KIJK, nr. 8-2014, door Ronald Veldhuizen .2010

Het empathisch onvermogen

Sommige wetenschappers zien in empathie de oplossing voor alle conflicten. Dat klinkt nobel en logisch, maar ook aan inlevingsvermogen blijken nadelen te kleven. En niet de minste: te veel empathie zou zorgen voor stress, angst, burn-out, uitbuiting en zelfs vreemdelingenhaat.

Tussentitels: Een ander probleem van empathie is dat we daardoor niet altijd de juiste keuzes maken

Empathie is onmisbaar om als aangenaam mens door het leven te gaan. Zien we iemand pijn lijden, dan wordt binnen 0,1 seconde het pijnnetwerk in onze hersenen ook een beetje geactiveerd, met de bijbehorende emoties. Zien we iemand zwoegen, huilen of genieten, dan voelen de hersenen zich een beetje moe, verdrietig of voldaan.
    De voordelen van zo'n systeem waarmee we andermans emoties spiegelen, zijn helder. Dankzij empathie helpen we een ander graag. We troosten iemand die verdrietig is, geven aan goede doelen en zijn bereid om na onze dood onze organen ter beschikking te stellen.
    Geen wonder dus dat veel wetenschappers razend enthousiast zijn over het vermogen om ons in anderen te verplaatsen. Empathie is hot. Nadat psycholoog Daniel Batson in de jaren zestig het idee van empathie als basis voor menselijke samenwerking en weldoenerij naar voren schoof, kreeg de theorie in de jaren negentig flink vaart.
    Inmiddels is het een van de meest besproken punten waarop de mensheid zou kunnen verbeteren. Maar volgens sommige onderzoekers mist er een kritische kijk op de minder leuke kanten van empathie.

IsraŽl en Palestina
Eerst even de zonnige zijde. De Nederlandse primatoloog Frans de Waal schreef in 2010 de wereldwijde bestseller Een tijd voor empathie. Het hebberige ik-ik-ik-kapitalisme dat de economische crisis heeft veroorzaakt is volgens De Waal gebaseerd op een verkeerde lezing van de natuur. Die is niet alleen maar wreed, maar zit vol empathie en zorgzaamheid. Ook apen bezitten immers een vorm van inlevingsvermogen. De (economische) wereld kan volgens de primatoloog wel wat empathie gebruiken.
    Dat schrijft ook hoogleraar psychologie Simon Baron-Cohen. Hij is een pionier op het gebied van autisme en ontwikkelt trainingsprogramma's waarmee autisten inlevingsvermogen kunnen aanleren. Hij trekt het nut van zulke empathie-leerpakketten behoorlijk breed:
pas wanneer de kinderen in IsraŽl en Palestina meer empathie leren, komt het misschien ooit goed in het Midden-Oosten. "Empathie is het ultieme oplosmiddel", schrijft hij.
Maar daar is niet iedereen het mee eens. "De oprechte, emotionele basis van onze goede bedoelingen kan ons verblinden", zegt Barbara Oakley van de Universiteit van Oakland. "Empathie garandeert niet op een magische manier dat we anderen op de best mogelijke manier helpen:' Oakley waakte over de inhoud van het boek Pathological altruism, waarin meer dan veertig psychologen, neurowetenschappers, sociologen en filosofen een duit in het ze doen over de duistere zijde van goedbedoeld gedrag. Waarom zo'n boek? Oakley: "Het empathisch vermogen van mensen is een belangrijke en nuttige eigenschap. Maar de positieve kant ervan krijgt nu onevenredig veel aandacht. We weten eigenlijk bijna niets van de minder rooskleurige zijde die het zou kunnen hebben:'

