De Volkskrant, 23-02-2013, door Hans Bouman .2008

De muze zwijgt

Verlamd door afkeer en angst kon Renate Dorrestein opeens niet verder schrijven aan haar nieuwe roman. Over de raadsels van het writer's block schreef ze het meeslepende De blokkade.


Tussentitel: 'Naar writer's block is wereldwijd geen steekhoudend onderzoek verricht. Toen ik Dick Swaab raadpleegde, zei hij: hier weet ik niets vanaf.'

'Afgelopen vrijdag zei mijn docent tevreden: je bent nu echt klaar om de markt op te gaan. Als de drukte rond mijn boek voorbij is, ga ik kijken of ik opdrachten kan krijgen. Ik zou heel graag mooie documentaires willen doen.'

De afgelopen maanden heeft Renate Dorrestein zich laten omscholen. Tot stemacteur, zoals de officiële benaming luidt. Onder het kopje 'Stem te huur' biedt ze zich op haar website aan voor het inspreken van teksten, 'niet voor MediaMarkt of Cosmo Girl', maar voor instructiefilms, audioboeken, goede-doelen-commercials en, zoals gezegd, documentaires.

Dorrestein is namelijk sinds meer dan een jaar in de greep van een dermate hevig writer's block dat ze onzeker is of er ooit nog een roman uit haar pen zal vloeien. Ze doet hiervan verslag in het zojuist verschenen De blokkade.

De blokkade is uitgesproken soepel en meeslepend geschreven. Dat mag merkwaardig klinken, een tegenspraak is het niet. Het aaneenrijgen van zinnen gaat Dorrestein nog even gemakkelijk af als altijd. Maar dit is non-fictie, het doorgeven van de werkelijkheid. De blokkade waardoor zij getroffen is, betreft de verbeelding.

'Mijn romans zijn mij altijd komen aanwaaien. Ik ben een intuïtief schrijver, niet iemand die werkt met plots en schema's. Al mijn romans zijn begonnen met een beeld, een tafereel dat ik als het ware kreeg aangereikt en waaruit stap voor stap het verhaal voortkwam.'

Zomer 2011. Dorrestein heeft het manuscript ingeleverd van haar roman De stiefmoeder en begint aan een nieuw project, dat over de gevoelige relatie tussen een vrouw en haar schoonmoeder zal gaan, werktitel Schoondochter. Het gaat over een zwangere vrouw, Mila, en haar nieuwe vriend Dennis. Dennis heeft een strafblad. En, zo valt Dorrestein wat later in, zijn vader heeft zelfmoord gepleegd. Of Dennis hiervan op de hoogte is, en wat hiervan de consequenties zijn, zal in de loop van het boek nog moeten blijken.

Zonder dat ze begrijpt waarom, heeft de schrijfster dan al enige tijd het gevoel dat er iets mis is met haar roman. En naarmate ze er verder aan probeert te werken, wordt dat gevoel heviger. De gedachte dat ze haar personage opscheept met een vader die zelfmoord heeft gepleegd, gaat haar steeds meer tegenstaan. 'Er mag dan geen agressievere daad jegens jezelf bestaan dan suïcide, ook jegens je omgeving is er geen agressievere daad denkbaar', schrijft ze.

Dan strandt het boek. Dorrestein wordt bevangen door een afkeer van haar tekst en ze durft letterlijk haar werkkamer niet meer binnen te gaan. 'Aanvankelijk dacht ik dat ik door een soort walging was bevangen. Pas later ontdekte ik dat de misselijkheid een uiting van angst was. Ik durfde het niet meer. Maar niet durven is natuurlijk je eer te na. Dus ging ik op zoek naar een verklaring voor die angst.'

Dorrestein begint een uitvoerig onderzoek naar het fenomeen writer's block in het algemeen en haar eigen blokkade in het bijzonder. Ze leest artikelen op internet, laat uit alle windstreken boeken overkomen en wordt met de meest uiteenlopende verklaringen geconfronteerd.

Zo legt de Amerikaanse schrijfster Victoria Nelson in On Writer's Block een direct, bijna moraliserend verband tussen veelschrijverij en schrijfblokkade. 'Die visie weerspiegelt een algemeen wantrouwen tegen schrijvers die veel publiceren, zoals ikzelf. Toen ik de Britse schrijfster Fay Weldon ooit ontmoette, reageerde die bepaald niet gevleid toen ik haar complimenteerde met haar enorme oeuvre.

