De kunst van het streng zijn

Regels zijn ontlastend en niet belastend. Ofwel: iedereen heeft baat bij grenzen stellen. Juist in onze samenleving van ‘gedogen’.

‘Streng’ is een woord met een negatieve lading. Een strenge opvoeding, dat klinkt niet kindvriendelijk. Het roept associaties op met het autoritaire ouderschap uit de jaren vijftig, toen de regels nog onwrikbaar waren, het ritme van ijzer en de rust heilig. Een tijd waarin alles ‘moest’ en er niks ‘mocht’.

Dat is tegenwoordig wel anders, als je op de doorsnee kritiek afgaat. Kinderen zijn brutaal, spelen de baas in huis, luisteren niet, kennen geen manieren en zijn verwend.

Dat laatste beeld is echter net zo vertekend als het eerste. Natuurlijk lopen er etterbakjes rond die in alles hun zin krijgen. Maar die waren er vijftig jaar geleden net zo goed. Uiteraard streefden ouders er vroeger naar hun kinderen zo goed mogelijk op te voeden. Maar dat belang staat bij de huidige generatie opvoeders ook voorop. Wat wel veranderd is, is de context.

Kon je er vroeger blind op varen dat bij buren, vrienden en familie exact dezelfde normen en waarden golden als bij jou thuis, tegenwoordig kent elk gezin zijn eigen nuanceverschillen. De ene ouder vindt het belangrijk dat dat bord hoe dan ook leeggaat, de ander kan het niet schelen hoeveel er gegeten wordt, als het tenminste maar met mes en vork gebeurt. En weer een ander gaat het er uitsluitend om dat het ‘gezellig’ is aan tafel.

Daar komt bij dat onze kinderen opgroeien in een multiculturele samenleving. De buren eten niet met mes en vork maar met stokjes. Wat bij hen verboden is, is bij ons geaccepteerd of vice versa.

Dat betekent dat er tegenwoordig van een kind nogal wat verlangd wordt. Het moet in staat zijn om zich in de sociale omgang gemakkelijk aan te passen en rekening te houden met een grote variëteit aan normen, waarden en regels. Om zich flexibel te kunnen opstellen en toch zelf overeind te blijven, helpt het enorm als een kind tenminste thuis en op school houvast heeft. Daar moet het duidelijk zijn wat er wel of niet mag en kan, en dat moet ook consequent worden nageleefd. Dat is de basis van een ‘strenge’ opvoeding. Streng zijn heeft niets te maken met onvriendelijkheid of op een luidere toon gaan praten, maar alles met duidelijkheid: dit zijn onze afspraken, daar houden we ons aan. Zo weet ieder gezinslid wat er van hem wordt verwacht. Dat bevordert de rust en een prettige sfeer in huis. Bovendien is het een veilig gevoel om te weten waar je aan toe bent.

Natuurlijk heeft het ene kind daarin meer begeleiding en begrenzing nodig dan het andere. Dat is bijvoorbeeld de ervaring van Charlotte de Vries (38). Ze noemt zichzelf het prototype van een makkelijke moeder. Haar kinderen mochten altijd bijna alles, zelden zag ze een reden om iets te verbieden. Rommel, herrie, voortdurende logeerpartijen, variabele slaap- en eettijden; zolang het maar leuk bleef vond ze alles best.

Bij haar oudste zoon (13) pakte dat goed uit. ‘Maar David heeft nu eenmaal een ?sociaal ingesteld en meegaand karakter. ?Bovendien heeft hij een sterke zelfdiscipline. Zijn huiswerk maakt hij altijd uit zichzelf, hij is erg netjes op z’n spullen, komt overal op tijd. Hij kan goed met zijn vrienden opschieten en is in staat problemen op te lossen. Eigenlijk heb ik hem nauwelijks hoeven opvoeden.’

