Bronnen bij Neurologie, organisatie: terugkoppeling
|
27 mrt.2011 |
De grote hoeveelheid min of meer zelfstandige onderdelen, modules, waaruit de
hersenen bestaan presenteren zich naar buiten, als zichtbaar gedrag van een
mens, als een min of meer stabiel geheel. Dat betekent dat al die verschillende
modules tezamen min of meer in evenwicht verkeren - sterkere instabiliteiten,
dat wil zeggen: verstoringen van het evenwicht, worden gezien als afwijkingen.
De manier waarop het evenwicht tussen de modules tot stand
komt loopt, vrijwel zeker, in overgrote meerderheid door middel van het proces
van terugkoppeling, in zijn algemeenheid beschreven hier
. Onder zijn voorbeelden uit de berichtgeving die dit toelichten:
Uit:
De Volkskrant, 05-09-2009, door Malou van Hintum
Gedrag | Onderzoekster brengt ontregelde fysiologie in kaart
Eindelijk helder: ADHD bestaat
ADHD is meer dan ouderwets druk gedrag, blijkt uit onderzoek aan hartslag en
hersengolven. En Ritalin kan helpen.
... Groen deed hersengolf- en hartslagmetingen bij kinderen met ADHD
die wel en niet methylfenidaat (Ritalin) kregen, en bij een controlegroep van
gezonde kinderen. Uit haar meetresultaten blijkt niet alleen dat kinderen met
ADHD slechter van fouten leren en langer behoefte hebben aan feedback, maar ook
dat hun hartslag en de reacties in hun hersenen afwijken van die van gezonde
kinderen. Dat duidt erop dat ze informatie anders verwerken.
Hartslag en hersengolven zijn van belang omdat volgens de
'somatische bestempelingshypothese' de beslissingen die we dagelijks nemen,
samengaan met veranderingen in onze lichamelijke toestand, die op hun beurt weer
worden teruggekoppeld naar het brein. Door deze terugkoppeling heeft ons gevoel
invloed op deze beslissingen en de kwaliteit van de informatieverwerking.
Als dat terugkoppelingsmechanisme hapert, heeft dat gevolgen
voor hoe we informatie verwerken en beslissingen nemen. En dat is precies wat
kinderen met ADHD parten speelt. Waarschijnlijk mankeert er iets aan hun 'foutendetectiesysteem'
in de hersenen, dat wortelt in de ACC (anterieure cingulate cortex), een
gebiedje dat onder meer actief wordt wanneer we een fout dreigen te maken.
Krijgen deze kinderen Ritalin, dan hebben ze sneller in de
gaten dat ze fouten maken, zijn ze minder afhankelijk van feedback en kunnen ze
beter de gevolgen van hun eigen gedrag voorspellen dan ADHD-kinderen die geen
medicijnen innemen. Bovendien heeft Ritalin een stimulerend effect op
hartslagveranderingen in reactie op fouten en straf. Het lijkt er dan ook op dat
dit medicijn voor een deel het haperende 'somatische stempel' herstelt.
Behalve naar hersengolven en hartslag keek Groen ook naar
twee genen die een rol spelen bij de elektrofysiologische verwerking van fouten
en feedback: het 5-HTTLPR-gen en het DRD2(/ANKKi)-gen, die de werking van de
neurotransmitters serotonine en dopamine beïnvloeden.
Ze ontdekte dat dragers van een korte variant van het
5-HTILPRgen waarschijnlijk een verhoogde gevoeligheid hebben voor fouten en
negatieve feedback. Dragers van een bepaalde variant op het DRD2-gen lijken snel
te wennen aan positieve feedback. Bij kinderen met beide genvarianten leken de
effecten op te tellen: ze leken verhoogd gevoelig voor foute responsen en
negatieve feedback, en relatief snel te wennen aan positieve feedback. Relatief
snelle gewenning aan positieve feedback wijst in de richting van een
oppositioneel-opstandige gedragsstoornis en een antisociale
persoonlijkheidsstoornis, denkt Groen.
Red.: Niets anders dan feedback, terugkoppeling, dus.
