweeg te brengen: dopamine. Het rattenexperiment laat zien hoe sterk dopamine en de andere neurotransmitters het gedrag bepalen: het is de meest pure vorm van dit gedrag. Bij mensen ligt het aan de basis van vermoedelijk alle bekende verslavingen, met als meest bekende die aan stoffen als heroïne enzovoort, die gelijksoortige stoffen zijn die het vrijkomen van dopamine stimuleren. Ook mensen die verslaafd zijn, zijn ratten die op een pedaaltje trappen. En hoogstwaarschijnlijk geldt dat ook voor gedrag dat volgt uit overwegingen in de cortex: ook het aanhangen van ideologieën, zoals religie, wekt uiteindelijk meer dopamine op.
    De nucleus accumbens maakt de dopamine niet zelf, maar betrekt die uit de hersenstam, uit twee gebieden aan de bovenkant ervan: substantia nigra compacta ("zwarte substantie") en het ventral tegmental area of VTA. De neuronen in die gebieden synthetiseren de dopamine en transporten het via hun axonen. Zodat de dopamine heel gericht terecht komt alleen op de plaatsen waar het bedoeld is - dit dus in tegenstelling tot inname via spijsvertering en/of bloedbaan. De verbinding van hersenstam naar nucleus accumbens en verder heet de mesolimbic pathway uitleg of detail (Wikipedia).

Oog
 Het oog heeft net als alle andere waarnemingsorganen  een dubbele functie: de fysiologische processen warmee ze invloeden van de buitenwereld waarnemen, en de processen waarmee het voorgaande vertaald wordt in neurologische, elektrochemische, signalen. Hier gaat het natuurlijk om dat laatste. Het oog is daarin bijzonder omdat het veruit de grootste hoeveelheid van signalen moet verwerken, en dus dat de neurologische precessen daar het ingewikkeld zijn.
    De signalen komen van de miljoenen cellen, "staafjes" en "kegeltjes", die detecteren dat er licht op ze valt. En dat circa 25 keer per seconde opnieuw gedaan. Daarin zit ontzettend veel detail dat in eerste instantie onbelangrijk is: wie een vlieg wil vangen moet niet geïnteresseerd zijn in de kleur van zijn vleugels en hoeveel poten hij heeft - het gaat alleen om zijn baan door de lucht. Maar bij het uitzoeken van een partner, wat je op je gemakje doet, is bijna het omgekeerde het geval. En dit dient dus allemaal geregeld te worden
     Voor het filteren van de belangrijke informatie zorgt het netvlies aan achterkant van het oog. Ten eerste neemt dat in eerste instantie alleen licht-donker overgangen waar, de contouren, en ten tweede alleen degene die zich verplaatsen - staande voor beweging. Dat doet het door "rekenkundige" operaties, en het netvlies doet dus rekenkundige operaties - het netvlies is een neuraal netwerk  , en wel vermoedelijk het simpelste, drielagige, neurale netwerk
    De andere neurale netwerken zijn vermoedelijk qua structuur op die van het netvlies geschoeid - om te beginnen met de plek waar de signalen geïnterpreteerd gaan worden, in eerste instantie in de hersenstam, waar de door het oog gecodeerde signalen weer gedecodeerd worden, en dat decodeernetwerk lijkt natuurlijk in aanzienlijke mate op het coderende. Dit gebeurt bijvoorbeeld in wat bij dieren het tectum heet, en bij dieren een belangrijk deel van de hersenen uitmaakt en wel belangrijker naarmate de soort lager op de evolutionaire ladder staat. Bij mensen zijn dit de "superior colliculi"  ("bovenste uitsteeksels"- van de hersenstam). Waarna de informatie verder verwerkt wordt in hogere delen van de hersenen.
    Meer over de evolutie van het oog hier  - meer over het neurale netwerk van het oog hier  - meer over de rekenmethodiek van het neurale netwerk hier  .

