Leids universiteitsblad Mare, 15-10-2009, door Bart Braun .2009

Computer 'leert' taal van depressieven en terroristen

Verraderlijke schrijfstijl

Een computerprogramma dat teksten analyseert wordt zowel ingezet bij het volgen van patiënten als het bespioneren van Al-Qaida. Mensen met een persoonlijkheidsstoornis drukken zich ook anders uit, ontdekten Leidse psychologen.

 Je spreekt het uit als ‘Luke’, ook al staat er LIWC, en het zegt iets over wat u zegt. Het computerprogramma Linguistic Inquiry and Word Count analyseert teksten en deelt de gebruikte woorden op in categorieën. Dat is handig, want de wetenschap is veel beter in het vergelijken van cijfers dan in het vergelijken van woorden.
    De opsteller van LIWC, de Amerikaanse psycholoog James Pennebaker, ontdekte dat studenten met een depressie heel andere opstellen schrijven dan hun niet-depressieve jaargenoten. Ze gebruiken vaker negatief geladen woorden, en het woordje ‘ik’.
    ‘Dat betekent niet dat de test bruikbaar is als diagnostisch instrument’, waarschuwt de Leidse psycholoog Marc Molendijk, die afstudeerde op LIWC-onderzoek. ‘Het is vooral theoretisch interessant.’ Bijvoorbeeld omdat de resultaten van Pennebaker mooi overeenkomen met wat de theorie over depressies voorspelt. ‘Het idee is dat bij mensen met een depressie negatieve denkstijlen, de zogeheten depressogene schemata, geactiveerd zijn. Bij mensen die ooit een depressie hebben gehad, zijn ze niet actief, maar nog wel aanwezig. Daarom komen depressies ook steeds terug; als je er vier hebt gehad in je leven is de kans op een vijfde bijna honderd procent.’ De schrijfstijl van mensen die ooit een depressie hebben gehad, gaat in de loop van het essay steeds meer lijken op die van mensen die depressief waren. Molendijk: ‘Blijkbaar worden negatieve manieren van denken geactiveerd door het schrijven over jezelf.’
    Daarnaast zijn er ook praktische toepassingen. ‘Het kan helpen bij het monitoren van patiënten die een trauma hebben gehad’, vertelt Molendijk. ‘Als hun dagboekteksten veel voornaamwoorden en perspectiefwisselingen bevatten, is dat een goede voorspeller van herstel.’ De FBI gebruikt het woordanalyseprogramma om de boodschappen van Al-Qaida te bestuderen. Ayman al-Zawahiri, de nummer twee van het terroristennetwerk, lijkt zich steeds onzekerder en onveiliger te voelen.
    Molendijk publiceerde deze maand samen met Leidse en Maastrichtse collega’s een artikel in het vakblad Behaviour Research and Therapy. Zij vergeleken opstellen van mensen die in dagbehandeling waren voor een persoonlijkheidsstoornis met een controlegroep van gezonde vrijwilligers. De eerste groep gebruikte vaker woorden van negatieve aard, en was meer op zichzelf gefocust, zo bleek. Hun schrijfstijl leek dus op die van depressieve patiënten, en mede daardoor was het niet mogelijk om onderscheid te maken tussen mensen die naast hun angststoornis of andere persoonlijkheidsstoornis ook nog depressief waren en patiënten zonder depressie. ‘Mensen met persoonlijkheidsstoornissen hebben blijkbaar vergelijkbare negatieve denkstijlen als mensen met een depressie’, vertelt Molendijk. ‘Dat is opmerkelijk, omdat Aaron Beck, de grondlegger van cognitieve gedragstherapie tegen depressies, dacht dat die denkstijlen veel specifieker waren.’
    Maar een programma dat woordjes turft is toch veel te dom om zulke conclusies te trekken? Iemand die zegt ‘Ik ben bang’ bedoelt iets heel anders dan iemand die ‘Ik ben niet bang’ zegt, maar de computer ziet het woordje ‘bang’ en scoort een negatief woordje erbij. ‘De software kijkt inderdaad niet naar de context’, legt Molendijk uit. ‘Dat zagen wij zelf ook als een tekortkoming.’
    ‘Daarom hebben we zestig mensen uit onze proefpersonen genomen, en die door menselijke psychologen laten beoordelen’, aldus de onderzoeker. ‘Niet alleen waren die psychologen het onderling eens, hun mening kwam ook sterk overeen met die van het programma. Ik ben wel blij dat we dat stukje onderzoek hebben toegevoegd.’
    ‘De uitkomst is ook niet zo gek als je misschien zou denken. Als iemand veel negatieve woorden gebruikt, zegt dat nog steeds wat. Iemand die niet bang is, zal ook niet gauw “ik ben niet bang” zeggen, want hij of zij is helemaal niet bezig met angstgevoelens.’
    Een andere mogelijke tekortkoming is de vraag of mensen eerlijk zijn. Niet iedereen zal bij de opdracht ‘schrijf een verhaaltje over jezelf’ meteen openhartig zijn zelfhaat en suïcidepogingen delen met een onbekende onderzoeker. Molendijk: ‘De patiënten uit ons onderzoek stonden op het punt om in therapie te gaan. Ze hadden voor zichzelf al toegegeven dat ze klachten hadden. Bovendien maakt het weinig uit: als je probeert om iets te verbergen valt het ook op. Het lijkt me ook niet erg waarschijnlijk dat iemand opzettelijk het woordje “ik” gaat vermijden; de kracht van het onderzoek zit hem juist ook in het detecteren van woorden waarvan de schrijver denkt dat ze niet veel betekenis dragen. Natuurlijk, als je wilt kun je zo een tekst schrijven die het programma om de tuin leidt, maar waarom zou je?’


IRP:   Let op: veel "ik"- cirkel - negatieve aspect.
 

Naar Neurologie, taal , Neurologie, beslissingen , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]