De Volkskrant, 02-10-2012, door Wilma de Rek 2011

Interview | Schrijver/bioloog/monnik Matthieu Ricard

Geluk ermee


Geluk is geen kwestie van mazzel hebben, volgens de Franse schrijver/bioloog/boeddhistische monnik Matthieu Ricard. Gelukkig zijn kun je leren. Zegt de gelukkigste man op aarde.


Tussentitel: Matthieu Ricard kreeg de bijnaam 'de gelukkigste man op aarde'

Toen de Franse student moleculaire biologie Matthieu Ricard de Tibetaanse monnik Kangyour Rinpoche ontmoette, sprak hij geen woord Engels. De Tibetaanse monnik trouwens ook niet. Het was 1966, Ricard zag kort daarvoor in Frankrijk een documentaire van zijn vriend Arnaud Desjardins, over de grote Tibetaanse leermeesters die na de Chinese invasie hun land moesten ontvluchten en in de Himalaya waren gaan wonen. De film maakte diepe indruk op Ricard en toen hij na een serie tentamens zes maanden vrij was, boekte hij een goedkope vlucht naar India om zo'n Tibetaanse leermeester van nabij mee te maken. Via via was hij bij Kangyour Rinponche terechtgekomen.

Drie weken lang zaten ze zwijgend bij elkaar in Kangyour Rinpoches huisje in Darjeeling, de 70-jarige monnik met zijn rug naar het raam, de 20-jarige student tegenover hem. Elke dag verliep hetzelfde: er gebeurde niets. Ricard zat daar en keek naar Kangyour Rinpoche. Door het raam zag hij de Kanchenjunga, een berg van 8.586 meter, omgeven door een zee van wolken. Ricard had de indruk dat hij deed wat ze mediteren noemen, maar zeker wist hij het niet. Het enige wat hij wist, was dat nog nooit iemand zo'n diepe indruk op hem had gemaakt als deze man. Niet door wat hij zei - want hij zei niets - maar door zijn persoonlijkheid en door wat die persoonlijkheid uitstraalde: kracht, liefde, oprechtheid.

Na die drie weken reisde Ricard verder. Hij bezocht Kasjmir, Syrië en Turkije, keerde terug naar Frankrijk, ging onderzoek doen aan het Institut Pasteur in Parijs en werd doctor in de wiskunde en natuurwetenschap. Maar de ontmoeting met Kangyour Rinpoche bleef door zijn hoofd malen. Ricard had het sterke gevoel dat het boeddhisme in het Oosten hem meer kon leren dan de wetenschap in het Westen. 'Ik vond in de wetenschap geen antwoord op de wezenlijke vragen. Het was niet dat ik de wetenschap niet meer bevredigend of interessant vond; maar het boeddhisme leek me simpelweg nog veel bevredigender en inspirerender.'

Ricard ging een paar keer terug naar India en besloot uiteindelijk zijn leven als wetenschapper in Frankrijk te verruilen voor een leven als Tibetaanse monnik. Tot diens dood in 1975 was Kangyour Rinpoche zijn leermeester; daarna ontmoette hij Dilgo Khyentse Rinpoche, die zijn tweede leermeester werd. In het boek De monnik en de filosoof zegt Ricard: 'Die jaren bij hem waren als retraite en onderwijs het beste wat ik kon krijgen, onvergetelijke jaren waarin ik een innerlijke zekerheid heb verworven die niets of niemand me meer kan afnemen.'

De monnik en de filosoof verscheen in 1998. Het boek is de weerslag van een serie gesprekken tussen Matthieu Ricard en zijn (inmiddels overleden) vader, de Franse filosoof Jean-Francois Revel. Het werd een bestseller, ook in Nederland. Daarna schreef Ricard onder meer Oneindig dichtbij (2001) en De kunst van het mediteren (2009). Hij woont het grootste deel van de tijd in Nepal, waar hij schrijft en klassieke Tibetaanse teksten vertaalt; ook reist hij geregeld mee met de dalai lama, voor wie hij vaak als tolk optreedt.

Komend weekeinde is Ricard in Nederland, als speciale gast bij de zevende editie van het Boeddhistisch Film Festival Europa (BFFE), dat in EYE Amsterdam wordt gehouden. Het festival opent met een portret van de jonge Tibetaan Yangsi, die wordt gezien als de reïncarnatie van Dilgo Khyentse Rinpoche, Ricards tweede leermeester.