Empathievermoeidheid
Want negatieve gevolgen van meer empathie zijn er wel degelijk. Uit enkele nieuwe studies blijkt bijvoorbeeld dat artsen, verpleegkundigen en andere zorgwerkers na verloop van tijd een soort empathievermoeidheid ervaren. Dat blijkt uit onderzoek van Nadine Najjar van het Amerikaanse Regenstrief Institute. Najjar analyseerde 57 studies waarin de mentale gezondheid werd gepeild van artsen en verpleegkundigen die vaak met kankerpatiŽnten werken. Ze moesten aangeven hoe gestrest ze waren ťn hoe empathisch ze zich opstelden tegenover de patiŽnten. In een deel van de studies kwam een duidelijk verband bovendrijven: hoe empathischer de verzorgende, hoe hoger de kans op een bum-out.
    Empathievermoeidheid kan een belangrijke oorzaak zijn voor de grote hoeveelheid stress en bumouts in deze beroepsgroep, vermoedt Najjar. Dat is op de lange termijn niet alleen gevaarlijk voor de dokters, maar ook voor de patiŽnten: gestreste medici nemen vaker verkeerde beslissingen. Dat wil volgens Najjar niet zeggen dat de wereld van kankerbehandeling beter af is zonder empathie. Emotionele steun kan bijvoorbeeld de zelfredzaamheid na een behandeling vergroten. Maar een gulden middenweg waarbij artsen en patiŽnten optimaal met empathie omgaan, zou volgens haar moeten worden onderzocht.

Zorgelijke kinderen
Een overschot aan empathie kan al op vroege leeftijd belemmerend zijn, nog voordat iemand op de werkvloer staat. Dat zegt psycholoog Ariel Knafo van de Universiteit van Jeruzalem. Knafo volgt al jaren de sociale ontwikkeling van duizenden kinderen, onder wie die van identieke tweelingen. En er blijken tweelingparen te zijn die aanleg hebben voor extreme empathie. Dat wil zeggen: al op jonge leeftijd willen ze alles delen, in en om het huis helpen en meer sociaal contact zoeken.
    Dat zijn in principe positieve eigenschappen, maar uit Knafo's gegevens blijkt dat deze zijn gekoppeld aan minder leuke zaken. Zo blijken de empathische kinderen vaker last te hebben van nervositeit, overmatige zorgen, verdriet, stress en angst. Continu bezig zijn met andermans gevoelens lijkt niet bepaald gezond.
    Empathie veroorzaakt natuurlijk niet per definitie stress; Knafo berekende dat dit voor een minderheid van de kinderen opgaat. Van alle kinderen die hij onderzocht, beleefde slechts ťťn op de dertig vervelende bijwerkingen van een overdosis empathie. En hoe deze uitermate empathische kinderen zich als volwassenen gedragen en wat voor gevolgen dat heeft, is volgens Knafo nog niet duidelijk. Hij vermoedt dat ze zich overal verantwoordelijk voor voelen en snel schuldgevoelens ontwikkelen als ze anderen niet kunnen helpen.

Aaibaar
Over de emotionele ballast van ons inlevingsvermogen is nog veel onduidelijk. Een tweede probleem van empathie is al wat beter onderzocht: we maken er niet altijd de beste keuzes door. Dat weten we in eerste instantie dankzij het inmiddels klassieke onderzoek van psycholoog Paul Slovic: hij ontdekte dat we liever geld geven voor het redden van ťťn arm persoon van wie we een foto hebben, dan voor het redden van duizenden anonieme mensen. We doneren daarom vaker aan doelen die zichtbaar zijn - zoals een aardbeving in HaÔti maar laten een aanhoudende hongersnood links liggen. Empathie leidt dus feitelijk tot voorkeursbehandeling.
    Dat probleem reikt verder dan ontwikkelingshulp, schrijft de Amerikaanse filosoof Jesse Prinz. Artsen in ziekenhuizen blijken weleens patiŽnten 'voor te trekken', al is niet duidelijk hoe vaak dit gebeurt. Ook in de rechtszaal kan empathie uitspraken negatief beÔnvloeden. Prinz wijst op een onderzoek van Olga Tsouillsun2002waarinne~urYs moesten beslissen over de straf van echte misdadigers. Van de criminelen waren videobanden beschikbaar waarop ze hun bekentenis aflegden. Met een vragenlijst peilde Tsoudis in hoeverre de jurydeelnemers medelijden en empathie voelden voor de schurken. Wat bleek: hoe zieliger de crimineel overkwam, hoe lager de geŽiste straf.

