De Volkskrant, 15-01-2013, door Ellen de Visser .2010

Waarom stotter je niet als je zingt?

De Nederlandse zangeres Miss Montreal kent het verschijnsel, net als het Britse popidool Gareth Gates en rockzanger Ozzy Osbourne: alle drie stotteren ze, maar als ze zingen, hebben ze nergens last van. Hoe kan het dat spraak niet meer hapert zodra de woorden een melodie krijgen?

Als je zingt, ontstaat een soort snoer van lettergrepen, verklaart logopediewetenschapper Yvonne van Zaalen, en doordat je de klanken langer aanhoudt, worden de bruggetjes naar de volgende klanken eenvoudiger. 'Je rijgt de klinkers in feite aaneen en struikelt er daardoor minder snel over.' Wie zingt, produceert bovendien meer lange stukken met stemhebbende klanken (waarbij de stembanden trillen), zegt Marie-Christine Franken, klinisch lingu´st-logopedist aan het Erasmus MC. 'De stembanden staan langer aan en hoeven minder vaak te wisselen tussen spanning en ontspanning. Dat lijkt het spraaksysteem stabieler te maken.'

Bij het vormen van een klank zijn ruim honderd spieren betrokken in onder meer tong, kaak, mond en middenrif. Ze worden aangestuurd vanuit de hersenen en moeten op het juiste moment in de juiste stand staan en de juiste kracht leveren. Bij mensen die stotteren, gaat het mis met die aansturing, zegt Van Zaalen, verbonden aan de Fontys Hogeschool in Eindhoven. 'De spieren zijn gespannen als ze ontspannen moeten zijn en andersom, of ze spannen te vroeg aan of juist te laat.'

Die aansturing komt onder druk te staan door de angst voor reacties van anderen. Maar bij zingen bestaan die zorgen meestal niet, zegt Van Zaalen. 'De tekst is al gemaakt, ritme en melodie staan vast dus je hoeft niet na te denken. Je vult motorische patronen in uit je geheugen en dat gaat onbewust.'

Tot slot lijkt zang ook in de hersenen iets te veranderen. Een van de theorieŰn over stotteren, zegt Franken, is dat de koppeling tussen het auditieve deel (waar geluid wordt geregistreerd) en het spraakmotorische deel (dat spieren aanstuurt) niet goed is, waardoor een planningsprobleem ontstaat: het motorische gebied kan zich niet goed voorbereiden op de volgende lettergreep omdat er informatie ontbreekt.

Amerikaanse onderzoekers maakten hersenscans terwijl proefpersonen een kinderliedje zongen en ontdekten dat tussen die twee hersengebieden een effectievere koppeling ontstaat. Bij stotteraars gebeurde dat vooral in de linker hersenhelft. Wellicht wordt zo het spraakmotorische deel beter aangestuurd.

Het effect van zingen is niet uniek; ook staccato praten, met iemand meepraten of kinderachtig praten (tegen baby of huisdier) vermindert het stotteren. Zodra het gewoonte-effect van het praten afgaat, of de aandacht wordt afgeleid, gaan mensen die stotteren met minder spierspanning praten, aldus Franken.

'Als je het niet kan zeggen, zing je het maar', luidt soms het (botte) advies aan hevige stotteraars. Een oplossing biedt dat natuurlijk niet, aldus Van Zaalen. 'Het aansturingsprobleem blijft bestaan. Leren omgaan met stress is essentieel.'

Wie zonder haperen wil zingen, moet wel met ÚÚn ding rekening houden. Onderzoekers lieten stotteraars ooit een bekende melodie met een bekende tekst zingen Ún dezelfde melodie met een onbekende tekst. Het stotteren verminderde vooral als de woorden vertrouwd waren.




Red:  



Naar Psychologische praktijktips , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]