Bronnen bij Niet-willen-weten: voorbeelden

Onderstaand voorbeelden van het niet-willen-weten uit de dagelijkse praktijk, met als eerste drie een politiek, een psychologisch en een filosofisch - om te laten zien hoe wijdverspreid het fenomeen is. Het politieke voorbeeld is natuurlijk het belangrijkste, omdat er praktische gevolgen aan verbonden zijn, en omdat het maar een enkel voorbeeld is uit een eindeloze stroom. Vrijwel alle politieke uitspraken die inhouden dat iets niet kan of geregeld kan worden zijn andere voorbeelden. Eentje die lange tijd gebruikt is: "Dronken (of te snel) rijden kan niet voorkomen worden". De werkelijkheid is dat het voorkomen heel simpel is: de dronken (of te snelle) rijder wordt voorgoed het rijbewijs ontnomen. Maar als iemand dat voorstelt, komt de waarheid om de hoek, in de vorm van bezwaren waarom men het niet wil. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld ook voor de beperking van te hoge inkomens (oplossing: gewoon 100% procent belasting boven een bepaalde grens) (de Volkskrant, 05-10-2007, door Olav Velthuis ):
  Marktdenker valt van geloof

Hij was dol op Bill Clinton en had een hekel aan Bush senior. Verrassende memoires van Alan Greenspan, de man die bijna twintig jaar lang de machtigste bankpresident ter wereld was.


...    Wel interessant is dat Greenspan in dit deel van zijn libertaire geloof lijkt te vallen. Hij hamert weliswaar op het belang van de vrije markt, benadrukt dat overheidsregulering tot een minimum beperkt moet blijven en het sociale vangnet afgebouwd moet worden. Tegelijkertijd erkent hij dat het kapitalisme Amerikaanse stijl wel rijk maakt maar niet per se gelukkig, dat salarissen aan de top buitensporig zijn, en dat globalisering dreigt vast te lopen vanwege de onzekerheden die zij voor burgers oplevert.
    Voor veel lezers mogen dat open deuren zijn, uit de mond van een libertaire econoom naar wie alle markten luisteren, klinken ze toch verrassend. 

Ook een typische geval van "niet willen weten": Greenspan erkent dat de resultaten niet deugen, maar wil desondanks zijn principes niet veranderen.

Tweede voorbeeld, internationale politiek (de Volkskrant, 17-02-2005, boekbespreking door Anne van Driel):
  Doek op kruistocht

Picasso schilderde 'Guernica' in 1937, na een vernietigende Duitse aanval op een Baskisch dorp. Het werk heeft niets aan moreel gezag ingeboet.
...
    In die 'levensgeschiedenis' legt Van Hensbergen de nadruk op Guernica als een propagandastuk, een hoogstaand kunstwerk en tevens machtsmiddel dat politici in verlegenheid wist te brengen, en inzet werd van esthetische en maatschappelijke twisten. De tijd heeft niets aan het morele overwicht van Guernica afgedaan, stelt Van Hensbergen, verwijzend naar de replica van het schilderij in het VN-hoofdkantoor, die uit strategisch oogpunt werd afgedekt toen de Veiligheidsraad discussieerde over de vraag of een aanval op Irak gerechtvaardigd was.  ...

Veel meer op het populaire "struisvogelpolitiek" dan dit kan het niet lijken. Het is van een verbazingwekkende naïviteit dat men degenen die het gedaan hebben (de betrokken politici) en degenen die het (grotendeels) genegeerd hebben - in de media stond alleen een enkele verwijzing naar het gebeuren, geen enkele analyse zoals bovenstaand; maar dat is dan ook een stuk uit het boekenkatern Cicero, en niet dat van de buitenlandse politiek; ook een kwestie van niet-willen-weten. De vereiste mate van naïviteit is dusdanig hoog dat onbewuste of bewuste opzet een voor de hand liggender oorzaak is.

