De Volkskrant, 07-03-2009, door Pay-Uun Hiu apr.2008

De eekhoorn heeft een plan B

De mens is ook maar gewoon een diersoort, die van andere soorten veel kan leren.

Dat olifant Annabel uit Dierenpark Emmen vorige week bij een stoeipartij op haar rug in de slotgracht viel, was natuurlijk heel erg. Ze brak een nekwervel waardoor ze verlamd raakte en niet meer op haar poten kon staan. Ze werd dezelfde avond nog geëuthanaseerd, om het in menselijke termen uit te drukken. Maar het allerergste, vond Tweede Kamerlid Dion Graus (PVV), was dat de andere olifanten geen kans hadden gekregen afscheid te nemen van Annabel. Ze werd meteen afgevoerd. Dat was niet alleen onmenselijk, maar ook zeer onolifants, want olifanten zijn sterke gevoelsdieren, ‘in hun emoties fijngevoeliger dan de mens’, aldus Graus. Hij stelde er Kamervragen over aan minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
    Nog niet zo heel lang geleden werd dit instituut voor volksvertegenwoordiging echt niet als de aangewezen plek beschouwd om zoiets als veiligheid en rouwverwerking van olifanten in de dierentuin ter discussie te stellen. Überhaupt was het not done ‘menselijke’ emoties aan dieren toe te schrijven, zegt Bram Buunk, hoogleraar evolutionaire sociale psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dat was pure projectie. Mensen waren mensen, dieren waren dieren en die hadden geen bewustzijn en dus ook geen gevoelens die daaraan gerelateerd zijn.
    Maar de laatste jaren is de belevingswereld van het dier verder opgerukt in ons menselijk bewustzijn. In hondentrainingen leren niet alleen honden dat ze naar ons moeten luisteren, maar wij moeten ook leren luisteren naar de aard van ons dier. Wij moeten leren dat de hond handelt vanuit zijn aangeboren jacht-, drijf-, of waakinstinct, en dat hij een typische alfareu kan zijn, of een meer onderdanig mannetje. Er zijn cursussen waarin we leren hoe we met paarden kunnen communiceren door middel van onze lichaamstaal. We laten chimpansees niet meer voor aap staan met een rokje aan, maar bestuderen hun sociale gedragscodes en hiërarchische structuur als vorm van cultuur. Want cultuur is niet langer meer het primaat van de mens, hebben ethologen als Frans de Waal (De aap en de sushimeester. Over cultuur bij dieren) overtuigend weten aan te tonen.
    En dieren hebben zéker ook emoties, erkent Buunk. Woede. Jaloezie. Blijdschap. Verdriet. We kennen de spreekwoordelijke krokodillentranen; tranen die overigens wel echt zijn, maar niet van verdriet. Olifanten daarentegen huilen wél van verdriet. Zoals Swie San Thay, bij wie na de dood van haar vriendin Annabel de tranen inderdaad in haar ogen stonden. De verzorger die erbij was, moest er zelf van huilen, vertelt de woordvoerder van het Dierenpark Emmen Wybren Landman. Volgens hem is het ook niet zo dat de olifanten geen afscheid van Annabel hebben genomen. Ze hebben niet per se het stoffelijk overschot nodig, de geur is genoeg. ‘Toen de olifanten de volgende ochtend uit het nachtverblijf kwamen, zijn ze naar de plek gegaan waar Annabel is gestorven, daar hebben ze in het zand geschopt en ze hebben samen staan plassen en brullen en trompetteren, en ze hebben nog in de gracht gesnuffeld. Dat was heel aangrijpend.’
    Maar er is nog een tweede kentering in onze benadering van dieren, constateert Buunk. Die is onder meer zichtbaar in de stapels boeken die nu in het kader van de boekenweek (‘Tjielptjielp, de literaire zoo’, 11-21 maart) in de winkels liggen. We erkennen niet alleen emoties in dieren, we beschouwen ze steeds meer als gelijkwaardige partners met hun eigen visie op het leven.
    Een kleine twintig jaar geleden zong Meneer de Uil van de Fabeltjeskrant nog vrolijk ‘dieren zijn precies als mensen, met dezelfde mensenwensen’. Maar de huidige dierenfabel is de moralistische karikatuur van menselijke zwakheden, zoals in het middeleeuwse dierdicht Van den vos Reynaerde of de fabels van LaFontaine, al lang voorbij. Toon Tellegens recentste dierenboek Het vertrek van de mier beschrijft afscheid, leegte, depressie, droefenis en existentiële crisis op een manier die de grens tussen mens en dier geheel tenietdoet. De mens is niet beter dan het dier, het dier is niet beter dan de mens; er is gewoon geen verschil. Mier is mier, eekhoorn is eekhoorn, zoals een mens Kees of Annet is.
    In de roman Woutertje Pieterse die Multatuli anderhalve eeuw geleden schreef, zet de onsterfelijke zin ‘juffrouw Laps, je bent een zoogdier’ nog het hele theekransje van moeder Pieterse op z’n kop. Ik zou je ‘zoogdieren tot je bezoogdierd werd’, dreigt de ziedende juffrouw Laps, want nee, een zoogdier, stel je voor, zij was een fatsoenlijk méns.
