| Bronnen bij Psychologische praktijktips: ambitie |
27 apr.2008 |
Het grote gevaar van ambitie blijkt uit de onderzoeksgegevens in onderstand
artikel:
Uit: De Volkskrant, 26-04-2008, door Jorien de Lege (volledig artikel
)
Gefnuikte ambitie
Mariëtte Hamer (PvdA) was de gedoodverfde opvolger van Jacques Tichelaar en werd
het ook. Maar er is ook een verliezer.
... Het zal niemand zijn ontgaan dat Samsom gokte en verloor,
maar anders dan bij de openlijke lijsttrekkersverkiezing bij de VVD in 2006 was
in dit geval geen sprake van openbaar of langdurig campagnevoeren. Drie dagen
kandidaat zijn, een speechje achter gesloten deuren en een geheime stemming.
Minimaal gezichtsverlies dus, over tot de orde van de dag.
Of het voor iemand die gepasseerd wordt gemakkelijk is om het
verlies te accepteren, hangt onder andere van de verwachtingen af, stelt
organisatiepsycholoog Ron Oostveen van Arbeids- en Organisatiepsychologie
Gelderland, waar loopbaanadvies wordt gegeven. ‘Als je het idee hebt dat jouw
tijd nog wel komt, dan gaan veel mensen nog harder werken na het mislopen van
een promotie.’
Vooral jonge werknemers kunnen tegen een stootje, zij zijn er
van overtuigd dat ze nog genoeg kansen hebben om hun ambities waar te maken.
Maar na twintig jaar noeste arbeid is volgens Oostveen voor veel mensen de rek
er wel uit, dan moet het succes in zicht zijn. En dan blijkt ook of iemands
verwachtingen over zijn carrièreverloop realistisch waren.
Oostveen: ‘Vaak wordt gezegd dat je bepaalde resultaten moet
kunnen behalen, zonder dat naar je persoonlijke capaciteiten wordt gekeken. Op
sommige hbo-instellingen wordt nog steeds verkondigd dat je binnen vier jaar na
je afstuderen een leidinggevende functie moet hebben. Dat is je reinste nonsens,
je moet gewoon je vak leren verstaan en dat heeft niets met tijd te maken.’
Om zijn cliënten te leren omgaan met hun gefnuikte ambitie,
laat hij ze vooral kritisch naar hun verwachtingen kijken. ‘Gekrenkte trots
speelt meestal niet eens zo’n grote rol, het gaat de meesten erom dat ze niet
begrijpen waarom ze gepasseerd worden voor een functie waarvan zij vinden dat ze
die verdienen.’ Je verwachtingen bijstellen naar een realistischer niveau kan
betekenen dat er niet meer inzit. En dat is voor veel mensen moeilijk te
accepteren. ‘Het is een bekend verschijnsel dat 80 procent van de mensen denkt
dat ze qua prestaties bij de beste 20 procent horen.’ Een snelle rekensom wijst
uit dat dus minimaal 6 op de 10 mensen zichzelf overschat.
Of je gemakkelijk accepteert dat je gepasseerd bent voor een
functie, heeft bovendien te maken met je rechtvaardigheidsgevoel, zegt
organisatiedeskundige Erik van de Loo. Iedere keuze kent voors en tegens,
waardoor een zekere ambivalentie ontstaat. Als die ambivalentie niet wordt
uitgesproken, ontstaat een extreem beeld van de kandidaten waarin de winnaar
wordt geïdealiseerd, en de verliezer het gevoel krijgt onheus bejegend te
worden.
‘Het is belangrijk dat alle argumenten voor en tegen een
kandidaat eerlijk worden uitgesproken en meegewogen, wil iemand zijn verlies
goed kunnen accepteren.’ Voor de winnaar is het bovendien belangrijk dat hem
geen onhaalbare doelen worden gesteld, want dan kan het alleen nog maar
tegenvallen.
Een zuiver proces van moge de beste winnen dus, maar in veel
keuzeprocessen spelen geheime agenda’s en onuitgesproken voorkeuren mee. ....
Tussenstuk:
Ambitie-EHBO
Wie achter het net vist, moet onder ogen zien dat de werkgever misschien niet zo
overtuigd is van zijn kwaliteiten als hij. Het brein heeft hier een paar mooie
trucs voor. Zo wordt een functie ineens een stuk minder leuk als je bent
afgewezen. Je gaat je richten op alle negatieve aspecten: ver van huis, een
vervelende werksfeer of niet uitdagend genoeg. Zo kom je al snel in het reine
met het feit dat je gepasseerd bent. Dit wordt door psychologen cognitieve
dissonantie genoemd en hoe kritisch je ook naar jezelf kijkt, iedereen heeft er
last van.
Een ander verschijnsel is dat je vindt dat jouw goede
prestaties komen door je uitstekende kwaliteiten, maar dat die ander zich heeft
bediend van onethische methoden om aan de top te komen. Zo hoef je niet aan
jezelf te twijfelen, de ander speelt vuil spel. In de psychologie heet dit de
fundamentele attributiefout, en ja, ook dit doet iedereen wel eens.
Ter illustratie een recente enquête van MT.nl: van de 300
managers die werden ondervraagd, vond 89 procent dat zij hun positie hadden
bereikt door hard werken, of eerlijk zijn (78 procent). 77 Procent van de
ondervraagden vond echter dat collega's hun ambities hebben waargemaakt met
zwartmaken, ellebogenwerk of een relatie met de baas.
IRP: De cijfers in het artikel geven al aan dat het eigen
inzicht omtrent capaciteiten zeer dubieus is. En daaruit, plus wat bekend is
over de werkelijkheid, kan men over de cijfers uit het tussenstuk over de hoe
managers aan hun positie zijn gekomen, concluderen dat het oordeel met
betrekking tot collega's het juiste oordeel is: managers komen aan hun positie
door zwartmaken, ellebogenwerk en een relatie met de baas. En dat is zo omdat
binnen de groep van managers het streven achter hun positie en een stijging
daarin niet gelegen is in het besef dat ze hun werk goed doen, maar
uitsluitend in dat andere ding: ambitie. Dat inhoudelijke totaal waardeloze
ding, dat alleen maar gaat over egoïsme, en ander nare zaken.
Snapt u nu hoe het beroep van manager aan zijn slechte reputatie is
gekomen?
Naar Psychologische praktijktips
, Psychologie
lijst
, Psychologie
overzicht
, of naar
site home
.
|