In tegenstelling tot de jongste (9). Zelfde opvoeding, ander verhaal. Dat Sabine op alles veel driftiger en grilliger reageert dan haar oudste broer, accepteerde Charlotte aanvankelijk als een ‘gegeven’. Ze zag er geen aanleiding in om haar opvoedingsmethode bij te stellen. ‘Tot verschillende ouders me voorzichtig duidelijk maakten dat ze Sabine vaak druk, instabiel en onaangepast vonden. Ze luisterde slecht, wat soms tot gevaarlijke situaties leidde. Als Sabine ergens speelde, ging er altijd wel wat kapot. Niet expres, maar door onbesuisd gedrag. Daar schrok ik wel van.

Ik begreep dat Sabine meer structuur ?nodig had. Hoewel het tegen mijn aard ?indruist, probeer ik haar nu toch wat strenger aan te pakken. We eten nu bijvoorbeeld op een vast tijdstip en ze gaat elke avond op dezelfde tijd naar bed. Vriendinnetjes mogen alleen nog in het weekend komen logeren. En zo heb ik meer van dat soort regeltjes. En ik heb gemerkt dat het helpt! Sabine is een stuk rustiger geworden.’

Sociale verkeersregels

Het afspreken van regels en die zoveel mogelijk consequent naleven heeft alleen maar voordelen, daarvan is Jeanine van Horick (50) overtuigd. Ze is moeder van vier kinderen (20, 16, 13 en 9) en leerkracht van groep 8. Jeanine zit al 25 jaar in het onderwijs en staat op haar school bekend als een ‘strenge juf’.

‘Ik vraag me wel eens af hoe ik aan die reputatie kom,’ zegt ze, toch wat verbaasd. ‘Ik vind mezelf niet streng. Ik ben wel direct; ik spreek kinderen aan op hun gedrag als ze iets doen wat ik niet wil. Dan ben je al gauw een strenge juf, denk ik.

Maar waarom stel je bepaalde regels? Omdat je er over en weer een bepaald voordeel uit denkt te kunnen halen. Bovendien bespaart het veel tijd als je niet elke dag dezelfde litanie hoeft te houden. Daardoor is de sfeer ook prettiger en blijft er meer tijd over voor leuke dingen. En natuurlijk moet je kinderen niet alleen aanspreken op iets wat niet goed is, maar ook belonen als iets wél goed gaat. Laten zien dat je daar blij mee bent. Dat geeft een kind ook zelfvertrouwen. Het weet: dit wordt er van mij verwacht en dat kan ik!

En dat geldt voor thuis precies hetzelfde. Als een regel wordt nageleefd en er is vertrouwen, dan moet je je beleid ook een beetje kunnen versoepelen. Als ik met mijn kinderen afspreek dat ze na een feestje om twaalf uur thuis zijn en dat gebeurt ook trouw, dan zeg ik: “Dat gaat goed, nu mag het ook best één uur worden.”’

Jeanine beaamt dat het vaak moeilijk is om consequent te zijn. ‘Het is soms verleidelijker om te zeggen: “Nou ja, laat maar, zo belangrijk is het niet.” Maar daar heb je toch jezelf mee, én je kind. Want je wilt dat jouw kinderen zich zó gedragen, dat deuren voor hen opengaan. De kortste weg is een glimlach. Als jij je prettig gedraagt, trek je meer mensen naar je toe dan als je als een olifant door de porseleinkast wandelt.’

Wat niet wegneemt dat ze er soms bewust voor kiest om dingen te laten gaan. ‘Als je in een klas met 32 kinderen gaat vitten op alles wat niet goed is, krijg je een heel nare sfeer. Je moet door de vingers zien wat kan, en een hand opsteken (- ze maakt een stopgebaar -) waar het moet. Ik probeer ook altijd zo min mogelijk dingen te benoemen en zo veel mogelijk met mijn ogen te werken.

