De Volkskrant, 09-08-2014, door Caspar Janssen .2010

Reportage | De wolf is terug in Nederland

Topdog

En weer werd er een wolf gezien in Nederland. Dit keer levend. Caspar Janssen volgt het spoor met wolvenkenner Roel Korbee. Die legt uit waarom juist de wolf telkens zo veel ophef veroorzaakt.


Tussentitels: Hij sprong over het prikkeldraad alsof het niks was; dit was zeker geen hond
 We staan zo dicht bij de wolf dat het ons tegelijkertijd beangstigt en fascineert


In zijn woonplaats Hezingen noemen ze hem tegenwoordig soms Roelkapje. Hij kan er wel om lachen, Roel Korbee (62), boswachter van Staatsbosbeheer in Oost-Twente, en honden- en wolvenliefhebber. Hij heeft zijn bijnaam ook niet voor niets. Vanwege zijn wolvenliefde uiteraard, en vanwege zijn wolfhond Layka, van wie hij onafscheidelijk is. Maar ook omdat uitgerekend hier, in de omgeving van zijn standplaats, begin juni de eerste wolf ons land binnen liep. Althans, dat weet Korbee bijna zeker. In ieder geval maakte hij dat nieuws half juni wereldkundig, via dagblad Tubantia, en daarna aan de rest van het land; de wolf, de ontbrekende toppredator, had voor het eerst in 150 jaar voet op Nederlandse, op Twentse bodem gezet. Kort weliswaar, maar evenzogoed best krachtig.

Dan kun je met allerlei kanttekeningen komen aanzetten. Over het ultieme bewijs dat nog ontbreekt. En over het wolvencircus dat vorig jaar al eens losbarstte, vanwege de dode wolf die langs de weg bij Luttelgeest gevonden werd. Netto resultaat van alle ophef toen: een afgang voor wetenschappers, natuurorganisaties en wolvenpromotors. De wetenschappers ontdekten pas in tweede instantie dat het dier was afgeschoten, ergens in Oost-Europa, en dat de wolf pas daarna bij wijze van 'grap' in de Nederlandse polder was gedumpt. De natuurorganisaties en wolvenpromotors hadden zich op hun beurt nogal prematuur laten meeslepen door hun enthousiasme.

Zo niet Roel Korbee. Hij was vorig jaar een van de weinigen - en een van de eersten - die publiekelijk meldden dat er weleens sprake kon zijn van een grap. Zijn organisatie, Staatsbosbeheer, hield zich te midden van de euforie dan ook op de vlakte.

Korbee behoort sowieso, zegt hij, tot de realisten als het gaat om de wolf. 'De angst bij sommigen is overdreven. En het enthousiasme bij anderen ook.' Want, zegt hij: 'Er zullen hier nooit veel wolven komen. De wolf heeft grote, rustige leefgebieden nodig. Kijk naar Duitsland. Zelfs daar heeft hij een voorkeur voor enorme defensieterreinen, waar nauwelijks mensen zijn. Dat soort uitgestrekte, lege en rustige gebieden zijn er in Nederland niet of nauwelijks. Voorlopig zullen hier alleen af en toe zogenaamde wandelaars komen, solitaire wolven die op pad zijn. Ik denk dat er uiteindelijk hoogstens een paar roedels in Nederland kunnen leven.'

Waar hebben we het dus over, bedoelt Korbee. 'Er worden in Nederland jaarlijks meer schapen gegrepen door loslopende honden dan er ooit door wolven gepakt zullen worden. En ook de invloed op het reguleren van de natuur door de wolf zal dus beperkt zijn.'

Maar ja, de wolf is natuurlijk wel een machtig beest, het enige dier waarvoor mensen echt ontzag hebben. In Frankrijk en Duitsland, waar de beschermde wolf inmiddels volop terug is, leidt zijn aanwezigheid inmiddels tot verhitte discussies, waarbij schapenhouders, boeren en jagers zich flink roeren. En dat de wolf nu toch echt in Nederland is geweest, uitgerekend in zijn omgeving, dat bracht Korbee zelf ook in vervoering.

Formeel moet hij nog een slag om de arm houden, maar wat hem betreft is er geen twijfel mogelijk: de wolf heeft in ieder geval op 5 en 6 juni van dit jaar in Oost-Twente rondgelopen. Niet zo vreemd, want sinds april van dit jaar verbleef er een wolf bij het nabijgelegen Nordhorn, net over de grens in Duitsland. Dat deze wolf - die is vastgelegd op foto's - een uitstapje zou gaan maken naar Nederland lag voor de hand.

'Het is als een puzzel,' zegt Korbee, 'terwijl hij zijn auto over smalle weggetjes door het Twentse coulissenlandschap voert. 'En alle puzzelstukjes vielen uiteindelijk in elkaar.' Hij mindert vaart, ergens op de weg van Ootmarsum naar Weerselo, vlak bij het plaatsje Reutum, en ten noorden van het kanaal Almelo-Nordhorn: 'Hier is hij de weg overgestoken,' wijst hij, de hijgende kop van Layka, die tussen de twee stoelen van de auto in hangt, ontwijkend. We zien akkers, boomsingels, heggen, zandpaden, bosjes, kleine natuurgebiedjes, en een enkele boerderij. 'Je ziet: er is voldoende dekking voor de wolf, en hij kan zich hier goed verplaatsen. Maar een wolf kan hier niet leven. Daarvoor is het hier te druk.'

Dan, een paar kilometer verderop, stuurt Korbee zijn terreinwagen het erf op van de aanstichter van de nieuwe wolvenopwinding, de man die zich op vrijdagochtend 6 juni meldde bij het huis van Roel Korbee.

'Noem mij maar Arie,' aldus de waarnemer, die in onvervalst Twents zijn verhaal doet. Arie wil graag anoniem blijven. Zelfs tegen zijn eigen vrouw had hij aanvankelijk niets gezegd. Toen zij in de krant las dat een iemand die 'werkt in de buitendienst' een wolf had gezien, had ze gezegd: dat kan toch niet? Waarop hij had geantwoord: dat kan wel, want die medewerker in de buitendienst, dat ben ik.

Arie is ook een jager, en een ervaren observator van wild. Vandaar dat hij het direct zeker wist toen hij op die vrijdagochtend het dier zag lopen vanuit zijn bestelbusje: 'Een wolf, voor 99 procent zeker. Ik zag het aan de manier van lopen, aan de grootte, aan het gedrag. Hij liep flink door, eerst nog een stuk langs de weg, hij sprong over het prikkeldraad alsof het niks was. Dit was zeker geen hond. Ik ben direct als een gek in de richting gereden waarheen het beest liep, ik wist dat even verderop nog een zandpad lag dat hij zou moeten oversteken. Hij liep zo snel dat ik hem nog net zag wegflitsen toen ik daar aankwam.'

Arie reed direct naar het huis van Roel Korbee, en deed zijn verhaal. Korbee nam hem serieus. 'Arie is niet iemand die dingen uit de duim zuigt, of die interessant wil doen. Hij komt uit de jachtwereld en jagers kunnen over het algemeen goed observeren. Bovendien: zijn beschrijving van uiterlijk en gedrag deed me echt aan een wolf denken.'

De twee mannen reden samen naar de bewuste plek, maar vonden geen sporen. 'Maar dat kan. Als het geregend heeft en de grond droogt daarna op, dan vind je geen sporen.' Ze spraken af om de gebeurtenis stil te houden. Korbee: 'Ik dacht: als dit in de publiciteit komt dan heeft iedereen opeens een wolf gezien. En ik dacht: misschien komt er nog een serieuze melding.'

Die kwam direct de volgende dag. Korbee werd gebeld met een tip over iemand die beweerde dat hij een wolf had gezien. 'Mijn oren stonden direct overeind. Ik heb contact opgenomen met die man - ook een jager - en ook zijn verhaal klonk uitermate betrouwbaar. Hij had de wolf gezien op dezelfde dag als Arie, alleen later, en op ongeveer tien kilometer afstand van de eerste plek. De beschrijving en de looprichting - richting Duitsland - kwamen overeen. Tot in de details. Ook deze jager meldde dat er iets vreemds was met de staart, dat er een natte, platte plek op zat of dat er een stuk vacht weg was.'

Ook nu ging Korbee met de man mee naar de plek van zijn waarneming. De man had een spoor gevonden dat inderdaad van een wolf kon zijn. Ook nu besloten de mannen om de melding stil te houden.

Een paar dagen later werd Korbee aangesproken door een jager toen hij zijn auto naar de garage bracht. 'Jij zult het wel mooi vinden, hŤ?, zei de man.' Korbee: 'Ik vroeg: wat? Nou, zie de man: er is een wolf gezien. Ik hield me van de domme en zei: o ja? Nou, zei de man, die en die heeft hier bij Agelo een wolf gezien.'

Zo kwam Korbee uit bij de derde waarnemer, ook een jager, die het dier vanuit zijn hoogzit had gezien, op de avond vůůr de eerste melding. De man had het dier van grotere afstand gezien, maar was wel zo zeker van zijn zaak dat hij bij thuiskomst zijn vrouw wakker had gemaakt en haar vertelde: ik heb een wolf gezien.

'Het begon toen wel te tintelen,' zegt Korbee, die toch besloot om de voorvallen nog stil te houden. Tot hij de avond daarna merkte dat het onmogelijk zou zijn. Bij de opening van een kapelletje in Agelo waren wethouders, er was 'poeha', er was een processie, maar vooral: iedereen was er, ook een paar journalisten. 'Ik dacht: er is hier iets te veel over gesproken, ik ga maar direct na de opening weg.'

Eenmaal thuis, tijdens de wedstrijd Nederland-Spanje, ging de telefoon. Een journalist van Tubantia, die vroeg: het zingt rond dat er een wolf is gezien. Klopt dat? Ik wist toen: dit houden we niet meer stil.'

Korbee vroeg wat tijd en beloofde de journalist de primeur. Hij lichtte Staatsbosbeheer in, en ook het ministerie werd op de hoogte gesteld. Op maandag 18 juni verscheen het verhaal op de voorpagina van Tubantia, gevolgd door berichten in andere kranten.

Vanaf dat moment stroomden de meldingen binnen. Korbee: 'Dan zie je hoezeer de wolf de mensen triggert, in positieve en negatieve zin. Tientallen mensen hadden de wolf gezien. Maar helaas: geen enkele van die nieuwe meldingen was serieus te nemen. Het tijdspad klopte niet, de omschrijving van de wolf klopte niet, het gedrag niet. Ik heb mensen gehad die zeiden: we moesten eromheen lopen, want hij bleef staan. Dat bestaat dus niet. Er waren mensen bij die boos werden toen ik zei: nee, deze pootafdruk is van een hond, en nee, u heeft geen wolf gezien. Veel mensen willen blijkbaar kunnen zeggen: ik heb een wolf gezien.'

Wel kwam Korbee uiteindelijk uit bij de boer op wiens grond de eerste waarnemer het dier had gezien. En ook de boer, die op de bewuste ochtend van 6 juni het gras aan het maaien was, was zeker van zijn zaak. Hij had er liever geen ruchtbaarheid aan gegeven, hij was bang voor kermis op zijn erf, maar: ja, hij had het dier ook gezien, hij dacht ook direct dat het een wolf was, en, zo zei hij: die man die toen voorbij kwam in dat bestelbusje, die moest die wolf toch ook gezien hebben? Korbee: 'Op een gegeven moment kun je niet anders dan constateren: dat beest heeft er gelopen.'

Die fascinatie voor, en de opwinding over de wolf is overigens wel begrijpelijk, vindt hij. 'Het is natuurlijk een prachtig beest, en omdat wij als mensen zo dicht bij honden staan, spreekt zijn wilde voorvader ook tot de verbeelding. Zo werkt het bij mij ook.'

Korbee trok al in 2001 naar het voormalige Oost-Duitsland, om op zoek te gaan naar de eerste wolven die zich daar hadden vermenigvuldigd. Hij geldt binnen Staatsbosbeheer inmiddels als wolvenkenner, maar zelf wil hij zich geen wolvenexpert noemen ('die zijn er niet in Nederland'). Wel zag hij meerdere malen wolven in het wild. En Korbee weet uit ervaring hoe moeilijk het is om een echte wolf te onderscheiden van een wolfhond (een hond waarin wolvenbloed is gefokt), of van een hybride, een kruising tussen wolf en herdershond.

Een wolfhond die hij vroeger had, werd door wolvenonderzoekers in Zweden voor een wolf versleten. Door zijn kennis van wolfhonden heeft Korbee al meerdere malen bijna zekere meldingen van wolven in Nederland ontkracht. En is hij er nu voor 99 procent van overtuigd, op basis van uiterlijk en gedrag, dat het dier dat in Twente liep wel degelijk een wolf was.

Angst speelt natuurlijk ook een rol bij de opwinding over de wolf, denkt Korbee. 'Het beeld van de wolf als veerover en moordenaar is hardnekkig. Een wolf met hondsdolheid is ook een killer; het dier heeft veel slachtoffers gemaakt in de 19de eeuw. Hondsdolheid bestaat niet meer onder wolven in West-Europa en moderne landbouwbedrijven hebben niets van wolven te vrezen, maar toch, dit soort verhalen hebben ons beeld op de wolf bepaald. Al is het per cultuur verschillend. Wij zijn opgegroeid met Roodkapje, maar de Noord-Amerikaanse indianen spraken van My Brother Wolf, en in ItaliŽ zijn mensen opgegroeid met het mythische verhaal Romulus en Remus, de jongetjes die door een wolvin werden grootgebracht. Misschien gaan Italianen daarom wel meer ontspannen om met de wolf.'

Ons beeld van de wolf veranderde, meent hij, 'toen wij van jager verzamelaar werden. Tot die tijd konden we leren van de wolf en konden we soms zelfs profijt trekken van zijn werk. We stonden in zekere zin naast elkaar. Maar toen de mensen primitieve landbouwers werden, werden wolven concurrenten en een bedreiging. Wolven hadden het gemunt op het kapitaal van de boeren - die paar stuks vee. De vraag was: wie is de toppredator, de mens of de wolf? Het is zelfs zo dat de structuur van de primitieve familiebedrijfjes, waarbij de ouderen zorgden voor het voedsel, de jongeren moesten zorgen voor de kleintjes, leken op de structuur van een roedel wolven.'

Kortom: 'We staan zo dicht bij de wolf dat het ons tegelijkertijd beangstigt en fascineert. Het is aantrekken en afstoten.'

Zelf vindt hij het knap hoe de wolf, ondanks eeuwenlange vervolging, wist te overleven. Maar als natuurbeheerder interesseert hem vooral de rol van de wolf in de natuur. 'Je ziet dat vooral in ecosystemen die nog min of meer intact zijn. Een toppredator - een roofdier als de wolf - stuurt dan het aantal hoefdieren en de plekken waar die lopen, en daarmee uiteindelijk ook de vegetatiestructuur. In RoemeniŽ, waar de wolven nooit zijn weggeweest heb je een fantastische edelhertenpopulatie. Dat zijn kapitale herten, en dat kan alleen bij de gratie dat ze ook bejaagd zijn door wolven, dat er natuurlijke selectie heeft plaatsgevonden. Als jager zou ik er dan ook helemaal geen moeite mee hebben als er af en toe wat geselecteerd wordt door de wolf. Want het oog van het roofdier is selectiever dan dat van de jager. Ze pakken de zwakken en de jongeren er feilloos uit.'

We rijden inmiddels weer kriskras door het gebied waar de eerste Nederlandse wolf gelopen heeft. 'Het is hier voor een wolf bijna onmogelijk om ongezien te blijven,' zegt Korbee. 'Wolven ontlopen mensen wel - ze hebben een fantastisch gehoor en reukzin - maar ze hebben niet een soort radar waardoor ze altijd onzichtbaar kunnen blijven.'

Hij vertelt over zijn wolvenwaarnemingen in Zweden, waar hij een huisje heeft. 'Mijn vorige wolfhond, een reu, rook feilloos waar een wolf had gelopen, dan fokte hij zich op en gingen zijn haren overeind staan. Ik ben vaak wolvensporen afgelopen met mijn honden, en ik heb ze een aantal keren onverwacht kunnen observeren. Want als de windrichting in jouw richting staat, ruikt hij je niet. Ik liep eens met mijn twee honden op een pad toen ik opeens in de verte een wolf zag aankomen. Hij volgde de sporen van mijn wolfhonden, van een dag eerder. Ik dacht: wat gebeurt er nu? Hij loopt gewoon op ons in! Want hij zag ons niet, hij liep maar door, hij was dat spoor aan het volgen.

'Mijn honden stonden opeens stokstijf stil - gelukkig had ik ze aangelijnd. Pas op veertig meter afstand keek de wolf op en bleef toen ook doodstil staan. Zo hebben we daar een halve minuut gestaan. En ik wist: de eerste die beweegt brengt het zaakje in beweging. Toen deed mijn jongste hond een stapje terug, als aanloop om naar voren te springen, en op dat moment vluchtte de wolf het bos in. Hij keek nog even om, stopte nog even, en toen was-ie verdwenen.'


Wat hij er maar mee wil zeggen: 'Een wolf blijft niet onopgemerkt in Nederland. Er zit altijd wel ergens een jager 's ochtends vroeg op de hoogzit, er is altijd wel een boer heel vroeg aan het werk. Dat vond ik vorig jaar dan ook het vreemdste aan het verhaal van Luttelgeest; het dier had in de weken daarvoor al gezien moeten zijn in Twente of in Drenthe. Het is ondenkbaar dat hij ongemerkt Luttelgeest had kunnen bereiken.'

En de wolf van Twente, waar is die nu? Korbee: 'Die zit waarschijnlijk weer in een rustiger gebied in Duitsland. Half juli zijn er nog waarnemingen geweest bij Nordhorn.'

Het wachten is nu, zegt Korbee, op de volgende zwervende wolf die de grens oversteekt. Om te ontdekken dat het in Nederland toch niet zo rustig is.

.
Tussenstukken
DE OPMARS VAN DE WOLF

Sinds de in West-Europa bijna uitgestorven wolf in de conventie van Bern (1979) en de Europese Habitatrichtlijn (1992) de status kreeg van strikt beschermde soort, heeft hij zich vanuit Oost-Europa en ItaliŽ in gestaag tempo over het continent verspreid. De wolf leeft nu in bijna alle Europese landen. Zelfs in Denemarken zijn meerdere zwervende wolven waargenomen. Alleen in de Beneluxlanden is de aanwezigheid van de wolf nog niet met honderd procent zekerheid vastgesteld.

.

HOOGUIT ENKELE TIENTALLEN

De schattingen over het aantal wolven dat in Nederland kan leven lopen uiteen van vele honderden tot hoogstens enkele tientallen. In die laatste schatting kan Roel Korbee zich wel vinden. Je hoeft daarvoor alleen maar naar de ontwikkelingen in Duitsland en Zweden te kijken, zegt hij.

'Van de discussie in Duitsland kunnen we veel leren. Een organisatie daar heeft uitgerekend hoeveel roedels er kunnen zijn: ongeveer duizend wolven. Maar de impact van de 250 wolven die er nu zijn is al enorm in de media en in de politiek. Er is grote druk vanuit de landbouw en van jagers om het aantal te limiteren. Ik vermoed dat er, zodra de instandhouding van de soort gewaarborgd is, uiteindelijk een grens gesteld gaat worden aan het aantal wolven. Dat aantal zou weleens ver onder de duizend kunnen komen te liggen. Vanaf het moment dat dit aantal is bereikt mag er dan incidenteel afschot plaatsvinden.

In Zweden, dat uitermate geschikt is voor wolven, hebben ze al moeite met driehonderd wolven. Als je dat omrekent naar Nederland, kom je hooguit op enkele tientallen wolven uit.

'De wolf zelf zal er, denk ik, niet veel anders over denken. Er is hier voedsel genoeg - dat is het probleem niet - maar Nederland is toch voornamelijk een dichtbevolkt cultuurlandschap. Met een roedel in Drenthe, een in Twente, een op de Veluwe en wellicht nog ergens anders een roedel, dan ben je er denk ik wel.'
 


IRP:  


Naar Beslissingen , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]