VARAgids, nr. 14-2009, door Auke Kok apr.2008

Voetenwerk

Michelangelo op kicksen

Van Coen Moulijn tot Robin van Persie: waarom uit linkervoeten vaak het mooie & onverwachte voortkomt.


Tussentitel: De wonderlijke solisten met hun gouden linkervoetje zien openingen in defensies die anderen niet zien

Noem het aanstellerij: de vurige wens te spelen met rugnummer 11. Maar jarenlang was dat wel zo. Het betekende dat je anders was, creatief, een loner met vreemde streken. 11 was sexy. Lopend in de doorkijkbloes van het voetbal speelde je vanzelf iets beter. Je waande je aantrekkelijker en dodelijker dan de rest. Van jou konden ze wat verwachten.
    De naoorlogse generaties groeiden op met Gento. Alleen al de klank gaf je de bibbers.
Gento, de linksbuiten met zijn donkere haar in een tijd dat topploegen uit Zuid-Europa altijd iets donkers hadden: gevaarlijk en onberekenbaar, sluw, soms meedogenloos. In Nederland wist niemand dat Gento van voren Francesco heette, maar zijn roepnaam kende je wel: Paco. De Nederlandse profvoetballer Sjaak Swart werd graag Paco genoemd, in navolging van de dribbelaar uit Madrid, maar dat was een gotspe. 'Paco' Swart was rechtsbuiten bij Ajax, veelzijdig en behept met een fraaie trap. Bovendien donkerharig, haast een Spanjaard. Maar wel een rechtsbuiten. Dat telde niet.
    In het midden van de Ajax-voorhoede speelde Johan Cruijff en links Piet Keizer. Nooit zou Ajax meer zo'n droomvoorhoede krijgen, maar dat wist je toen nog niet. En je verhief jezelf boven het gewone volk door Keizer de beste te vinden. Met Keizer en Swart waren de archetypen verenigd in een voorhoede. Swart was meegaand en manipuleerbaar, de lieveling van de trainer (Rinus Michels), Keizer eigenzinnig en grillig, nauwelijks te sturen.
Swart wilde aardig gevonden worden, Keizer deed zijn ding en daarmee basta. In zware uitwedstrijden fungeerde Swart als extra verdediger: ondenkbaar dat Keizer zoiets zou doen. De stuurse excentriekeling beperkte zich tot wat zijn lot leek te zijn: het belazeren van zijn tegenstanders.
    Gento, Diego Maradona, Rivelino, Rivaldo, Ryan Giggs, Keizer, Coen Moulijn, Rob Rensenbrink, Wnn van Hanegem, Michel Valke, Bryan Roy: er is duidelijk iets aan de hand met linksbenige aanvallers en aanvallende middenvelders. De wonderlijke solisten met hun gouden linkervoetje zien openingen in defensies die anderen niet zien. Alsof ze hun handicap overwinnen met de uitvinding van iets geks. Onder de creatieve voetballers zijn de linkspoten zwaar oververtegenwoordigd en dat staat niet op zichzelf. Is ongeveer tien procent van de mensen linkshandig, onder kunstenaars is dat percentage veertig.
    Dan mogen wij niet mopperen met het Nederlands elftal. Het wemelt er van de navolgers van Leonardo Da Vinci en Michelangelo: Robin van Perie en Arjen Robben zijn linksbenige aanvallers van wereldniveau. En daarachter lopen ook Rafael van der Vaart en de tweebenige Wesley Sneijder te bewijzen dat uit linkervoeten vaak het mooie & onverwachte voortkomt. Voor de bejaarden overigens geen verrassing: die laafden zich in de jaren 40 al aan de curieuze rushes van linksbuiten Bertus de Harder. Alleen al de bijnaam van dit Haagse fenomeen zei voldoende. Een rechtsbuiten die wordt gekoesterd als Goddelijke Kale lijkt ondenkbaar.


Naar Psychologische krachten  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]