Bronnen bij Psychologische krachten: angst
| 3 okt.2008 |
Het gedrag onder invloed van angst bij dieren laat ook overduidelijk het
functioneren van de drie lagen zien. Het mooiste voorbeeld is dat van de
huismus. Het gedrag van alle kleinere vogels met betrekking tot vreemde dingen
is simpel: wegwezen - vliegen. Dat is evolutionair volstrekt logisch: wegvliegen
werkt fantastisch als tegenmaatregel tegen een bedreiging, dus er is geen enkele
reden om het niet te doen - je kan later altijd terugkomen. Dus heeft de natuur
het vlieg-vluchtgedrag ingebouwd in hun reflexen - wat duidelijk waar te nemen
is, want het is instantaan als je een vogel verstoort.
Overigens: de eigenschap van angst hoeft niet gelijkmatig
verdeeld te zijn over alle individuen van een soort (DePers.nl,
19-11-2009):
| |
Lefgozers en bangerds houden elkaar in stand
Ook dieren vertonen karakter-verschillen. en volgens bioloog Max Wolf
is dat heel nuttig.
Persoonlijkheden komen niet alleen bij mensen voor. Onderzoek heeft
laten zien dat meer dan honderd diersoorten karakterverschillen
vertonen. Blijkbaar heeft ‘anders zijn’ evolutionaire voordelen. Maar
welke?
De Groningse bioloog Max Wolf onderzocht de waarde van twee
persoonlijkheidskenmerken die bij zeer veel soorten opduiken: het
zogenoemde boldness-aggressiveness syndrome en individuele
verschillen in responsiveness. Het boldness-aggressiveness
syndrome beschrijft het verschijnsel dat binnen dezelfde soort
sommige individuen echte ‘lefgozers’ zijn: onverschrokken en agressief.
Tegelijkertijd zijn anderen (‘bangerds’) voortdurend op hun hoede om
niet in de problemen te raken. De lefgozers vliegen de kooi uit om de
wereld te verkennen; de bangerds vinden het voederbakje echt ver genoeg.
Het begrip responsiveness beschrijft de ontvankelijkheid voor
veranderingen: sommige individuen passen zich daar snel en gemakkelijk
bij aan; aan de andere kant is er ook een aantal individuen die echt
doen of er niks aan de hand is en meer rigide gedrag vertonen. Ook hier
geldt dat de twee typen binnen één populatie voorkomen. Wolf wilde weten
hoe dat kan. Je zou immers verwachten dat een type gedrag evolutionair
gezien voordeliger is dan het andere, waardoor het ‘nadelige’ type
volledig verdwijnt. Met behulp van evolutionaire modellen kon Wolf laten
zien waarom dat niet gebeurt.
Wat de lefgozers betreft: als twee individuen een klein
beetje verschillen in ‘rijkdom’ (bijvoorbeeld omdat de één een iets
groter territorium heeft), dan heeft de rijkste meer te verliezen en
gaat in de loop van de evolutie risicomijdend gedrag vertonen. Armere
individuen daarentegen zijn gebaat bij risicozoekend gedrag. Wolf laat
zien dat heel kleine verschillen in rijkdom al tot heel grote
verschillen in gedrag kunnen leiden.
|
Maar ook een vogel heeft hersenfuncties die hoger zijn dan
reflexen
, en er is geen reden om die anders te beschrijven dan als "emoties"
- vogels krijsen net zo hard bij ernstige bedreiging als mensen.
Emoties zijn flexibeler dan reflexen, en kunnen leiden tot
het overwinnen van de reflexen. Zo hadden alle vogels vroeger een sterk
vermijdgedrag van mensen, en met een goede reden: mensen vingen vogels. Maar op
een gegeven moment hielden mensen daarmee op, en sommige soorten trokken
langzamerhand richting menselijke beschaving. Ook om een heel materiële reden:
daar was een rijke potentiële voedselbron.
Eén van de eerste en meest succesvolle exemplaren was de
huismus. Die bleek in staat tot sterke staaltjes van aanpassing. Je gaat als mus
op de stroomdraad zitten, op de uitkijk voor wie er zoal op de bankjes gaat
zitten. Daar blijf je veilig zitten, tot een van de mensen een broodtrommeltje
uit zijn tas pakt - dan vlieg je naar hem toe, en gaat verwachtingsvol aan zijn
voeten zitten aandachttrekken, net zo lang tot hij je een stukje brood toewerpt,
waarmee je weer wegvliegt, terug naar de stroomdraad of iets anders hoogs.
Daar kan je als mens ook leuk mee spelen. Er zijn ook plekken
waar dit voeren tot de gewoonte is geworden, en waar de mus nog verder gaat. Op
het terras aan de waterkant, waar koffie met appelgebak de standaardvoer is voor
de mens, werd appelgebak ook het standaardvoer voor de mus. Waarbij je de
brutaalste exemplaren ertoe kon verleiden de stukjes uit je vingers te komen
halen.