    Geleidelijk aan hebben we echter toch de opvatting geaccepteerd dat de mens niet per definitie de kroon op de schepping is, de hoogst geëvolueerde levensvorm, maar een diersoort als andere diersoorten.
‘Wij zijn natuurlijk wel een diersoort die heel veel kan’, zegt Buunk, ‘maar we zien ook dat dieren tal van eigenschappen hebben die mensen niet hebben en dat zij ons daarin ook de baas zijn. Daarin nemen we nu afstand van de gedachte dat de mens superieur is ten opzichte van andere dieren.’
    Op fysiek gebied is dat altijd wel erkend: als het op hardlopen, klimmen, vliegen of kracht aankomt, legt de mens het al gauw af tegen antilope, eekhoorn, meeuw of gorilla. En nu blijkt dat ook op mentaal gebied de dieren ons een hoop kunnen leren. Ook daarvan zijn al genoeg literaire voorbeelden, zoals de jonge Arthur die in de vertelling van T.H. White door de dieren op zijn koningschap wordt voorbereid, of Erik van Godfried Bomans die zijn biologieles bij de insecten leert. Maar dat is fictie en daar komt een hoop dromerij of tovenarij aan te pas.
    In De strategie van de eekhoorn van Elise Schirrmacher, net uit het Duits vertaald en uitgegeven bij Spectrum, gaat het om de doodgewone dagelijkse werkelijkheid waarin de dieren ons tot voorbeeld kunnen zijn als we bereid zijn naar hun specifieke vaardigheden te kijken en te zien hoe ze die toepassen. Niet alleen een fenomenaal plaatsgeheugen helpt de Amerikaanse notenkraker (een vogel) te onthouden waar hij zijn zaadjes verstopt, maar ook zijn gevoel voor orde. Dat is weer iets wat de eekhoorn ontbeert, maar die is weer een fantastische netwerker die op de nootjes van zijn soortgenoten kan terugvallen en die bovendien zo flexibel is dat hij altijd wel een plan B of een reservenest achter de hand heeft. Een hond kan zich zo goed uitschudden, dat hij daarmee al zijn ballast en zorgen wegschudt.
    Zelfs als het om ons gevoelsleven gaat, kunnen dieren onze gidsen zijn. Dieren hebben een veel directere relatie met de natuur dan mensen, is de redenering, en daardoor zijn ze veel beter in staat signalen op te pikken. Van weersveranderingen en natuurrampen is dat algemeen aanvaard. Na de tsunami in 2004 waren er tal van verhalen over dieren die lang voor de vloedgolf kwam aanrollen een veilig heenkomen hadden gezocht. Maar dat geldt ook voor veranderingen in menselijk gedrag die voor mensen zelf nauwelijks waarneembaar zijn. Honden worden tegenwoordig getraind om epilepsieaanvallen te voorspellen en als maatje te fungeren voor autistische kinderen. Ook paarden worden vaker ingezet voor therapeutische assistentie. Als ‘spiegel van de ziel’ kunnen zij in hun gedrag heel goed bepaalde emotionele verkrampingen van hun ruiter of verzorger weerspiegelen. Al valt dat onder de categorie van alternatieve behandelingen die volgens de huidige stand van de wetenschap niet evidence based zijn.
    Maar toch liggen aan die veranderende tendensen ook keiharde wetenschappelijke ontwikkelingen ten grondslag, zegt Buunk, bijvoorbeeld op het gebied van hersenonderzoek. ‘De Verlichtingsgedachte dat de mens een rationeel wezen is dat op basis van zijn denken bewuste keuzes kan maken en daarmee boven zijn driften uitstijgt, is door de experimentele psychologie volkomen onderuitgehaald. Ons bewustzijn is maar een dun laagje, daaronder vinden allerlei intuïtieve processen plaats die overigens ook de beste beslissingen opleveren. Daarin zijn wij net als andere diersoorten een zichzelf sturend organisme dat niet top-down werkt, vanuit de hersens, maar bottom-up. Bij hersenonderzoeken is te zien dat een handeling al in gang is gezet voordat wij op bewustzijnsniveau de beslissing daartoe nemen.’
    Dit soort ontdekkingen betekenden volgens Buunk uiteindelijk ook het afscheid van de idealen van de maakbare samenleving uit de jaren zestig van de vorige eeuw, de gedachte dat de mens het product zou zijn van zijn cultuur en dat een betere samenleving dus ook betere mensen creëert. ‘Het idee van de tabula rasa, de mens die als een onbeschreven blad ter wereld komt, is biologisch gezien volkomen onzin. Het vermogen tot het leren van taal is bij pasgeboren kinderen al helemaal voorgeprogrammeerd.’
    Ook het idee dat het verschil tussen jongens en meisjes door de opvoeding en de samenleving wordt gemaakt, vindt hij onzin. Biologische verschillen, basale emoties als jaloezie – ze zijn sterker dan wij en niet door onze ratio uit te schakelen. Daarin verschillen mensen echt niet van andere diersoorten. ‘Want’, in de geactualiseerde tekst van Meneer de Uil, ‘mensen zijn precies als dieren, met dezelfde dierenklieren.’


Naar Psychologische krachten  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]