Derde voorbeeld, uit het de internationale "grachtengordel" (de Volkskrant Magazine, 05-03-2005, reportage van Diederik van Hoogstraten ):
  Te biecht bij een semi-literaire Mona

Voor brievenrubrieken en tv-programma's over persoonlijke problemen halen hoger opgeleide Amerikanen hun neus op. De kwaliteitskranten en internet bieden een alternatief voor de hapklare oplossingen van Dr. Phil en Oprah Winfrey. Psychische hulp voor de denkende klasse.

… En zo stond Tennis alweer een zoekende Amerikaan bij. Zaak gesloten, volgende patiënt.
Oppervlakkig gezien doet hij niets anders dan Oprah Winfrey en Dr. Phil en een wijde waaier van adviescolumnisten in de vrouwenbladen. Maar er is iets bijzonders aan Tennis. Terwijl de vorm en het genre zo oud zijn als de drukpers zelf, is het voor het eerst advies voor hoogopgeleiden populair.
    In de Verenigde Staten zeker. De lezers van Tennis, zo'n 1,4 miljoen regelmatige bezoekers, zijn progressieve types. De columnist noemt ze 'kosmopolitisch, kritisch, slim, gevoelig', wat hij opmaakt uit de tien à vijftien brieven en mails die elke dag binnenkomen. Een verre van wetenschappelijke peiling onder de schrijvers wijst uit dat ze zonder uitzondering eerder van de Golden Gate-brug in San Francisco zouden springen dan hun probleem aan de recht-toe-recht-aan tv-therapeut Dr. Phil voorleggen. ...

Hier is nauwelijks enige uitleg nodig, en zeker niet voor iemand die ooit een uitzending van Dr. Phil heeft gezien  . Dr. Phil zegt cliënten gewoon eerlijk waar het op staat, en is totaal niet geïnteresseerd (althans, zo begint hij) in de vele goedklinkende smoezen waarmee mensen hun eigen foute handelen en denken omringen.

Ook grappig is dat deze alinea's ook zijn opgevallen aan de meest geciteerde filosoof op deze website: Marjolijn Februari (de Volkskrant, 12-03-2005, door Marjolijn Februari):
  De magnolia mag ontluiken

...   Mijn chagrijn zou dan trouwens vooral zijn ingegeven door het begrip 'ons soort mensen'. Een begrip waarmee schrijvers je hun tekst binnen trekken en jou beginnen te lezen. Zodat je het ene moment tegen je wil wordt ingelijfd bij het witte lezerspubliek van HP/De Tijd en een uur later alweer bij het progressieve lezerspubliek van Volkskrant magazine. Daar dook de term 'ons soort mensen' namelijk ook al op, in een verhaal over adviezen bij levensproblemen.
    In Amerika, was de strekking van het verhaal, haalt ons soort mensen zijn neus op voor adviezen op de televisie. Progressieve en intellectuele types zoeken bij psychische nood liever hun toevlucht in de kwaliteitskranten en op de betere internetsites. De adviseurs daar bieden literaire en filosofische hulp aan hoogopgeleiden, waarvan voor het gemak wordt aangenomen dat ze 'zonder uitzondering eerder van de Golden Gate-brug in San Francisco zouden springen dan hun probleem aan de recht-toerecht-aan tv-therapeut Dr. Phil voorleggen.
    Waarom die intellectuele types dat zouden doen is intussen een raadsel. De twee geportretteerde adviseurs van de hoogopgeleiden zijn ontegenzeggelijk beunhazen: 'Geen van beiden heeft een passende opleiding.' Terwijl de gesmade tv-therapeut Dr. Phil McGraw toch echt gepromoveerd is in de klinische psychologie. De adviseurs van de hoogopgeleiden houden het bij slechts 'één virtuele ontmoeting', de adviezen van Dr. Phil McGraw zijn ingebed tussen voorgesprekken en nagesprekken en worden meestal uitgevoerd onder begeleiding van een lokale therapeut. Toch heten de adviezen van Dr. Phil hapklaar - die van ons soort mensen heten bondig.
    Als ik nog maagpijn had gehad, zou ik me vast hebben geërgerd aan de zelfbenoemde superioriteit van al die groepen 'ons soort mensen', ...

