De Volkskrant, 05-12-2015, door Jacq. Veltman .2010

Het voordeel van de twijfel

Twijfel en pessimisme zijn niet populair maar wél leuk, vindt Jacq. Veldman. Ze breekt een lans voor vijf ondergewaardeerde eigenschappen.


Tussentitel: Zwijgzaamheid - soms nét even adequater dan altijd en overal je mond opentrekken
Je kunt je voorstellen dat je opje laatste dag juist even níét gaat skydiven


'Nou, wat is je gevoel bij deze auto', zei ik tegen automonteur Wim. Het was niet dat dit ergens op sloeg of dat ik mijn woorden ook maar remotely meende, ik kon gewoon mijn mond niet houden. We stonden samen onder de motorkap te kijken, automonteur Wim vanwege beroepsmatige interesse, ik vanwege dat ik het onbeleefd vond om ergens anders naar te kijken. Automonteur Wim zweeg. Het was stil, afgezien van de oorverdovende herrie verderop in de garage. Het klonk alsof iemand probeerde een auto totaal in elkaar te stampen. Ja jezus, zo kan ik het óók, dacht ik hoofdschuddend. De oorverdovende herrie hield abrupt op. En toen werd het pas echt stil. Zo stil dat alle woorden die ik in de afgelopen honderd jaren in mij had verzameld, erom schreeuwden eruit te worden gegooid, zo hatsee voor de voeten van automonteur Wim. Ik keek naar zijn handen die van een nooit meer schoon te krijgen zwart waren.

'Wat is mijn gevoel bij deze auto', zei automonteur Wim.

En daar hield hij het bij.

Zwijgzaamheid - soms nét even adequater dan altijd en overal je mond opentrekken. Vijf andere kwaliteiten die óók wel toe zijn aan een stukje herwaardering.


1. Bescheidenheid

Direct lastig. Want áls de term bescheidenheid al valt, dan horen de mensen hem vaak als beschetenheid. Een veelbetekenend misverstaan - het is these days namelijk volkomen normaal om de wereld aan de lopende band te laten weten welke fantástische dingen je allemaal aan het doen bent. Wie kijkt er nog van op als anderen in het rond smijten met materiële verworvenheden, intellectuele succesverhalen en dan ook nog eens een amazing gezinsleven? Antwoord: niemand eigenlijk. Sterker nog, van mensen die níet opscheppen, denken we dat ze gewoon een heel ongelukkig leven leiden. Is natuurijk niet zo. De bescheiden man/vrouw weet zijn of haar talenten juist goed op waarde te schatten - en zwijgt er daarom vaak wijselijk over. Wie een beetje gevoel voor perspectief heeft, snapt immers dat hij er zelf niet zo héél veel toe doet.

Tip voor opscheppers die nu tot inkeer komen: zegt u alstublieft nooit relativerend: 'Ach, ik ben nu eenmaal onder een gelukkig gesternte geboren'. Want hoewel u daarvan zelf vast een zogenaamd dankbaar traantje moet wegpinken: het universum erbij halen, dat klinkt dus óók nogal opgezwollen.


2. Wankelmoedigheid

Krijgt u bij de term wankelmoedigheid ook direct de associatie met zwikkende enkels en van daaruit weer met vrouwen die op veel te hoge hakken lopen? Nou, dat slaat dus echt nérgens op, want daarmee heeft wankelmoedigheid helemaal niks te maken. Hoewel: de wankelmoedige is een hinkerd, op minstens twee maar misschien wel zeventien gedachten. Een twijfelaar dus, die wikt en weegt en van wie men niet moet verwachten dat hij/zij ooit enige knoop van betekenis doorhakt. Denk hierbij aan het boeken van een vakantiechalet, het uitkiezen van greepjes voor de keukenkastjes of het organiseren van wereldvrede.

