Neuronen zijn cellen in het lichaam die zich gespecialiseerd hebben in het
doorgeven van signalen. In een dierlijk lichaam zonder neuronen worden ook
signalen doorgegeven, maar die zijn van (bio)chemische aard. De ene structuur
scheidt een chemische stof af, en de andere structuren die daarmee in contact
komen kunnen daarop reageren.
Over de methodes van (bio)chemische communicatie moet niet lichtzinnig of
denigrerend gesproken worden, want die kunnen talloze zaken zeer adequaat
afhandelen, zoals het volgende voorbeeld toont (Volkskrant.nl,
30-10-2009, ANP):
| |
Kikkers leren roofdieren herkennen in het ei
Een kikker kan in het ei al leren welke roofdieren later jacht op hem zullen
maken en wanneer dat gevaarlijk is. Dat ontdekten Amerikaanse en Canadese
wetenschappers, zo meldden zij in het wetenschappelijk tijdschrift Behavioral
Ecology and Sociobiology dat vrijdag is verschenen.
De onderzoekers goten water, waarin een salamander had
gezwommen samen met gewonde kikkervisjes, in een bak met kikkerdril van
houtkikkers. Dat deden ze op verschillende tijden, elke keer met andere
hoeveelheden gewonde kikkervisjes. Daardoor leerden de kikkers in het ei op
welke tijdstippen de salamanders het gevaarlijkst waren.
Toen de eitjes uitkwamen, bekeken de onderzoekers de reactie
van de kikkervisjes op water dat ruikt naar salamander. ‘De uitkomsten waren
overduidelijk. Kikkervisjes die eerst actief rondzwommen, lagen ineens enkele
minuten doodstil’, aldus Maud Ferrari van de Universiteit van Californië. De
kikkervisjes reageerden het heftigst op tijdstippen waarop ze eerder veel
gewonde soortgenoten hadden geroken. ... |
De communicatie binnen mierenkolonies gaat ook voornamelijk langs biochemische
weg, en de de ingewikkeldheid van de sociale structuren van mieren laat zien dat
die communicatie bijzonder gedetailleerd moet zijn.
Een eventueel idee dat dit niet meer werkzaam zou zijn in mensen is onjuist. Bij
diverse aspecten van seksuele voorplanting speelt de biochemie een essentiële
rol, bijvoorbeeld bij de partnerselectie - de betrokken stoffen staan bekend als
feromonen
(Wikipedia).
En ook het immuunsysteem maakt er uitgebreid gebruik van - dit systeem is
eigenlijk een vorm van biologische oorlogsvoering.
Desalniettemin heeft communicatie middels neuronen voordelen die de biochemische
communicatie niet heeft: de neurologisch communicatie is sneller want ze
gebruikt elektrische lading en potentiaal als transportmiddel (op zich weer
gebaseerd op biochemie), en ze is gerichter, omdat de neuronen verbindingen
hebben met specifieke andere cellen in de omgeving, en niet met de hele
omgeving.
De noodzaak voor snelheid en gerichtheid is er natuurlijk altijd al geweest,
maar ze werd actueel toen de primitieve diersoorten twee nieuwe zaken
ontwikkelden: organen en ledematen - dat laatste natuurlijk in de ruimst
mogelijke zin, waaronder ook tentakels.
Organen waren vermoedelijk het eerst, met vooraan het "oog", omdat talloze
biochemische stoffen op zich al gevoelig zijn voor licht. De allereerste soort
informatie die van belang was, was natuurlijk dezelfde als die van het
kikker-voorbeeld: Gevaar! Dat betekent dat het ook van het grootste belang was
daar snel op te reageren. Die informatie moest dan zo snel mogelijk naar de
bewegingorganen: Wegwezen! Reden nummer één voor het ontwikkelen van speciaal
hierop toegesneden cellen (middels evolutie, natuurlijk). En zo hebben we de
neuronen gekregen. Met een ingang voor de organen, en een uitgang voor de
ledematen. Cellen met uitlopers dus, voor de verbindingen. Eerst van deze basale
soort, en later met allerlei verdere specialisaties, zie een paar voorbeelden
hier:
 |
De dendrieten zijn de ingangen, waarvan er meerdere kunnen zijn, tot in de
honderden - denrieten kunnen in gespecialiseerde gevallen ook als uitgang
dienen. De standaarduitgang zijn de axonen, waarvan er per neuron maar één
enkele is, die dan aan het einde wel vertakkingen kan hebben. De axonen van
bewegingsneuronen lopen ook in het menselijke lichaam tot aan de ledematen, en
kunnen dus een meter en meer lang zijn. Meer details over de werking binnen de
neuronen hier
.
