De Volkskrant, 23-10-2010, door Olaf Tempelman apr.2008

Gemene spelletjes in uniform

Non-fictie | Sadisten en lafaards – ze sluimeren in de normaalste mensen

Tussentitel: Maslach tegen Zimbardo:  'Wat jij die jongens aandoet is verschrikkelijk!'

Niet alles wat aantoonbaar is willen we even graag weten. Zo zie je vaak dat mensen zich anders gaan gedragen als hun rol, status of omgeving verandert. Ze versterken iets wat al sluimerde of boren iets in zichzelf aan. We kennen allemaal mensen die anders werden toen ze, bijvoorbeeld, een leidinggevende functie gingen bekleden. De eenvoudigst waar te nemen metamorfoses vinden we vaak in de politiek. Dezelfde man die Wilders in een andersoortige situatie een pyromaan noemde, is in een bondgenootschap met de brandstichter de premier van Nederland. Een bekende Nederlandse gedaanteverandering is die van Wim Kok, die als FNV-leider niet alleen een andere taal bezigde dan als ING-commissaris, maar zich ook anders kleedde en anders bewoog.

De invloed van ‘situationele factoren’, zoals ze in psychologisch jargon heten, is vaak waarneembaar in expatgemeenschappen. Nogal wat Nederlanders die ik in mijn Roemeense jaren observeerde, bekwaamden zich in een mum van tijd in de lokale corrupte fratsen.

Philip Zimbardo (1933) was als straatschoffie in de New Yorkse Bronx al gefascineerd door alles waartoe een omgeving mensen kan aanzetten. Hij schopte het tot hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit van Stanford. In de zomer van 1971 liet hij daar een gevangenis nabouwen voor een experiment dat hem zowel wereldberoemd als berucht zou maken. In het Stanford Prison Experiment verdeelde hij twintig van zijn studenten die als proefkonijnen graag wat dollars bijverdienden willekeurig in gevangenen en bewakers. Allemaal waren ze vooraf getest en als psychisch normaal bevonden. De gevangenen werden door de politie thuis gearresteerd, in de gevangenis uitgekleed en in witte soepjurken met nummers gestoken. De bewakers kregen uniformen, gummiknuppels en zonnebrillen en de instructie de orde goed te handhaven. De resultaten waren verbluffend, te verbluffend.

Het Stanford Prison Experiment was vijf dagen aan de gang – twee gevangenen waren na een zenuwinzinking afgevoerd, een gevangene was in hongerstaking, een schreeuwde in de isoleercel, de overigen gaven afgestompt en apathisch gehoor aan bevelen van bewakers te marcheren, te kikkeren, strafzinnen na te brullen, opdrukoefeningen en seksuele spelletjes (‘testosteronderondjes’) te doen – toen Zimbardo’s verloofde Christina Maslach kwam kijken. Ze praatte even met een vriendelijke lange blonde jongen die de rol van bewaker had gekregen en die net aan zijn dienst begon. Kort daarna zag ze door het observatiescherm hoe die in zijn rol was gegroeid. Tegen een apathische soepjurk: ‘Zie je dat gat in de grond? En nou vijfentwintig keer opdrukken en neuk dat gat! Hoor je!’ Een ander spelletje van de bewakers betrof de verdeling van geblindeerde soepjurken in mannetjes- en vrouwtjeskonijnen. ‘Ga achter de vrouwtjes staan en neuk ze!’

Maslach werd ‘bekropen door een overweldigend gevoel van angst en walging’. Spontaan riep ze tegen haar verloofde: ‘Wat jij die jongens aandoet is verschrikkelijk!’ In Het Lucifer Effect haalt zij herinneringen op aan dat moment: ‘Het leverde me een tirade op van Phil en de andere stafleden over wat er met mij mis was. We stonden oog in oog met een fascinerende vertoning van menselijk gedrag en ik, een psycholoog nota bene, kon het niet aanzien? Naast het feit dat ik al misselijk was van de aanblik van deze compleet ontmenselijkte, treurige jongens, gaven hun commentaar en geplaag me ook nog eens het gevoel dat ik zwak en stom was – de misplaatste vrouw in een mannenwereld.’

Later op die warme donderdagavond in augustus 1971, Maslach was woedend weggelopen, begon het Zimbardo te dagen dat hij niet alleen aan het kijken was naar ‘situationele factoren’ maar er zelf ook een product van was, een gevoelloos gevangenisopzichter. Op vrijdagochtend blies hij het Stanford Prison Experiment af.

Bijna 33 jaar later, in april 2004, zag Zimbardo zappend op een hotelkamer beelden van naakte Iraakse mannen die waren opgestapeld als een piramide, van een soldate die een naakte gevangene rond sleurde aan een hondenriem om zijn nek en een andere soldate die grijnzend afgestompte mannen liet masturberen. Met toenemende verbazing hoorde Zimbardo vervolgens de commentaren aan van Amerikaanse legerwoordvoerders en bewindslieden. Abu Ghraib was een betreurenswaardig incident, deze soldaten waren ‘rotte appels’ die uit de kist verwijderd moesten worden: alsof de kist geen aandeel had in het rottingsproces. Zimbardo dook in de maanden erna in de persoonlijkheden van de delictplegers en zag bevestigd wat hij al vermoedde. Ze waren psychisch gezond; ze hadden zich tijdens diensten in gevangenissen in de VS netjes gedragen; ze hadden voor ze naar Irak werden gestuurd normale levens geleid.