Proprioceptie
Proprioceptie is de Latijnse term voor "zelfwaarneming", en wordt in de neurologie gebruikt om het proces aan te duiden dat waarbij ledematen of de spieren in die ledematen "weten" waar ze zich ongeveer bevinden aan de hand van de gevoelszenuwen. Het zenuwstelsel kan de kracht benodigd  voor de verdere beweging, dan bijsturen, aan de hand van het effect van de voorgaande fase: schiet de beweging niet genoeg op, dan worden er sterkere signalen naar de spieren gestuurd - en gaat het juist te snel of te ver, dan worden de signalen verzwakt of zelfs omgekeerd. Dit maakt soepele en effectieve bewegingen mogelijk, waarbij de aanvankelijk snelheid van beweging van de ledemaat snel is om dicht bij het doel te geraken, en dan langzamer wordt om preciezer te kunnen sturen. Kortom: de afwezigheid van proprioceptie is wat de bewegingen van alle hedendaagse en voorgaande robots zo houterig maakt.
    Maar ook iets als "een volle maag" kan dus gezien worden als proprioceptie. Enzovoort.
    Veel van de proprioceptische processen worden afgehandeld op het meest basale niveau: in het ruggemerg, in de zenuwknopen of ganglia. Die knopen zijn vermoedelijk ontstaan uit de behoefte om de signalen van de verschillende onderdelen van de ledematen en de proprioceptische informatie aan elkaar te koppelen, voor een effectievere beweging. Een ander deel gaat naar het cerebellum  .
    Proprioceptie is dus een vorm van terugkoppeling  .

Slaap
De slaap, de toestand van verminderd bewustzijn tijdens de nacht, heeft meerdere functies, maar de vermoedelijke hoofdfunctie is het verwerken van en het leren van de ervaringen opgedaan gedurende de dagperiode. Een aanwijzing daarvoor is dat bij een groter aantal gebeurtenissen en ingrijpender gebeurtenissen, de behoefte aan slaap gemiddeld toeneemt. Een andere aanwijzing is het belang dat slaap heeft: varkens die vele dagen uit de slaap werden gehouden, werden krankzinnig.
    Deze functie van slaap volgt ook min of meer automatisch als je het omgekeerde pad bewandelt, uitgaande van de functie-eisen te stellen aan een lerend neuraal netwerk  : dan is er automatisch een leerperiode nodig waarin het netwerk niet voor dagelijks gebruik ter beschikking staat. En dat is dan "natuurlijk" de slaapperiode.
    Deze behoefte bestaat kennelijk al op een redelijk basaal niveau van de ontwikkeling van het zenuwstelsel, want de circuits die de start en stop van de slaapperiode regelen  , bevinden zich in de hersenstam en de emotie-organen. Dit circuit veroorzaakt een scherpe aan-uit functie, waarbij tegelijkertijd het bewustzijn en het bewegingsstelsel worden uitgeschakeld. Dat laatste om te voorkomen dat de leerprocessen die zich tijdens die periode in de hersencircuits afspelen en niet tot de normale realiteit behoren, niet tot potentieel gevaarlijk gedrag leiden. Kleinere verstoringen in het uitschakelen van het bewegingsapparaat staan bekend als "slaapwandelen".
    Meer over de slaap hier  .

