|
VARA TV Magazine, nr. 36-2005, interview door Daphne Deckers
Frost & parents
Hoe nodig is Jo Frost, tv's Supernanny, in het hedendaagse opvoeden? Wij
stuurden opvoedkundige Daphne Deckers op haar af.
Toen mij werd gevraagd om Jo Frost te interviewen, leek het me erg leuk om eens
van gedachten te wisselen met de enige echte Supernanny. Ik kom er in
mijn boeken tenslotte eerlijk voor uit dat ik als moeder niet altijd weet hoe ik
moet opvoeden; ik heb mijn aanstaande boek niet voor niets Pedagoochelen
genoemd. Maar de 34-jarige Jo Frost weet als Supernanny precies hoe ze moet
opvoeden - ondanks het feit dat ze zelf geen kinderen heeft. Dat voelt een
beetje alsof je moet leren autorijden van iemand die zelf geen rijbewijs heeft,
maar je zou ook kunnen argumenteren dat Frost door haar kinderloze status juist
wat meer emotionele afstand kan nemen.
Nadat een moeder in een Amerikaanse aflevering van
Supernanny te horen had gekregen dat zij het opvoeden van haar kinderen
helemaal verkeerd aanpakte, moest de arme vrouw een paar keer slikken en zei
toen: 'Dit is eigenlijk een klap in mijn gezicht, maar dan wel een klap die ik
nodig had.'
Toen Channel 4 vorige jaar zomer van start ging met hun
nieuwe realityserie Supernanny, had de Britse tv-zender nooit kunnen
bevroeden dat de show zo'n wereldwijd succes zou worden. Het programma waarin
een streng ogende kinderjuf radeloze ouders te hulp schoot bij het bedwingen van
hun bandeloze kroost, leek een open zenuw te hebben geraakt. De eerste
afleveringen van Supernanny trokken méér dan 6.5 miljoen kijkers en
leidden zelfs tot goedkeurende geluiden uit het Britse Parlement: zó moest die
anti-autoritaire jeugd dus over de knie worden gelegd! Inmiddels kan Engeland
zich opmaken voor alweer een derde serie vol krijsende kinderen die met ijzeren
hand naar de naughty stool worden verwezen.
Na het succes in Engeland boden de grote Amerikaanse televisiestations
huizenhoog tegen elkaar op om samen met Jo Frost een eigen versie van
Supernanny te mogen maken. ABC trok hierbij aan het langste eind en met maar
liefst 10 miljoen kijkers is dat een bijzonder lucratieve beslissing gebleken:
de typisch Britse formule bleek ook voor Amerikaanse gezinnen te werken. Alleen
Jo's zwarte mantelpakje werd ingeruild voor een paarsgetinte variant - wellicht
in de naïeve veronderstelling dat haar duidelijke taal ('Als u nu geen regels
gaat stellen, wordt uw kind later een jeugddelinquent!') iets minder hard zou
aankomen. Na het Amerikaanse succes begon Supernanny aan een ware
zegetocht over de continenten. Afgelopen mei won het programma een Gouden Roos
voor beste realityshow in het Zwitserse Luzern en Frosts onvermijdelijke boek:
Supernanny, how to get the best from your children is in maar
liefst 28 talen vertaald, variërend van het Hebreeuws tot het Koreaans.
Hierbij kon Nederland natuurlijk niet achterblijven, want
onder de titel EHBO: Eerste Hulp Bij Opvoeden is Supernanny ook
hier een kijkcijferkanon. 'Zijn de kinderen helemaal losgeslagen?', schrijft
uitgeverij Unieboek op het achterplat van de Nederlandse uitgave, 'Ben je aan
het eind van je latijn? Wil je je normale leven weer oppakken? Dan heb je
Supernanny nodig!' En dáár zit 'm wat mij betreft de kneep: hebben wij
Supernanny echt zo hard nodig?
Is het werkelijk waar, zoals het maandblad Marie Claire in hun juli
nummer schreef, dat dertigers niet meer kunnen opvoeden? Zijn we daarom zo
idolaat van Supernanny met haar overduidelijke, panklare oplossingen van
rust, reinheid en regelmaat?
Hoogste tijd om het aan Jo Frost zelf te vragen, de vrouw die na een uitgebreide
casting uit honderden nannies werd verkozen tot boegbeeld van het retro-opvoeden.
Haar naam heeft zelfs tot een nieuw werkwoord geleid: to frost your children
staat in de volksmond inmiddels voor disciplineren, al omschrijft Frost haar
stijl liever als firm but fair.
Vóór het telefonische interview kon plaatsvinden, werd ik nog
eens extra opgebeld door een keurige Engelse mevrouw die mij op het hart drukte
om de Supernanny alléén vragen te stellen over het televisieprogramma en
het daarbij behorende boek en mevrouw Frost vooral niet lastig te vallen met
mijn eigen opvoedvragen, 'want zoals u zult begrijpen beschouwen veel mensen een
interview met de Supernanny als dé kans om hun eigen problemen met haar
te bespreken.' Juist. Heel even voelde ik mij de ultieme opvoedsukkel die op
audientie mocht bij het orakel, maar ik besloot om die gedachte maar snel naast
me neer te leggen.
Als ík in iedere willekeurige dierentuin al
krijsende kinderen naar me toe geduwd krijg met de woorden: 'Daar heb je Daphne
Deckers, die zal jou wel eens even opvoeden!' dan zal Jo Frost wel helemáál
onder de voet worden gelopen door wanhopige ouders die worstelen met hun kroost.