Niemand zit op besluiteloosheid te wachten. We zijn wél erg dol op stevige stellingnames - en waar ik zeg 'een beetje' bedoel ik eigenlijk dat we er een gewoonte van zijn gaan maken in termen van volmondig ja of volmondig nee te denken. Terwijl de meeste zaken des levens natuurlijk oneindig complex zijn en bij nadere bestudering veel meer dan een à twee kanten bevatten. Wie ten volle beseft hóé ontzettend veel kanten er aan dingen zitten, die gaat met een kussen over zijn hoofd in bed liggen en komt er niet meer uit. Dus laten we wel wezen, in een wereld vol besluitelozen is iedereen ontzettend uitgerust doch komen we nooit een steek verder. Ondertussen moeten ze er wel gewoon zijn. Wankelmoedigheid is dus een onmisbare rotkwaliteit - en overal toepasbaar, behalve dan bij brand in de woning. Het komt het allermooist tot zijn recht in vergaderingen waarin omhooggevallen managers veel te snel knopen doorhakken. Het niet-aflatende 'Ja, maar aan de ándere kant...' van de wankelmoedige drijft hen tot waanzin en dat is altijd schitterend om te zien.


3. Negativiteit

Ik hoop niet dat ik nu een illusie stuk sla voor een aantal mensen, maar als er één ding is dat ik heb geleerd over het leven dan is het wel dit: het loopt dus slecht af. Jawel. Nee, echt. Het is eigenlijk verwonderlijk dat wij, in het besef van de eindigheid van ons leven, toch elke dag weer opstaan, naar Kantoor gaan en veel te bewerkelijke Ottolenghi-recepten uitproberen. Aan de andere kant: 923 ingrediënten voor een simpele tarte tatin leiden de gedachten natuurlijk wel effectief af van onze naderende kuchdood. En daar is het natuurlijk allemaal om te doen. Wel zo gezellig.

Je zou denken dat het vooruitzicht van Het Einde bij tijd en wijle zorgt voor, enfin, een stukje memento mori. Zuchtneigingen. Een gevoeletje van gatver. Een vleugje milde depressie, zo u wilt. Geen onwaarschijnlijke sentimenten - zeker sinds we ook niet meer aan kunnen op het bestaan van een hiernamaals waar het pas écht leuk gaat worden. Bovendien, laten we wel wezen: een beetje zwartgalligheid kan de zaken juist zo enorm opfleuren! Nee, niet de bedoeling. De mens wordt geacht een blij ei te zijn. En dus positief te denken, optimisme uit te stralen en happy te zijn met alles wat het leven hem biedt. Terwijl mensen van het type #lovemylife feitelijk zó dodelijk vervelend zijn dat je jezelf in hun bijzijn nog het liefst uit een raam zou willen werpen #zinin. Maar nee, mag dus niet.

Zo ongeveer de enige hint naar de dood die is toegestaan, is het populaire motto 'leef elke dag alsof het je laatste is' - voorspelbaar genoeg gaat het ook in dat motto over álles behalve de naderende dood. Terwijl je je kunt voorstellen dat je op zo'n laatste dagje juist even níét gaat skydiven of welke andere activiteit er nog onafgevinkt op je bucketlist stond. Voor je het weet val je te pletter en heb je nóg een dag minder. En het leven duurt al zo kort. Zucht.


4. Passiviteit

Toen mijn collega H. tijdens het wat-kom-jij-hier-halen-rondje van onze zoveelste training de vraag kreeg wat hij wilde bereiken, gaf hij in zijn paniek het mooiste antwoord aller tijden: 'Ik wil eigenlijk gewoon verder met leven.' Ik heb zelden zo hard gelachen op Kantoor - vooral van opluchting. Zelf had ik tijdens het rondje alleen maar zitten zweten, in afwachting van mijn beurt. Wat ging ik in gódsnaam nu weer willen bereiken?! Het liefst wilde ik gewoon eens een keertje op tijd naar bed, wat dat betreft ontlopen mijn collega H. en ik elkaar niet veel. Maar ik verzon in de laatste seconde een of ander sneu persoonlijk trainingsdoeletje, want zo ga ik er dan zelf altijd mee om.

Passiviteit is misschien wel de allergrootste antikwaliteit van deze tijd. Het is dan ook het tegenovergestelde van hetgeen waarmee we volcontinu druk zijn (danwel veinzen druk te zijn): je vooral níet bij de zaken neerleggen. Meer specifiek gaat het om het vormgeven van de particuliere levensloop. Daarvan wordt verondersteld dat die, behalve naar een onvermijdelijke dood (zie hierboven, #gezellig), ook nog ergens anders toe moet leiden. Want het leven is dan wel een feestje - je krijgt het niet cadeau. Nooit zijn we eens een keertje klaar met onszelf. Het kan altijd beter, ook als je zelf eigenlijk denkt: nou lieve mensen, ik zit aan m'n plafond pffff!! Nee, stilstaan is geen optie, laat staan gewoon eens een jaartje uitvieren. Het is eigenlijk te gek voor woorden. Dus nu zat ik zo te denken: zou het niet leuk zijn tijdens ons eerstvolgende wat-kom-jij-hier-halen-rondje gewoon allemaal 'Niks' te zeggen? Of gewoon niet komen opdagen, want dat is misschien nog grappiger. Oké we doen het. Eh, waar ik 'doen' zei, bedoel ik natuurlijk 'laten'.


