De Volkskrant, 09-07-2010, door Maartje Bakker
.2010

Zonnetje brengt de hersenen in het gareel

Hersenen zijn net mensen: als je ze beloont, gaan ze gewenst gedrag vertonen. Dat is de basis van neurofeedback. De hersentraining werd lang afgedaan als kwakzalverij. Toch lijkt het te werken tegen ADHD.

Tussentitel: We hebben geen idee of er bijwerkingen zijn en of het werkt op de lange termijn

Dat vliegtuig, dat moet omlaag. Onder de streep. Maar hoe? Door naar het computerscherm te staren? Door zo snel mogelijk tot honderd te tellen? Door onverstoorbaar het woord ‘appel’ te herhalen? Of gewoon door een tijdschrift te lezen?

Het vliegtuig wordt bestuurd door mijn hersengolven. Op mijn hoofd, iets voor het midden en precies op de scheiding, is een elektrode geplakt die mijn hersengolven meet. Als de hersengolven de goede frequentie hebben – stroomstootjes met precies het gewenste ritme – koerst het vliegtuig omlaag.

De enige opdracht die een cliënt krijgt, is deze: concentreer je, want daardoor kun je het vliegtuig onder de streep houden. Bij mij werkt tellen goed, en ‘appel’ in mezelf herhalen ook wel. Schiet het vliegtuig eerst nog van onder naar boven, later blijft het netjes onder de lijn vliegen. Het levert me, na een tijdje oefenen, een zonnetje op.

Dit is neurofeedback. De hersenen krijgen een beloning als ze de goede hersengolven vertonen. Ze geven zichzelf als het ware een complimentje als het vliegtuig laag blijft of als je een zonnetje scoort. En wie wordt beloond, is geneigd hetzelfde gedrag nóg eens te vertonen. Zo zitten mensen nu eenmaal in elkaar.

Het sturen van je hersengolven is niet zomaar een leuk computerspelletje, maar komt van pas bij het behandelen van ADHD. Bij een groot deel van de mensen met ADHD zijn de hersengolven namelijk ontregeld. Met neurofeedback kunnen ze in het gareel gebracht worden.

‘Hersenen zijn kampioen verbanden leggen’, vertelt Martijn Arns, die in zijn psychologenpraktijk neurofeedback toepast. Wanneer er een beloning te verdienen valt, leren ze welk gedrag ervoor nodig is.

Dat principe heet ‘operante conditionering’, en werd bekend door de Amerikaan Skinner. Die ontwierp de zogenaamde Skinner-box, waarin hij een rat of een duif zette. Als het dier met zijn poot op een hefboom drukte, kreeg het een brokje. Door die beloning leerden de proefdieren steeds vaker op de hefboom te duwen.

Arns: ‘Met de hersengolven en het zonnetje werkt het net zo. Het idee is dat op het laatst de beloning niet meer nodig is: de hersengolven zullen vanzelf de juiste frequentie vertonen als je je wilt concentreren. Dat is een uitkomst voor mensen met ADHD.’

Pacman

De behandeling duurt meestal dertig tot veertig sessies, van een halfuur tot een uur. Neurofeedback kan worden gedaan met een vliegtuigje dat omlaag of omhoog gaat, een Pacman die loopt of blijft staan, of een film die doorgaat of hapert – zolang het voor de hersenen maar zichtbaar wordt of ze de goede golven te pakken hebben. Naast neurofeedback praten de psychologen doorgaans ook met de cliënten: want je concentreren tijdens een neurofeedbacksessie is één ding, met die nieuwe vaardigheid omgaan in je dagelijks leven is iets anders.

Neurofeedback is niet nieuw. In de jaren zeventig werd het ontdekt. Lang verkeerde de behandelmethode in de hoek van de alternatieve geneeswijzen. Behandelaars werden weggezet als kwakzalvers, niet in de laatste plaats omdat ze neurofeedback aanprezen als een wondermiddel. Het zou helpen bij tal van aandoeningen: angst, burnout, dyslexie, hoofdpijn tot en met een whiplash.

