Neurologie, emotionele hersenen
In het globale geografische overzicht van de hersenen
liggen de emotionele
hersenen tussen de hersenstam
en de cortex. Dat
geldt ook voor de functionele rol ervan. De hersenstam verzorgt basale vormen
van besturing, resulterende in primitieve, genetisch vastgelegde vormen van
gedrag en beweging. De emotionele hersenen bieden meer flexibele vormen van
gedrag, en leren van ervaringen - dat wil zeggen: niet-genetisch vastgelegde
vormen van gedrag en beweging. Daartoe moet het emotionele systeem de resultaten
van eerdere acties kunnen opslaan, evalueren, selecteren, en opnieuw toepassen -
een complexe reeks operaties. In de emotionele hersenen wordt die complexe taak
vervuld door een vrij groot aantal makkelijk te te
onderscheiden functionele onderdelen, op zich meestal weer verzamelingen van
kernen van neuronen. Dit in tegenstelling tot de hersenstam waarin ook vele kern-achtige structuren zitten maar die minder goed onderscheidbaar zijn, en de
cortex dat eigenlijk één heel groot opgevouwen vel is.Ondanks die relatief
heldere structuur, is er altijd aanzienlijke verwarring geweest omtrent indeling
en functionaliteit. Omdat de anatomische ontdekking ervan
stamt van (ruim) voor een goed begrip van de werking ervan, zijn de meeste
onderdelen benoemd naar uiterlijke kenmerken als kleur en vorm. Hier word
gepoogd daar wat orde in te schappen, weer uitgaande van de evolutionaire
benadering
, aangevuld met wat het meest logisch lijkt vanuit het oogpunt van het
organiseren van een complexe structuur zoals dat nu door de mens zelf in de
techniek gebeurd
.
De twee meest gebruikelijke namen voor de emotionele hersenen zijn "basale ganglia"
(Wikipedia)
en het "limbische systeem"
(Wikipedia). De eerste naam is ongelukkig omdat ganglia, meervoud
van ganglion, het classificerende woord is voor de neuronknopen in het ruggemerg
- iets heel anders van de onderdelen van de emotionele hersenen. Voor een
voorbeeld van de verwarring rond naamgeving, vergelijk de Engelse versie
van het item over de basale ganglia in Wikipedia met de Nederlandse
(opgeslagen april 2012).
Het "limbische systeem" is nog wat ongelukker in dat soms zelfs het onderste
deel van de cortex (de cingulate cortex
) er bij wordt getrokken - zodanig zelfs
dat er ook suggesties zijn om de hele term maar af te schaffen. Je zou ze kunnen blijven gebruiken als de eerste of onderste en tweede laag van emotionele
organen.
Vanwege de voorkeur alhier voor de evolutionaire volgorde, beginnen we daarom als
eerste met enige overzichten
van de basale ganglia. De eerste illustratie laat de overgang van hersenstam
naar emotionele hersenen zien (deze en de andere anatomische gravures komen uit de atlas van Gray
- deze illustratie is Gray 690)
In dit plaatje benoemd als belangrijk onderdelen in de hersenstam die ook een
directe rol spelen in de emotionele hersenen zijn het substantia negra
("zwarte stof") en de red nucleus ("rode kern") - niet zichtbaar, in het
midden van de hersenstam, ligt het ventral tegmental area (VTA;
dopamine), en de locus coereleus (blauwe plek; noradrenaline of
norepifrine).Deze structuren wekken de
stoffen op (neurotransmitters: dopamine, noradrenaline, enzovoort)
die ook gebruikt worden door de emotionele hersenen.
Het algemeen gezien als het eerste emotionele onderdeel is de thalamus,
meestal getekend als bolletjes (links en rechts) op het uiteinde van de
hersenstam., zie de 3D-illustratie onder (de thalamus is ook het eerste orgaan
dat zichtbaar in een linker- en rechter variant komt):
Maar van die bolletjes komen weer vele bundels neuronuitgangen, axonen
, die wel zijn getekend
aan de linkerkant in het eerste plaatje links.
De in Gray 690 tevens zichtbare ui-achtige structuren
(in de animatie die dolfijn-vormige omtrekken boven de thalamus) zijn de linker en rechter caudate nucleus, oftewel: "kern met staart".