Een voorbeeld dat tevens het belang van het besef van de
werking van terugkoppeling laat zien:
Uit: De Volkskrant, 25-03-2011, door Malou van Hintum
Parkinsonpatiënt trilt soms door overijverig brein
Nijmeegse studie geeft antwoord op de vraag waarom aandoening sommige
patiënten harder treft
Tussentitel: Raadsel opgelost: gezond deel brein oorzaak bevingen
Hoewel veel mensen de ziekte van Parkinson associëren met trillen, hebben niet
alle patiënten daar last van. De reden: trillers lijden onder een hersengebiedje
dat fungeert als een schakelaar. Deze zet een ander netwerk aan dat tremoren
veroorzaakt. Dat stellen het Donders Instituut en de afdeling Neurologie van het
UMC St. Radboud in een studie in Annals of Neurology.
Dat een tekort aan beweging (traag- en stijfheid) tegelijk
kan voorkomen met een overmaat aan bewegen (trillen) is al wonderlijk, zegt
hoogleraar neurologische bewegingsstoornissen Bas Bloem, die het Nijmeegse
onderzoek leidde. ...
Red.: Dit is gebrek aan inzicht, want de twee zaken zijn ten
nauwste aan elkaar verbonden - via het proces van terugkoppeling als bron van
evenwicht. In de normale, gezonde, menselijke situatie wordt het bewegen
geregeld door talloze terugkoppelcircuits, bijvoorbeeld dat tussen de zenuwen
die de spieren direct aansturen en de terugmeldneuronen in de spieren die
vertellen hoe ver de beweging gevorderd is. Dat alles onder sturing van
zenuwknopen in het autonome zenuwstelsel, zeg maar: het ruggemerg. Hogerop vindt
weer een terugkoppeling plaats met de signalen van het oog, die ook de voortgang
van de beweging controleren en bijsturen - weer terugkoppeling. Dat laatste gaat
langzamer en bewuster dan het eerste.
Het feit dat er meerdere van dit soort evenwichten en
terugkoppelingen bestaan, maakt het niets meer dan natuurlijk dat er ook
tegelijkertijd verstijving en trillingenverschijnselen kunnen optreden: de
verstijving doet zich voor in het ene circuit, het trillen in het andere.
Veronderstel ook een correctie tussen de twee processen, en het volgt zelfs
logisch uit elkaar: het trillende circuit probeert de de verstijving te
compenseren door zijn eigen evenwicht te veranderen, en als die verstijving te
erg is, moet het compenserende circuit ver van zijn evenwicht gaan zitten, en
kan daarbij om die evenwichtstand gaan trillen
- in de technische toepassing van dit soort verschijnselen een volkomen bekend
verschijnsel.
| |
'Bekend was dat bepaalde hersengebieden ritmisch vuren, met dezelfde
frequentie als de trillende lichaamsdelen. De gebieden zijn zelf
kerngezond bij parkinson. Niemand snapte waarom dit trilcircuit
parkinsonpatiënten parten speelt.' |
Het eerste is een ontkende tautologie: lichaamdelen worden gestuurd door
hersengebieden, en trillende lichaamdelen betekent trillende lichaamscircuits.
Het tweede is zojuist uitgelegd: het vastlopende circuit versturt zijn
verstoring naar het gezonde.
| |
Bloems promovendus Rick Helmich selecteerde twee groepen patiënten
waarvan de een trilde, en de ander niet. Ze werden in een fMRI-scanner
gelegd met een versnellingsmetertje op hun hand, en moesten rustig
blijven liggen. De hersenactiviteiten en de trilpatronen van beide
patiëntengroepen werden gemeten. Ook werd met behulp van een radioactief
gelabelde stof een dopaminescan gemaakt.
Toen vervolgens de fMRI-scores en de dopaminescan op elkaar
werden gelegd, bleek dat de globus pallibus kortdurend actief
werd telkens als patiënten begonnen te trillen. Bloem: 'De ernst van het
dopaminetekort in dit hersengebiedje correleerde goed met de ernst van
het trillen. De globus pallibus zette vervolgens een ander
netwerk aan (het cerebellum en de thalamus), dat bepaalde hoe heftig dat
trillen werd. Een gewoon gezond netwerk.' |
De globus pallidus (met een "d"!) is een van van de emotionele
hersenmodules liggende tussen het autonome zenuwstelsel en de grote hersenen
. Het cerebellum of "kleine hersenen" is het deel van het autonome zenuwstelsel
dat de fijne bewegingen reguleert.
