Bronnen bij Psychologische praktijktips: levenshouding
|
3 nov.2007 |
Uit: Bertrand Russell, The Conquest of Happiness, p.14
Perhaps the best introduction to the philosophy which I wish to advocate will be
a few words-of autobiography. I was not born happy. As a child, my favourite
hymn was: `Weary of earth and laden with my sin.' At the age of five, I
reflected that, if I should live to be seventy, I had only endured, so far, a
fourteenth part of my whole life, and I felt the long-spreadout boredom ahead of
me to be almost unendurable. In adolescence, I hated life and was continually on
the verge of suicide, from which, however, I was restrained by the desire to
know more mathematics. Now, on the contrary, I enjoy life; I might almost say
that with every year that passes I enjoy it more. This is due partly to having
discovered what were the things that I most desired and having gradually
acquired many of these things. Partly it is due to having successfully dismissed
certain objects of desire - such as the acquisition of indubitable knowledge
about something or other - as essentially unattainable. But very largely it is
due to a diminishing preoccupation with myself. Like others who had a Puritan
education, I had the habit of meditating on my sins, follies, and shortcomings.
I seemed to myself - no doubt justly - a miserable specimen. Gradually I learned
to be indifferent to myself and my deficiencies; I came to centre my attention
increasingly upon external objects: the state of the world, various branches of
knowledge, individuals for whom I felt affection. External interests, it is
true, bring each its own possibility of pain: the world may be plunged in war,
knowledge in some direction may be hard to achieve, friends may die. But pains
of these kinds do not destroy the essential quality of life, as do those that
spring from disgust with self. And every external interest inspires some
activity which, so long as the interest remains alive, is a complete preventive
of ennui. Interest in oneself, on the contrary, leads to no activity of a
progressive kind. It may lead to the keeping of a diary, to getting
psycho-analysed, or perhaps to becoming a monk. But the monk will not be happy
until the routine of the monastery has made him forget his own soul. The
happiness which he attributes to religion he could have obtained from becoming a
crossing-sweeper, provided he were compelled to remain one. External discipline
is the only road to happiness for those unfortunates whose self-absorption is
too profound to be cured in any other way.
Self-absorption is of various kinds. We may take the sinner,
the narcissist, and the megalomaniac as three very common types.
Red.: Een langer citaat met een uitleg van
de drie types hier .
Uit:
De Volkskrant, 27-10-2007, column door Ad Bergsma
Pluk de regenboog
Hoe smeed je de regenboog van het gevoel aan het harde graniet van de feiten?
Dit is de centrale uitdaging waarvoor een biograaf zich volgens de Britse
schrijfster Virginia Woolf ziet gesteld. Dezelfde vraag is belangrijk in ieder
leven. Welke gevoelens en feiten gebruik je om richting te geven aan je leven?
Wie voor een antwoord te raden gaat bij de filosofie, zal
worden teleurgesteld door het traditionele antwoord. Niet wat je voelt is
belangrijk, maar wat je doet. Het leven is goed als het voldoet aan hoogstaande
ethische richtlijnen. Het gevoel wordt niet aan de harde feiten vastgemaakt,
maar simpelweg genegeerd.
Hoe beperkend dit is, legt de filosoof Betrand Russell uit in
zijn halverwege de vorige eeuw verschenen boek De verovering van het geluk. De
traditionele moralist raadt in de liefde onzelfzuchtigheid aan, schrijft hij,
maar: ‘Als een man een vrouw een huwelijksaanzoek zou doen met als argument dat
hij vurig haar geluk verlangt en tegelijkertijd aanvoert dat zij hem ideale
kansen voor zelfverloochening zou bieden, vraag ik me af of ze daarmee wel zo
blij moet zijn.’ Een verstandige vrouw zou inderdaad gillend weglopen.
Dan is de oplossing die Russell zelf kiest een stuk
sympathieker. Hij neemt de regenboog als maatgever. Als je je ergens goed bij
voelt, is het in orde. ‘Elk plezier dat andere mensen geen schade doet, verdient
waardering.’ ...