De eerste harde bewijzen dat het wél werkte, kwamen pas de laatste jaren. Een doorbraak was het onderzoek van Martijn Arns en zijn collega’s uit 2009. Arns is directeur van Brainclinics, een psychologenpraktijk in Nijmegen waar neurofeedback wordt toegepast. Hij werkte samen met wetenschappers van de Radboud Universiteit Nijmegen en de Eberhard Karls Universiteit in het Duitse Tübingen.

Arns legde alle bestaande studies naar neurofeedback bij ADHD naast elkaar. In totaal waren bij die studies 1.194 patiënten betrokken. De uitkomst: neurofeedback helpt goed tegen aandachtsproblemen en impulsiviteit. Hyperactiviteit neemt er ook door af, maar in mindere mate. Conclusie, zeggen de onderzoekers: neurofeedback is een bewezen effectieve behandelmethode. Voor ADHD, dan.

Dat komt doordat de frequentie van de hersengolven van veel ADHD’ers – maar niet alle – afwijken van het gemiddelde. Hersengolven, vertelt Arns, zijn elektrische stroompjes in de hersenen. Die kunnen met een elektro-encefalogram (EEG) worden gemeten. Vooral in de frontale kwab, een hersengedeelte dat zich onder het voorhoofd bevindt, is het patroon van de hersengolven van ADHD’ers anders dan bij mensen zonder ADHD. Ze hebben een overmaat aan thètagolven: langzame golven die doorgaans de kop op steken als je wegdommelt, vaak aan het einde van de dag. Tegelijkertijd hebben ze een tekort aan bètagolven: snelle golven die optreden als je je concentreert. Geen wonder dus, dat ADHD’ers moeite hebben met concentratie.

Ook voor de hyperactiviteit van mensen met ADHD weet Arns een verklaring. ‘Wie kleine kinderen heeft, weet: die worden druk aan het einde van de dag. Door hyperactief gedrag te vertonen, proberen ze hun hersenactiviteit op te vijzelen tot het niveau van bètagolven. ADHD’ers halen, onbewust, dezelfde truc uit, maar dan de hele dag door.’

De kunst is nu om de verhouding tussen thèta- en bètagolven terug te brengen naar een normale waarde. En dat kan met neurofeedback, omdat de golven zichtbaar worden gemaakt en cliënten beloond worden als ze de goede hersengolven vertonen. Ze leren daardoor hoe ze bètagolven, en daarmee concentratie, op kunnen roepen. Als ze maar genoeg neurofeedbacksessies hebben gedaan, dan lijkt het concentreren vanzelf te gaan. ‘Vergelijk het maar met leren fietsen’, zegt Arns. ‘Je trekt dan weer de ene spier aan, dan weer de andere, en na een tijd gaat het goed, al kun je niet precies uitleggen hoe dat kan.’

Het duurt even, vervolgt Arns, om te leren fietsen of pianospelen. ‘Maar dan verleer je het ook nooit meer. Hetzelfde geldt voor neurofeedback. Het is zelfs gebeurd dat nadat de behandelsessies al zijn gestopt, het gedrag van ADHD’ers nog verder verbetert.’

Een sessie kost 100 euro: 85 euro voor het psychologisch consult om te praten over je gedrag, en 15 euro voor neurofeedback. Dat eerste acht psychologische consulten kunnen worden betaald uit de basisverzekering. Afhankelijk van welke aanvullende verzekering je hebt, kunnen extra consulten ook worden vergoed.

Twijfels

Neurofeedback zelf wordt niet vergoed. Of dat terecht is, daar zijn de meningen over verdeeld. Arns vindt het bewijs dat hij op tafel heeft gelegd voldoende om vergoeding te rechtvaardigen. ‘Ik snap wel dat het College voor zorgverzekeringen (CVZ) eerst een negatief advies gaf. Dat kwam omdat eerst iedere bakker om de hoek bij wijze van spreken neurofeedback kon aanbieden. Nu heeft het Nederlands Instituut van Psychologen een kwaliteitskenmerk ingesteld.’

