De Volkskrant, 31-10-2009, door Peter Giesen 1 nov.2009

Congres | Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap buigt zich over mannelijkheid in de Lage Landen

Macho met schortje

Hoe mannelijk is de Nederlandse man? Daarover praten historici de komende week.  'Niet elke man is stoer'

Tussentitel: 'De echte man was misschien stoer, maar hij was ook beheerst en zelfstandig'

‘Als ik in het buitenland vertel dat ik de geschiedenis van de Nederlandse mannelijkheid bestudeer, begint iedereen te lachen’, zegt Stefan Dudink, verbonden aan het instituut voor Genderstudies van de Radboud Universiteit Nijmegen.

De Nederlandse man, dat is toch een onverbeterlijke polderaar, wars van martiaal machtsvertoon en stereotiep machogedrag? Dat is een enorme simplificatie, zegt Dudink, gebaseerd op de laatste decennia. Er zijn ook perioden geweest waarin Nederlanders agressief optraden – tijdens de koloniale oorlogen aan het einde van de 19de eeuw of bij de politionele acties in Indië, in 1947 of 1948. De Koude Oorlog werd in Nederland keihard gevoerd, zegt Jolande Withuis, als socioloog verbonden aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). ‘Als je ziet hoe mannen als Drees zich over communisten uitlieten, daar is Geert Wilders niks bij. Ratten waren het, die knaagden aan de dijken van de democratie.’

Het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap houdt volgende week zijn najaarscongres over Mannelijkheid in de Lage Landen, 1800-2000. Ooit was alle geschiedenis mannengeschiedenis. Historici schreven over grote mannen die de geschiedenis in beweging zetten – Willem van Oranje, Napoleon, koning Willem I. Maar in de 20ste eeuw werden die steeds meer overschaduwd. De geschiedenis wordt niet gemaakt door individuen, zeiden marxistische historici, maar door krachten als ‘het’ kapitalisme of ‘de’ arbeidsklasse. In de jaren zestig en zeventig eisten vrouwen hun plaats op.

De vrouwengeschiedenis vroeg aandacht voor het dagelijks leven, als correctie op de eenzijdige aandacht voor oorlog en grote politiek. Zo werd de grote man steeds meer onderdeel van een complex systeem waarin hij maar een machteloos radertje was.

De laatste jaren neemt de belangstelling voor grote mannen weer toe. In vrijwel alle Europese landen is een verkiezing tot grootste vaderlander georganiseerd. NIOD-directeur Marjan Schwegman hield een pleidooi voor de herwaardering van de held, die overigens niet altijd een man hoeft te zijn. Vorige week werd Weest manlijk, zijt sterk van Jolande Withuis – een biografie van verzetsstrijder Pim Boellaard – bekroond als geschiedenisboek van het jaar.

‘De terugkeer van de held is een reactie op een nivellering waarin alles grijs werd’, denkt Withuis. ‘De traditionele geschiedschrijving werd terecht bekritiseerd. Maar in sommige situaties kan een individu het verschil maken, keuzes maken, anderen inspireren.’

De aandacht voor bijzondere mensen is ook een tijdverschijnsel, gelooft ze. In een individualistische cultuur bekijken mensen het verleden graag door de bril van het individu. En zij ontlenen inspiratie aan grootse prestaties van vorige generaties. Withuis: ‘Iemand zei over mijn boek: dat zou op het nachtkastje van Balkenende moeten liggen. De financiële crisis is ook een gezagscrisis. Er is kennelijk behoefte aan bekwame en integere leiders, aan mensen die iets durven, die gezag uitstralen.’


Gender
Dat hoeven uiteraard niet per se mannen te zijn. De meeste historici voelen zich ongemakkelijk bij termen als ‘mannelijkheid’ of ‘vrouwelijkheid’. Waar evolutionair psychologen aannemen dat mannen en vrouwen wezenlijk verschillen op grond van een onveranderlijke, op biologie gebaseerde psychologische kern, wijzen historici juist op de veranderlijkheid van wat als ‘typisch’ mannelijk of vrouwelijk geldt.

De vrouwengeschiedenis hanteert het begrip gender, de sociale constructie van geslacht. In haar essaybundel De vrouw als mens uit 2007 citeert Withuis de Britse dichter des vaderlands (poet laureate) die in 1838 aan Charlotte Brontë schreef dat ze weliswaar talent had, maar ‘dat literatuur een mannenzaak is, en dat moet zo blijven ook’. Anderhalve eeuw later deelde de Britse auteur Ian McEwan op straat boeken uit. Alleen vrouwen namen ze aan, constateerde hij.

Het idee dat mannen en vrouwen essentieel verschillende wezens zijn, werd maar al te vaak gebruikt om vrouwen klein te houden. Maar die logica kan zich ook tegen mannen keren. In de jaren tachtig werden zij vaak beschreven als emotioneel onvolwassen naarlingen, potentiële verkrachters en incestplegers. Vrouwen werden juist als superieur gezien: empathisch, zorgzaam, niet gehinderd door een opgeblazen ego.

