De Volkskrant, 16-02-2010, door Anneke Stoffelen 2010

Reportage | Opvoedparty's

Avondje pedagogie met cake

Ouders die graag praten over het grootbrengen van hun kinderen, kunnen terecht op opvoedparty’s. Coach Lisbet Dijkman zweert bij de Marte Meo-methode. ‘Zeg niet: we gaan tandenpoetsen. Dat is veel te ingewikkeld voor een kind van 2. Benoem stap voor stap wat je doet.’

Tussentitel: 'Ik zie mezelf al aankomen bij Milan. Oh wat ben jij goed, want ben jij geweldig'

‘Je kunt je als ouder soms heel alleen voelen in de opvoeding’, zegt Marga, moeder van twee kleine kinderen. Maar niet vanavond. In haar huiskamer in Amersfoort heeft zich een handjevol vriendinnen en collega’s verzameld voor een opvoedparty: een gezellig samenzijn volgens het principe van de Tupperwareparty. Alleen gaat het hier niet om plastic bakjes, maar om pedagogische vraagstukken. Marga schenkt thee en serveert zelfgebakken cake en brownies, terwijl opvoedcoach Lisbet Dijkman haar verhaal begint.

Volgens Dijkman is het logisch dat ouders van nu het moeilijker hebben met de opvoeding dan de ouders van vijftig jaar geleden. ‘Toen wist iedereen wat er van hem werd verwacht.’ Nu stelt de maatschappij andere eisen: kinderen moeten zichzelf ontplooien en zo goed mogelijk presteren. ‘Maar terwijl de verwachtingen zijn veranderd, heeft niemand verteld hoe we onze kinderen daar het best op kunnen voorbereiden.’

Tel daarbij op de onderzoeken waaruit blijkt dat de ‘jeugd van tegenwoordig’ compleet is doorgeslagen als het gaat om alcoholgebruik, agressie, seks en het omgaan met geld, en je vraagt je als ouder af of je het überhaupt ooit nog wel goed kunt doen.

De gemeente Den Haag presenteerde onlangs een Opvoedingscanon, met daarin alles wat elke ouder zou moeten weten over het grootbrengen van een kind (zie inzet). Minister Rouvoet van Jeugd en Gezin organiseerde bovendien de Opvoedestafette, een reeks debatten tussen ouders, kinderen, leraren en andere professionals. Volgens de minister moeten ouders vaker met elkaar in gesprek over de opvoeding.

In die zin komt de trend van opvoedparty’s dus niet uit de lucht vallen. Deze ‘laagdrempelige avonden’ worden op steeds meer plekken in Nederland gegeven en komen in soorten en maten. In Amsterdam en Rotterdam zijn er welzijnsinstellingen die het concept van de opvoedparty gebruiken om in huiselijke sfeer moeilijk bereikbare ouders toch in gesprek te krijgen. Maar vaker ligt het initiatief bij ouders zelf, die een opvoedcoach inhuren voor een avondje bij hen thuis, waarbij de gezelligheid minstens zo belangrijk is als het informatiegehalte.

‘Eens iets anders dan een avondje sauna, de kroeg in of een verjaardagsfeest’, prijst psycholoog Tischa Neve de opvoedparty aan op haar website. Neve is bekend van het EO-programma Schatjes en geeft in het dagelijks leven opvoedondersteuning: met haar eigen praktijk Groot en Klein.

Tijdens de party’s bij mensen thuis laat ze deelnemers opdrachten doen rond thema’s als omgaan met negatief gedrag. Ook brengt ze het gesprek op gang over ieders sterke en zwakke kanten als opvoeder. ‘Het zijn vooral de vrouwen die graag nadenken over hoe ze het beter kunnen doen. De huiskamerparty’s zijn niet echt bedoeld voor mensen met zware problemen. Zij hebben natuurlijk niet genoeg aan één avond om de opvoeding op een ander spoor te krijgen. Het is vaak wel een goede manier om vriendinnen met elkaar in gesprek te krijgen: welke problemen heeft die, hoe pak jij dat aan? Er ontstaat vaak een gevoel van herkenning en verbondenheid.’