Eigenlijk wil ieder kind aardig gevonden worden en het goed doen. Maar dat lukt de een gewoon minder makkelijk dan de ander. Dan is het heel vervelend als je steeds negatieve aandacht krijgt. Zo’n kind kun je beter even apart nemen en rustig zeggen dat je ergens moeite mee hebt. Vragen of het zelf in de gaten heeft dat er iets niet goed gaat. Dan ontstaat er een soort betrokkenheid. Een bekend gezegde is dat je het gedrag afkeurt, maar nóóit het kind zelf. Aan het eind van de dag stop je de verlies- en winstrekening in de prullenbak en morgen is er weer een nieuwe dag. Je moet niet aan dingen blijven kleven. Nu ging het even mis, maar hierna gaat het vast beter, dat vertrouwen moet je blijven uitstralen.’

En als het wel misgaat, volgen er dan sancties? Is Jeanine voorstander van het principe ‘twee keer waarschuwen, derde keer straf’? ‘Als ik ervan overtuigd ben dat iets goed uitgelegd en besproken is, als ik geprobeerd heb de aandacht van het kind te vangen maar het blijft desondanks doorgaan met ongewenst gedrag, dan is het: jammer, maar helaas. Sommige dingen klinken zo ouderwets, maar die werken echt nog steeds.’

Het is wel handiger om te voorkomen dat situaties uit de hand lopen, zegt ze. Je kunt beter laten merken dat je boos wordt, voordat je daadwerkelijk kwaad bent. Want dan kan de zaak escaleren. En ga je wel over de rooie: neem een time-out. Ga zelf even weg of zet het kind apart, en praat het uit als je gekalmeerd bent.

Opvoeden is voorleven

Hét stokpaardje van de laatste jaren is dat kinderen steeds slechter zouden worden opgevoed. Die mening deelt Jeanine van Horick niet. ‘Kinderen zijn wel mondiger geworden, maar dat vind ik niet slecht. Ik denk dat nog steeds geldt dat ouders het beste voor hun kind willen en dat kinderen uit zichzelf van enorm goede wil zijn. Als opvoeder moet je ze daar gewoon bij helpen. En je helpt het beste door voor te leven.’

Het gedrag van ouders geldt immers als voorbeeld. Dat stimuleert een kind om dat gedrag over te nemen, of het tenminste als norm te beschouwen. Een ouder die zelf bij voorkeur drieletterwoorden uitstoot in kritieke situaties, kan niet verwachten dat zijn kind zich in dergelijke gevallen beperkt tot een ‘o jeetje’.

Of, zoals Jeanine als voorbeeld geeft: ‘Het gebeurt vrij vaak dat ik met een ouder sta te praten en dat kinderen dan aan mij komen trekken en aandacht eisen. Dan moet ik tegen ze zeggen: “Als ik met iemand in gesprek ben, moet je een gepaste afstand bewaren en wachten tot ik uitgesproken ben. Je kunt er niet zomaar bij komen staan.” Maar nemen kinderen dat nou van elkáar over? Of worden ze daarin thuis niet gestuurd? Dat vraag ik me wel eens af.’

In feite, vindt Jeanine, draait het allemaal om het bijbrengen van respect. ‘Daar bedoel ik mee: zorg. Voor elkaar, voor jezelf, voor materialen. Kinderen – en ouders ook – hebben vaak geen inzicht in de effecten van hun eigen gedrag. Dat je soms iets bij een ander kunt oproepen wat je helemaal niet beoogt. Wat de een niet zo erg of zelfs onbelangrijk vindt, ervaart een ander als heel vervelend. Je moet leren daar rekening mee te houden. Het is heel belangrijk dat een kind die spiegel wordt voorgehouden.’

De naam van Charlotte de Vries is om privacyredenen veranderd.

Tien voordelen van grenzen stellen

• Regels zijn niet bélastend, maar ontlastend

• Voorkomen steeds dezelfde discussie

• Het scheelt daardoor veel tijd

• Bevorderen de sfeer

• Bieden veiligheid

• Geven houvast

• Stimuleren het zelfvertrouwen

• Brengen een kind respect bij

• Leren het rekening te houden met anderen

• Ervan afwijken wordt ervaren als een beloning

Tekst: Monique Montanus

J/M juli/augustus 2002