Bronnen bij Psychologische krachten, cirkels: binding
|
18 jun.2010 |
De eerst volgende drie artikelen beschrijven de ontwikkeling van het inzicht
in het belang van oxytocine als chemische stof verorden met binding gedurende de
afgelopen jaren. Merk op dat dit dus allemaal zeer recente wetenschappelijke
ontwikkelingen zijn.
Het eerst artikel gebruikt nog de oude onderzoeksmethode: de
effecten van extreme omstandigheden:
Uit:
De Volkskrant, 26-11-2005, door Simone de Schipper
Opvoeding | Onderzoek aan weeskinderen toont aan dat koestering van baby's
belangrijk voor de ontwikkeling van bindingshormonen
Gebrek aan liefde tekent de hersenen van het weeskind
Geadopteerde Roemeense weeskinderen hechten zich gemiddeld minder snel en voelen
zich vaker angstig dan kinderen die opgevoed worden door hun natuurlijke ouders.
De sporen van verwaarlozing blijven in het brein nog lang aanwezig.
Vitamine L wordt het op afdelingen neonatologie wel genoemd; de liefde, aandacht
en aanraking die voor couveusekindjes even onmisbaar blijken als het infuus en
de warmtelamp. Voor de lichamelijke groei, maar ook voor de emotionele
ontwikkeling en de bijbehorende hersensystemen wordt koestering tegenwoordig
essentieel geacht. Bewijzen is echter moeilijk, want zie aanleg en opvoeding
maar eens afzonderlijk te beschouwen.
De twee zijn wél afzonderlijk opgetreden in het jonge leven
van voorheen verwaarloosde kinderen, beseften de psychologen Seth Pollak en
Alison Wismer Fries van de Universiteit van Wisconsin in Madison. Zij
onderzochten achttien kinderen die de eerste zes maanden tot drieëneenhalf jaar
na hun geboorte leefden in een Roemeens weeshuis - een van die instellingen die
de wereld schokten, toen na de dood van dictator Ceaucescu bleek wat zich achter
de deuren afspeelde. Kinderen lagen vastgebonden en in hun eigen uitwerpselen te
wachten op basale verzorging die zelden kwam. Velen overleefden de tehuizen
niet.
De achttien onderzochte kinderen, inmiddels vier jaar, zijn
nu geruime tijd opgenomen in een zorgzaam Amerikaans gezin. Ook al herinneren de
meeste kinderen zich niets van het weeshuis, die periode heeft wel zijn sporen
getrokken in hun hersenen, schrijven de onderzoekers deze week in het vakblad
Proceedings of the National Academy of Sciences.
Om te beginnen produceren de adoptiekinderen duidelijk minder
van het hormoon vasopressine, dan 21 leeftijdgenootjes die bij hun biologische
ouders opgroeien in verder vergelijkbare Amerikaanse gezinnen. Vasopressine is
essentieel om vertrouwde mensen te herkennen, en kennelijk ontwikkelt dat
hormoonsysteem zich gebrekkig door het vroege gebrek aan aandacht. Dat lijkt bij
voorheen verwaarloosde kinderen inderdaad een probleem. Terwijl andere kinderen
bij gevaar meteen naar hun vader of moeder rennen, kiezen zij de dichtsbijzijnde
volwassene, ook als hun adoptieouder vlakbij staat.
Van het bindingshormoon oxytocine was het basisniveau niet anders, wel de manier
waarop het vrijkwam bij aanrakingen door de moeder. Om dat gestructureerd te
onderzoeken, bezochten de onderzoekers de kinderen thuis. Ze vroegen hen om de
ene keer bij hun moeder, de andere keer bij een vreemde vrouw op schoot te
zitten, en samen een computerspelletje van een halfuur te spelen waarbij ze
elkaar op positieve manier aanraakten: in het oor fluisteren, kietelen, over het
hoofd aaien, of op elkaars vingers tellen.
Bij zowel volwassenen als kinderen, hoort oxytocine vrij te
komen bij liefdevolle aanrakingen; dat wekt dan een gevoel van liefde,
bescherming en vertrouwen, en smeedt een band. Net als vasopressine is oxytocine
daarom essentieel bij het aangaan van sociale relaties en emotionele intimiteit.
De kinderen die bij hun biologische ouders opgroeiden,
reageerden op een gebruikelijke manier op het aanraakspelletje. Het hormoon
oxytocine steeg door de aanrakingen van de eigen moeder en niet door die van de
onbekende vrouw. Maar bij de adoptiekinderen verzuimde het bindingshormoon in
beide gevallen om toe te nemen.
