Bronnen bij Cognitieve therapie: cognitieve dissonantie
|
22 mrt.2009 |
Wat voorbeelden van gevallen en toepassingen van cognitieve dissonantie:
Uit:
Leids universiteitsblad Mare, 19-03-2009, column door Willem van
der Does,
klinisch psycholoog en bijzonder hoogleraar experimentele psychopathologie
Il Pentito
... NRC Handelsblad plaatste op maandag jongstleden een advertentie van
de bestuursvoorzitter van Van Lanschot Bankiers – gratis, op de opiniepagina. Op
dinsdag werd deze advertentie in dezelfde krant zelfs de opening op de
voorpagina. ‘Deckers doorbreekt omertà van bankiers’ luidde de kop.
...
De verontschuldiging van Deckers is een mooie illustratie van
de werking van een psychologische natuurwet: cognitieve dissonantie. Hoewel hij
22 jaar bij ABN Amro heeft gewerkt, ziet Deckers, nu hij baas is bij Van
Lanschot eigenlijk helemaal geen reden voor excuses. Maar vooruit, hij had
eerder moeten waarschuwen voor het gedrag van sommige collega’s. Ondertussen
wordt het eigen straatje nog even schoongeveegd: Van Lanschot heeft zich altijd
keurig gedragen, er zijn bijvoorbeeld geen extreem hoge bonussen betaald.
Cognitieve dissonantie betekent dat we ervanuit moeten gaan dat Deckers
werkelijk gelooft wat hij schrijft, en dat hij dus vindt dat het cashen van €
714.000 aan opties door een van zijn bestuurders in 2008 niet valt onder de
noemer ‘extreem hoge bonus’. In 2007 ontving hij zelf € 716.000 aan bonussen en
opties, bij een vast salaris van € 634.000. Tja, zo wil iedereen zich wel keurig
gedragen.
Cognitieve dissonantie is het ongemakkelijke gevoel dat
ontstaat als iemand er twee strijdige cognities (gedachten, meningen, attitudes)
opnahoudt. Bijvoorbeeld, toen duidelijk was geworden dat er geen
massavernietigingswapens waren in Irak, ontstond er cognitieve dissonantie bij
Republikeinen: de gedachte ‘we zijn voorgelogen’ was strijdig met de overtuiging
‘mijn partij deugt’. Dit werd door meer dan de helft van hen opgelost door te
geloven dat er toch wapens waren gevonden. Als er feiten of meningen moeten
worden aangepast, dan maar de feiten. Met neuroimaging onderzoek is aangetoond
dat hersengebieden gewoon plat kunnen gaan bij de confrontatie met
onwelgevallige informatie. Cognitieve dissonantie verklaart waarom studenten die
het hardst ontgroend worden de sterkste band met hun vereniging krijgen: als je
er veel voor over hebt, moet het wel waardevol zijn.
Cognitieve dissonantie betekent ook dat het voor de meesten
van ons erg moeilijk is om oprecht excuses te maken als ons doen en laten tot
narigheid heeft geleid. Hoe groter de catastrofe waaraan we hebben bijgedragen,
hoe moeilijker het is. De cognitie ‘Ik heb een ramp veroorzaakt’ strookt
namelijk niet met het zelfbeeld ‘Ik ben slim, hardwerkend en een jaarsalaris van
anderhalf miljoen waard’. Een van de twee cognities moet dus aangepast worden,
en hoe groter de ramp, hoe groter de kans dat de eerste cognitie het haasje is.
...
Red.: Waarmee we meteen een paar opvallende en grootschalige
gevallen te pakken hevven.
Als volgende een kleinere:
Uit:
De Volkskrant, 21-03-2009, column door Bas Haring
Mijn hoofd is te stom om over een deursleutel na te denken
Woensdagochtend wordt bij mij het vuilnis opgehaald. Dat staat bij mij op een
balkonnetje, te wachten op de woensdagochtend dat ik aan het vuilnis denk.
Verleden week, vlak voordat ik naar mijn werk ging, dacht ik eraan.
Nadat ik het vuilnis op straat had gezet, moest ik nog even
terug mijn huis in, de deur van het balkon dichtdoen. De sleutel van het balkon
zit altijd in het slot gestoken;
een gewone sleutel met een wit label en een handgeschreven tekst.
Toen de balkondeur dicht was, liep ik mijn huis uit en
draaide ik me in de gang om. Ik pakte de huissleutel om de voordeur achter mij
te sluiten - ook een gewone sleutel met een wit label - en ik merkte dat de
sleutel niet paste. Ik probeerde het nog een keer en zag plots dat op het label
'balkondeur' stond.
Ik bleef seconden verstijfd staan. Ik bewoog niet en voelde
mij als een computerprogramma dat even hapert. Soms doet een programma dat. Als
het te veel moet rekenen, om het dan even later ineens weer gewoon te doen.
Zo stond ik ook. Een paar seconden waarschijnlijk, maar het voelde
als een kwartier. Mijn hoofd was bezig en had geen tijd meer over voor andere
dingen. Als ik op dat moment aangesproken zou zijn, had ik niet kunnen reageren,
volgens mij.
Na die tijd van stilstand wist mijn hoofd water was gebeurd:
ik had per ongeluk de sleutel van de balkondeur meegenomen en probeerde daarmee
de voordeur dicht te doen. Maar het vreemde was: waarom moest mijn hoofd zo lang
over deze gevolgtrekking doen?
En waarom was hij zo ingewikkeld, dat ik secondenlang niets
anders kon?
De conclusie die ik uiteindelijk getrokken heb, is dat mijn hoofd gewoon niet zo
goed kan denken. En vooral niet zo snel. Seconden heeft mijn hoofd nodig om tot
de voor de hand liggende conclusie te komen dat ik gewoon de verkeerde sleutel
heb gepakt. Blijkbaar is mijn hoofd zo stom. ...
Red.: Bas Haring trekt de verkeerde conclusie, wat dit is een
typisch geval van cognitieve dissonantie. In zijn hoofd had hij een wereldbeeld
waarin hij een huisdeursleutel in zijn hand had, en de werkelijkheid toonde hem
dat hij een balkondeur sleutel in zijn hand had. Vanwege het plotselinge
karakter van de ervaring was zijn hoofd dusdanig van slag dusdanig in
dissonantie, dat hij een paar seconden lang niets meer kon.
Naar Psychologische krachten
, Psychologie
lijst
, Psychologie overzicht
, of
site home
.
|