De Volkskrant, 29-05-2013, van verslaggever Tonie Mudde .2010

Depressie: praten helpt sowieso

Praten over je jeugd, leren voor jezelf op te komen, plezierige activiteiten in kaart brengen; al die behandelingsvormen zijn even effectief bij een depressie. Dit blijkt uit een studie van onder meer de Universiteit van Bern en de Vrije Universiteit, gisterenavond gepubliceerd in PLoS Medicine.

Het is een van de weinige studies die de effectiviteit van verschillende praatmethodes onderling vergelijken. De onderzoekers bekeken zeven populaire behandelingen, waaronder cognitieve gedragstherapie, sociale vaardigheidstraining en gedragsactivatie. Bij alle vormen van therapie knapten de patiŽnten gemiddeld meer op dan controlegroepen die op een wachtlijst stonden. De zeven behandelingsvormen zorgden elk voor een 'redelijke tot grote' verbetering.

'Hoe het kan dat alle methodes ongeveer even goed uitpakken, is nog onduidelijk', zegt Pim Cuijpers, hoogleraar klinische psychologie aan de Vrije Universiteit en co-auteur van de studie. De conclusie dat het blijkbaar niet uitmaakt wat een therapeut doet, is volgens hem echter te kort door de bocht. 'De behandelingen hebben met elkaar gemeen dat ze worden gegeven door een professionele therapeut die een handleiding volgt. Je kunt dus niet concluderen dat iemand met een depressie net zo goed in de kroeg kan gaan praten.'

Volgens Jan Spijker, bijzonder hoogleraar chronische depressie aan de Radboud Universiteit, draagt de studie bij aan het groeiende bewijs dat 'eigenlijk elke gesprekstherapie voor depressie werkzaam is'. Ook hij denkt dat de overeenkomsten tussen de therapieŽn belangrijker zijn voor de effectiviteit dan de verschillen. Die overeenkomsten zijn volgens Spijker: 'Hoop bieden, een rationele verklaring voor de klachten zoeken, samen met een therapeut een plan van aanpak maken.'

Ook een behandeling waarbij patiŽnten juist grotendeels zwijgen, kan effectief zijn. Zo doet Spijker zelf onderzoek naar een opkomende therapie die 'cognitieve bias modificatie' heet. Depressieve proefpersonen zitten achter een computer en trekken met een joystick positieve plaatjes naar zich toe, zoals een foto van een kind spelend in het gras. Negatieve plaatjes, zoals een somber kijkende man, moet de proefpersoon juist wegduwen. Doel is om de hersenen te trainen om te focussen op het positieve.

De eerste resultaten zijn volgens Spijker veelbelovend, al is de effectiviteit van de joystick-behandeling nog niet vergeleken met andere vormen van therapie.





Red.: 



Naar Beslissingen , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]