'Dat valt wel mee', lacht de zeer beschaafd maar ook zeer
vermoeid klinkende Supernanny als ik haar even later aan de telefoon heb.
We blijken niet veel tijd te hebben voor ons vraaggesprek, want er staat niet
alleen een vliegtuig naar de Verenigde staten op haar te wachten, maar ze heeft
er ook al zeventig uur(!) aan telefonische interviews opzitten. Toch antwoordt
ze rustig en weloverwogen op 11,1 mijn vragen. 'Dus nee, mensen klampen mij niet
vaak aan. Ze roepen meestal iets in de trant van: Keep up the good work,
maar ik word minder vaak herkend dan je zou denken.'
Dat verbaast mij niets, want op privé-foto's zoals die
gepubliceerd zijn op haar website ziet Jo Frost er veel aantrekkelijker uit dan
de pinnige gouvernante die zij in Supernanny neerzet.
Ze ontkent desgevraagd dat het haar eigen idee was om in zo'n streng mantelpakje
te gaan rondlopen: 'De producers wilden iets van 'n uniform en ik stel nooit
vragen.' Dat laatste lijkt mij opmerkelijk voor iemand die zo kordaat overkomt,
maar als presentatrice van de allereerste Big Brother (de moeder van alle
realityshows) weet ik dat een realityshow per definitie niet realistisch is.
Zo word in Supernanny gesuggereerd dat Frost een ontspoord gezin binnen
één week weer op de rit helpt, maar in werkelijkheid wordt er maar liefst drie
volle weken gefilmd, waarna al dit materiaal wordt teruggemonteerd tot één uur
van spanning en sensatie. Met steeds dezelfde ontknoping: Supernanny
krijgt ook deze stoute kinderen weer klein, met haar duidelijke regels ('Vraag
niet of hij wil eten, zeg dat hij moet eten!') en duidelijke straffen ('Jij moet
op het stoute stoeltje!') Op mijn vraag of ze ooit wel eens van een kind heeft
verloren, reageert Jo Frost verbolgen: 'Verloren? Dat klinkt als een wedstrijd.
Opvoeden is geen spelletje, hoor! Als Supernanny wil ik ouders alleen
maar helpen bij hun dagelijkse problemen.' De show wordt dus hoe dan ook tot een
goed einde gemonteerd, want zo zegt Frost: 'Supernanny is een win-win
programma. Je kunt ernaar kijken en denken: oh my God, dat lijken mijn
kinderen wel, en er vervolgens iets aan gaan doen. Of je kunt ernaar kijken en
denken: oh my God, gelukkig zijn mijn kinderen lang zo erg nog niet.' Dit
verklaart volgens mij een groot deel van het succes van Supernanny: het
heeft iets bijzonder geruststellends om andere ouders zo te zien worstelen met
hun kinderen. Maar hoe alledaags zijn de geportretteerde gezinnen? Het lijken
mij nogal extreme gevallen. Volgens een recent onderzoek van het Sociaal
Cultureel Planbureau is erin slechts vijf procent van de Nederlandse gezinnen
sprake van ernstige opvoedproblemen en geeft zes procent te kennen dat zij de
opvoeding soms erg zwaar vinden.
Nu is ieder procent er uiteraard één te veel, maar op zich zijn dit geen
schokkende cijfers. Blijkbaar vindt het overgrote deel van de Nederlandse ouders
dat zij het opvoeden - hoe moeilijk ook - redelijk onder de knie hebben. Vanwaar
dan toch die mediahype rond de abominabele staat van het hedendaagse opvoeden?
'Dat komt juist door afschuwelijke programma's als Supernanny', reageert
Frank Furedi in een interview met de Sunday Herald.
Furedi is professor in de psychologie aan de Universiteit van Kent en auteur van
onder andere 'Paranoïd Parenting' , een boek waarin hij beschrijft hoe de
'zogenaamde opvoed-industrie' hedendaagse ouders het waanidee heeft gegeven dat
opvoeden iets héél moeilijks is. 'Realityshows vertellen mensen dat ze te dom
zijn om zelf te winkelen en dat er dus iemand met hen mee moet; dat ze te dom
zijn om hun eigen huis in te richten en dus iemand nodig hebben voor een
make-over. En nu zijn ze ook al te achterlijk om zelfhun kinderen op te voeden;
daar moet dan een speciaal iemand voor in huis worden gehaald die een héél
bijzonder kunstje kan. Wat vroeger 'druk' heette, is nu meteen ADHD. We hebben
nu boeken hoe je naar je kind moet lachen, klasjes hoe je je kind moet
knuffelen. Geen wonder dat ouders zich overweldigd voelen.' Wanneer ik haar
confronteer met deze kritiek, is Jo Frost niet bijzonder onder de indruk. 'Ik
hoop gewoon dat ouders iets aan het programma hebben. Natuurlijk is er bij
Supernanny sprake van een zekere mate van casting van extreme gevallen. Maar
de problemen zijn universeel. Zet vijftien nationaliteiten bij elkaar die
allemaal een tweejarig kind hebben en je zult zien dat ze tegen dezelfde
problemen aanlopen. Ik zeg altijd tegen de ouders: wees consequent en positief.
Wanneer je gek dreigt te worden van je kinderen, denk dan vooral aan de leuke
dingen. Dat doe ik ook.'
.
Naar Psychologische praktijktips
, Psychologie
lijst
, Psychologie
overzicht
, of site home
.
|