De oplossing van het raadsel dat intellectuele types 'dat zouden doen' is dus nu bekend: men wil niet weten dat er (ook) simpele oplossingen zijn. Ook filosofen zijn nogal eens blind voor deze mogelijkheid, omdat filosofen hun bestaansrecht ontlenen aan het niet-bestaan van simpele oplossingen - Marjolijn Februari is een echte filosoof, en maakt er netjes gehakt van.

De Nederlandse grachtengordel (de Volkskrant, 16-04-2005, column van Jan Mulder):
  Stroom

Minister Donner is tegen het algemeen pardon voor de Nederlandse vreemdelingen die hier meer dan vijf jaar wonen en graag willen blijven omdat hun kinderen zich Nederlander voelen. Hij verduidelijkt zijn (koude) standpunt in Trouw zo: 'De overheid heeft te maken met het onherroepelijke feit dat hoe meer vreemdelingen zij hier opvangt, hoe groter de stroom wordt.'
    De minister lijkt onwetend van het feit dat de mensen over wie het hier gaat niet tot een stroom behoren. Zij wonen hier namelijk al een tijd en zijn dus geen schakel meer van welke stroom dan ook. Een stroom pleegt te stromen en uitgerekend dat doen de buitenlandse Nederlanders niet meer. Hun stroom is vastgelopen, ingeburgerd, één geworden met de regionale wateren. Wat Donner en zijn handlangers willen, is van die stilstaande groep weer een stroom maken: hup jullie, de grens over.
    Hij ziet geen mensen maar een reeks waterdeeltjes, goederen, woorden ('vluchtelingen', 'asielzoekers', `illegalen'). Radeloos verdriet teruggebracht tot de term 'stroom' lucht op. Je geweten komt niet in het gedrang want je kijkt naar een voorbijschietende stroom met waarschijnlijkheidsfactor nul dat er een mens van vlees en bloed, een echt Donnertje, tussen zit.
    Donner: 'Eén ding is zeker: op een gegeven moment gaat die stroom de capaciteiten van de overheid te buiten en zal de wal het schip keren.'
    De overbekende wal die het totaal kapotgeclichéde schip gaat keren, ik kan die Tweede Kameruitdrukking niet meer hóren, maar Donner is niet stuk te krijgen: 'Dan krijgen we de veel naargeestiger situatie dat mensen hier eerst in een uitzichtloze situatie belanden, waarna de overheid hen er toch weer moet uitzetten.'
    Man, die uitzichtloze situatie is er al. Hélp de uitzichtlozen, geef ze hun verdiende verblijfsvergunning en hou je daarna pas beng niet het keren van de stroom.

Jan Mulder noemt alle rationele argumenten tegen het weigeren van deze asielzoekers, en weerlegt er geen enkele, hetgeen betekent dat hij dat ook niet kan. De feiten zijn ook duidelijk: de asielstroom neemt af naarmate het beleid zich meer concentreert op de kerngroep van politieke vluchtelingen. Het stuk van Mulder is dus een overduidelijk geval van niet willen weten.

