De Volkskrant, 24-09-2011, door Suzanne Weusten .2010

Knipperen voor een gezonder brein is een flauw kunstje

Door met de ogen de bewegende vinger van je therapeut te volgen, communiceren de hersenhelften beter met elkaar. Daardoor vervagen akelige herinneringen. Zo simpel werkt EMDR-therapie. Maar werkt die echt? En snijdt de gangbare verklaring hout?

Het verhaal vertelt dat de Amerikaanse psychologe Francine Shapiro in een sombere bui een stukje ging wandelen in het park. Terwijl ze naar de bewegende blaadjes aan de bomen keek, voelde ze dat haar stemming verbeterde. De gebeurtenis inspireerde de voormalige lerares Engels om een therapie te bedenken voor mensen die last hebben van traumatische ervaringen. PatiŽnten moesten met hun ogen de bewegende vinger van de therapeut volgen en tegelijkertijd aan een vervelende emotionele ervaring denken. Daardoor zou de intensiteit van de ervaring vervagen.

Shapiro noemde de therapie EMDR: Eye Movement Desensitization and Reprocessing. De werking van haar therapie was uniek, beweerde ze: door bilaterale stimulatie van de hersenen kon ze zelfs patiŽnten van een posttraumatische stressstoornis afhelpen. Wanneer de communicatie tussen beide hersenhelften wordt gestimuleerd, zou de intensiteit van de ervaring afnemen.

Een leger sceptische wetenschappers viel over Francine Shapiro heen. Maar hoe raar het er ook uitzag - een therapeut die met zijn vinger zwaaide voor de ogen van de patiŽnt - de resultaten waren verbluffend. Uit talloze effectonderzoeken bleek dat de therapie werkte. In 2005 concludeerde de American Journal of Psychiatry dat EMDR een van de effectiefste behandelingen is; later volgden andere gerenommeerde tijdschriften. Toen de therapie evidencebased bleek te zijn, richtten de critici zich vooral op de verklaring. Hoezo interactie tussen twee hersenhelften? Was het niet gewoon een variant op de bestaande cognitieve therapieŽn?

Inmiddels behandelen zo'n duizend EMDR-therapeuten in Nederland al jarenlang mensen met angststoornissen. Er is een vereniging, een opleiding, en er zijn richtlijnen. Maar die richtlijnen zijn onlangs herzien omdat nieuw onderzoek een andere en plausibelere verklaring biedt voor de werking van de therapie.

Iris Engelhard, hoogleraar academisering van de ggz aan de Universiteit Utrecht en tevens behandelaar op de angstpoli in deze stad, weerspreekt de 'interhemisferische' verklaring van Shapiro. Engelhard, die promoveerde op een onderzoek naar posttraumatische stress en aan Harvard University in Boston met Vietnamveteranen werkte, vroeg zich samen met collega Marcel van den Hout af hoe belangrijk de oogbewegingen zijn voor het gunstige effect van de therapie. Wat zou er gebeuren als patiŽnten in plaats van het volgen van de vinger van de therapeut een andere taak zouden krijgen, zoals een hoofdrekensommetje of een computerspelletje?

Verticaal
Engelhard en Van den Hout op hun beurt hadden zich laten inspireren door een eerder onderzoek van twee Canadese onderzoekers die proefpersonen in plaats van horizontale oogbewegingen verticale oogbewegingen lieten maken. De Canadese psychologen ontdekten dat het niet uitmaakte voor het effect; ze veronderstelden dat het werkgeheugen een rol speelde.

De twee Utrechtse psychologen begonnen daarop een onderzoek. Ze vroegen proefpersonen aan een nare herinnering te denken en lieten hen tegelijkertijd terugtellen van duizend naar een: 999, 998, 997 enzovoorts. Wat bleek: ook op deze manier nam de intensiteit van de herinnering af. De proefpersonen deden ook een computerspelletje - Tetris - terwijl ze aan hun emotionele ervaring moesten denken. Ook bij deze taak vervaagden de vervelende herinneringen.

De resultaten van dit onderzoek van Engelhard en Van den Hout bevestigen de werkgeheugentheorie die de omstreden verklaring van Francine Shapiro weerlegt. Engelhard: 'Wanneer je iemand vraagt aan een traumatische ervaring te denken, en hem tegelijkertijd een afleidende taak geeft, belast je het werkgeheugen, waardoor er minder capaciteit is voor de herinnering en waardoor de herinnering minder levendig wordt dan ze was. De nieuwe, vervaagde herinnering wordt opgeslagen en de volgende keer dat je eraan denkt is ze ook minder emotioneel.'

Volgens Engelhard heeft deze verklaring drie consequenties. 'Ten eerste kun je de therapie breder toepassen dan nu gebeurt. Veel patiŽnten met eetstoornissen, hypochondrieŽn of depressies worden niet alleen geplaagd door negatieve ervaringen uit het verleden, flashbacks, maar ook door gebeurtenissen die in de toekomst kunnen plaatsvinden, flashforwards. Volgens de werkgeheugentheorie kunnen dergelijke flashforwards ook vervagen door de behandeling.'

Op maat
Ten tweede kan de therapie volgens Engelhard nu op maat worden gemaakt. 'Niet iedereen heeft eenzelfde capaciteit in het werkgeheugen. Bij patiŽnten met een klein werkgeheugen kun je volstaan met een kleine afleidende taak en zijn alleen oogbewegingen effectief; bij patiŽnten met een groter werkgeheugen moet je juist een iets ingewikkeldere opdracht geven.'

En tenslotte zegt de werkgeheugentheorie iets over de procedure van EMDR. In ongeveer de helft van de EMDR-sessies krijgen patiŽnten een koptelefoon op en horen ze links en rechts afwisselend klikjes. 'Maar volgens de werkgeheugentheorie belast deze vorm het werkgeheugen niet of nauwelijks', zegt Engelhard, 'en is er dus niet veel van te verwachten.'

De EMDR-vereniging heeft inmiddels de richtlijnen voor EMDR enigszins aangepast, al schrijft ze op haar website dat de therapeut bij voorkeur niet met andere taken dan oogbewegingen of klikjes moet werken. En als hij met klikjes werkt, dan liever met onregelmatige en harde klikjes - die het werkgeheugen iets meer belasten dan regelmatige klikjes.

Harald Merkelbach, hoogleraar psychologie aan de Universiteit Maastricht, heeft zich in het verleden zeer kritisch over de EMDR-therapie uitgelaten. Hij noemt het onderzoek van de twee psychologen een interessant spoor. 'Het is hun verdienste dat ze de werkgeheugentheorie tegenover de gemystificeerde verklaring van Shapiro hebben geplaatst. Maar er zit wel een aanname onder, namelijk dat EMDR werkt.'

Merkelbach twijfelt sterk aan het ontstaansverhaal van de therapie, over de bewegende blaadjes in het park. 'Het is onmogelijk dat Francine Shapiro zoveel introspectief vermogen heeft dat ze weet hoe ze keek, daar in het park. Dat is te vergelijken met beweren dat je je eigen bloeddruk kunt manipuleren. Het is een uitzonderlijk heroÔsch verhaal.'


IRP:   Als het waar is, kan kennelijk de koppeling tussen geheugenfeit en emotie door herevaluatie veranderd worden. Moet dan dus ook een manipuleerbare verbinding zijn, bijv. specifieke neuronen(-takken)



Naar Beslissingen , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]