Onder twee andere overzichten van dit gebied:
Dit zijn beide zij-aanzichten, met de neus links. In dit
soort plaatjes zijn de verbindingen, de axon-bundels, meestal
weggelaten - deze vullen de ruimte tussen de verschillende onderdelen
tot een compact geheel. Het volgende plaatje is een dwarsdoorsnede
gezien van achteren:
Dit laat de schilstructuur van de eerste
onderdelen zien: eerst komt de thalamus, daaromheen ligt de globus
pallidus ("bleke bol"), dan volgt de putamen ("perzikpit") en
deels daaromheen gedrapeerd ligt de caudate nucleus - die staart is
natuurlijk begonnen als min om meer bolvormig met een geëvolueerde
aangroei aan één enkele kant (tussen twee haakjes: de combinatie van
deze laatste onderdelen wordt ook wel aangeduid als het striatum, naar
het min of meer gestreepte uiterlijk dat ze hebben). In het eerste plaatje is te zien hoe de caudate
nucleus om dit alles heen ligt, en de binnenste structuren aan het oog
ontrekken - voor een duidelijke blik zie de 3D-illustratie:
Uit de oriëntaties kan men al afleiden dat hier sterke
functionele afhankelijkheden achter liggen, welke bevestigd wordt door
de volgende illustratie (detail van Gray 742):
Goed zichtbaar is hoe de axonen lopen van thalamus naar globus
pallidus (net zichtbaar zijn de twee lagen ervan) naar putamen. Dit
soort structuren zijn het natuurlijke gevolg van de structuur van de
individuele neuronen, met een kern en een dunne uitgang - heb je er daar
veel van, ontstaat automatisch een bolvomige structuur met de dunne
uitgangen als stralen naar binnen. Ook zijn hier de bundels lopende van
de thalamus naar overige hersendelen zichtbaar. Als
hoofdfunctionaliteit van de thalamus wordt gewoonlijk
vermeldt dat het het schakelstation is tussen de cortex en het
niet-cortex deel van de hersenen. En dat dit met name geldt voor de
waarnemingsorganen, omdat alle waarnemingorganen een directe verbinding
naar een eigen kern in de thalamus hebben (behalve de geur), en de
thalamus vandaar ook verbindingen heeft naar de cortex.
Dat is, volgens de evolutionaire visie, vermoedelijk niet de
oorspronkelijke hoofdfunctie geweest, omdat de rol van de cortex pas
later zo belangrijk is geworden.
Wat was de oorspronkelijke functie van thalamaus en omliggende
organen een aanwijzing daarvoor ligt in de functies van de onderdelen
er direct onder. Dan hebben we het over de hersenstam, die voor een
groot deel bezig is met de autonome functies van het lichaam, en de
coördinatie van de talloze aspecten van de coördinatie van beweging. Wat
is daarop de volgende "stap? Een paar mogelijkheden zijn de organisatie
van beweging, het vastleggen van bewegingspatronen, en coördineren van
die patronen met de indrukken van de waarnemingsorganen en dergelijke.
Wat we nu zien als de meer reflexmatige vormen van gedrag, die, indien
functionerend binnen de omgeving waarvoor ze ontworpen zijn, er best
heel intelligent kunnen uitzien. Zoals het gedrag van mieren er ook heel
intelligent uit kan zien, tot je in meer detail gaat kijken, en ziet dat
het gebaseerd is op vrij beperkte programmering. Vermoedelijk zijn de
eerste organen boven de hersenstam ook bedoeld geweest voor, vanuit het
menselijke standpunt, beperkte
vormen van programmering van gedrag maar die verder gaan dan de pure
reflexen van de hersenstam
.
Voor de overwinning van de beperkingen waarvan het als eerste nodig
is om te leren van de ervaringen met dat ingeprogrammeerde gedrag.
Waarvoor die gedragservaringen eerst opgeslagen moet worden, tezamen met
een waardering van de resultaten die het heeft opgeleverd. Waarmee we
komen aan de volgende reeks van de emotionele organen. Met eerst het
geheugen - waarvan vrijwel vaststaat dat dat de hippocampus is
(Wikipedia)
.
 |
Dat "vaststaan" is het gevolg van de geschiedenis van patiënt H.M.
, bij wie ten gevolge van hevige epileptische aanvallen de hippocampus
is verwijderd, in tijden dat men nog veel minder wist dan nu. De
hippocampus heeft een staart omdat er voordurende nieuwe neuronen bij
komen - proeven met ratten hebben een verband laten zien met deze
aanmaak en de werking van het geheugen bij het leren van taken
.