| |
Een verklaring voor het feit dat een ziek hersengebiedje een gezond
netwerk kan aanzetten tot ziekmakend gedrag, heeft Bloem ook. 'Van
traag-en stijfheid hebben alle parkinson-patiënten last. Het trillen,
een extra symptoom, is te zien als een goed bedoelde poging van het
brein om extra gas te geven en te vuren; het doet zijn best te
compenseren, waardoor patiënten last krijgen van tremoren.' |
Heel grof gezegd, dus.
| |
Die compensatie is soms zo succesvol - lees: de trillingen zijn soms
zo ernstig - dat de gebruikelijke dopaminedoseringen die vaak met succes
worden gebruikt om traag- en stijfheid tegen te gaan, daartegen niet
werken. |
En zo leidt een juiste analyse meteen tot een betere behandeling: je moet eerst
dat circuit lokaliseren dat het niet meer goed doet. Zomaar een algemene
stimulus toedienen, in dit geval dopamine, verstoort alle circuits.
| |
Mensen die erg lijden onder hun tremoren worden daarom behandeld met
deep brain stimulation, waarbij een laesie in de hersenen wordt
nagebootst die het trillen (tijdelijk) onderdrukt. Bloem: 'De vraag is
nu: zet je de schakelaar uit, het zieke gebied dus, of maak je het
dimmertje kapot, dat op zichzelf niets met parkinson te maken heeft?'
|
Inderdaad. Dus eerst maar eens dat zieke gebied, het verkeerd werkende circuit,
lokaliseren. Dan de stoffen of andere methoden vinden om het te verbeteren.
Het aloude verschijnsel van alcohol:
Uit: De Volkskrant, 19-03-2011, door Mark Mieras
Drinker heeft ander brein
Met een hersenscan kun je voorspellen of een alcoholverslaafde na de behandeling
wel of niet terugvalt in zijn gewoonte. Dat ontdekten onderzoekers van de
Universiteit van Californië in San Francisco. Ze publiceren daarover in het
juninummer van Alcoholism: Clinical & Experimental Research.
Mensen die terugvallen hebben in hun hersenen een minder goed
ontwikkeld beloningssysteem. Dit is een netwerk van hersencentra in de
hersenschors en daaronder dat ons motiveert tot uiteenlopende zaken als eten,
seks en carrière. Het netwerk genereert niet alleen lust en ambitie maar
reguleert die ook.
Verslavende stoffen als nicotine en alcohol zetten het
beloningssysteem op tilt, maar lang niet bij iedereen even sterk. Sommige mensen
kunnen gemakkelijk van de alcohol afblijven, anderen lopen een veel groter
risico afhankelijk te worden. En te blijven: na behandeling valt 60 procent van
de alcoholverslaafden terug, soms al op weg van de kliniek naar huis. De
onderzoekers vergeleken de hersenen van de recidivisten met alcoholverslaafden
die wel goed op de behandeling reageren en met een controlegroep van
niet-probleemdrinkers en ontdekten dat hun beloningssysteem over de hele linie
het zwakst was. ...
Red.: Het beloningssysteem is ook een vorm van terugkoppeling: de
beloning is een feite doodgewoon een versterker - iedere handeling is het
resultaat van een afwegingen van alternatieven, en beloning zorgt voor een
sterkere keuze van één van de alternatieven. En het verschijnsel van alcohol
zelf leert dat dit een zichzelf versterkend proces is, dat wil zeggen: bij
iedere herhaling wordt er verder versterkt. Precies als in een zelfversterkend
terugkoppelingsproces. De verschillen in het verschijnsel van alcoholisme zijn
dan doodgewoon verschillen in terugkoppelingsfactor(en). Wat je ook zo kan
uitdrukken:
| |
Daarom hebben ze minder controle over hun impulsen als ze op weg
naar huis langs de drankwinkel komen. |
'Controle 'is de term voor de afweging van verschillende toekomstige
handelingen, dat wil zeggen: de verschillende terugkoppelingsfactoren: die van
drinken versus die van andere dingen.
Naar Neurologie, organisatie
, Psychologie
lijst
, Psychologie overzicht
, of
site home
.
|