Maar wetenschappers aan de Vrije Universiteit (VU) van Amsterdam, die zich toeleggen op onderzoek naar neurofeedback, vinden de twijfels van het CVZ gegrond. ‘Het klinkt aantrekkelijk: ADHD kan worden behandeld door een simpel leerprincipe in te zetten’, zegt promovendus Tieme Janssen. ‘Maar er is nog veel onbekend. We hebben geen idee of er bijwerkingen zijn en of neurofeedback werkt op de lange termijn.

‘We weten niet of de hersenen structureel veranderen, of dat mensen die neurofeedback hebben ondergaan zich alleen beter kunnen concentreren als ze daar hun best voor doen. En je wilt kunnen voorspellen bij wie de behandeling aanslaat, want deze is duur en langdurig. Voorlopig kunnen we niet meer zeggen dan dat het veelbelovend is. Aan de VU gaan we nu bij kinderen met ADHD het effect van neurofeedback vergelijken met dat van medicijnen en sporten.’

Toch is de grote belangstelling voor neurofeedback niet zonder reden, zegt Jaap Oosterlaan, hoogleraar klinische neuropsysiologie aan de VU. ‘Medicijnen zoals Ritalin kunnen vervelende bijwerkingen geven. Ouders klagen soms dat hun kind verandert in een dood vogeltje: het wordt somber, krijgt slaapproblemen. Bovendien werken de medicijnen lang niet bij iedereen, maar slechts bij ongeveer 70 procent van de mensen. Een alternatief voor medicijnen zou daarom welkom zijn.’

Meer informatie over het onderzoek aan de Vu kijk opadhd-vu.nl/hersengymnastiek

'Joy heeft minder vaak een grote mond'
Vijf procent van de kinderen heeft ADHD. Ook bij Joy (toen 8) werd vorig najaar ADHD vastgesteld. Vader Jeroen Bots was van die diagnose niet erg onder de indruk. ‘Ik twijfelde eraan. De resultaten van de testjes vond ik eerlijk gezegd niet erg schokkend. De juf vond Joy druk en brutaal, maar dat kwam ook door de manier waarop ik haar opvoed. Ik had niet zo’n probleem met haar grote mond.’

Al klopte het wel, geeft Bots toe, dat Joy snel was afgeleid. Maar goed, dat was Bots vroeger zelf ook. ‘En kijk nu eens: ik ben prima terechtgekomen.’

De kinderarts raadde de ouders van Joy aan om haar Ritalin te laten slikken. Bots: ‘Maar om haar alleen vanwege die kleine afwijkingen vol te stoppen met Ritalin? Dat zag ik niet zitten. Het is helemaal niet bekend wat het effect van Ritalin is over twintig jaar. Bovendien vroeg ik me af: wat voor dochter krijg ik als ze zich gewoon verder ontplooit? En wat voor één als ik haar volstop met Ritalin? Misschien is ze nu druk en ondernemend; dat zijn eigenschappen die later best van pas kunnen komen.’

Maar niets doen kon ook niet. ‘Dan liep ik de kans dat de buitenwereld me zou zien als een slechte vader’, zegt Bots. ‘Om mijn goede wil te tonen ging ik op zoek naar een alternatief.’

Dat alternatief werd neurofeedback. Bots kwam terecht in de vestiging van Brainclinics in het Brabantse Oosterhout. Daar kreeg Joy een EEG – haar hersengolven werden in kaart gebracht.

En inderdaad: haar hersengolven weken in sommige gebieden af van het gemiddelde. Neurofeedback was dus het proberen waard.

Het klonk ook logisch, vond Bots: door Joy concentratieoefeningen te laten doen en haar bij succes te belonen, leek het hem aannemelijk dat ze zich beter zou leren concentreren. Bots: ‘En jawel, na een stuk of twintig sessies begon het complimentjes te regenen over het gedrag van Joy. Van mijn ouders, schoonouders, en zelfs van de juf: ik kreeg van alle kanten te horen dat ‘het nu toch zo goed met Joy ging’.