Ricard heeft nog geen idee wat hij in Amsterdam precies gaat doen of zeggen, zegt hij ruim een week voor het BFFE in het appartement van een vriend in Brussel, waar hij een paar dagen logeert. Hij kijkt er opgewekt bij. 'Doorgaans zie ik op het moment dat ik bij een conferentie of een bijeenkomst aankom pas wat de titel van het programma is. Ik neem aan dat mij wordt gevraagd iets over mijn meester te vertellen. Ik zal ook graag iets zeggen over altruïsme, het onderwerp van mijn nieuwe boek. En natuurlijk zal ik het over geluk hebben.'

Natuurlijk; want geluk hoort bij Matthieu Ricard. Geluk kun je trainen, is zijn boodschap. Zelf heeft hij zich onderworpen aan diverse hersentests, onder meer aan de universiteit van Wisconsin, waar neurowetenschappers het effect van meditatie op Ricards brein maten. Aan de uitkomsten dankt hij zijn bijnaam 'de gelukkigste man op aarde'. In 2003 publiceerde hij Plaidoyer pour le bonheur, in het Nederlands vertaald als Gelukkig leven.

'Mijn boek was in feite een reactie op L'Euphorie perpétuelle van de Franse filosoof Pascal Bruckner, dat in 2000 verscheen', zegt Ricard. Bruckner hekelt daarin de menselijke obsessie met geluk. Ooit was geluk een voorrecht, aldus Bruckner, nu is het een plicht. Matthieu Ricard: 'Ik kreeg bij het lezen van zo ongeveer elke regel in Bruckners boek de neiging er iets van te zeggen. Bruckner is zeer negatief over geluk. Voor een deel kan ik hem volgen, want het is maar net wat je onder geluk verstaat; het is een woord waar veel betekenissen aan worden gegeven. Als het om zoetsappige clichébeelden gaat, om vals geluk, heeft hij natuurlijk gelijk. Maar hij wijst ook het echte geluk ten diepste af. Dat bestaat niet, volgens Bruckner, of in elk geval vindt hij het niet interessant.

'Ik las Bruckners boek en dacht: hier heb je twee mensen die allebei buitengewoon intelligent zijn en die komen met een visie op het bestaan die zó volkomen tegengesteld is. Dat vond ik interessant, daarop wilde ik reageren. Vooral omdat Bruckner niet alleen staat. Voor mij staat hij symbool voor het type mens dat ongelukkig is, lijdt, niet weet hoe hij daaruit moet komen en uiteindelijk maar de lof van het ongeluk gaat zingen en daar een hele filosofie op bouwt. Dat komt veel voor: dat je met terugwerkende kracht tot een verklaring komt die jouw gedrag rechtvaardigt, zodat je je met jezelf kunt verzoenen.'

Volgens Matthieu Ricard is geluk juist het doel van ons bestaan. 'Het is zelfs het doel van alle doelen in het leven. Ik versta onder geluk dus iets anders dan een kortstondig moment van vreugde of een gevoel van plezier. Het is iets dat in jezelf zit, terwijl de meeste mensen het buiten zichzelf zoeken. Geluk is een manier van zijn die wordt gekenmerkt door een gevoel van harmonie met de omgeving, het ontbreken van strijd; het gaat om een gelijkmoedigheid die blijvend is. Je kunt daar cynisch over doen, zoals Pascal Bruckner, of Charlotte Brontë, die schreef dat geluk geen aardappel is die je in de grond stopt met een beetje mest erbij. Daar help je jezelf niet mee.'

Geluk is wel degelijk te leren, beweert Ricard. 'Er is geen enkele menselijke kwaliteit die niet verbeterd kan worden. Dat geldt dus ook voor het vermogen om gelukkig te zijn. Geluk is een bekwaamheid. Natuurlijk wordt de ene mens geboren met meer aanleg voor geluk dan de andere, er is altijd een basisniveau van geluk; maar dat niveau kun je omhoog brengen. Waar wil je staan? Wat is de lijn waarop je terugkomt na momenten van groot geluk of diep verdriet? Dat niveau kun je verbeteren.'

Door middel van meditatie, onder meer. 'Maar misschien is het beter over het 'trainen van de geest' te praten', zegt Ricard met een brede grijns. 'Met een woord als meditatie maak je het de anti-exotici te gemakkelijk. Dat je de geest kunt trainen is inmiddels al honderden keren aangetoond, in allerlei experimenten en studies. In de afgelopen tien, twintig jaar hebben neurowetenschappers ontdekt dat neuronen in de hersenen niet onveranderlijk zijn, zoals altijd werd gedacht, maar dat ze voortdurend veranderen. Dat wordt neuroplasticiteit genoemd. Iemand die elke dag dertig minuten pianospeelt, of schaakt, of zich bekwaamt in de kunst van het kanovaren, krijgt een ander brein. Er treden veranderingen op in de cognitieve vermogens.'