Thalamus
De thalamus heeft een eigenaardige positie in het brein, liggende op het grensvlak tussen hersenstam  en emotie-organen  , ongeveer midden in het brein, zie de illustratie rechts. En zijnde de eerste structuur die uiterlijk in een linker- en rechtervariant komt, maar nog niet heel overtuigend want bij 70 procent van de mensen zijn de twee thalamussen verbonden. En ook evolutionair is het een buitenbeentje, want ze stamt van het diencephalon, bij de groei van het zenuwstelsel aanvankelijk van dezelfde ordegrootte als mesencephalon dat de hersenstam wordt en telencephalon wat groeit naar de rest aan de bovenkant. Van het diencephalon blijven alleen de thalamus en een aantal primitieve structuren over, waaronder de hypothalamus en de hypofyse, die de hormonen  in de bloedbaan pompen.
    De meest genoemde rol van de thalamus is die van doorgeefluik van signalen vanaf hersenstam en emotie-organen richting cortex - en deels omgekeerd. Daartoe komen onder andere de meeste door de hersenstam voorverwerkte waarneming- en besturingssignalen aan in de thalamus - zie de afbeelding rechts (gewijzigde versie van Wikipedia uitleg of detail - vergroting en compleet hier uitleg of detail ).
    Deze rol is begrijpelijk en zelfs noodzakelijk, als men uitgaat van het op deze website gehanteerde model dat vanaf de basale ganglia  de waarnemingservaringen en bijbehorende gedrag behandeld worden als gehele gebeurtenissen, in scenario's. Voor het kunnen maken van zo'n compleet en samenhangend beeld is het noodzakelijk dat de waarnemingsimpressies op een coherente manier worden gegroepeerd. Daarna kunnen elementen als ruimte- en tijdservaringen er aan worden toegevoegd.
    De waarschijnlijkheid van een dergelijke rol wordt versterkt door de structuur van de thalamus: ieder van de belangrijkste bewegingsgroepen van het lichaam en dus de waarnemingsorganen hebben hun eigen kern binnen de thalamus, en eromheen zit een kern gevormd als een laag, die de andere kernen bijstuurt (niet getekend in het schema). Tussen de kernen lopen veel verbindingen, de axonen van de neuronen  , in het schema de witgetekende tussengebieden en in de ruimtelijke illustratie de witte strepen die een Y-figuur vormen. Midden in de witte massa, in het midden van de thalamus, liggen nog twee kennen, waarvan de grootste is de centromediane kern. Deze zendt output naar de basale ganglia, zoals verwacht als de thalamus de start is van het pad thalamus basale ganglia hippocampus  emotie-kernen en geheugen. De rol van de thalamus in de geheugenvorming blijkt uit het geheugenverlies bij de ziekte van Korsakov, die gepaard gaat met schade aan mediaal dorsale kern (nummer 2)
    En ook maakt het mogelijk nog een verdere raadseloplossende suggestie te doen, namelijk de rol van de primitieve cortex  , of cerebrum zoals het bij dieren dan heet. Zoals het cerebellum  er is om het bestaande bewegingsapparaat aan te vullen met fijncontrole van bewegingsapparaat aan de hand van in de praktijk opgedane ervaringen, is het cerebrum er dan om de coördinatie in de thalamus behulpzaam te zijn aan de hand van in de praktijk opgedane ervaringen. Waarbij de grofschalige uitkomst bepaald wordt door de emotie-organen.
    Dat op een gegeven moment, bij voldoende capaciteit van het cerebrum, het cerebrum de rol van de emotie-organen grotendeels kan overnemen doordat het beter gesitueerd is qua structuur om van ervaringen te leren, is dan een automatisch verlopend, evolutionair, proces. 

Waarnemingsorganen
Bij een systematische behandeling van het zenuwstelsel, werkende van de meest algemene naar de meest gedetailleerde zaken, is ook een rubriek "waarnemingsorganen" nodig. Dat is namelijk nummer twee naast de hersenen, die het leeuwendeel van de aandacht krijgen. De hersenen vormen het verzamelpunt voor de informatie verkregen door de waarnemingsorganen, en zonder de laatste geen eerste. De waarnemingsorganen zetten de fysiologische, sensorische, informatie om in neurologische informatie - het meest duidelijk is dat bij het oog  . Waarnemingsorganen plus hersenen vormen dus het feitelijke basale uitgangspunt, en niet de hersenen zelf.
   Het derde item op dit niveau zijn dus de zenuwen  , die de verbinding vormen tussen waarnemingsorganen en hersenen.

Zenuwen
In de neurologie heeft de term "zenuwen" ("nerves" of "cranial nerves") normaliter de meer beperkte betekenis van de twaalf zenuwbundels die lopen tussen de hersenstam  en de rest van het lichaam - waar ze zich vertakken in vele uiteinden. De zenuwbundels sturen de spieren aan, zoals de de nummer 10 geheten "zwervende zenuw" ("nervus vagus"), en versturen signalen van de waarnemingsorganen, zoals nummer 2 of "optische zenuw" ("optic nerve"). Opvallend is dat drie zenuwen (3, 4, 6) geweid zijn aan de beweging van de oogbol, aangevende het belang van dat "apparaat".
    "Zenuwen" zijn geen aparte "constructie" van het zenuwstelsel: het zijn gewoon de signaaldragende uiteinden van neuronen  , de axonen, die voor dit speciale doel extra lang zijn, dus tot in de buurt van de anderhalve meter. Een "zenuw" is een bundel axonen met gelijke functie, meestal komende of gaande naar kernen verbonden aan de specifiek functie van orgaan of bewegingsapparaat.


Naar Neurologie, organisatie  , Neurologie, overzicht, globaal  , Psychologie lijst  , Psychologie overzicht  , of site home  .