‘Zelf merkte ik het verschil ook: ze luisterde beter, had minder vaak een grote mond. En vooral: ze kan nu langer geconcentreerd en enthousiast met iets bezig gaan. Ze kijkt films vaker uit, en zit soms zelfs geruime tijd een boek te lezen! Eerst vloog er een vogel voorbij, en zat ze met haar gedachten alweer bij een ander onderwerp.’

Al vermoedt Bots dat de gedragsverandering van Joy ook deels door zijn eigen manier van opvoeden komt. ‘Ik ben mijn dochter iets strenger gaan opvoeden. De diagnose ADHD zet je toch aan het denken.’

Bots zou neurofeedback absoluut aanraden aan andere ouders van kinderen met ADHD. Al ziet hij ook een obstakel: de kosten.

 

Tussenstuk:
'Joy heeft minder vaak een grote mond'

Vijf procent van de kinderen heeft ADHD. Ook bij Joy (toen 8) werd vorig najaar ADHD vastgesteld. Vader Jeroen Bots was van die diagnose niet erg onder de indruk. 'Ik twijfelde eraan. De resultaten van de testjes vond ik eerlijk gezegd niet erg schokkend. De juf vond Joy druk en brutaal, maar dat kwam ook door de manier waarop ik haar opvoed. Ik had niet zo'n probleem met haar grote mond.'
    Al klopte het wel, geeft Bots toe, dat Joy snel was afgeleid. Maar goed, dat was Bots vroeger zelf ook. 'En kijk nu eens: ik ben prima terechtgekomen.'
    De kinderarts raadde de ouders van Joy aan om haar Ritalin te laten slikken. Bots: 'Maar om haar alleen vanwege die kleine afwijkingen vol te stoppen met Ritalin? Dat zag ik niet zitten. Het is helemaal niet bekend wat het effect van Ritalin is over twintig jaar. Bovendien vroeg ik me af: wat voor dochter krijg ik als ze zich gewoon verder ontplooit? En wat voor een als ik haar volstop met Ritalin? Misschien is ze nu druk en ondernemend; dat zijn eigenschappen die later best van pas kunnen komen.'
    Maar niets doen kon ook niet. 'Dan liep ik de kans dat de buitenwereld me zou zien als een slechte vader' , zegt Bots.'Om mijn goede wil te tonen ging Ik op zoek naar een alternatief:
Dat alternatief werd neurofeedback. Bots kwam terecht in de vestiging van Brainclinics in het Brabantse Oosterhout. Daar kreeg Joy een EEG - haar hersengolven werden in kaart gebracht.
    En inderdaad: haar hersengolven weken in sommige gebieden af van het gemiddelde. Neurofeedback was dus het proberen waard.
    Het klonk ook logisch, vond Bots: door Joy concentratieoefeningen te laten doen en haar bij succes te belonen, leek het hem aannemelijk dat ze zich beter zou leren concentreren.
Bots: 'En jawel, na een stuk of twintig sessies begon het complimentjes te regenen over het gedrag van Joy. Van mijn ouders, schoonouders, en zelfs van de juf: ik kreeg van alle kanten te horen dat 'het nu toch zo goed met Joy ging' .
    'Zelf merkte ik het verschil ook: ze luisterde beter, had minder vaak een grote mond. En vooral: ze kan nu langer geconcentreerd en enthousiast met iets bezig gaan. Ze kijkt films vaker uit, en zit soms zelfs geruime tijd een boek te lezen! Eerst vloog er een vogel voorbij, en zat ze met haar gedachten alweer bij een ander onderwerp.
    Al vermoedt Bots dat de gedragsverandering van Joy ook deels door zijn eigen manier van opvoeden komt. 'Ik ben mijn dochter iets strenger gaan opvoeden. De diagnose ADHD zet je toch aan het denken.'
    Bots zou neurofeedback absoluut aanraden aan andere ouders van kinderen met ADHD. Al ziet hij ook een obstakel: de kosten.



Naar Neurologie, spiegelneuronen , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]