De belangrijkste reden om de regenboog van het gevoel te
volgen is voor Russell dat het gelukkige leven erg veel lijkt op het deugdzame
leven. ‘Een expansieve en edelmoedige houding jegens andere mensen maakt niet
alleen anderen gelukkig, maar is een grote bron van geluk voor degene die deze
houding heeft, want hij zal daardoor algemeen geliefd zijn.’
Deze conclusie wordt gesteund door modern geluksonderzoek.
Gerichtheid op anderen en willen helpen dragen bij aan welbevinden. Bovendien
zijn gelukkige mensen gemiddeld actiever dan ongelukkige personen. Problemen
zijn minder absorberend en daardoor hebben zij een opener kijk op de wereld.
Het dilemma van Woolf lijkt hiermee opgelost. Wie het geluk
zoekt in het graniet, kan bedrogen uitkomen en de regenboog laten verwaaien. Wie
de regenboog volgt en de kleurenpracht wil vergroten, neemt onvermijdelijk het
graniet mee.
Red.: Ook een belangrijk advies van Russell: fatsoenlijk werk:
Uit: De Volkskrant, 13-04-2010, door Michiel de Hoog
Bedankt en tot ziens!
Stoppen met het werk waar mensen normaal gesproken nooit vrijwillig mee
ophouden: Laetitia Griffith, Jaap Molenaar en Kilian Wawoe deden het dit jaar.
‘Ze verwachten het niet dat je in dit vak zegt: ik ga dit niet de rest van mijn
leven doen.’
...
Liever de bouwkeet dan het voetbalveld
Niet veel voetballers stoppen vrijwillig met voetballen. Ze stoppen wel omdat ze
geblesseerd zijn, of omdat ze niet meer geselecteerd worden door de trainer.
Profvoetballer Jaap Molenaar (24) stopte met voetballen bij eerstedivisionist FC
Volendam, omdat hij het profvoetballersbestaan saai vond. Het voetballen zelf,
daar lag het niet aan, ‘dat was top’. Hij wist zich geen raad met de vele vrije
tijd tussen de trainingen en de wedstrijden.
Molenaar was pas sinds de zomer van 2009 profvoetballer,
nadat zijn prestaties bij de amateurclub RKAV Volendam waren opgevallen. Hij
zegde zijn baan op bij Mick, een verhuurder van kranen voor de bouw, waar hij
als machinist werkte. Voor het geval het niet zou lukken als profvoetballer had
hij een terugkeermogelijkheid. Lukken deed het wel, het beviel alleen niet, en
dus keerde hij terug. Drie maanden na zijn besluit heeft hij geen spijt, vertelt
hij tijdens de pauze vanuit de bouwkeet.
Wanneer dacht je: dit wil ik niet?
‘Al na een paar weken. Als ik vrij was, waren mijn vrienden, die allemaal echt
werk hebben, aan het werk. Die hadden geen tijd voor mij. Dus ging ik maar wat
doen: op mijn scooter door Volendam rijden, of naar het zwembad. En ik speelde
op de PlayStation. Maar dat heb je na een tijdje ook wel gezien.
‘Eind december leverde ik mijn contract in bij de club, en
begin januari vertelde ik het aan de spelersgroep. Eerst snapten ze er niets
van. Maar nadat ik ze had uitgelegd hoe en waarom, begrepen de meesten het wel.’
Confronteerde hen dat niet met hun eigen, lege, bestaan?
‘De meeste jongens doen dit al hun hele leven, ze weten niet beter. Dan is het
gemakkelijker. Mijn vriendin? Die zag het aankomen. Het maakte haar niet uit. Ze
zei dat ze toch van me houdt, als kraanmachinist of als profvoetballer.’
Ben je er financieel niet veel op achteruitgegaan?
‘Juist niet. Bij Volendam werd ik goed betaald hoor, maar bij Mick hebben we
veel werk, dus ik verdien beter. Maar vooral heb ik nu het idee dat ik gewerkt
heb, aan het eind van de dag. Dat is veel waard.’
...
Naar Psychologische praktijktips
,
Psychologie
lijst
, Psychologie overzicht
, of site home
.
|