In de huiskamer van Marga legt coach Lisbet Dijkman uit dat zij werkt volgens de methode van Marte Meo, een ‘positieve en intuïtieve’ opvoedingsleer die eind jaren zeventig is bedacht door de Nederlandse Maria Aarts, maar die in het buitenland bekender is dan hier. Dijkman, geschoold als creatief therapeut, ging twee jaar in de leer bij Aarts zelf.

Een van de belangrijkste principes van Marte Meo is het ‘opknippen’ van handelingen die kinderen moeilijk of niet leuk vinden. Dijkman, zelf moeder van vier kinderen: ‘Toen mijn dochter 2 was, wilde ze niet meewerken aan het tandenpoetsen. Op een gegeven moment hield ik haar zo vast’ – ze doet een soort houdgreep voor – ‘en propte ik die borstel met dwang in haar mond. Niet goed natuurlijk.’

Door Marte Meo leerde ze in stapjes te werken. ‘Dat betekent dat je niet zegt: we gaan tandenpoetsen. Dat is veel te ingewikkeld voor een kind van 2. Nee, je benoemt stap voor stap wat je doet. Dit is de tandenborstel; nu gaan we een beetje tandpasta op de borstel doen; kijk, nu houd ik de borstel onder de kraan; nu doe jij je mondje een stukje open; enzovoort.’ Binnen een week was het tandenpoetsgevecht in huize Dijkman veranderd in een vloeiend ritueel. ‘Marte Meo is geen tovermiddel, maar je inzet wordt wel beloond.’

‘Werkt het ook bij kinderen die niet willen eten?’, vraagt Daniëlle van de Water, moeder van een zoon van 8. Dijkman knikt – eet je bord leeg, kleed je aan, ruim je kamer op: dat kunnen voor een kind opdrachten zijn die niet zijn te overzien. ‘Hak ze in stukjes die passen bij het niveau van het kind.’

Dijkman zet de tv aan – ze heeft wat videofragmenten meegebracht. Op het eerste filmpje is een moeder te zien die haar baby in bad doet. ‘Let op de gezichten’, zegt Dijkman. De moeder lacht naar het kindje, het baby’tje lacht blij terug. Het zal een boodschap zijn die de opvoedcoach deze avond nog vaak zal herhalen: geef je kind een mooi gezicht te zien en let op de toon die je gebruikt. ‘Als je chagrijnig of schreeuwerig doet tegen je kind, krijg je die houding terug.’

Paulien Roos, moeder van vier kinderen, vraagt zich af hoe ze dat blije hoofd houdt als ze ’s ochtends in alle haast probeert haar oudste kinderen op tijd op school te krijgen en er ook nog een baby ligt te huilen. ‘Natuurlijk zit ik ook niet elke ochtend met een grijns van oor tot oor aan mijn ontbijt’, antwoordt Dijkman. ‘Maar het feit dat je er bij stilstaat, maakt al een groot verschil.’

Dan schakelt ze over op een ander belangrijk Marte Meo-principe: het volgen van je kind. Dijkman: ‘We kennen allemaal de vaders die zo weg zijn van de knikkerbaan of racebaan dat ze zelf meer lol lijken te hebben dan het kind.’ Iedereen kijkt grijnzend naar Andrew, de enige vader in het gezelschap.

Maar voor het zelfvertrouwen van een kind is het juist goed als zijn eigen initiatieven leidend zijn in een spel. De ouder hoeft de handelingen van het kind eigenlijk alleen maar te benoemen en te prijzen. ‘Zo leert je kind te vertrouwen op zijn eigen ideeën.’