'Maar waarom zou een auteur die veel schrijft zich verdacht maken? Het punt zal wel zijn dat productiviteit gemak veronderstelt, terwijl de ware schrijver natuurlijk geacht wordt te lijden voor zijn of haar kunst. Anders konden we het allemaal. Het zou natuurlijk ook kunnen dat productieve schrijvers gewoon harder werken.'

Schrijfdocente Karen E. Peterson houdt het er in Write - 10 Days to Overcome Writer's Block. Period op dat een writer's block ontstaat wanneer de linkerhersenhelft te dominant is. 'Haar methode bestaat er onder meer uit dat je afwisselend met je dominante en je niet dominante hand eindeloze tabellen en vragenlijsten moet invullen. De verrassing zou zijn dat je zo het verborgen potentieel in jezelf aanboort en je je linker hersenhelft een toontje lager laat zingen.' Het batig saldo van 'tien dagen gezalf', zoals Dorrestein het omschrijft, is nihil.

'Hoe meer ik het onderwerp las, hoe duidelijker het mij tot mijn verbijstering werd dat er wereldwijd geen steekhoudend wetenschappelijk onderzoek is verricht naar writer's block. Heel opmerkelijk, want het fenomeen wordt wel degelijk als probleem onderkend. Veel promovendi en andere wetenschappers die moeten publiceren, worden ermee geconfronteerd. Het wordt in die kringen ook als een economisch gegeven erkend: je raakt arbeidsongeschikt. Dat vond ik een heel stichtende ontdekking, maar vervolgens heb ik niets gevonden aan inhoudelijk onderzoek naar de werking van het fenomeen. Toen ik Dick Swaab erover raadpleegde, zei hij: hier weet ik niets vanaf.'

Hersenwetenschappen zijn hooguit in staat de verschijnselen te omschrijven, ontdekte Dorrestein. 'Ze leggen uit hoe het lymbisch systeem de macht over de prefrontale cortex overneemt, dat je door je stress en paniek almaar adrenaline en cortisol blijft afgeven en daardoor in die paniek blijft steken.

'Neurologen als de Brit Malcolm T. Cunningham en de Amerikaanse Alice Flaherty beschouwen writer's block als een falen van het neurologische netwerk. De geblokkeerde schrijver moet beseffen dat zijn neurologisch systeem faalt, niet hijzelf. Hij moet dat systeem als het ware opnieuw configureren door zichzelf te zien als iemand die beroepshalve risico's neemt, niet gaat voor middelmatigheid en voortdurend bereid is zijn reputatie op het spel te zetten.'

Maar hoe doe je dat precies? Schrijfcoach Rosanne Bane, die op dezelfde lijn zit als Cunningham en Flaherty, adviseert het schrijven te voorzien van positieve associaties: luister onder het werk naar muziek, eet iets lekkers, brand een kaarsje op je bureau. Dorrestein koopt een schandalig duur stuk geitenkaas, roostert brood en klapt haar laptop open. 'De kaas is voortreffelijk. Ik eet er met smaak van, zonder dat er een zin op mijn scherm verschijnt.'

Ook een lange reeks persoonlijke gesprekken maakt deel uit van Dorresteins speurtocht. Ze steekt haar licht op bij de auteur Thomas Rosenboom en de journalist Frénk van der Linden, de psychologen Erik Scherder en Jan Derksen en de filosofen Piet Meeuse en Ad Verbrugge.

Pas na haar gesprek met Verbrugge begint het de schrijfster te dagen dat die ene cruciale gebeurtenis uit haar leven, waarvan ze ruim dertig jaar na dato nog de gevolgen ondervindt, weleens een belangrijke rol zou kunnen spelen.

'In 1981 maakte mijn jongste zusje, na een verscheurende strijd tegen boulimia, op 20-jarige leeftijd een eind aan haar leven door van een flatgebouw te springen. Net als ik wilde mijn zusje schrijver worden. Toen zij er niet meer was, had ik het gevoel dat ik mijn boeken namens ons beiden zou moeten schrijven. Dat haar talent na haar dood naar mij was overgegaan en ik mijn schrijverschap in feite aan haar dood dankte.

'Natuurlijk heeft mij dat met een geweldig schuldgevoel opgezadeld. Niet voor niets is er in mijn eerste vijf romans voortdurend sprake van personages die te pletter dreigen te vallen. Maar in die boeken doe ik op het beslissende moment wat ik in het echte leven niet kon: ik breng redding met mijn pen.'