De hippocampus als het ware tegen de caudate nucleus in, en eindigt in een tweespel met wat wordt aangeduid
als de fornix
(Wikipedia), dan voornamelijk bestaand uit axonale
neuron-uitgangen, die verbindingen maken met de hypothalamus (zie
verder), en eindigen in twee andere orgaantjes: de mammilary bodies,
en de thalamus.
 |
 |
Maar aan het opslaan van ervaringen heb je niets als je niet weet wat
je er in het vervolg mee moet doen. Dat is de functie van de amygdala,
een groep van kernen in een, zoals de naam al zegt, bolletje van
ongeveer amandelvormige gedaante en omvang gelokaliseerd aan het einde
van de de staart van de caudate nucleus, liggend naast de kop van de
hippocampus:
 |
De functionele beschrijvingen van de amygdala
gebruiken veelal terminologie als: "De amygdala reageert op emoties ..."
of "De amygdala legt emoties vast ...". Deze beschrijvingen lijden in
diverse mate aan het misverstand voorafgaande aan de omkering van
William James: "Je loopt niet weg omdat je bang bent, maar je bent bang
omdat je weg loopt". Oftewel: voordat de emoties in het spel komen, is
er al gedrag of de impuls daartoe.
Dit laatste gedrag komt van de
hersenstam en is grotendeels genetisch vastgelegd. De emotionele organen
(her)evalueren dat gedrag. Dat wil zeggen: ze slaan de combinatie van
waarnemingen, resulterend gedrag, en effecten van dat gedrag op, en
voorzien het van een nieuw waarderingssysteem. Het nieuwe
waarderingssysteem is wat wij "emoties" noemen. Dit waarderingssysteem
gebruikt, net als het oude, biochemische indicatoren, de bekende neuro-hormonen als dopamine, serotonine, enzovoort - daartoe is de
amygdala verbonden met de diverse kernen en gebieden in de top van de
hersenstam die die stoffen afscheiden - zie bijvoorbeeld bij deze
beschrijving van de substantia negra
(het compacta deel).
De amygdala lijkt dus
het centrum te zijn van de koppeling van acties met waardering. Het
terugspelen van een vastgelegde negatieve waardering bij een bepaalde
reeks impulsen vanuit het waarnemingssysteem met eerdere, vastgelegde,
soortgelijke patronen van impulsen, heet "angst" - het staat voor de
eerdere keren dat het waargenomen patroon heeft geleid tot vermijding of
vlucht ("Beer → vluchten!").
(Wikipedia)
De
reden dat de natuur dit nieuwe systeem heeft ontwikkeld, is dat het in
zekere situaties ook wel eens dienstig kan zijn om niet te
vluchten, daar waar de reflexmatige impulsen dat wel willen - zie het
treffende voorbeeld hier
. Leidende
tot de mogelijkheid van het "aanpassen van gedrag" - waarvoor wij een
apart woord hebben: "leren". De natuur heeft dit niet expres
gedaan - het is gewoon zo dat systemen die nieuw gedrag kunnen leren
beter opgewassen zijn tegen veranderingen in de natuur.
Volgens meer beperkte definities van de term "basale ganglia"
zijn we inmiddels daar wel doorheen, zo niet overheen. Dus tijd voor nog
een overzicht:
Dit plaatje wordt in de bron omschreven als het "limbische systeem",
met de basale ganglia in het midden, en ook vertonend de binnenste delen
van de cortex. Daar komen we later op terug. Merk overigens op dat ook
in dit overzicht alle verbindingen, de axon-bundels zijn weggelaten -
die vullen de zichtbare gaten. Net zichtbaar is de fornix die de grens
vormt aan de bovenkant tussen de basale ganglia en de cingulate cortex.