Zoals je een muzikale vaardigheid kunt trainen, zo is het volgens Ricard ook mogelijk de geest te trainen op zaken als mededogen, gelijkmoedigheid en innerlijke vrede. 'In 2000 heeft de dalai lama tijdens een Mind and Life-conferentie een week met een aantal wetenschappers gepraat over hoe je destructieve emoties van de mens kunt veranderen, anders dan door middel van medicijnen. Daar zijn onderzoeksprogramma's uit voortgekomen die steeds opnieuw aantonen dat meditatie - het trainen van de geest - een zeer praktisch instrument is om mensen een zekere controle over de geest te geven. Het trainen van de geest is niet geheimzinnig of ingewikkeld. Het belangrijkste is dat je het dóet. Je kunt een kind van 4 zijn geest al laten trainen, door het elke dag te vragen zich een paar minuten te concentreren op een voorwerp, op een ander kind, op iets moois, wat dan ook.'

Meditatie verplicht stellen gaat wat ver, zegt Ricard. 'Maar het zou goed zijn als training van de geest door meer mensen werd erkend als een nuttig en krachtig instrument. Het effect is er trouwens ook in omgekeerde richting. Kijk naar de hoeveelheid geweld die jongeren en trouwens ook ouderen over zich uitgestort krijgen door de audiovisuele media. Films en tv-series bevatten vaak grote hoeveelheden geweldsscènes. Daarvan is bekend dat ze een negatief effect op kijkers hebben. Maar met die inzichten gebeurt weinig, want er zitten grote financiële belangen achter.'

Het volgende boek van Matthieu Ricard gaat over altruïsme. 'Het is een ambitieus project, ik ben er al drie jaar mee bezig. Het gaat over de kracht van welwillendheid; de kracht die het tegenovergestelde is van geweld. Het wordt in wetenschappelijk opzicht een multidisciplinair boek, dat inzichten uit de filosofie combineert met die uit de psychologie en de biologie.'

Gaat het de goede kant op? Met de mens, met de wereld? 'Op het individuele vlak is er sprake van een almaar narcistischer wordende cultuur, vooral in de Verenigde Staten. Niet eerder werd het ego zo belangrijk gevonden. Media en vooral televisie spelen daar een grote rol in. Dat is een probleem. Maar op mondiaal niveau is er een afname zichtbaar van het geweld, met dank aan de verspreiding van de democratie. Er zijn meer vredesmissies en minder oorlogen, er is minder racistisch geweld, minder huiselijk geweld, minder geweld tegen kinderen, de positie van de vrouw is verbeterd. Persoonlijk geloof ik dat het tijdperk van de competitie langzaamaan plaats maakt voor het tijdperk van de samenwerking. Dat heeft tijd nodig, maar de tendens is er. Dus jawel: het gaat de goede kant op.'

Boeddhistisch Film Festival Europa, 6 en 7 oktober, EYE Film Instituut Amsterdam. bffe.org



Tussenstuk:
Mediteren kun je leren

Matthieu Ricard over de kunst van het mediteren:

'Er bestaan veel clichés over meditatie. Laat ik meteen duidelijk maken dat het bij mediteren niet gaat om het leegmaken van de geest door je gedachten te blokkeren, voor zover dat al mogelijk is. Het gaat niet om eindeloze interpretaties van je verleden of het voorzien van de toekomst.'
'Het grootste deel van de tijd is onze geest instabiel, grillig, ongeordend, zwalkend van hoop naar vrees, egocentrisch, aarzelend, versnipperd, verward of geheel afwezig en verzwakt door innerlijke strijd en onzekere gevoelens.'
'Het doel van meditatie is om de werkelijkheid te zien zoals die is - zo dicht mogelijk bij onze eigen belevingswereld - om de oorzaken van pijn en verdriet bloot te leggen en de mentale verwarring op te heffen die maakt dat we het geluk zoeken waar het niet te vinden is.'
'Over meditatie valt eigenlijk weinig te zeggen, het is vooral een kwestie van doen.'

(Uit: De kunst van het mediteren)
 

 

IRP:  

Naar Psychologische krachten, angst  , Psychologische krachten  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]