Bronnen bij Neurologie, organisatie: optische illusies

20 nov.2009

Het zeldzame verschijnsel van de optische illusie zal de meest mensen bekend genoeg zijn, maar voor de volledigheid een aardige versie, met in het artikel tevens de verklaring:


Uit: DePers.nl, 19-11-2009, door Marcel Hulspas

Boekbespreking | Je gelooft je ogen niet meer

Hoe het brein ons telkens weer voor de gek houdt

Zien is een gecompliceerde wisselwerking tussen oog en brein. Met alle maffe gevolgen van dien.

Kijk strak naar een van de blokjes in de bovenste rij van ... [nevenstaande] illustratie. De lijnen daaronder en -boven zijn kaasrecht. Maar de andere blokjes en lijnen staan duidelijk schots en scheef. En toch, kijk naar een blokje tussen een ander stel lijnen, en prompt lopen daar de lijnen recht en alle andere lijnen scheef. Een visuele illusie die aantoont dat we niet in staat zijn om te ‘zien’ wat er te zien valt. Alles wat buiten ons centrale gezichtsveld valt, buiten dat hele kleine stukje van het netvlies dat werkelijk ‘scherp’ kan zien, blijft vaag, en wordt door het brein slechts globaal bekeken en geďnterpreteerd, volgens een aantal basisregels. Zo veroorzaakt het verschoven blokjespatroon een illusie van diepte, van verschuiving naar achteren, en prompt ‘denkt’ ons brein dat die vage lijnen wijken, dan wel samenkomen.
    Het brein ziet niks. Het enige wat het van de ogen ontvangt is een immense stroom visuele prikkels, en daar probeert het iets van te maken. Het construeert de werkelijkheid om ons heen – de diepte, kleuren, voorwerpen waarvan wij zo naďef denken dat die zich ‘buiten onszelf’ bevinden.  ...
    Dat onvolmaakte ‘constructievermogen’ van ons brein staat aan de basis van de tientallen intrigerende vormen van gezichtsbedrog. De kleur van de maan van de Italiaanse psychologe Paola Bressan geeft niet alleen een heldere uitleg over hoe ons brein werkt, maar bevat ook vele kleine kaders waarin ze laat zien hoe datzelfde brein de mist in gaat, en waarom. Niet alleen diepte, ook dat wat wij in een oogopslag ‘zien’, zoals beweging, of een bepaalde kleur, is vaak niet meer dan een interpretatie op basis van onze ervaring. Het zijn stuk voor stuk intrigerende, ontluisterende ervarinkjes. Wie Bressan gelezen heeft, gelooft zijn ogen niet meer.


IRP:   Ook hier is het weer het verschijnsel van uitval dat laat zien hoe modulair het proces in elkaar steekt:

  Dat ‘constructievermogen’ van het brein kan wegvallen, ... bijvoorbeeld als gevolg van een beroerte. In het eerste geval (visuele agnosie) herkent het slachtoffer geen voorwerpen meer, maar ‘ziet’ alleen lijnen, onderdelen.

Het zien van lijnen en andere onderdelen zit dus in aparte modules. Maar het proces van constructie ook:

  In het andere geval [van te sterk 'constructievermogen', red. IRP] (het syndroom van Bonnet) raakt de visuele wereld van het slachtoffer bevolkt door hardnekkige, haarscherpe hallucinaties van huisdieren, vrienden of zelfs kabouters. Voor de patiënt verwarrende, deprimerende ervaringen.

En ook staat hier nog waar al die vaardigheden vandaan komen:

  En dat grotendeels op basis van onze ervaring, opgedaan in de eerste levensjaren. Jonge proefdieren die nooit een cirkel of een verticale lijn te zien kregen, zullen die op latere leeftijd ook nooit ‘zien’. Wie blind geboren is, en op latere leeftijd de kans krijgt om dankzij een operatie toch weer te zien, doet er verstandig aan dat aanbod af te wijzen. Zien wordt dan een ware nachtmerrie.

Dat laatste hoeft niet waar te zijn. Zo kent de redactie van vele jaren terug het verhaal van het experiment met de omkeren de bril. Proefpersonen krijgen een soort zwembril op met glazen die het beeld omkeren. Aanvankelijk zien ze een omgekeerde wereld. Maar na relatief korte tijd (enkel uren?) gaan ze de wereld weer gewoon zien - het waarnemingssysteem heeft zich aangepast aan de nieuwe gegevens. Vervolgens liet men de bril weer afzetten - toen zagen de personen de werkelijke wereld weer omgekeerd - het duurde weer tijd voordat ze de goede werklelijke wereld weer als goed zagen.
   De aanleiding voor dit proefje was simpel: in een simpel optisch systeem als het oog is, staat er geen normaal beeld van de werkelijkheid op het netvlies, maar een omgekeerd beeld. Dus een omkeerfunctie moet al ingebouwd zitten. En hoe die werkt, bleek uit de proef.

 


Naar Neurologie, organisatie Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .