De Volkskrant, 21-03-2009, column door Bas Haring 22 mrt.2009

Mijn hoofd is te stom om over een deursleutel na te denken

Woensdagochtend wordt bij mij het vuilnis opgehaald. Dat staat bij mij op een balkonnetje, te wachten op de woensdagochtend dat ik aan het vuilnis denk. Verleden week, vlak voordat ik naar mijn werk ging, dacht ik eraan.
    Nadat ik het vuilnis op straat had gezet, moest ik nog even terug mijn huis in, de deur van het balkon dichtdoen. De sleutel van het balkon zit altijd in het slot gestoken; een gewone sleutel met een wit label en een handgeschreven tekst.
    Toen de balkondeur dicht was, liep ik mijn huis uit en draaide ik me in de gang om. Ik pakte de huissleutel om de voordeur achter mij te sluiten - ook een gewone sleutel met een wit label - en ik merkte dat de sleutel niet paste. Ik probeerde het nog een keer en zag plots dat op het label 'balkondeur' stond.
    Ik bleef seconden verstijfd staan. Ik bewoog niet en voelde mij als een computerprogramma dat even hapert. Soms doet een programma dat. Als het te veel moet rekenen, om het dan even later ineens weer gewoon te doen.
   Zo stond ik ook. Een paar seconden waarschijnlijk, maar het voelde als een kwartier. Mijn hoofd was bezig en had geen tijd meer over voor andere dingen. Als ik op dat moment aangesproken zou zijn, had ik niet kunnen reageren, volgens mij.
    Na die tijd van stilstand wist mijn hoofd water was gebeurd: ik had per ongeluk de sleutel van de balkondeur meegenomen en probeerde daarmee de voordeur dicht te doen. Maar het vreemde was: waarom moest mijn hoofd zo lang over deze gevolgtrekking doen?
    En waarom was hij zo ingewikkeld, dat ik secondenlang niets anders kon?
    De conclusie die ik uiteindelijk getrokken heb, is dat mijn hoofd gewoon niet zo goed kan denken. En vooral niet zo snel. Seconden heeft mijn hoofd nodig om tot de voor de hand liggende conclusie te komen dat ik gewoon de verkeerde sleutel heb gepakt. Blijkbaar is mijn hoofd zo stom.
    Meestal maakt dat weinig uit. Eigenlijk hoef ik zelden echt te denken. Op straat lopen kan bijna op de automatische piloot. Als ik maar op tijd opzij spring voor een aankomende fietser of auto. Maar daar hoef ik niet echt voor te kunnen den ken: goed kijken en goed kunnen springen is iets anders dan goed kunnen denken.
    Koken gaat ook haast vanzelf om maar een ander voorbeeld te noemen. Ik lees een recept, pak ingrediŽnten, en als een onnadenkende zombie kook ik uiteindelijk een maaltijd.
De wereld is bijzonder consistent en verandert maar langzaam en voorspelbaar. Als ik mij in die wereld begeef. hoef ik eigenlijk helemaal niet zoveel te denken. De automatische piloot is meestal goed genoeg.
    Totdat er plots iets heel vreemds gebeurt. Iets wat ik echt niet had verwacht, en ik bijvoorbeeld met een vreemde sleutel bij de voordeur sta en me afvraag: wat doet deze sleutel in mijn hand? Pas dŠn merk ik hoe vreselijk traag dat denken eigenlijk gaat. En hoe zelden ik dat eigenlijk doe.


IRP:  


Naar Beslissingen , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]