Een wel heel gevoelig onderwerp (VARA TV Magazine, #14-2005, e-mail van Alexandra Spiekman):
  Roken

Paul Witteman is een uitstekende tv-presentator en ik vind zijn columns in VARA TV Magazine ook heel aardig, maar toen ik zijn stukje in nr. 12 las, dacht ik: o, wéér iemand die zo nodig moet zeuren over hoe ongezond het roken is. Ik neem aan dat ook hij dagelijks met droge ogen achter het stuur van zijn auto kruipt. Maar beseft meneer Witteman dan dat hij telkens het equivalent van 17 sigaretten aan ongezonde stoffen via de uitlaat de lucht in blaast? Hoeveel miljoen auto's à 17 sigaretten rijden er eigenlijk in Nederland? En hoeveel doden (en zieken) kost dat per jaar? Het lijkt me interessant te onderzoeken waarom de overheid nalaat de burgers nadrukkelijk op de hoogte te stellen van de gezondheidsrisico's die het autorijden met zich meebrengt en daar ook strenge maatregelen tegen treft. Ik vraag me af of economische belangen hier misschien (veel) groter zijn dan gezondheidsbelangen. Ideetje voor een Nieuwslicht-uitzending?

Middels is wel redelijk bekend dat autorijden slecht is voor het menselijk leefmilieu in de stad. Maar hoewel men het eigenlijk wel weet, net als de dikke mensen, wil men er dus niet naar handelen. Net als bij de dikke mensen, omdat er kennelijk winst in zit om dat niet te doen. Wat betreft de auto is gemakkelijk in te zien wat de reden van dat winstgevoel is: gemakzucht.

Ideologie is een eindeloze bron voor niet-willen-weten - met name multiculturalisme (de Volkskrant, 06-07-2010, column door Bert Wagendorp):
  Paars-plus (2)

Femke Halsema is er zelfs voor gestopt met twitteren, dus we mogen aannemen dat de onderhandelingen over Paars-plus nu serieus van start zijn gegaan. ...
    En dan zijn er ook nog de verrekte peilingen.
    Volgens Maurice de Hond wil namelijk maar 8 procent van de VVD-stemmers een Paars-plus-kabinet, en volgens dezelfde Maurice de Hond ziet 71 procent meer in een kabinet VVD-CDA-PVV. Dat zou door de formateur alsnog moeten worden onderzocht, vindt 84 procent, aldus Maurice de Hond. Van alle kiezers, zegt Maurice de Hond, wil 43 procent een kabinet over rechts, en 41 procent een kabinet over links. Uit de laatste peiling van Maurice de Hond blijkt overigens dat de PVV maar blijft groeien. Ze staan nu al op 33 zetels, terwijl VVD en PvdA volgens Maurice de Hond blijven steken op 26 zetels.
    Als enkele duizenden jaren na de apocalyps Nederland van onder de modder wordt opgegraven en de aangetroffen harde schijven aan een nader onderzoek worden onderworpen, zal de conclusie luiden dat rond het jaar 2010 in de moerasdelta van de rivier de Rijn een alwetend en onfeilbaar orakel huisde, door de inboorlingen ‘Maurice de Hond’ genoemd.
    Door middel van een duistere rite (‘peilen’) was deze ‘Maurice de Hond’ van alles op de hoogte, terwijl anderen maar blind moesten gokken. Zodra ‘Maurice de Hond’ weer een ‘peiling’ had verricht, werden de resultaten daarvan onmiddellijk als groot nieuws over het land verspreid, ook door ‘de Volkskrant’.
    Hierdoor werd ‘Maurice de Hond’ een invloedrijk man, wiens ‘peilingen’ menig politicus slapeloze nachten bezorgden, ook al bleek tijdens ‘verkiezingen’ dat zijn ‘peilingen’ niet altijd geheel conform de werkelijkheid waren en ‘peilingen’ ook geen officiële democratische status hadden.
    Ik zou graag zien dat Maurice zijn peilstok een tijdje opbergt op een plaats waar de zon nooit schijnt. Zo niet, dan hoop ik dat wij van de media het kunnen opbrengen het non-nieuws van Maurices peilingen een tijdje te negeren.   ...

Tja, dat wil Bertje niet horen, die stijgende aanhang van de PVV ...


Naar Denkfouten  , Psychologie lijst  , Psychologie overzicht  , of site home  .

 

14 mrt.2005