In de
theoretische taalkunde is de universele
grammatica (UG) een
verondersteld aangeboren taalvermogen, dat alle
mensen (maar waarschijnlijk geen enkele andere
diersoort) bezitten.
De theorie van de universele grammatica werd opgesteld door de Amerikaanse taalkundige Noam Chomsky. ... Chomsky formuleerde zijn theorie op basis van een aantal observaties:
Een centraal doel van de taalkunde, aldus Chomsky en anderen in het generatieve paradigma, is het blootleggen van de (psycho-)biologische grondslag van de universele grammatica, het "taalorgaan" in de menselijke hersenen dat een kwalitatief verschil tussen mens en dier maakt. ...
De theorie van de universele grammatica werd opgesteld door de Amerikaanse taalkundige Noam Chomsky. ... Chomsky formuleerde zijn theorie op basis van een aantal observaties:
- alle kinderen (en tot op zekere hoogte ook de meeste volwassenen) kunnen alle talen leren; adoptiekinderen leren gewoonlijk vloeiend de taal van hun nieuwe vaderland spreken.
- alle talen bevatten vergelijkbare grammaticale constructies; werkwoorden (verba) en zelfstandige naamwoorden (nomina) komen bijvoorbeeld universeel voor
- talen bevatten recursieve constructies, die niet aangeleerd kunnen worden zonder een "recursiemodule" in de menselijke hersenen; andere dieren hebben geen recursievermogen[2]
Een centraal doel van de taalkunde, aldus Chomsky en anderen in het generatieve paradigma, is het blootleggen van de (psycho-)biologische grondslag van de universele grammatica, het "taalorgaan" in de menselijke hersenen dat een kwalitatief verschil tussen mens en dier maakt. ...