Het volgende overzicht toont nog wat andere structuren van het limbische
systeem - het is deels een doorsnede door ongeveer het midden, waarbij
de caudate nucleus en omstreken zijn weggelaten:
 |
 |
| |
A: |
Ventrale tegmentale gebied (VTA) |
H: |
Nucleus accumbens |
|
| |
B: |
Cingulate cortex |
J: |
Hypofyse |
|
| |
C: |
Fornix |
K: |
Hypothalamus |
|
|
D: |
Thalamus |
L: |
Amygdala |
|
| |
E: |
Hersenbalk |
M: |
Locus coeruleus |
|
| |
F: |
Septum pellucidem |
N: |
Hippocampus |
|
| |
G: |
Mesocortico-limbische pad |
|
|
|
|
Zichtbaar is dat de fornix boven de thalamus langs gaat, de basis is
van het vliesachtige septum pellucidem (septum = tussenschot - hier het
tussenschot tussen linker- en rechter hersenhelft) dat zich uitsterkt
tot de hersenbalk die loodrecht op de doorsnede bovenlangs loopt, waar
bovenop de cingulate cortex ligt (en daarbovenop, net een beetje zichtbaar, de
grote neocortex).
Hier zijn ook twee van neurotransmitter afgevende elementen van de hersenstam
getekend: het VTA en de
locus coeruleus of blauwe gebied - de neuronen van het VTA geven
dopamine af, die van de blauwe plek noradrenaline of norepinefrine. Ook
is getekend hoe vanuit het VTA neuronverbindingen lopen naar twee nieuwe
elementen: de nucleus accumbens, het genotscentrum, en de
cingulate cortex, het onderste deel van de cortex.
Deze twee elementen en bijbehorende verbindingen staan voor een
veeltal van dit soort structuren en relaties. Die laten zien dat de drie
globale onderdelen van de hersenen: hersenstam, emotionele organen en
cortex, naast hun zelfstandige functies, ook nauw met elkaar verweven
zijn - dit vermoedelijk als gevolg van het feit dat de natuur graag
oudere structuren hergebruikt voor nieuwe doeleinden. Puur een gevolg
van het evolutionaire proces, natuurlijk.
De koppeling tussen elementen van de drie hersenlagen is niet van de
soort
"A bepaalt wat B doet", maar die van terugkoppeling: "A geeft
een signaal aan B, B zegt wat terug, desnoods herhalen ze dit, en
gezamenlijk bepalen ze de uitkomst", zie voor een algemene beschrijving
hier
. Een voorbeeld van de bijbehorende neuron-circuits, die dus in
een kringetje lopen, is gegeven in onderstaande illustratie van een deel
van het dopamine-circuit:
Een bijbehorend algemeen kenmerk is dat de circuits resulteren in
"normale" of gemiddelde waardes van, alhier, afgegeven hoeveelheden
neurotransmitters - en dat die normale of evenwichtswaardes wordt
bijgesteld bij het zich voordoen van speciale omstandigheden: het zien
van voedsel, een potentiële partner of een roofdier.
Het al genoemde genotscentrum, de nucleus accumbens, is ondanks zijn
geringe omvang één van de belangrijkere onderdelen van de emotionele
hersenen - of misschien correcter: het heeft één van de voor de mens
meest begrijpelijke functies: de motivatie. Het gevoel van genot heeft
evolutionair geen enkel ander doel in dat het het wezen motiveert om
bepaald gedrag te herhalen: seks is zo plezierig, om ervoor te zorgen
dat een individu het zo vaak mogelijk doet. Dit alles voor zo veel
mogelijk voortplanting en nageslacht (of misschien beter: soorten waarin
dit niet is ingebouwd, worden overvleugeld of overleven minder, en sterven uit - als alle andere
factoren gelijk zijn).
Bekend is een experiment waarin
ratten door op een pedaaltje te trappen de accumbens direct konden
stimuleren - ze deden op den duur niets anders meer, met het voorbijgaan
van eten
- in feite
hetzelfde gedrag dat een willekeurige menselijke verslaafde
vertoont, die voor de stimulans van de accumbens andere
neurotransmitter-achtige stoffen slikt of spuit, zoals heroïne en
cocaïne.
Andere emotionele stimuli tot gedrag of aanpassing ervan komen van de combinatie van
hypothalamus en hypofyse, zichtbaar hier:
De hypothalamus is het roodgekleurde element, en de hypofyse is het grijze
'bolletje" dat eraan vastzit. Een derde soortgelijk orgaan is de
pijnappelklier of epifyse, die ook op soortgelijke plaats zit als de hypothalamus
maar dan aan de achterkant van de twee thalamussen. De gezamenlijke naam
voor deze laatste twee organen is "klieren" (Eng.: glands). De
speciale functie van de klieren ten opzichte van de neurotransmitter-afgevende gebieden in de hersenstam is dat de klieren de hormonale stoffen
afscheiden in de bloedbaan, zie
onder (voor een uitleg van de neuronale terminologie, zie hier
), en op die manier direct het hele lichaam bereiken
De meest basale stoffen die de klieren afscheiden, zoals het bekende
adrenaline, zijn bedoeld om het lichaam klaar te maken voor snelle
actie: de bloedcirculatie wordt versneld, het ademhalingstempo wordt
verhoogd, enzovoort.