5. Lafhartigheid

Kom maar door met het clichébeeld van de wild spartelende drenkeling - waar dan een aantal omstanders zo'n beetje schaapachtig bij staat te koekeloeren. Wat een rótzakken heb je toch! Eh ja, onder jezelf en je beste vrienden dan, want het bystandereffect is gewoon een wetenschappelijk dingetje waaraan maar weinigen ontsnappen. Moed en heldendom, zeg maar het tegengestelde van de laffe levenshouding, zijn logischerwijs veel populairder. Maar onze hele samenleving is erop ingericht risico's en gevaar te elimineren. Dus waar kunnen we heden ten dage nog laten zien hoe moedig we eigenlijk zijn? Ons dagelijks spreken erover is in elk geval nogal lafjes. Zo is iemand die een mooi boek heeft geschreven al snel een held. Cupcakes gelukt? 'Held!' En gewoon gezegd wat je ergens van vond? 'Moedig, heel moedig.' Maar ook op een ernstiger niveau gaat het mis - neem de onhebbelijke neiging om mensen die niet doodgaan aan een ernstige ziekte te prijzen voor hun 'moed' die hen 'de vijand' heeft doen 'overwinnen'. Ergens kunnen we het misschien gewoon niet handelen om overgeleverd te zijn aan de grillen van het lot - iets wat ons dus verder nog maar nauwelijks gebeurt. Nou mensen, hier zijn we nog láng niet over uitgeprakkiseerd maar let wel, de drenkeling heeft niet echt tijd voor dit soort boeiende overwegingen. Dus spring in vredesnaam dan maar krijsend van angst de gracht in. Heeft de wetenschap ook weer iets om over na te denken.

Persoonlijk ben ik trouwens wel echt laf, in de ware zin van het woord. Zo probeerde ik eergisteren een andere auto in te halen - maar de bijna-ingehaalde gaf een dot gas zodat ik mij achter hem terug moest laten zakken. En nu komt het, ik zette een verkeerstechnische handeling in die ik nog nooit eerder had ingezet: ik strekte de middelvinger en bracht hem omhoog. Maar toen bliksemde het door me heen: de ingehaalde zou me klemrijden, uitstappen en mij in een sloot gooien. En mijn auto erbij. Automonteur Wim zou een uur zwijgend naar een druipende auto gaan zitten kijken. Beroepsmatige intereresse. Ik zou zwijgend met hem gaan zitten meekijken, omdat ik het onbeleefd zou vinden ergens anders naar te kijken. Alles in mij zou schreeuwen dat ik even in de zijspiegel zou willen checken of mijn haar dat was bedoeld als vallende ter linkerzijde, niet per ongeluk rechts was gaan vallen en of mijn haar dat was bedoeld als vallende ter rechterzijde, niet per ongeluk enfin u begrijpt het. Maar zelfs dáár zou ik te laf voor zijn. Dus toen bracht ik mijn middelvinger naar mijn neus, ik pulkte er een denkbeeldig snotje uit en ik liet hem zakken in mijn laffe, laffe schoot.

Wat leert deze sneue anekdote ons? Wel, dat het bijproduct van lafheid soms dus ook een stukje beschaving is. Eind goed, al goed.


Web:
Antikwaliteiten: populair zijn ze niet, maar wél leuk
TT:
In een wereld vol besluitelozen is iedereen ontzettend uitgerust doch komen we nooit een steek verder
— Jacq. Veldman
Passiviteit is misschien wel de allergrootste antikwaliteit van deze tijd
— Jacq. Veldman
Waar kunnen we heden ten dage nog laten zien hoe moedig we eigenlijk zijn?
— Jacq. Veldman


Red.: 



Naar Beslissingen , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]