De Volkskrant, 09-11-2011, door Joost Zwagerman .2008

Op een dieper niveau is zijn bedrog ook voor Stapel zelf een raadsel

-----------------------------------------------------------------------

Beschouwing | De open brief van Diederik Stapel

Zwagerman leest

Diederik Stapel wist wel dat hij die data verzon, maar hij gelfde dat ze authentiek waren.

Tussentitel: De succesvolle Stapel werd verslagen door de liegende gestalte door wie hij werd gegijzeld

Diederik Stapels open brief blijft, ook na een week, raadselachtig. Weet Stapel nu wel of niet waarom hij fraude heeft gepleegd? Wel: 'Ik heb de druk te scoren, te publiceren, de druk om steeds beter te moeten zijn, niet het hoofd geboden. (..) In een systeem waar weinig controle is, ben ik verkeerd afgeslagen.'

Niet: 'Ik zal nog diep moeten graven om te achterhalen waarom dit alles gebeurd is, wat mij hiertoe heeft bewogen.'

En dat in een en dezelfde (excuus)brief. De liegende wetenschapper noemt scoringsdrang als verklaring, maar lijkt zelf met dit antwoord geen genoegen te nemen. Die scoringsdrang is, ook voor hemzelf, slechts pro forma een antwoord. Want hij beweert tegelijk dat hij niet weet wat hem heeft bewogen. Op een dieper niveau is zijn bedrog ook dus voor hemzelf een raadsel.

Ellen de Bruin, chef wetenschap van NRC Handelsblad, promoveerde enkele jaren n Stapel in de sociale psychologie. Beiden behoorden 'tot de promovendi die halverwege de jaren negentig de groep jonge sociaal psychologen in Nederland vormden' (De Bruin). In die groep richtte 'iedereen zich tot hem'. De Bruin: 'Diederik zei en vond altijd wel iets belangwekkends. Hij wist zo veel. Niemand was zo breed belezen binnen het vakgebied als hij.'

Had hij die overvloed aan - valse - publicaties dus nodig? Niet echt. Hij hd zich al bewezen. 'Iedereen' vnd hem al briljant. De Bruin roemt zijn charisma: 'Hij had zo een religie kunnen beginnen. Ook de docenten en hoogleraren vonden hem trouwens geweldig.'

Wat wil iemand die niet kan geloven dat anderen hem 'geweldig' vinden? Ng geweldiger gevonden worden. Alles op eigen kracht bereikt, en toch niet geloven dat je veel minder ingrijpende zaken k op eigen kracht kunt - je hoeft niet tot die groep jonge sociaal psychologen te behoren om te vermoeden dat Diederik Stapel, ondanks zijn staat van dienst en populariteit onder vakgenoten, een zelfbeeld had dat eindigde ter hoogte van zijn sokken.

Zijn talenten wren al fenomenaal - maar dankzij schone schijn werd alles nog fenomenaler. Er moet een moment zijn geweest dat Diederik Stapel ten dele zelf in die schone schijn is gaan geloven.

Wie dit laatste beseft, kent het antwoord op de vraag die, eveneens in NRC Handelsblad, hoogleraar in de forensische psychiatrie Hjalmar van Marle stelde. Van Marle had graag Stapels gezicht willen zien 'als die 's avonds achter zijn bureau data zat te verzinnen. Was het vreugdevol en triomfantelijk? (..) Of was het gespannen en zorgelijk, angstig zelfs misschien?'

Van Marle denkt aan 'een karakterfout' bij Stapel, 'en geen psychiatrische stoornis'. Hij vindt hem 'geen ziekelijke leugenaar die elk contact met de realiteit is kwijtgeraakt'.

Schrijver Boudewijn Bch was dat evenmin. Bch stond vol in het leven, had volledig contact met de realiteit - maar had toch een aan kanker overleden zoontje verzonnen, over wie hij, ook op tv in talkshows, louter met omfloerste stem kon spreken. Na Bchs dood vertelden vrienden in een documentaire dat zij soms zo hun twijfels hadden aan het bestaan van dit overleden zoontje. Maar dan ging Boudewijn naar de begraafplaats - altijd alleen - en durfden die vrienden hun eigen ongeloof niet aan. Dat kon je Boudewijn niet aandoen - hem niet geloven.

Maar er was geen zoon en er was geen graf. Die momenten van Bch, alleen op het kerkhof, moeten de eenzaamste van zijn leven zijn geweest, ten dele vergelijkbaar met al die keren dat Stapel in zijn auto stapte met snoep voor scholieren in de kofferbak, op weg naar scholen waar hij onderzoek zou doen.

Maar er waren geen scholieren die snoep kregen, en er waren geen scholen waar men hem kende.