De reden van deze basale structuur is simpel. Het neuron geeft een signaal af,
en dat signaal is een toestandverandering (wiskundigen maken daar graag "uit"
naar "aan" of "nul" naar "één" van). Voor die toestandsverandering moet een
oorzaak zijn, zeg een minimumhoeveelheid een chemische stof. Die hoeveelheid kan
van één bron komen, of van honderd - dat doet er niet toe. Maar de uitkomst is
één enkele verandering. Dus veel mogelijke ingangen, en maar één enkele uitgang.
Overigens wijzen de gevallen met veel ingangen erop dat die ingangen analoog
werken: als één ingang op een tiende van zijn maximum zit, geldt dat digitaal
als "nul", niets - en tien uitgangen op een tiende zou dus "niets" opleveren. Er
zou alleen iets gebeuren als één ingang op zijn maximum zou zitten. Bij hogere
aantallen ingangen is dan nauwelijks zinvol - het is ongetwijfeld zo dat tien
ingangen op een tiende net zo goed is al één ingang op zijn maximum. En dat is
analoge werking.
De oorspronkelijke basale neuronen hebben waarschijnlijk direct organen
verbonden met ledematen. Het plaatje laat vormen van gespecialiseerde neuronen
zien, zoals binnen het menselijke lichaam, waarin de diverse vormen van
functionaliteit gesplitst worden. Dat is wenselijk, zodra er niet meer
automatisch op een orgaanimpuls gereageerd moet worden, maar ook nog andere
factoren meegewogen. Dat dat voordeel oplevert, leert het ook in Beslissingen
aanhaalde voorbeeld van de
snoek: die snoek zwemt in een aquarium tezamen met een voorntje, maar met een
glasplaat tussen de twee. "Hap", zegt de snoek richting het voorntje, maar hij
stoot keihard zijn neus op de glasplaat. Nog eens: "Hap", en nog eens "Boem". En
zo gaat het tientallen keren. Tot de snoek het door heeft: hij hapt niet meer.
Daarna kan je de glasplaat weghalen - al zwemt het voorntje vlak voor zijn neus
langs, de snoek reageert niet. Van "altijd ja" is hij omgeschakeld naar "altijd
nee".
Dat is dus niet de bedoeling. Het is voordeliger om eerder te stoppen met
happen, en en later, onder andere omstandigheden, weer mee door te gaan. Kortom:
de snoek moet de sensorische gegevens van de klap op zijn neus combineren met de
sensorische gegevens van zijn ogen, die hem een lekker maaltje signaleren. Daar
combineren van gegevens uit verschillende hoeken moet natuurlijk ergens in het
midden, een centrale knoop, die zijn eigen zenuwcellen heeft voor dat combineren
en het nemen van de hap-beslissing. Die centrale zenuwknoop, indien wat groter
gegroeid, zijn natuurlijk geworden tot de hersenen.
In die hersenen zitten dus neuronen die niet direct met organen of ledematen
verbonden zijn - in de menselijke hersenen noemt met dat interneuronen. Deze
hebben vaak geen axon, en gebruiken dendrieten als uitgang. Het is de
ontwikkeling van dit soort functionaliteiten, die uiteindelijk tot het ontstaan
van de zoogdierlijke en menselijke hersenen heeft geleid.
In de menselijke hersenen heeft de evolutionaire ontwikkeling tot een dusdanige
mate van complexiteit bereikt, met in totaal in de orde van 100 miljard
neuronen, dat er allerlei speciale neuronen zijn voor specifieke functies,
en combinaties van neuronen op diverse niveaus. Over deze organisatie van de
hersenen gaat het verder hier
.
Naar
Neurologie, organisatie
, Psychologie lijst
, Psychologie overzicht
, of site home
.