De Volkskrant, 07-03-2009, door Peter Giesen 7 mrt.2009

Psychologie | Groningse promovendus onderzoekt de manier waarop mensen zich conformeren in bedreigende situaties

Samen bang is fijner dan alleen bang

Wat doet angst voor terrorisme met de opvattingen van burgers? Een Gronings lab doet experimenten om het uit te vinden.

Tussentitel: Angst maakt van mensen conformisten maar ze blijven nadrukkelijk wel in
                  hun eigen groep

Fotobijschrift: Trein stilgezet bij Amsterdam CS, omdat reizigers twee Arabische
                       passagiers niet vertrouwen

De mens is het enige dier dat weet dat hij dood zal gaan. Hij moet zijn doodsangst dagelijks onderdrukken, anders heeft hij geen leven. Toch wordt hij geregeld aan zijn sterfelijkheid herinnerd, bijvoorbeeld door een terreuraanslag, een natuurramp of een begrafenis. In dat geval zoekt hij de veiligheid van de eigen groep. De bange mens is een conformist, met een stereotiep beeld van buitenstaanders.
    Dat concludeert de psycholoog dr. Lennart Renkema, die deze week aan de Rijksuniversiteit Groningen is gepromoveerd op het proefschrift Facing death together:
understanding the consequences of mortality threats
.
    Renkema bouwt voort op de terror management-theorie, die in 1991 werd geformuleerd door de Amerikaanse psychologen Solomon, Greenberg en Pyszczynski. Volgens deze theorie hebben mensen twee manieren om hun doodsangst te onderdrukken.
    Ten eerste fungeert hun culturele wereldbeeld als een buffer tegen die angst. Zij creŰren een symbolische vorm van onsterfelijkheid als zij het gevoel hebben deel uit te maken van een stabiele cultuur die generaties na hun dood zal voortleven. Belangrijk hierbij is het voortbestaan van symbolen, zoals politieke partijen, grote bedrijven, culturele gebruiken of voetbalclubs. Een zeer dynamische samenleving waarin zulke symbolen geregeld ten onder gaan, stemt dus angstig.
    Ten tweede onderdrukken mensen hun angst voor de dood door hun gevoel van eigenwaarde op te vijzelen. Wie gelooft dat hij goede prestaties levert, verzekert zich van onsterfelijkheid - de hemel, re´ncarnatie - of een figuurlijk voortbestaan - 'ik lever een bijdrage aan een cultuur die blijft'.
    In een reeks experimenten onderzocht Renkema het verband tussen doodsangst en groepsgedrag. Zo liet hij twee groepen naar een schilderij kijken, waarbij verteld werd dat 80 procent van de Nederlanders het mooi vond. Een groep werd voor het experiment aan de dood herinnerd, met de opdracht een kort stukje over hun eigen dood te schrijven. De controlegroep schreef een stukje over hun televisiekijkgedrag.
    De mensen die aan de dood waren herinnerd, sloten zich in meerderheid aan bij de grote groep. Ook zij vonden het schilderij mooi. De controlegroep liet een veel grotere spreiding van opinies zien.
    'We hebben het experiment nog een keer herhaald, met de mededeling dat 80 procent van de Japanners het schilderij mooi vond. Toen was er geen verschil tussen de twee groepen. Bij een derde experiment vertelden we dat 80 procent van de Duitsers het mooi vond. Toen vonden de mensen die aan de dood waren herinnerd, het in meerderheid lelijk. Mensen sluiten zich dus alleen bij hun eigen groep aan', zegt Renkema.
    Uit een ander experiment bleek dat doodsangst de voorkeur voor grote politieke partijen bevordert. Renkema liet zijn proefpersonen een fictief krantenbericht lezen waarin beweerd werd dat bij parkeermeters niet meer met klein geld betaald kon worden, maar alleen met een parkeerkaart.
    'Als in het bericht stond dat het voorstel afkomstig was van een grote partij, zoals de VVD of de PvdA, was de steun groot. Als er stond dat het plan door een kleine partij was gelanceerd, was ook de steun veel kleiner. Tenminste, bij de proefpersonen die tevoren aan hun sterfelijkheid waren herinnerd. Bij de controlegroep maakte het niet uit', aldus Renkema.
    Maar hoe verklaart hij de huidige situatie in Nederland? In een angstig maatschappelijk klimaat lopen de traditionele grote middenpartijen leeg, terwijl de steun voor kleine partijen als de PW toeneemt. Renkema: 'Dit experiment is in 2004 gedaan, toen de PW nog niet bestond. Maar in het algemeen: de PW is wet een kleine partij, maar ze is veel in het nieuws en ze krijgt veel steun. Waar het om gaat is dat mensen conformistisch worden als ze met doodsangst worden geconfronteerd. Dat kan ook leiden tot steun aan Wilders.'
    Renkema deed ook onderzoek naar stereotypering onder invloed van doodsangst. 'We lieten de Groningers een verhaaltje lezen over een Amsterdammer die in Groningen studeerde. Het gedrag van de Amsterdammer was ambigu: je kon het interpreteren als assertief, maar ook als agressief. zegt hij. 'De groep die tevoren aan haar sterfelijkheid was herinnerd, maakte meer gebruik van stereotypen dan de controlegroep.'
    Stereotypen kunnen op twee manieren worden gebruikt, meent Renkema: om greep te krijgen op een dubbelzinnige, moeilijk te begrijpen situatie en om het gevoel van eigenwaarde ten opzichte van buitenstaanders te versterken. 'In de meeste gevallen maakten de proefpersonen gebruik van positieve en negatieve stereotypen. Dat wijst erop dat mensen stereotypen gebruiken om een situatie te begrijpen. Alleen als de Amsterdammer zich heel bedreigend opstelde ten opzichte van Groningers, gebruikten ze louter negatieve stereotypen, teneinde hun gevoel van eigenwaarde tegenover een buitenstaander te versterken', zegt de psycholoog.
    Zo schetst Renkema een beeld van proefpersonen die onder invloed van doodsangst sterk naar hun eigen groep trekken, conformistisch zijn en buitenstaanders stereotyperen. Het lijkt wel een portret van de Nederlanders ten tijde van de kredietcrisis en de opmars van Wilders. 'Dat heb ik niet onderzocht', zegt Renkema. 'Maar uit ander onderzoek blijkt wel dat onzekerheid tot conformisme en stereotypering leidt. Onzekerheid heeft soortgelijke effecten als angst voor de dood.'


Naar Psychologische krachten, angst  , Psychologische krachten  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]