Moeder Myloeska Bakker is een beetje sceptisch. ‘Ik zie mezelf morgen al aankomen bij Milan: oh wat ben jij goed, wat ben jij geweldig. Dan zegt hij: mam, doe niet zo stom. Hij heeft de neiging alles juist heel negatief te zien.’ Maar positief benoemen zit hem niet alleen in lofuitingen, leert Dijkman. ‘Je kunt ook handelingen en emoties benoemen, daarmee geef je ook bevestiging: als je kind een tekening laat zien: ‘Wat heb je lekker getekend, dat was leuk hè.’ Je hoeft niet per se te zeggen dat je de tekening zo mooi vindt – het plezier is het belangrijkst.’

Een week later landt in de mailbox van Lisbet Dijkman een bericht van Myloeska Bakker, die tijdens de opvoedparty vertelde dat het aankleedritueel met haar zoontje Milan elke ochtend uitmondde in een gehaaste strijd. Nu ze de les van Dijkman toepast en het aankleden voor haar zoon opknipt in stapjes, gaat het wél soepel. ‘Hij komt zelfs vragen: mam, wil je me weer helpen, dat vind ik fijn.’ Enthousiast schrijft ze: ‘In huize Bakker heerst nu RUST ‘s ochtends. En dat al na één week!’

 

Tussenstuk:
Opvoedingscanon: informatie voor nieuwsgierige ouders

Welke kennis over opvoeden is voor iedere ouder nuttig? Het team van psycholoog René Diekstra, lector Jeugd en Opvoeding aan de Haagse Hogeschool, stelde in opdracht van de gemeente Den Haag de Opvoedingscanon samen. In een onlangs verschenen boek en op de website www.opvoedingscanon.nl wordt in 51 lemma’s wetenschappelijke informatie samengevat over thema’s als huilen, spelen, eten, straf en seksuele ontwikkeling.

Wat weten ouders over opvoeding?
‘Ouders zijn best goed op de hoogte. Maar bijna niemand weet bijvoorbeeld vanaf welke leeftijd een kind reageert op spanningen om zich heen. De meeste ouders denken vanaf 1 of 1,5 jaar. Dat is toch echt al de eerste maand na de geboorte. Ook denkt ongeveer de helft van de ouders dat een corrigerende tik gepast is als straf voor kinderen tussen de 2 en 8 jaar, terwijl dat behoorlijk ernstige gevolgen kan hebben. De invloed die ouders nog hebben op gedrag en de keuze van vrienden in de puberleeftijd wordt ook collectief onderschat.’

Er zijn al talloze boeken, tijdschriften, party’s, cursussen en tv-programma’s over opvoeden. Waarom nu ook nog een canon?
‘Veel voorlichting is gebaseerd op ervaring en niet op onderzoek. Met de Opvoedingscanon willen we feitelijke kennis aanreiken over de ontwikkeling van kinderen, voor zover de wetenschap daar iets over uitgewezen heeft. We laten we zien: bij dit gedrag geeft deze handelwijze de meeste kans op resultaat.’

Vaak wordt gesteld dat die groeiende belangstelling voor opvoeden voortkomt uit de onzekerheid van de ouders van nu. Klopt dat?
‘Daar is geen bewijs voor. In ons onderzoek onder Haagse ouders leek het met die onzekerheid wel mee te vallen. Wel zou je kunnen veronderstellen dat nu de sociale cohesie in de samenleving is afgenomen en families verder uit elkaar wonen, jonge ouders eerder op zoek gaan naar andere bronnen dan hun ouders om te leren over opvoeden. Een andere verklaring is dat we steeds meer begrijpen over de manier waarop hersenen zich ontwikkelen, of waarom kinderen van een bepaalde leeftijd bepaald gedrag vertonen. Overigens is 49 procent van de ouders in ons onderzoek het eens met de stelling ‘opvoeden hoef je niet te leren’. Juist die groep willen we laten zien hoe zinvol meer kennis kan zijn.’
    ‘ Ik stel me voor me dat ouders iets opzoeken over een thema waar zij op dat moment tegenaan lopen; misschien raken ze nieuwsgierig en gaan ze meer lezen.’



Naar Psychologische praktijktips , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]