Dorrestein begon zich te realiseren dat dat kennelijk niet genoeg was geweest. Haar dertigjarig jubileum als schrijver was aanstaande en ze vermoedde dat ze, in de aanloop naar die datum, onbewust haar oeuvre de revue had laten passeren.

'Ik moet toen hebben beseft dat het boek dat ik eigenlijk had moeten schrijven nog steeds niet uit mijn handen was gekomen: het boek dat zelfmoord uit de wereld zou helpen. En dat ik daarmee mijn hele oeuvre en schrijverschap in een nieuw licht zag, namelijk in het besef dat al mijn boeken eigenlijk tussendoortjes zijn geweest.'

Of de Muze met dit inzicht is teruggekeerd, blijft afwachten. Tegen het eind van De blokkade schrijft Dorrestein: 'Ga eens opzij, meisje. Of ik die ultieme antizelfmoordroman ooit schrijf, bepaal ik zelf wel.' Het monster is in de muil gestaard. Nu het schrijven nog.

Renate Dorrestein: De blokkade
Podium; 126 pagina's; € 17,50.


Tussenstukken:
Meer dan dertig titels

Renate Dorrestein (Amsterdam, 1954) schreef meer dan dertig romans en non-fictieboeken. Een keuze:

1983 Buitenstaanders

1986 Noorderzon

1991 Het hemelse gerecht

1996 Verborgen gebreken

1997 Want dit is mijn lichaam (Boekenweekgeschenk)

1998 Een hart van steen

2001 Zonder genade

2003 Het duister dat ons scheidt

2010 De leesclub

2011 De stiefmoeder


Notoire writer's blocks

Samuel Taylor Coleridge
(1772-1834) geldt als een van de eerste gedocumenteerde gevallen van writer's block. Hij schreef de meeste van zijn gedichten toen hij midden twintig was. Daarna werd het schrijven van poëzie hem 'an indefinite indescribable Terror'. Wel bleef hij journalistiek werk publiceren. Coleridge leed hevig onder zijn onvermogen en raakte verslaafd aan laudanum (opium opgelost in alcohol), dat in zijn tijd als medicijn werd gebruikt.

Henry Roth
(1906-1995) debuteerde in 1935 met de roman Call It Sleep. De Amerikaanse, in Oostenrijk-Hongarije geboren auteur kreeg vervolgens zestig jaar lang geen woord meer op papier. Op zijn 88ste, een jaar voor zijn dood, verscheen het eerste deel van zijn tetralogie Mercy of a Rude Stream. Roth schreef zijn stilzwijgen toe aan zijn depressies en seksuele obsessies, zijn breuk met het joodse geloof en de conflicten als gevolg van zijn afscheid van het communisme.

Truman Capote
(1924-1984) liet zich na het overweldigende succes van In Cold Blood (1965) met graagte fêteren door vrienden en bewonderaars. Hij beweerde te werken aan zijn meesterwerk Answered Prayers, maar gaandeweg werd duidelijk dat Capotes drank- en drugsgebruik vooral te maken hadden met zijn angst geen nieuw groot werk te kunnen schrijven. Een voorpublicatie leverde vooral teleurstelling op. In zijn nalatenschap werd slechts een fractie van het aangekondigde werk aangetroffen.

Maarten Biesheuvel
(1939) manifesteerde zich in de jaren zeventig van de vorige eeuw als een van de belangrijkste en origineelste schrijvers van het Nederlands taalgebied. Voor zijn uiterst fantasierijke verhalen ontving hij onder meer de P.C. Hooftprijs. Sinds 1990 lijdt Biesheuvel aan een blokkade, die mede wordt verklaard uit zijn gebruik van lithium, een geneesmiddel tegen bipolaire stoornis.

Redmond O'Hanlon
(1947) vestigde zijn naam met zijn reisboeken Into the Heart of Borneo en In Trouble Again. Toen hij na moeizame jaren eindelijk zijn magnum opus Congo Journey had voltooid, belandde hij in een creatieve impasse en na Trawler (2003) was hij niet langer tot schrijven in staat. Sindsdien ontwikkelde de aan depressieve stemmingen onderhevige O'Hanlon zich bij de VPRO tot een begenadigd tv-presentator (The Beagle, O'Hanlon's helden), maar schrijven lukt hem niet meer.
 



Naar Psychologische krachten  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]