Knuffelhormoon
Empathie ondermijnt het maken van juiste keuzes ook op een subtielere manier. Oxytocine, een stofje dat in ieders lichaam voorkomt, leek lange tijd de ideale kandidaat om mensen behulpzamer gedrag te laten vertonen. Een vleugje 'knuffelhormoonspray' verbetert bij veel mensen de scherpte waarmee ze andermans emoties aflezen; zelfs het inlevingsvermogen van autisten lijkt erdoor te stijgen. Uit experimenten met financiŽle spellen blijkt dat een snufje oxytocine het wederzijds vertrouwen verhoogt, waardoor mensen eerder geneigd zijn onderling geld te verdelen.
    Hoewel oxytocine daarmee als veelbelovend empathiemiddel wordt beschouwd door zowel Simon Baron-Cohen als Frans de Waal, zijn enkele wetenschappers daarop teruggekomen, zoals Carsten de Dreu van de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft in de loop van de jaren bij honderden proefpersonen onderzocht hoe oxytocine hun gedrag beÔnvloedt. En dat is niet alleen maar rozengeur en maneschijn.
    In ťťn experiment liet De Dreu mensen een standaard psychologisch geldspel spelen met een twist:de deelnemers speelden in teamverband. Elk team had telkens twee keuzes: of met het andere team samenwerken, of vals spelen. Als beide teams voor samenwerking kozen, was er voor elk een kleine geldbeloning. Werkte ťťn team samen maar speelde het andere vals, dan kreeg het valsspelende team veel geld en het samenwerkende team niets. Speelden beide teams echter vals, dan kreeg niemand geld.
    Het geldspel - voor kenners een variant van het gevangenendilemma - blijkt in teamverband vijandiger te verlopen wanneer oxytocine zijn intrede doet. Terwijl de deelnemers zonder het hormoon vrijwel altijd met het andere team samenwerken, halveert dat goede gedrag onder invloed van oxytocine. Kortom: er wordt harder gespeeld en meer mensen verliezen geld. Hoewel proefpersonen die met het 'knuffelhormoon' zijn 'bedwelmd' in principe vriendelijker zijn, blijkt dat alleen voor hun eigen groep te gelden.

Net als hooligans
De Dreu noemt die bevinding parochiale samenwerking. Je kunt het vergelijken met wat je bij voetbalsupporters ziet. Supporters van hetzelfde team verbroederen en pinken samen aarillg wat traantjes weg. Staat de groep onder druk door supporters van een ander team, dan zorgt juist die verbroedering ervoor dat ze gemakkelijk een knokpartij tegen de buitenstaanders beginnen. Kortom, onze naastenliefde aanspreken kan weleens samengaan met vreemdelingenhaat.
    Daarnaast maakt extra empathie sommige mensen kwetsbaar voor uitbuiting. Dat ontdekte onder meer Thomas Baumgartner in een gezaghebbende studie die hij in 2008 publiceerde in het tijdschrift Neuron. Met oxytocine werden zijn proefpersonen empathischer en meer geneigd om samen te werken tijdens een digitaal geldspel dat zij via een computer speelden met een fictief persoon. In de volgende ronde nam die tegenstander al hun geld weer af.
De door empathie bedwelmde proefpersonen vonden dat niet erg en lieten zich daarna zonder problemen nogmaals bedonderen. Deelnemers zonder oxytocine waren verstandig en waagden niet nog een gok met de valsspeler.
    "De realiteit is dat niet iedereen in onze samenleving het beste met ons voorheeft", concludeert Oakley. 'We moeten leren om ons tegen kwaadwillende figuren te beschermen. En empathie lijkt daar niet de handigste eigenschap bij te zijn:'