In 2000 verscheen Tweede Kamerlid voor GroenLinks Tara Singh Varma meer dan eens in een rolstoel in het Kamergebouw. Ze leed naar eigen zeggen aan een ongeneeslijke vorm van kanker - totdat in 2001 het TROS-programma Opgelicht onthulde dat Singh Varma helemaal niet aan die ziekte leed. Na die onthulling werd Singh Varma in de media breed weggezet als oplichtster. Toch had Singh Varma wel degelijk het Anthonie van Leeuwenhoek Ziekenhuis bezocht. Ze was niet terminaal ziek - maar geloofde dat ze het wl was.

Wie lijdt aan pseudologia fantastica, gelooft zeer sterk in de leugens die hij ooit heeft gefabriceerd - zeer sterk, maar nooit helemaal. In het brein blijft er een kleine faculteit bestaan waarbinnen de lijder aan pseudologia fantastica wel degelijk beseft dat er gn dood kind is; gn dodelijke vorm van kanker; gn verzameling van scholen waar leerlingen en leerkrachten met je weglopen.

Telkens wanneer Stapel achter zijn computer weer nieuwe data had verzonnen, waren die data ook feitelijk en cht bestaand, is mijn vermoeden. Dat wil zeggen: hij wist wel dat hij die data uit zijn duim had gezogen, maar hij gelfde dat ze authentiek en feitelijk waren.

Dit geloof sterkte hem in de overtuiging dat hij niet alleen van nut, maar ook onmisbaar was voor zijn assistenten in opleiding met wie hij vriendschapsbanden onderhield. Daarom beschouwde hij zichzelf niet als bedrieger. Bedriegers maken de wereld lelijk, maar hij maakte de wereld van zijn studenten mooier en beter. Hij benadeelde niemand, maar hielp iedereen op weg - vond hijzelf.

Door de recente onthullingen voelde Stapel zich genoodzaakt van zijn geloof te vallen - het geloof in zichzelf en zijn goede inborst. Die geloofscrisis is in en moeite door zijn huidige bestaanscrisis.

Fleste Boudewijn Bch zijn lezers door zijn leven lang vol te houden dat zijn boek De kleine blonde dood geheel autobiografisch was? Was hij een oplichter en een bedrieger?

Waar eindigde bij Singh Varma het voorliegen en begon het oplichten?

Wie het weet, mag het zeggen. Ik weet het in ieder geval nit. Wij weten alleen iets over datgene waar beiden in geloofden.

De Universiteit van Tilburg en de Rijksuniversiteit Groningen hebben gezamenlijk aangifte gedaan tegen Stapel. De beschuldiging luidt valsheid in geschrifte en fraude. Die aangifte is, bezien vanuit het perspectief van beide universiteiten, onvermijdelijk, en de jure is Stapel natuurlijk schuldig. Maar waar is Stapel beter op zijn plaats: in de beklaagdenbank tegenover een cordon van rechters, of op een sofa, tegenover een of meerdere psychiaters?

Ik pleit niet voor begrip voor Stapels daden - maar wel voor zijn vermoedelijke stoornis. Niet dat ik dienaangaande de waarheid in pacht denk te hebben, maar ik heb me bij de voorbereidingen op het schrijven van een roman een tijdje in die stoornis verdiept. Deze maand is het op de kop af twintig jaar geleden dat ik de roman Vals licht publiceerde, over een prostitue die hardnekkig gelooft in de - door haarzelf verzonnen - verhalen die moeten verklaren waarom ze in Amsterdam achter het raam terecht is gekomen.

Over diezelfde stoornis publiceerde de Franse schrijver Emmanuel Carrere de roman De tegenstander (2001), over een man die jarenlang iedereen in zijn leven, inclusief zijn gezin, wist te overtuigen van zijn florissante carrire als arts en onderzoeker bij de Wereldgezondheidsraad in Genve. Het boek is gent op het leven van ene Jean-Claude Romand, die zijn vrouw, kinderen en ouders ombracht nadat hij was ontmaskerd. Carrere zocht deze Romand op in de gevangenis, waarna hij diens levensverhaal optekende. De tegenstander is faction in de traditie van In cold blood van Truman Capote en Sonny Boy van Annejet van der Zijl.

Carrere's boektitel bestempelt op de kortst denkbare manier de persoon in wie je verandert als de pseudologia fantastica bezit van je neemt: je wordt je ergste tegenstander, namelijk de tegenstander die je niet kan doorvorsen en begrijpen, laat staan bestrijden, maar die jou tegelijkertijd hoog boven jezelf uittilt.

Drom besloot Diederik Stapel zijn open brief met de mededeling dat hij niet weet wat hem heeft bewogen. De succesvolle Stapel werd verslagen door zichzelf, door een tegenstander die ng meer succes had dan hijzelf: de liegende gestalte door wie hij op zeker moment definitief werd gegijzeld. Aan die gijzeling is nu een einde gemaakt.

Natuurlijk, na de ontmaskering rest Stapel een intense schande en dito schaamte. En vermoedelijk zal hij ook inderdaad door een rechtbank worden veroordeeld. Dat is n kant van dit even verbijsterende als tragische verhaal.

De andere kant is deze: na jaren is Stapel weer een vrij man.



Naar Psychologische krachten  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]