Withuis en Dudink zijn faliekant tegen deze manier van denken. Withuis: ‘Verschillen tussen de seksen zijn heel betrekkelijk. Een Nederlandse vrouw heeft meer gemeen met een Nederlandse man dan met een vrouw uit de bergen van Afghanistan, zelfs in de beleving van haar lichamelijkheid.’

Als historicus wil Stefan Dudink laten zien hoe complex en veranderlijk het beeld van mannelijkheid door de eeuwen heen is geweest. Mannen zijn veel minder uit één stuk gehouwen dan vaak wordt aangenomen. Hij wijst op een klassiek portret van koning Willem I uit 1819. De koning poseert als een martiale leider, die aan Napoleon doet denken. Anderzijds presenteert hij zich als een zorgzame vader. ‘Er is niet één beeld van mannelijkheid. Er wordt steeds in meer registers gespeeld.’

De Nederlandse mannelijkheid laveert tussen krijgszucht en huiselijkheid. Vaak wordt gedacht dat het martiale aspect in de Nederlandse geschiedenis ontbreekt. Het klopt dat Nederlanders minder dan Fransen of Duitsers opgroeiden met de gedachte dat zij vroeg of laat een oorlog moesten uitvechten. Ter compensatie van zijn geringe militaire macht in Europa mat Nederland zich graag een verheven morele status aan.

In Azië had Nederland echter grote belangen te verdedigen, en daar was het onbeschaamd agressief. Eind 19de eeuw juichte Nederland om een held als Van Heutsz, die in Atjeh de inlanders een lesje leerde. Bij de politionele acties van 1947 en 1948 sneuvelden relatief gezien meer Nederlandse soldaten dan in Vietnam Amerikaanse soldaten. Dudink: ‘Als de natie in gevaar was, kwamen mannen in actie. Nederland kon maar niet accepteren dat het een kleine natie was. Je kunt de Nederlandse geschiedenis niet begrijpen zonder dat element van mannelijkheid.’

Tegelijkertijd was de Nederlandse man een huiselijke figuur. Mannelijkheid werd begin 20ste eeuw ingezet als wapen bij de drankbestrijding, zal de Amsterdamse historica Gemma Blok op het KNHG-congres betogen. De echte man verzoop zijn leven niet in de kroeg, en trok zich idealiter ook nog het lot van zijn zwakkere drinkebroers aan. ‘Weest manlijk, zijt sterk’, schreef Pim Boellaard in een afscheidsbrief aan zijn vader en zijn zoon, toen hij verwachtte door de Duitsers geëxecuteerd te worden. ‘Manlijk’ stond echter niet tegenover ‘vrouwelijk’, maar tegenover ‘onvolwassen’, zegt Withuis. De echte man was misschien stoer, maar vooral ook zelfstandig, beheerst en verantwoordelijk.


Huiswerk
Rond de eeuwwisseling was huiselijkheid een mannelijk ideaal in de hogere kringen. Boellaards vader, een generaal, wilde het liefst thuis zijn en hielp zijn zoon met zijn huiswerk. Pim zelf had talloze bestuursfuncties – zowel voor als na de oorlog – en was altijd weg. Zijn vrouw bleef achter met hun zoon en het personeel. Dat was een vorm van modernisering die het onderscheid tussen man en vrouw aanscherpte, zegt Withuis.

In de jaren vijftig werden man en vrouw als tegenpolen gezien. ‘Het gaat om die duidelijke scheidslijn tussen de echte MAN en de echte VROUW’, schreef het damesblad Libelle in 1952. ‘Er zijn mannen die schortjes voordoen en vrouwtjelief in de keuken knusjes met de afwas helpen. Hun vrouwen worden huistirannen, die de man tot slaaf en sloof maken. Wij moeten de kwestie concreet stellen: man is MAN, en vrouw is VROUW. Tussenvormen zijn ongewenste verschijnselen.’

In de 20ste eeuw was Nederland een kostwinnersland. Het verlies van een baan stond bijna gelijk aan castratie. Er zit iets tegenstrijdigs in, zegt Dudink. In het beroemde model van de socioloog Geert Hofstede wordt Nederland omschreven als een land met een uitgesproken zachte, feminiene cultuur, waarin conflicten worden vermeden. Toch zijn vrouwen in geen westers land zo doeltreffend van de arbeidsmarkt geweerd.

Withuis: ‘Rond 1900 mochten deftige vrouwen niet werken. De sociaal-democratie heeft dat als cultureel ideaal overgenomen. Ook de christelijke partijen dachten er zo over.’

Deze traditie laat zijn sporen nog altijd na. Nederland heeft weinig topvrouwen, niet alleen in het bedrijfsleven, maar ook in de wetenschap. Anderzijds heeft Nederland ook nog altijd een sterke moederschapsideologie. Nederlandse vrouwen hebben er meer moeite mee hun kinderen vijf dagen naar een kinderdagverblijf te brengen dan vrouwen uit andere landen.

De historische wetenschap kan laten zien dat deze situatie berust op ideeën over mannelijkheid en vrouwelijkheid, zeggen Withuis en Dudink. Withuis: ‘Historisch onderzoek is een mooi antwoord op allerlei charlatanerie waarin de voortplantingsbiologie het hele leven bepaalt.’


Naar Psychologische krachten  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]