Bronnen bij Neurologie, taal, ontstaan: cognitieve therapie
|
6 nov.2009 |
Er zijn vele bronnen die wij laten zien hoe cognitieve therapie de band met
taalgebruik ziet. Eerst wordt de "kwaal" beschreven, en daarna hoe het in taal
tot uitdrukking komt (van LeWiki) :
| |
Denkfouten (pyschologie)
1.SELECTIEF WAARNEMEN. Ik heb vooral aandacht voor het negatieve.
U kiest een negatief detail uit een bepaald voorval en richt uw aandacht
uitsluitend hierop. Daardoor ervaart u het hele voorval of de totale persoon als
negatief.
1.NEGATIEF DENKEN. Ik draai het neutrale of positieve om tot het negatief is.
Een alledaags voorbeeld van negatief denken is de wijze waarop veel mensen
reageren op complimenten. Wanneer iemand u complimenteert voor uw uiterlijk of
uw werk, kunt u denken: 'Hij probeert enkel aardig te zijn. Hij meent het niet
echt'.
1.ZWART-WIT DENKEN. Ik denk in uitersten, het is zwart of het is wit, grijs
bestaat niet.
Zwart-wit denken is onrealistisch, omdat de wereld zelden helemaal het een of
het ander is. Zo is niemand helemaal briljant of helemaal stom. Evenmin zijn
mensen uitsluitend aantrekkelijk of lelijk. Uitersten zijn zeldzaam in deze
wereld.
1.GENERALISEREN. Ik trekt grote conclusies uit een/enkele ervaringen.
Omdat het een keer zo gebeurt is zal het altijd zo gaan. Omdat ik nu... zal het
nooit...
1.GEDACHTEN LEZEN. Ik weet precies wat anderen denken.
U gaat ervan uit dat u precies weet, want andere mensen in een bepaalde situatie
denken. U bent paranormaal begaafd. Stel dat een vriend zonder te groeten u op
straat passeert, omdat hij in gedachten verzonken is. Ten onrechte kunt u
concluderen; 'Hij negeert me omdat hij me niet aardig vindt'. U gaat voorbij aan
andere mogelijke verklaringen.
1.EMOTIONEEL REDENEREN. Ik voel het dus Is het waar.
U neemt uw gevoelens als bewijs voor de juistheid van een bepaalde gedachte. Ik
voel dus ik ben. Voorbeelden van emotioneel redeneren zijn: 'Ik voel me stom,
dus ben ik stom', 'Ik heb het gevoel dat het me niet lukt, dus lukt het niet',
'Ik voel dat vandaag alles tegenzit, dus zit het tegen'.
1.TOEKOMST-VOORSPELLEN & RAMPDENKEN.
Ik weet 100% zeker dat ... (Iets verschrikkelijks) gaat gebeuren. U voorspelt
dat het meest verschrikkelijke absoluut zeker gaat gebeuren. U gaat er aan
voorbij dat het ook anders kan aflopen.
1.STICKERS PLAKKEN. Ik hoef niet meer te weten, het is zus-en zo.
U velt snel een stevig negatief oordeel over u zelf en anderen zonder te kijken
naar aanvullende informatie.
1.PERSONIFICATIE. Het Is helemaal mijn (zijn) schuld.
U bent er vast van overtuigd dat de oorzaak van iets helemaal bij u of de ander
ligt en hebt geen oog voor de andere aspecten van de situatie. U betrekt alles
overmatig op uw of de andere persoon.
1.MOET-DENKEN. Ik moet exact anders is het verschrikkelijk !
U hebt exacte regels en eisen hoe u en anderen zich moeten gedragen. Als het
niet precies zo gaat zo als u dat wilt, anders is het verschrikkelijk slecht,
stom etc. etc.
1.LAGE FRUSTRATIE TOLERANTIE (LFT). Ik kan dit niet uithouden, Ik kan hier niet
tegen
Bij LFT zegt u tegen uzelf dat u het absoluut niet verdragen kunt, dat het
vreselijk is, dat er wat aan gedaan moet worden, dat het niet zo mag zijn. u
geeft u over, valt aan of vlucht voor de situatie.
1.GEBREK AAN MEDELEVEN. Ik kan/wil niet begrijpen dat het zo gaat.
U hebt geen oog voor de belangrijke kanten van omstandigheden en gebeurtenissen
in een mensenleven die het gedrag bepalen. U kijkt niet verder dan uw neus lang
is.
1.MAATSCHAPPELIJKE NORM. Ik (en men) vind het zo en daarom is het waar.
U vergeet de betrekkelijkheid en willekeurigheid van normen die eigen zijn aan
een bepaalde opvoeding, milieu, geloof, cultuur, samenleving etc. U gaat voorbij
aan het feit dat er betrekkelijk weinig universele normen zijn.
Bron: Cursus Cognitieve Gedragstherapie 1997 G. Schurink & E. ten Broeke
|
Naar Neurologie, beslissingen
,
Beslissingen
,
Psychologie lijst
, Psychologie overzicht
, of site home
.
|