Zijn ergernis over commentaren over ‘goede’ en ‘slechte’ soldaten in de nasleep van Abu Ghraib, en over goede en slechte volkeren en goede en slechte godsdiensten in de nasleep van 11 septerber 2001, vormde de aanleiding alsnog te doen wat hij in de vroege jaren zeventig vooral uit zelfbescherming had nagelaten: zijn ervaringen als brein achter het Stanford Experiment opschrijven, en dat arsenaal aan zwaktes en smerigheidjes uit te diepen dat in de proef zichtbaar werd. Een genoegen was het niet, getuige de openingsregels van Het Lucifer Effect – Hoe gewone mensen zich laten verleiden tot het kwaad: ‘Kon ik maar zeggen dat ik met plezier aan dit boek heb gewerkt; dat is in de twee jaar die het mij kostte geen moment het geval geweest.’ Vooral het terugkijken van de video-opnames uit 1971 was erger dan verwacht. Zimbardo was geschokt ‘hoe vindingrijk veel bewakers hun boosaardigheid in de praktijk brachten, hoeveel leed de gevangenen hierdoor werd berokkend en hoe mijn gelatenheid ervoor zorgde dat hun mishandeling zo lang kon voortduren – het kwaad van de passiviteit.’

Het experiment was pas een paar dagen gaande toen de gevangenen werd gevraagd of zij bereid waren hun salaris als proefpersoon op te offeren voor een onmiddellijke in vrijheidstelling. Allemaal zeiden ze ‘ja’. Maar allemaal waren ze inmiddels zo afgestompt dat geen van hen nog besefte dat die weg naar de vrijheid gewoon open lag. Iedereen mag elk moment het experiment verlaten, stond in het reglement dat vooraf was doorgenomen. Maar niemand beschouwde de ervaring nog als experiment. De bewakers evenmin. Het was de hippietijd en nagenoeg alle proefpersonen bestempelden zichzelf als zachtaardig en pacifistisch, ook de lange blonde bewaker die de gevangenen als sadist bestempelden. In een nagesprek in de herfst van 1971 verklaarde deze: ‘Je wordt die persoon zodra je het kaki uniform aantrekt, je doet je zonnebril op, je pakt de knuppel en je speelt je rol.(...) Ik kreeg de mogelijkheid andere mensen te beproeven door hen tot het breekpunt te brengen, en ik deed het.’

Het Lucifer Effect laat zich lezen als een soort wetenschappelijk onderbouwde versie van Dante’s hel. Via de krochten van het conformisme, de gehoorzaamheid, de gezagsgetrouwheid, de passiviteit, de zelfrechtvaardiging en de rationalisatie dalen we af naar de deďndividuatie, de morele ontkoppeling en de ontmenselijking. Uitgebreid eert Zimbardo, mister situation, hier de legendarische Stanley Milgram, mister obedience. In diens letterlijk en figuurlijk schokkende experiment uit 1961 droeg een gewichte professor in witte jas, ‘De Autoriteit’, de proefpersonen op elektroshocks toe te dienen aan een andere proefpersoon als deze vragen fout beantwoordde, en bij ieder fout antwoord de voltages te verhogen. De andere proefpersoon en de foute antwoorden waren doorgestoken kaart. Maar hoe hoger de voltages, hoe harder het nepslachtoffer schreeuwde. Bij het hoogste voltage viel hij stil. Hoeveel mensen gingen tot het einde door omdat De Autoriteit dat eiste? Eén procent, de sadisten, schatte een team van veertig psychiaters vooraf. Uitkomst: 65 procent.

In een variatie op Milgram deed Zimbardo’s Stanford-collega Albert Bandura later onderzoek naar de gemanipuleerde ontmenselijking. Proefpersonen mochten elektrische schokken toedienen om onzichtbare studenten te corrigeren. Zogenaamd per ongeluk hoorden ze via de intercom een assistent tegen de onderzoeker praten. Als hij zei dat de studenten ‘aardige jongens waren die hun best deden’ gingen de proefpersonen niet verder dan een milde schok, niveau 2. Als hij niets over hen zei gingen ze tot niveau 5. Als hij verkondigde dat de studenten ‘net beesten’ waren, ‘obstructief’, ‘onhandelbaar’, gingen ze tot het hoge niveau 8. Een relevant onderzoek voor het Nederland van nu, lijkt me.

Zimbardo wilde zijn wetenschappelijke goddelijke komedie niet in mineur laten eindigen. Want zoals sadisten en lafaards in gewone mensen sluimeren, zo kunnen helden dat ook. In 1963 introduceerde Hannah Arendt in Eichmann in Jerusalem het wereldberoemd geworden begrip ‘de banaliteit van het kwade’. Eichmann was geen sadistisch monster, hij was ‘als zovelen, afschrikwekkend normaal’. Een van de psychiaters die het logistieke brein achter de Holocaust onderzocht noemde Eichmann zelfs ‘normaler dan ik ben nadat ik hem onderzocht heb’. Maar zoals het kwaad zich vaak banaal kleedt, zo bestaat er ook ‘een banaliteit van het goede’. Want of je nou met dissidenten in dictaturen praat, met mensen die in het water sprongen toen iemand bezig was te verdrinken, met mensen die nieren afstonden of de soldaat die de foto’s van Abu Ghraib naar buiten bracht – nooit zien ze zichzelf als helden. Over hun handelen zeggen ze precies hetzelfde als de bewakers van de Stanford Prison: ze deden gewoon wat iedereen in zo’n situatie zou doen. Zo ook Christina Maslach, dankzij wie de gevangenis maar zes dagen open bleef. ‘Mijn opstandigheid werd later uitgelegd als een heroďsche daad, maar toendertijd voelde ik mij bepaald niet heldhaftig. Integendeel, het was een beangstigende ervaring om af te wijken en te twijfelen (...)’. Ze vergaf gevangenisopzichter Zimbardo en ze trouwden in 1972.


Naar Psychologische krachten  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]