De Volkskrant, 06-02-2010, COLUMN, Wim de Jong .2010

Mannen in schuurtjes

Tussentitel: Ook valt her en der al te lezen dat zij eigenlijk depressief zijn

Bij ons is het verschijnsel nog tamelijk onderbelicht, maar in Engeland, Ierland, Australië en Nieuw-Zeeland zijn mannen in schuurtjes sinds een aantal jaren ware culthelden.

Shedi’s, zoals hun geuzennaam luidt, beleven en sublimeren hun manzijn door zich, in navolging van hun vaders en grootvaders, met grote regelmaat terug te trekken in hun shed (schuurtje) – kelders, souterrains, zolderkamers, caravans, tuinhuisjes of andere exclusief door mannen geclaimde privéruimtes worden overigens ook tot sheds gerekend. Daar, in shed quarters, wijden zij zich doorgaans aan typisch mannelijke rituelen als prutsen, rommelen, filosoferen, verzamelen, mokken, drinken, roken, hangen en hobbyen. Inderdaad, ooit allemaal gewone en onschuldige bezigheden voor ouwe lullen in schuurtjes, maar in genoemde landen nu aangemerkt als een superieure lifestyle.

Het schuurtjesgevoel, lees je hier en daar al in Britse beschrijvingen van het fenomeen, is het ‘nieuwe rock ‘n’ roll’. ‘Veel leuker dan bingo, gedichten schrijven of tuinieren.’ Je bewust afzonderen in een schuurtje wordt er bovendien nadrukkelijk gerelateerd aan een masculien vrijheidsideaal. Er zijn door shedi’s al ettelijke boeken, blogs en websites vol geschreven over het sheddisme als antwoord op de vrouwenstrijd en op het modernisme.

Dat klinkt politiek en provocatief, maar zo is het niet bedoeld. Want schuurtjesmannen willen van vrouwen eigenlijk niets anders dan dat zij en de rest van de wereld hen even met rust laten, zonder dat dat in relationeel of maatschappelijk opzicht meteen weer op een big issue hoeft uit te draaien. Dat ‘even’ moet wel tamelijk ruim worden genomen. Uitgerekend is dat shedi’s tussen de 30 en 76, alle uren bij elkaar opgeteld, drieënhalf jaar in isolement in hun schuurtje doorbrengen. Vier van de tien schuurmannen jokt dan ook nog tegen hun partners over de liefhebberijen die ze in het schuurtje verrichten.

Shedi’s hebben hun Amerikaanse evenknie in de zogeheten cavemen. Mannen die eveneens wat dichter bij zichzelf en bij de kern van hun manzijn willen komen, maar die zich daarvoor terugtrekken in de garage of in the den. Waar shedi’s zich in hun schuurtjes vaak beperken tot één hobby – duiven houden, plantjes stekken, houtbewerking, roestige brommers opknappen – pakken cavemen het in hun vrijwillige ballingschap wat minder sober aan. Een doorsnee-cave beschikt over een flatscreen tv, een bar of ten minste een koelkast, en een bankstel (leder). Tot de inventaris behoren verder vaak een ligstoel (leder), stereo, dvd-speler, sporttrofeeën en een computer. Cavemen hechten dikwijls ook meer dan shedi’s aan het gezelschap van andere mannen/drinkmaten in hun jongenshol. Gezellig, maar dus lang niet zo contemplatief als shedi’s hun schuurtje beleven.

Als gezegd staat het sheddisme in Nederland nog in de kinderschoenen, al herkennen we in Wim de Bie het oertype. Zijn tv-creatie Walter de Rochebrune was een voorloper van de huidige shedi.

Een andere vaderlandse shedi is natuurlijk Wouter Klootwijk, en sinds kort ook Hans Liberg, die door ontwerper Piet Hein Eek een schuurtje liet bouwen dat onlangs zelfs in Engeland de aandacht trok. Strikt genomen behoren ook de particuliere zuipschuurtjes van onze plattelandsjongeren tot de sheds – al zullen ware shedi’s gruwelen bij het idee dat het sheddisme met mannenproblemen en met mannelijke knoestigheid wordt geassocieerd.

Helaas, dat verband wordt bij deze vrijheidsbeweging inmiddels toch al wel gelegd. Op internet circuleren reeds de nodige bedenkingen tegen het sheddisme, dat mannen te veel en te vaak in staat zou stellen om niet op een normale manier te hoeven communiceren en aan het sociale verkeer deel te nemen. Ook valt her en der al over mannen-in-schuurtjes te lezen dat zij eigenlijk depressief zijn.

Hiertegenover staan gelukkig ook positieve waarnemingen van buitenstaanders. Zo zijn onderzoekers in Australië erachter gekomen dat mannen die in de spreekkamer van de dokter of de therapeut hun mond nooit zullen opendoen, wél over zichzelf en hun sores gaan praten als je ze met zulke hulpverleners in een eigen schuurtje zet. Voorwaarde is dan wel dat er bijvoorbeeld een kapotte grasmaaier tussen hen in staat. Want je maakt de gemiddelde man-in-een-schuurtje natuurlijk niet wijs dat je komt voor een goed gesprek, als je eigenlijk gewoon je grasmaaier gratis wil laten repareren.



Naar Psychologische praktijktips , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , Algemeen overzicht  , of naar site home
 

[an error occurred while processing this directive]