Dit gebrek aan hormonale troost en veiligheid verklaart
mogelijk waarom veel verwaarloosde kinderen zich nog lang angstig en onveilig
lijken te voelen, ook als ze al jaren in een warm gezin wonen. ...
Red.: De eveneens beschreven gevolgen laten zich raden.
Ook worden nog de angsten van het alfa/gamma-denken meegenomen:
| |
Onderzoeker Pollak haast zich om de schijn van determinisme te
voorkomen: 'Onze resultaten betekenen niet dat de biologische beschadiging
van de slachtoffers permanent is en dat het hen belemmert om ooit gezonde
relaties te vormen.'
Het is waar: sommige ernstig verwaarloosde kinderen houden
altijd problemen met relaties - vooral met het behouden ervan - maar de meesten
doen het uiteindelijk goed in de samenleving.
Alle onderzoekers spreken dan ook uitdrukkelijk van
gemiddelden, want de individuele verschillen zijn groot. Ook in het Amerikaanse
hormoononderzoek. De hormoonspiegels liggen lager bij de adoptiegroep, maar de
groep kent enkele hoge uitschieters, net zoals de gewone groep aardig wat lagere
scores telt.
Daarnaast blijkt het herstellend vermogen van veel kinderen
groot te zijn. Hoksbergen is onder de indruk van de vele trieste verhalen die
hij tegenkomt in zijn studie en bij de begeleiding van adoptie, maar evenzeer
van de kinderen die nadat ze vele jaren in een erbarmelijk Roemeens weeshuis
woonden, nu een opleiding en vaste relatie hebben en een goed leven leiden. |
Waarvan hier, met de lessen van de methodologie in het achterhoofd
,
meegenomen kan worden dat er ook andere factoren in het spel zijn - zoals altijd.
Een aansluitend onderzoek, waarin het nog gaat om de oude rol
van oxytocine: als "liefdes"-hormoon:
Uit:
De Volkskrant, 08-12-2007, door Jorien de Lege
Knuffelen als primaire levensbehoefte
Ons lichaam is steeds meer een privézaak, en dat heeft gevolgen, stelt de
Zweedse hoogleraar fysiologie Kerstin Moberg. Onze huid heeft het nodig
aangeraakt te worden.
Tussentitel: ‘Wie veel oxytocine aanmaakt, geniet meer’
Er is een middel, dat ons aardig maakt. Het zorgt ervoor dat we ons tevreden en
rustig voelen, en dat we meer behoefte hebben aan gezelligheid en contact. Het
smeedt een band tussen moeders en hun kinderen en het verzacht pijn. Bij
langdurig gebruik gaan we ervan groeien en er zelfs beter van leren. Het laat
onze bloeddruk dalen en we ervaren minder stress. We krijgen een blozende huid
en effectievere spijsvertering en zelfs ons libido wordt groter.
Geen drugs, medicijnen of benevelende substanties zijn nodig. Ons lichaam maakt
dit wondermiddel zelf aan. Oxytocine heet het, het is een hormoon, en volgens de
Zweedse hoogleraar fysiologie Kerstin Uvnäs Moberg hoeven we maar één ding te
doen om de heilzame effecten te voelen: elkaar aanraken. Moberg is auteur van
het vorige week verschenen boek De oxytocinefactor.
Onze huid is niet alleen het grootste, maar ook een van de
gevoeligste organen van ons lichaam. Het vertelt ons of het koud of warm is, of
we gespannen zijn en of we gezond zijn. Het maakt onderscheid tussen een
handdruk van een collega en een subtiele aanraking van een geliefde, tussen de
gewenste knuffel van een familielid en de onwelkome por van een vijand. De huid
is er om contact te maken, zodat we onze omgeving in kaart kunnen brengen. Via
datzelfde huidcontact wordt volgens Moberg de aanmaak van oxytocine
gestimuleerd.
Oxytocine staat vooral bekend als een mamahormoon. Het komt
vrij tijdens een bevalling en is verantwoordelijk voor het toeschieten van
moedermelk als een baby wil drinken. Tijdens het voeden wordt de moeder er
bovendien rustig van, evenals de baby. Moberg besloot om meer onderzoek te doen
naar de functie van oxytocine. Zij kwam tot de conclusie dat het knuffelhormoon
zeker niet is voorbehouden aan moeders, maar dat iedereen het aanmaakt en dat
iedereen de voordelen ervan kan ondervinden. Wie veel oxytocine produceert,
ontspant zich en geniet van ‘vrouwelijke’ eigenschappen als rust en
verbondenheid. ...