Het voorbeeld van de adrenaline laat al zien dat de combinatie
hypothalamus-hypofyse een basale functie moet vervullen - bevestigt door
het lijstje overige genoemde functies, citerend van Wikipedia
(opgeslagen 02-04-2012):
| |
The hypothalamus coordinates many hormonal and behavioural
circadian rhythms, complex patterns of neuroendocrine outputs,
complex homeostatic mechanisms, and important behaviours. The
hypothalamus must therefore respond to many different signals,
some of which are generated externally and some internally. The
hypothalamus is thus richly connected with many parts of the
central nervous system, including the brainstem reticular
formation and autonomic zones, the limbic forebrain (particularly
the amygdala, septum, diagonal band of Broca, and the olfactory
bulbs, and the cerebral cortex). |
Of uit de Nederlandse versie:
| |
Bijna elke regio van het cerebrum staat in contact met de
hypothalamus. Hierdoor is de hypothalamus betrokken bij alle
aspecten van de emoties, de voortplanting, het autonoom
zenuwstelsel en de hormoonhuishouding. De hypothalamus
reguleert: bloeddruk, hartslag, honger, dorst, slaap-waakritme,
seksuele opwinding,
lichaamstemperatuur (veroorzaakt bijvoorbeeld bibberen bij kou).
De hypothalamus zorgt voor een groot deel voor homeostase. Ook
speelt de hypothalamus een rol bij de drie kerngedragingen te
weten: vecht- of vluchtreactie, voedingsgedrag,
voortplantingsgedrag. |
Waaruit je dus met aanzienlijke zekerheid de conclusie kan trekken
dat de hypothalamus en hypofyse functioneel eerder bij de hersenstam dan
bij de emotionele organen hoort, volgens de indeling zoals die hier
geformuleerd is - de emotionele organen hergebruiken de combinatie. De
naamgeving, betekende "onder de thalamus", moet dan ook vermoedelijk
voornamelijk als locatieaanduiding worden gezien.
Wat de beschrijving van de hersenstam heeft laten zien is dat
specifieke neuronale structuren horen bij specifieke functies, en ook
bij de afscheiding van specifieke neurotransmitters: substantia negra:
dopamine, locus ceruleus: norepinefrine, raphe nuclei: serotonine,
enzovoort. Welke structuren weer gestimuleerd worden door specifieke
emotionele organen. Waarna deze lijn doorgetrokken kan worden door de
emotionele organen ook te associëren met specifieke functies, of de
onderdelen van die organen. Zo is inmiddels bekend dat tijdens
leerproefjes waarbij ter stimulering straf wordt gegeven, formeel:
"negatieve prikkels", een bepaalde kern binnen de amygdala gestimuleerd
wordt, en bij hetzelfde proefje met positieve stimulering, een andere
kern (bron: verloren gegaan - een populair-wetenschappelijk blad). En op
een wat hoger niveau: dat vluchtgedrag op een andere plaats
gecoördineerd wordt dan aantrekkingsgedrag - met name geldend natuurlijk
voor gedragingen die mensen kwalificeren als "instinctief". Deze ingeprogrammeerde gedragingen zouden heel wel kunnen zetelen in de
basale ganglia-structuren als globus pallidus, putamen en caudate
nucleus. Waarna men de vraag kan stellen waarom die onderdelen bij de
mens er nog zitten want daarvoor hebben we toch de grote hersenen? Het
antwoord zijnde dat instinctieve gedragingen veel sneller zijn dan die
opgewekt door de grote hersenen. Wat je nog verder kan opsplitsen in
drieën: reflexmatig van de hersenstam, instinctief van de emotionele
organen, en reflexief van de grote hersenen.
