De Volkskrant, 09-10-2010, door Malou van Hintum 10 okt.2010

Kans op paring hebben zwervers nauwelijks

Tussentitel: Kleine kereltjes: vaak zijn ze gretig en bijterig

Ze zeggen wel dat de mens een hoogstaand product van de evolutie is. Maar kijk je naar de oude top van ABN Amro, dan zie niet zoveel verschil met een apenrots of een kudde zeeolifanten. Zelfs op bedrijfsuitjes schijnt topman Rijkman Groenink nog bezig te zijn geweest andere mannen te overtroeven. Anders was zijn opstelling ten opzichte van het personeel in mantelpak. De streber transformeerde dan in een beschermheer. Voor Prof. Dr. Bram Buunk, kenner van de evolutionaire grondslagen van menselijk gedrag en auteur van Oerdriften op de werkvloer, is dat prima te verklaren. ‘Competitief jegens andere mannen, altruïstisch jegens vrouwen: ziehier een typisch gevolg van seksuele selectie.’ Een evolutie lang zijn mannen al elkaars concurrenten in de slag om vrouwen. ‘Daarom hebben zich bij tal van soorten mannen eigenschappen ontwikkeld waarmee ze in de strijd met andere mannen voordeel hebben, zoals een gewei, een groot lichaam of een dominante persoonlijkheid.’ Een onevenredig groot aantal mannen op hoge posities is lang. Al decennia zitten de Amerikaanse presidenten boven de 1 meter 80. Voor kleine kereltjes die toch de top bereiken is het oppassen, waarschuwt Buunk: ‘je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat het vaak om wat bijterige, gretige en gefrustreerde mannetjes gaat. Ook de hanige Rijkman Groenink is relatief klein.’

In de meedogenloze competitie der mannetjes heb je winnaars, maar nog meer verliezers. De ‘statushiërarchie’ bij mannen is ‘steiler’ dan bij vrouwen. De term loser gebruiken we bijna nooit voor een vrouw. Zwervers zijn ook bijna altijd mannen. Kans op paring hebben die nauwelijks. Immers: voor een vrouw is de status van een man de hele evolutie al cruciaal. Gelukkig is de situatie bij de mens minder dramatisch dan bij de zeeolifanten, ‘waar mannetjes een harem kunnen hebben van ongeveer twintig vrouwtjes, maar slechts één op de tien mannetjes nageslacht zal produceren’.

In de tijd dat Buunk nog studeerde hoorde hij overal dat maatschappelijke verschillen tussen mannen en vrouwen waren terug te voeren op discriminatie et cetera. Beide geslachten hadden toen vaak lang haar en liepen rond in tuinbroeken. Medio 1980 vielen Buunk de schellen van de ogen. Door een evolutionaire bril bezien waren dingen begrijpelijker.

Vrouwen zijn vaak betere leiders dan mannen, lezen we in Oerdriften op de werkvloer. Maar ze zijn zo geëvolueerd dat het hen doorgaans moeilijker valt lak te hebben aan anderen en door te stoten naar de top. ‘Mannen bluffen zich omhoog, vrouwen nemen het allemaal veel te serieus’, citeert Buunk organisatieadviseur Rozemarijn Dols. Mannen bezitten vaker de volledige big five van de kenmerken van leiders: zelfverzekerdheid, extravertheid, openheid voor nieuwe dingen, stressbestendigheid en zorgvuldigheid. Hun zelfverzekerdheid slaat makkelijk om in een gebrekkige empathie. Inzichtelijk was een onderzoek waarin deelnemers werd gevraagd een E op hun voorhoofd te tekenen. De meeste vrouwen en de niet al te machtige mannen tekenden hem zo dat anderen die E konden lezen. Nogal wat kerels op topposities tekenden de E precies als ze op papier zouden doen. Ook interessant: bij vrouwen aan de top is het contrast tussen heup en taille opvallend klein. Buunk schuwt het gebruik van de term ‘manwijf’.

Bram Buunk: Oerdriften op de werkvloer – Een evolutionair perspectief op organisaties.

Bert Bakker; € 19,95

Naar Psychologische krachten  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]