Red.: In het derde artikel van een paar jaar later is men weer
een stapje verder:
Uit: De Volkskrant, 12-06-2010, door Malou van Hintum
Knuffelhormoon is helemaal zo lief niet
Het hormoon oxytocine maakt knuffelig, is een populaire gedachte. Maar
vergeet vooral de bijwerkingen niet.
Oxytocine, het hormoon dat tot nu toe altijd in verband werd gebracht met
positieve dingen als aanraken, knuffelen, een onderlinge band hebben en elkaar
vertrouwen, blijkt een onvermoede kant te hebben: het zet ook aan tot agressie.
Onderzoekers onder leiding van hoogleraar psychologie Carsten de Dreu
(Universiteit van Amsterdam) hebben het als eerste aangetoond.
De Dreu en de zijnen, die hun onderzoek The neuropeptide
oxytocin regulates parochial altruism in intergroup conflict among humans
gisteren publiceerden in Science, ontlenen hun inzicht aan drie
experimenten waarin mannen werd gevraagd op verschillende manieren geld te
verdelen, al dan niet onder invloed van het (kunstmatig toegediende) hormoon
oxytocine.
Vergeleken met de placebogroep handelden de
oxytocine-proefpersonen minder egoïstisch en meer in het belang van de groep. Ze
waren ook agressiever naar buitenstaanders dan mensen uit de placebogroep, met
name wanneer die buitenstaanders een grotere bedreiging vormden voor de eigen
groep. ...
Red.: Dat laatste resultaat is te veel voor de zeer multiculturalistische
en politiek-correcte Malou van Hintum
. Vandaar ook de terminologie in de kop van het artikel. De
professor legt het allemaal nog een keertje geduldig uit:
| |
Hoe kan dat? ‘Mensen hebben altijd in kleine groepen geopereerd,’
zegt Carsten de Dreu.
‘Binnen de groep kreeg het individu bescherming, en de
samenwerking tussen groepsleden zorgde ervoor dat iedereen altijd te
eten had. Samenwerking was ook nodig om bedreigingen van buiten beter
het hoofd te kunnen bieden. Samen sta je sterker.
‘Als concurrerende groepen op jouw territorium, voedsel en
vrouwen uit waren, was samenwerking binnen de groep het beste manier om
dat te voorkomen. Je kunt samenwerking binnen de groep dan ook niet los
zien van eventuele agressie naar andere groepen toe.’ |
In Psychologische krachten
hebben we verondersteld dat specifieke emoties overeenkomen met
specifiek stoffen - dit is een voorbeeld:
| |
En daar komt de oxytocine in het verhaal. Oxytocine komt vrij in een
situatie waarin mensen prettig met elkaar omgaan. Het versterkt de
vertrouwensrelaties en het altruïsme binnen een groep. |
Van Hintum wilde nog veel meer weten over hoe het dan kon dat de
binding ook tot afstoting kon leiden:
| |
Wordt de loyaliteit aan de groep op de proef gesteld wanneer die
groep wordt aangevallen en verdedigd moet worden, dan keert het
altruïsme zich als het ware naar buiten. De Dreu: ‘Het wordt nog steeds
ten gunste van de groep gebruikt, maar nu tegen de tegenstander. In
zulke gevallen stimuleert oxytocine niet alleen altruïstisch gedrag naar
de eigen groep toe, maar ook agressie naar de bedreigende andere groep.
Opmerkelijk was bovendien dat oxytocine vooral verdedigende
agressie opriep; aanvallende agressie die puur gericht was op het
uitbuiten van een andere groep werd niet door oxytocine beïnvloed. Het
gaat dus echt om het beschermen van de groep.’
De bevindingen van De Dreu c.s. zijn in lijn met de theorie
van Charles Darwin, die stelde dat groepen waarvan de leden onderling
altruïstisch zijn en agressief tegenover andere groepen, een grotere
kans hebben om te overleven dan groepen die intern niet altruïstisch
zijn.
De Dreu: ‘Als hij gelijk zou hebben, moesten er in het brein
mechanismen zijn die tegelijk altruïsme en agressie aansturen. Dat is
precies wat oxytocine doet.’ |
Allemaal zeer voor de hand liggend voor iedereen die wel eens water, dat een
sterke onderlinge binding heeft, gemengd heeft met olie, met een iets minder
sterke doch ook aanzienlijke binding, en geconstateerd dat die twee elkaar
afstoten.
Naar Psychologische krachten
, Psychologie
lijst
, Psychologie overzicht
, of
site home
.
|