Bij een situatie waarin diverse organen zorgen voor diverse soorten
gedragingen, zal er zich op een gegeven moment ook situaties kunnen
voordoen waarin twee van de impulsen elkaar tegenspreken. Een
veelvoorkomend geval is dat van gevaar en nieuwsgierigheid: bij een
onbekende situatie kunnen beide voordelig zijn, en moet er dus afgewogen
worden - in menselijke termen: een beslissing worden genomen. Een onderzocht geval is dat van vogels en een voederplaats: de vogel die
snel op de voederplaats is, heeft de eerste lekkerste of enige hapjes.
Maar valt ook als eerste ten prooi aan de poes. De oplossing die
de natuur gekozen heeft is dat binnen de soort twee , of meerdere
groepen zijn die dominant het ene of andere gedrag vertonen: er zijn
voorzichtige mussen, en er zijn brutale mussen - dat verzekert dat als
de algemene natuurlijke omstandigheden snel veranderen, er altijd een
groep is die overleeft. Bij mensen, met hun grote variatie in mogelijk
gedrag, noemt men dit "karakter". Een kenmerk dat het gevolg is van het
ingestelde evenwicht tussen de emotionele organen, en dus niet erg
veranderlijk is. Zoals ook steeds meer onderzoek bij de mens uitwijst:
het geluksgevoel dat mensen kennen blijkt ook bij sterk wisselende
sociale omstandigheden redelijk constant.
Ook de drie globale onderdelen van de hersenen moeten hun
activiteiten natuurlijk wel zo goed mogelijk coördineren. Zoals al
gezien voor de combinatie hersenstam-"emotie organen" moeten er dus ook
intensieve verbindingen, heen-en-weer, zijn met de cortex. een hoofdrol
daarin lijkt te spelen de thalamus, vanwaar talloze verbindingen naar
secties van de cortex. Ook het vlakke dus centrumloze septum pellucidem, dat
lagen neuronen bevat die verbonden zijn met zowel de emotie-organen als
de cortex, lijkt een dergelijke rol te spelen, zie hier
(functie)
en hier
(locatie).
Voor een illustratie van een aantal van de bijpassende neuron-circuits,
zie rechts (van hier
- GP(e/i):
globus pallidus, STN: subthalamische kern, SN(c/r): substantia negra).
En er zijn steeds
meer aanwijzingen dat een speciale rol daarin gespeeld wordt door de
anatomische en vermoedelijk ook evolutionair onderste laag van de
cortex: de cingulate cortex
- vaak gezien als behorend tot het limbische systeem en ook zichtbaar in de laatste overzichten daarvan. De
werking van dit, of een soortgelijke functie hebbend, orgaan is goed te
zien in de inmiddels wijd verspreide beelden
van het zogenaamde "marshmellow"-experiment
: kinderen
krijgen de keuze voorgelegd tussen één snoepje nú, of twee snoepjes over
een kwartiertje. Zo omstreeks het vierde levensjaar gaat de rationele
overweging van de dubbele beloning later overwinnen over de instantane,
reflexmatige en intuïtieve, gratificatie van het snoepje nu. Iets dat
bijvoorbeeld honden nooit zullen leren. Dit is tevens een voorbeeld van
het zelf-programmeren dat de hersenen doen.
De mens met zijn bewustzijn is zich gewaar van alle drie de
functionaliteiten. Al genoemd is de stelling van William James: "Je
loopt niet weg omdat je bang bent, maar je bent bang omdat je wegloopt".
Nu wat uitgebreider, na het onverwachte waarnemen van een ander dier: "We
staan op het punt te vluchten dus ga, ten eerste, maar eens bang wezen
en sla dit op, en ten tweede en daarna, ga er maar eens over nadenken of
dat wel terecht is". Wat wel het geval is voor leeuw of beer, maar niet
voor hert of zwijn. Die blijken dan later zelf prooi te worden van de
mens. Overigens zit ook in de menselijke hersenen nog steeds ingebakken
dat het handiger is om uit te gaan van het eerste: angst gaat voor
begeerte. En iedereen zou moeten kunnen herkennen wat er gebeurt als je
van achteren aangestoten wordt in een menigte: eerst een vermijdende
reactie, dan de emotionele schrik ("Leeuw!"), en dan het rationele besef dat het ongetwijfeld een medemens is.
Wordt vervolgd.
Naar Neurologie, organisatie
, Psychologie lijst
, Psychologie overzicht
, of site home
.
|