In dat proces van het ophalen het voer uit de uitgestoken
vingers van de mens zijn ook bij de mus duidelijk drie lagen van functioneren in
de hersenen zichtbaar: de basale reflex: één snelle of verkeerde beweging en de
mus was weg. Dan de emotionele override: de eerste toenaderingsbeweging:
gaan zitten op de rand van de tafel - de mus overwint zijn op zeer lange termijn
geleerde reflexen met op kortere termijn aangeleerde regels dat vluchten soms
niet nodig is - en dit gaat in enkele seconden - appelgebak op tafel, en hup
daar zijn de mussen. En daarna een stuk langduriger proces waarbij de mus stukje
bij beetje steeds dichter de mens en de vingers met het voedsel durft te
benaderen - hupje voor hupje, en soms weer een hupje terug - het proces kan een
minuut of meer duren. Je ziet de mus denken: "Kan ik het wagen ...?".
En net zo goed als er geen reden is om de tweede vorm van
gedrag niet te omschrijven als emotie, is er ook geen reden om in dat 'Je ziet
de mus denken: "Kan ik het wagen ...?"'-gedrag, het gebruik van de term 'denken'
niet serieus te nemen - en dit gedrag te zien als het resultaat van een vorm van
hogere hersenfuncties dan emoties - als "denken".
Ten verdere bewijze: vergelijk deze beschrijving met die
onder:
Uit: De Volkskrant, 03-10-2008, rubriek Tijdgeest door Olaf Tempelman
Beven in de bloemenwei
... Zelf neem ik mijn toevlucht tot mineraalwater en andere drugs
ter bestrijding van mijn topofobie (podiumangst). Mircea, een goede Roemeense
vriend, drogeert zich voor zijn aviofobie (vliegangst). Leuk om te weten: beide
fobieën staan in de Angsten Top 10.
De Duitse psychoanalyticus Wolfgang Schmidbauer, auteur van Het
angsten boek Van A tot Z (Thoth; € 17,90), biecht op dat hij zelf lijdt aan
incompletofobie. Meer dan vijfhonderd angsten bracht hij in kaart. Maar met het
vorderen van Het angstenboek raakte hij bevangen door de vrees fobietjes
over het hoofd te zien. .
Onvolledig of niet, Schmidbauer hoopt voor begrip en troost
te zorgen. Behalve 'voelsprietloze' lieden als criminelen is bijna iedereen voor
meerdere zaken buitengewoon bang. Echter, ons begrip voor andermans angsten
houdt niet over. Als topofoob doe ik lacherig over aviofoben: in een vliegtuig
hoef je geen verwachtingen van een publiek in te lossen. De aviofobe Mircea doet
lacherig over mij: van een podium kun je weglopen. Schmidbauer vertelt over de
lijdensweg van een vrouw die hij behandelde voor anthofobie (bloemenangst). De
hele tijd kreeg zij te horen: 'Wat is er nou mooier dan een wei vol bloemen?'
Het Duitse origineel Das Buch der Ängste is ingeslagen
als een bom. Uitgever Farkas verklaart de prettig rinkelende kassa uit het feit
dat het angstenboek helemaal past bij deze tijd: we zijn bang niet tegen de
gevaren van de 21ste eeuw te zijn opgewassen. Dat onze voorouders net zo bang
waren voor hun tijd, blijft netjes onvermeld. Schmidbauer zelf geeft een betere
verklaring. In vroeger tijden was uitkomen voor angsten zelfs onder intimi vaak
taboe. We leven in zoverre in verlichte tijden dat angsten zich niet alleen in
kennis mogen verheugen, maar ook in een positievere beeldvorming: angsten zijn
onze beste vrienden, vindt de fobieëndokter, zolang wij ze bedwingen in plaats
van zij ons. 'Wie geleerd heeft ondanks zijn angsten te blijven functioneren,
heeft een normale toestand bereikt.' ...
Red.: Er is een grote overeenkomst in wat hier gezegd wordt en
het mussengedrag: de angsten zijn basaler, en we moeten leren, met ons redelijke
verstand, om die te overwinnen. Bij de mens is zijn zijn denk-hersenen zo veel
verder ontwikkeld, dat bij normale mensen dat overwonnen-zijn van angstgedrag de
regel is. Maar er hoeft bij wijze van spreken "maar dít te gebeuren", en
die oude angsten komen naar boven - op zeer irrationele punten als de angst voor
vliegen of bloemen.
Naar Psychologische krachten
, Psychologie
lijst
, Psychologie overzicht
, of site home
.
|