Andere recepten
Als empathie niet altijd het beste recept is om een betere samenleving te bouwen, wat voor opties zijn er dan wel? Om het bij de geldspellen en valsspelers te houden: mensen blijken beter samen te werken zodra de opties 'straf' en 'reputatie' meespelen. Het belangrijkste onderzoek dat dit aantoont, is van Ernst Fehr en Simon Gšchter. Zij ontdekten dat deelnemers die een flinke straf kregen omdat ze geld bij anderen probeerden af te troggelen, dat niet meer probeerden.
    Opvallend was dat de emotie woede ervoor zorgde dat proefpersonen eerder geneigd waren om straffen uit te delen. Een goede reputatie is ook belangrijk: als deelnemers die altijd samenwerkten herkenbaar waren, wilden anderen liever met ze spelen. En voor al dit goede is empathie niet nodig.
    Er is zelfs onderzoek waaruit blijkt dat het benadrukken van egoÔstische motieven soms beter werkt in het ontlokken van goed gedrag, dan empathische motieven. Eamonn Ferguson van de Universiteit van Newcastle vroeg zich af wat mensen bewoog om bloed te doneren. Hij liet 943 personen een vragenlijst invullen over hun houding wat betreft naastenliefde en hulp. In de vragenlijst verstopte hij enkele kwesties over het doneren van bloed.
    Een halfjaar later trok Ferguson bij de Britse bloedbank na wie van de deelnemers in die tijd bloed gedoneerd had. Wat bleek: niet de mate van empathie of sociale overtuigingen bepaalde iemands beslissing. Belangrijker was de wens dat er ook voor jou bloed beschikbaar is als jij het eens nodig hebt. "Campagnes om het aantal bloeddonors te verhogen zouden niet onze empathie moeten aanspreken, maar onze zelfzuchtige motieven", schrijft Ferguson.
    Je zou bijna gaan denken dat empathie volledig de prullenbak in kan. Maar dat is onzin, zeggen zowel Barbara Oakley als Jesse Prinz. Empathie is een goed startpunt waarmee we elkaars emoties en belevenissen leren begrijpen. Maar: zodra we overgaan op hulp, is het misschien verstandig om je hoofd koel te houden en even afstand te nemen. ....


Tussenstuk:
Steeds beschaafder

De wereld is een betere plek geworden, schrijft psycholoog Steven Pinker in zijn boek The better angels of our nature, en dat hebben we onder meer te danken aan ons empathisch vermogen. De kring mensen en dieren voor wie we empathie opbrengen is enorm toegenomen: waar vroeger niemand opkeek van dierenmishandeling, slavernij of rassendiscriminatie, zijn we er nu massaal verontwaardigd over. Deze vooruitgang is volgens Pinker echter niet het gevolg van empathie zelf, maar van culturele omslagen die eerder gepaard gingen met woede en rellen, zoals de mensenrechtenrevoluties in de jaren zestig van vorige eeuw. De norm is dus veranderd, niet ons empathisch vermogen.

Ronald Veldhuizen is wetenschapsjournalist. Voor dit artikel sprak hij met systeemkundige dr. Barbara Oakley (Universiteit van Oakland).
Verder raadpleegde hij de volgende literatuur:

- CK.W. de Dreu e.a.: The neuropeptide oxytocin regu/ates parochia/ a/truism in intergroup conflict among humans I Science (juni 2010)
- Barbara Oakley: Path%gica/ a/truism I Oxford University Press (2011)
- Amy Coplan en Peter Goldie (red.): Empathy: Philosophica/ and Psych%gica/ Perspectives I Oxford University Press (2011)
- Nadine Najjar e.a.: Compassion fatigue - A review of the research to date and re/evance to cancer-care providers I Journalof Health Psychology (maart 2009)

Links naar meer informatie vind je op www.kijkmagazine.nl/artikel/empathie

Red.: 



Naar Beslissingen , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]